www.vooruit.be

Kanaries in de koolmijn

 

Description

(c) Yuri van der Hoeven

 

Gewapend met een open geest en een notitieboekje trekt theatermaakster en kersvers stadsresident Yinka Kuitenbrouwer van plek naar plek. In haar eerste creatie bezocht ze het ene huis na het andere, om uiteindelijk aan honderd mensen te vragen wat voor hen ‘thuis’ betekent. Kuitenbrouwer deelde die onontgonnen werelden en verhalen met haar publiek: ‘HonderdHuizen’ bleek kleinmenselijk, ontroerend, poëtisch en net daarom zo krachtig. De voorstelling leverde haar de Total Theatre Award voor Best Emerging Artist én een Fringe First Award op het prestigieuze Fringe Festival in Edinburgh op.

 

Oude ziel

De Amsterdamse Yinka Kuitenbrouwer studeerde in 2009 aan de richting Drama van KASK School of Arts af, en woont en werkt sindsdien in Gent. Yinka mag dan pas 27 lentes tellen, toch schemert in haar werk een oude ziel door. Rust en onrust verenigt ze schijnbaar moeiteloos in haar persoon. Ze graaft traag en diep naar de kern van de dingen en mensen. Kuitenbrouwer maakt voorstellingen vanuit haar ‘ik’ in samenspel met ‘de ander’, de geïnterviewde, de geobserveerde én haar publiek. Dat geldt evenzeer voor haar nieuwe creatie.

‘Kan dus niet’ is een documentair theaterproject over jongvolwassenen in de psychiatrie en onze unieke kijk op - en omgang met - de werkelijkheid. Yinka gaat op zoek naar de grens tussen gek en normaal. Hoe kijken wij naar de werkelijkheid? Welke unieke psychische mechanismen creëren wij als individu zelf?

De actrice deed voor haar project vier maanden intensief onderzoek, in dialoog met jongvolwassenen in de psychiatrie. De jongeren vormen niet zozeer het onderwerp van de voorstelling, al putte ze wel bronmateriaal uit de vele babbels. Daarnaast ging de theatermaakster met leeftijdsgenoten in gesprek over hun kijk op de realiteit en hun omgang met de wereld. En nam ze een duik in de geschiedenis van de waanzin, de Franse filosoof Michel Foucault achterna.

(c) Michiel Devijver

 

Iedereen een beetje gek

In zijn klassieker ‘Folie et déraison’ uit 1961 poneert Foucault een interessante stelling: door waanzin te beschouwen als onredelijk, konden de filosofen en wetenschappers van de 17de en 18de eeuw de positieve waarde van rede definiëren. Die rede is nog steeds de grondslag van onze wetenschappen en bepaalt hoe we over onszelf denken: als oorspronkelijke, reflectieve en redelijke wezens. Waanzin werd zo tegen het begin van de 19de eeuw een geestesziekte. Vanaf dan werd waanzin het zwijgen opgelegd, geobjectiveerd en behandeld in een systeem van gezondheidszorg.

Dat beeld wil Kuitenbrouwer bijstellen: “Ik wil blootleggen hoe een mens zijn of haar leven zinvol, rijk en draaglijk kan maken. Want creëren we uiteindelijk niet allemaal een eigen kader? Een eigen waarheid om mee naar de wereld te kijken, geworteld in onze eigen én gemeenschappelijke geschiedenis? Het maakt ons tot wie we zijn. In die zin draagt iedereen misschien een stukje waanzin of gekte in zich. Want de grens tussen gek en normaal is vaag en kronkelig. Die grens verschuift naargelang de tijd en de dingen die we meemaken. We verhouden ons op talloze verschillende manieren tot dezelfde realiteit.”

 

“Gekte is een poging om de werkelijkheid te vatten” - Yinka Kuitenbrouwer

 

Wat als het niet meer lukt?

Juni 2017. Yinka vertelt over haar eerste bezoeken aan de psychiatrische instellingen en haar ontmoetingen. Over de dunne grens tussen leven en overleven. De zoektocht naar zingeving, traagheid, zorgvuldigheid, engagement: gedateerde begrippen in tijden van neoliberale en kapitalistische waanzin. We moeten rennen, vliegen, vallen, opstaan en maar doorgaan. Maar wat als het niet meer lukt? Als de stoppen doorslaan? De jongeren die ze spreekt, balanceren op de grens tussen zin en waanzin.

De theatermaakster vertelt: “Wij, de ‘normalen’ van geest, die niet in de psychiatrie zitten, hebben vaak een afkeer van de mensen in de psychiatrie, van de gekken. 
We snappen ze niet, we zijn bang voor ze. Zij zijn raar, zij zijn weg van onze wereld. Maar gekte komt niet uit het niets, het ontstaat in onze wereld. Het is een poging om de werkelijkheid te vatten, om het leven leefbaar te maken. Tegelijkertijd kan je gekte als uiting zien om je grip op de wereld niet te verliezen, om net terug in contact te komen met je omgeving. Ik vind dat een heel hoopgevende en ontroerende gedachte.”

(c) Michiel Devijver

 

Pure waanzin

Tijdens haar onderzoek interviewde Yinka de Nederlandse schrijver, filosoof en taalwetenschapper Wouter Kusters, die zelf twee keer een periode van “pure waanzin” doormaakte. Vanuit die ervaring deed hij jarenlang filosofische research naar wat het betekent om ‘gek’ te zijn. In zijn boek ‘Pure Waanzin’ onderzoekt hij wat er achter het etiket van de psychose schuilgaat. Hij benadert de psychose op dezelfde manier als het normale. Kusters maakt daarbij vergelijkingen met het creatieve van de kunstenaar, het associatieve van de dichter en het relativerende van de filosoof.

Het raakt Yinka als Kusters vertelt hoe iemand tijdens een psychose geen onderscheid maakt tussen wat belangrijk en minder belangrijk is. Vaak wordt - foutief - verondersteld dat iemand met een psychose alle focus kwijt is, maar het tegendeel is waar: ze zijn net hypergefocust. Kusters vertelt over de vele mogelijkheden die psychoses bieden om de werkelijkheid te aanschouwen. Je komt los van de gekende narratieven, je durft te exploreren vanuit grote onzekerheden, waar alles mogelijk is en niets kan. Je creëert nieuwe narratieven en werelden. Dat is een proces dat heel erg verwant is met het creatieve proces van de kunstenaar. Met één groot verschil: de kunstenaar blijft de scheiding tussen kunst en realiteit benoemen. De kunstenaar kijkt met het ene oog naar de normale wereld, met het andere naar wat achter die wereld ligt.

 

“Wij, de ‘normalen’ van geest, snappen mensen in de psychiatrie niet” - Yinka Kuitenbrouwer

 

De voelsprieten van onze wereld

Tijdens haar gesprekken met de jongeren kwam nog iets onverwachts aan de oppervlakte: Yinka trok steeds verder weg van de waanzin en kwam dichter bij het menselijk ‘zijn’. De zoekende mens an sich werd voor haar interessanter dan de waanzinnige. Hoe ga je om met het mens zijn? Hoe verander je de wereld rondom je zodat je er in kan functioneren? En hoe pas je jezelf aan?

Kuitenbrouwer raakte gefascineerd hoe bij die zoektocht de ene mens overgaat in abnormaliteit en de ander gewoon verder functioneert. In de vele gesprekken gaven jongeren aan dat ze nooit gedacht hadden zelf ooit bij ‘de zotten’ te belanden. Maar die grens kan snel overschreden worden. De maker ziet die jongeren dan ook als de voelsprieten van onze wereld. Als kanaries in de koolmijn confronteren ze ons met alledaagse waanzin die wij als normaal beschouwen.

 

tekst: Marieke De Munck

Written on 08.09.17