www.vooruit.be

Eko Supriyanto: "Ik wil een ervaring aanbieden"

 

Omschrijving

'Cry Jailolo' (c) Pandji Vascodagama

In 2017 focust EUROPALIA op Indonesië. Tijdens het EUROPALIA INDONESIA Arts Festival ontdek je de complexe en diverse cultuur van het land, zonder in clichés te belanden. Tijdens dit festival zijn drie voorstellingen van de Indonesische danser Eko Suprianto te zien: ‘Cry Jailolo’, ‘Balabala’ en zijn nieuwste solo ‘SALT’. In dit interview heeft hij het over de twee voorstellingen 'Cry Jailolo' & 'Balabala'.

Wat was er aan de baai van Jailolo dat je ertoe aanzette om ‘Cry Jailolo’ en nu ook ‘Balabala’ daar te creëren?

Ik houd van uitdagingen. Na mijn terugkeer uit de Verenigde Staten (voor studies) werkte ik een hele tijd met dansers uit Solo (stad in Java) rond Javaanse thema’s. In 2011 was ik toe aan een nieuwe uitdaging, en net op dat moment kreeg ik de uitnodiging van de regent van Jailolo om daar een stuk te maken. Ik was erg dankbaar voor deze vraag en begon meteen aan een bewegingsonderzoek samen met 350 lokale jongeren. Gedurende diezelfde periode ontdekte ik ook de wereld van het duiken. Uit deze beide sporen kwam in 2013 ‘Cry Jailolo’ voort, en in 2016 ‘Balabala’.

Hoe beïnvloedt uw liefde voor het duiken uw choreografie?

Duiken maakt nu deel uit van mijn visie op dans. Het is een nieuwe wereld waar ik sinds twee jaar onderzoek naar doe. Het is een wereld, een staat van zijn, die ingaat tegen de zwaartekracht, die een nieuwe ruimte biedt voor intelligentie in de beweging van lichamen. Het is voor mij een boeiende zone om te verkennen en zal ook mijn volgende project beïnvloeden, een solo met de titel ‘Salt’ die eind 2017 in première zal gaan.

Hoe zou je het verschil benoemen tussen ‘Cry Jailolo’ en ‘Balabala’?

‘Cry Jailolo’ is eerder gemeenschapsgericht. Het gaat over de sociale ontmoeting onder water en over het optimisme van de jeugd van Jailolo. ‘Balabala’ richt meer focus op het individuele en is eerder filosofisch van gedachtegoed. Deze voorstelling reflecteert over de rol van vrouwen in het Oostelijke deel van Indonesië. De jonge vrouwen gaan aan de slag met de oorlogsdans ‘Cakelele’, die een overwegend mannelijke dans is. Het is een deconstructie van bestaande gender-hiërarchieën.

Kan je iets meer vertellen over de verschillende rollen van de vrouw en hoe je deze onderzoekt in ‘Balabala’?

In de voorstelling gaan we uit van negen levens-’richtingen’ voor vrouwen: echtgenoot, kinderen, keuken, gemeenschap, bergen, oceaan, religie en het zelf. We combineren deze met het gedachtegoed van Pencak Silat, een gevechtskunst die eveneens uit negen richtingen bestaat. Het nadenken over deze verschillende rollen en bewegingen leidt tot een onderzoek naar wat ‘kracht’ betekent voor deze jonge vrouwen. De traditionele dansen van Java en Bali zijn bekender dan die van het Oostelijke deel van Indonesië.

Waarin ligt het verschil?

De Indonesische kunst en cultuur zijn heel divers. Het is niet per se mijn bedoeling om aan het publiek nieuwe vormen van Indonesische dans te leren kennen. Ik wil eerder een ervaring aanbieden. Ik geloof dat dans een universele taal is met duizenden vocabulaires. Ik geloof dat dans kan spreken over context, geschiedenis, traditie en hedendaagsheid. En dat het onmiddellijke ervaringen en verbindingen toelaat. In die optiek kan traditionele dans in een hedendaagse context gebracht worden, mét begrip van het verleden en de traditie. En kan het een nieuwe manier van kijken mogelijk maken, die voorbij de vorm gaat.

Bron: AIYA, December 2016 

Dit artikel werd geschreven op 09.05.17

Reageer