N-el
- Een uffra met een pitslichteke.
- Lid sinds 05 okt 2009
-
Ik wil N-el volgen
(Wat is dit? Wil je volgen wat een Vooruitlid doet? Welke voorstellingen deze persoon wil gaan zien of zag? Zijn reacties? De leden die hij zelf volgt? Wijzigingen aan zijn profiel?
Meld je aan en klik op “Ik wil X volgen”. Op je persoonlijk dashboard krijg je bericht zodra hij iets verandert.)


Waaw
Waaw!
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Nachtwacht
Mits een powernap is een mens op vrijdagavond niet veel waard. Zo bleek, toen het gros van het publiek de pijp aan Maarten gaf lang voor Jamie om 3h zijn draaitafeltje bovenhaalde. In de tussentijd konden de zwoele beats van Bibio mij wel bekoren. De overige affiche is slechts een vage vlek in het geheugen (wegens achtergrondmuziek tijdens goede gesprekken in de gang). Jamie zelf bleek geen waaw-ke, maar tussen opener Gil Scott-Heron en afsluiter Adele door kon een hoogschieter als Nightcrawlers’ ‘Push The Feeling On’ de schwung er wel inhouden. Gemengde gevoelens dus, over deze lange Lefto-nacht.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Stilte tijdens de storm
Ik hou niet van slapstick. Humor à la den dikken en den dunnen bezorgt me acute maagkrampen en de onbedwingbare neiging met mijn ogen te draaien. Mister Bean maakt mij nerveus, Louis de Funès depressief en als Tom weer eens een of ander deksel tegen zijn neus krijgt van muizeke Jerry grijp ik steevast naar de kotszak. Hoe komt het dan dat ik bij Vorst/Forest zo flink op mijn stoeltje ben blijven zitten? Keimysterieus!
Akkoord, op de eerste rij kun je niet al te veel verroeren of het acterende grut heeft het gezien (#jandeclairlucifer). En toegegeven: ik heb het een paar keer op een stevige ogendraaierij gezet. Die deuren, dat zout in de koffie, dat zijn flauwe amateurtheatertruucjes. Anderzijds heb ik amateuracteurs nooit zo impressionant weten te goochelen met salto’s, mimiek en woeste kunstjes. Het was de echtheid die pakte, de pure en enthousiaste spelerskracht, de charme van het duo Titus – Johan die als twee kleine vechtersbaasjes over het podium liepen te dollen. De twee andere acteurs stonden er soms maar bij voor choco, hadden voor mij (en zelfs voor het verhaal) niet gehoeven. En die stilte viel al bij al nog mee. Als je namelijk heel goed luisterde kon je tussen dat gebrulboei door wel menig ‘Ei maat’, ‘Fuck’ of ‘Wa ist’ horen.
Maar het allergrappigste was (behalve de man met die geniale Alain Vandam-uithalen achter mij) de scène rond dat ene kleine opwindpaardje. Schoon hoe zoiets onbeduidends zo’n eerlijk, bijna schattig tafereel kan opleveren. Behouden, kiplekker en redelijk vrolijk ben ik dus terug naar huis gesaltood.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Patchwork met een brede lach
‘Oeh nieje nieje, voor de kermis is het op ‘t Sint-Pietersplein te doen hoor mannekes!’, dacht ik nog toen schuimrubberen machines, Van Beirendonck-pakjes en heel veel waste door elkander krioelden. Had ik het even mis, want plots kwamen daar twee dansers los uit de chaos, die zich aan een voorzichtig duetje waagden, het begin van wat een interessant, doch vrolijk pallet aan kleine scènetjes zou worden.
De titel alleen al insinueert pure onnozeliteit, maar behalve allerhande kwinkslagen en slapstickkolder kwamen toch een pak ontroerende vondsten uit het brein van Grace Ellen Barkey tevoorschijn op de planken. Voor de geslaagde genrespanning tussen dans, performance en theater alleen al neem ik zo’n hoedje (met kijkgaatjes voor de ogen) af. De dansers bezaten naast die a-typische brede lach bijvoorbeeld ook de kunst om sketches te doen slagen, ondanks hun banaliteit en de taalbarrière. Knap, te weten dat die snelle switchen wellicht driedubbele concentratie van hen vergde. En toch zegevierde het beeld. Met als apotheose de secuur uitgesneden houten panelen, die begeleid door dreigende klanken en een warm licht, de dansers afwisselend de weg wezen en versperden in hun wervelende strakkespierenshow.
Dit was overduidelijk voer voor Bright Side of Life’rs, en daar was ik gelukkig een van. Maar toch: onnoezel ménneke, die Grace Ellen!
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Baby look at me
Behalve een metafoor voor massa’s en hun impact is Audience ook een spannend spel met dramaturgische dooddoeners, de toeschouwer en zijn verwachtingen. Doordat de vierde wand met veel geweld wordt platgewalst, zinderen ongemak en gêne in hoge resolutie door de zaal. Als de camera daarna nog eens als onbeschaamde voyeur gaat inzoomen op bepaalde fragmenten publiek, worden die tot zowel subject van het verhaal, als hoer van het publiek gekatapulteerd. Intrigerend om te zien (en te ervaren) hoe een individu zo pijnlijk naakt en alleen komt te staan van zodra hij wordt losgetrokken van dat machtige, eenkoppige monster. Kras opzet met een zinnenprikkelende uitkomst.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Broekschater
Met Cliffhanger ontwierp Kassys een boeiend portret van (gespeelde) angst. Via een minimum aan attributen, enkele voorgeprogrammeerde filmpjes en veel pittige details speelde het kwartet acteurs naar een filmwaardige plot toe. Hun parafrase mocht dan wel van enorm vrije aard zijn, door de juiste toneeltechnische aanwijzingen en hier en daar het nodige cliché leidden ze het publiek in de goede richting. Hitchcock & co werden op de rooster gelegd met een aandoenlijke, bijna onnozele serieux. Ook die aanzwellende muziek werkte pathetisch-humoristisch en eindigde bombastisch in een heerlijke cliffhanger (aah, die vingertopjes!).
Als er al iemand op het puntje van zijn of haar stoel zat, dan was dat wellicht uit verkneukeling. Want Kassys vormde in de Domzaal het spelende bewijs dat angst werkelijk leuk kan zijn.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Onvolmaakt Verveelde Tijd
Om op dezelfde toonhoogte als hierboven (C Mineur) verder te borduren: OVT was niet bepaald een giller. De klik was er niet, geen liefde op het eerste gezicht, het Rooversdekseltje paste niet op mijn (misschien veeleisende?) potje, en ga zo maar (clichégewijs) door…
Aanvullende bedenking: waar bleef die passie, die diepgewortelde overgave bij de acteurs? Het was alsof allen te kampen hadden met een ei in de broek, een ei dat vooral niet mocht breken. Jammerlijk gevolg was een geforceerde janboel: emotieloze anekdotes en vertelsels, met daartussen een al even krampachtig rondhobbelend danseresje, dat gebruik maakte van nogal voor de hand liggende beweginkjes. De enige topper van het spektakel was de fotoreeks, vooral dan die aan het eind, begeleid door de langzaam opbouwende jaren ‘80 knaller (Logic System – Unit).
Aangezien hier en daar sterke fragmenten bovenborrelden, zal het boek in dit geval dus wel beduidend beter zijn.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Jesus Christ Superstar
Korte Metten editie kerst ‘10 was meteen ook een ontmaagding, hierzo, maar wel een heel gezellige. Jaja, Kerstmis maakt zelfs de meest verstokte ijspegels week, maar hei! tussen al die nepsneeuw en keuvelende winterfrakken viel er heus wel wat te beleven, zij het dan vooral op muzikaal vlak. Finse Carols, experimentele jazzy nummertjes met een X-touch, aarzelende tienerpop en daartussen een blozende Eva Mouton. De laatste kwam maar niet tot haar geïllustreerde clou, dat maakte niettemin het o zo herkenbare familiegestrubbel net zo charmant. Haa, kerst… ik was helemaal mee. ‘Vrede op aard’ aan a-a-lle-he mensen’, was mijn finale gedachte dan ook voor ik indommelde door de dodelijke combinatie poef-lichtinstallatie-slaapliedfinale. Maar dat kon natuurlijk ook aan die glühwein gelegen hebben…
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Freud revisited
Een nacht zonder dromen, is een nacht niet geleefd. Zo denk ik er althans over. Want dromen, dat blijft een merkwaardig iets. Het is een film die je zelf niet kiest, maar toch intens beleeft, een onemanshow van geconserveerde herinneringen, vervlogen indrukken en gedachten. Vreemd ook, hoe zo’n droom het verloop van je verdere dag kan bepalen. Ondergetekende was met andere woorden mateloos nieuwsgierig naar wat het Superamas-collectief met dit concept zou doen.
De cocktail YOUDREAM bestond uit een keur aan technische trucs, nationaliteiten en bijhorende intercontinentale lolletjes, well stirred en on the rocks. Alles samen goed voor een gecreëerde verwarring, vergelijkbaar met de shock die je kunt hebben bij het wakker schieten uit een droom. Begon het allemaal nog rustig en normaal (‘Can I have a question?’), werden zowel structuur als beelden langzaam maar zeker meer flou. De impro-show kende pieken en dalen (Britney Spears kreeg mijn voorkeurstem), gegrinnik en gefrons wisselden elkaar stelselmatig af. De Lynchiaanse verwijzingen swingden, vooral in het eindfilmpje dan, de pan uit. Alles samengevat waagde Superamas een behoorlijke, zij het ongestructureerde poging, maar het dromendom blijft me toch een raadsel. Enkel van de exemplaren overdag weet ik nu dat ze not done zijn in combinatie met sneeuw, nadat ik achteraf, nog napeinzend over Hitler en Tina C, tegen de ijsvlakte ging. Youdream, youfall baby.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
In den beginne was er niets...
... of toch heel weinig. Een witte vlakte die Ijstijds aandoet, en vanwaaruit met schaarse middelen en subtiele hints langzaam maar zeker een eigen interpretatie van de evolutietheorie wordt geconstrueerd. Het merendeel van de tableaux vivants laat de kijker actief meedenken en invullen, maar net zo goed grinnikend achteroverleunen met doodsimpele vondsten als harige amoebes, prehistorici die kampvuurhout te lijf gaan met een cirkelzaag, rubberen boten voor groot en klein en een te pas en te onpas gebruikte rookmachine.
Op een rustige, bijna gortdroge manier scheppen de acteurs hun eigen wereld, meeneuriënd op luchtige deuntjes en verzonken in kleine handelingen. Bij ‘Big Bang’ zit de kracht ‘m duidelijk in de eenvoud. Net geen wildmakende openbaring, wel een charmante ontdekking.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Aloe Aloe
Vibes, rythm en soul: naast Son of a Preacher Man en band prominente gasten op een stevig feestje. Maandagmorgen leek nog veraf, iets wat de man in het clownspakje graag zo wilde houden en daarom caramellen lichaam en stem in de soulstrijd gooide. Resultaat: een coctail van funk-a-delic grooves, zoetgevoosd of snedig, op een perfect opgemaakt bedje van love en happiness.
Het publiek wist zijn skills best te appreciëren (beste bewijsstuk: een kolkende massa lichamen) maar na verloop van tijd ging het plaatje lichtjes aan het kraken. Dat-ie een dollar nodig had was onderwijl wel al geweten, daarvoor hoefde Aloe zijn lijfspreuk niet tot vervelens toe te herhalen. En leuk hoor die covers, maar na Billy Jean was het voor mij wel al voldoende. Zijn boodschap van vrede lag er ook net iéts te dik opgesmeerd, waardoor het podium stilaan op een commercieel soulcircus ging lijken.
Niettemin: sterk staaltje kunnen, ‘I need a dollar’ blijft ondanks alles een aangename hersenpanplakker en voor wie door de opsmuk niet meer kon uitmaken wat de man nu zelf eigenlijk in huis heeft is Blaccs ‘Good Things’ een echte aanrader.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Try this at home
Ideale straatpoëzie, en daar dan deel van uit te maken: schoon. Het had inderdaad iets sektarisch, zo en masse beneveld door muziek, woord en veel beeld over de straatstenen drentelen, voor en door elkaar, met pretlichtjes in de ogen en een warm gevoel vanbinnen. Lost, found, maar vooral even instant gelukkig door die honderden omhelzingen rondom.
Ik laat dat mp3-bestand nog wel even staan, voor misschien eens kleinschaligere, nòg subtielere herbeleving van dat betoverende spektakel. Mocht u dus ooit iemand ziet dansen op een brug bij maanlicht: it’s only me.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Wit is altijd schoon
‘Wat kunnen we doen met wit?’ moet De Koe hebben gedacht tijdens brainstormsessies over het eerste deel van De wederopbouw van het Westen. Heel wat, zo blijkt. Alle mogelijke gradaties en inkleuringen van het nog frisse, onbeschreven witte blad van ‘het Westen’ komen één voor één aan bod, als waren het losse juweeltjes paarlermoer die voor de ogen van het publiek aaneen worden geregen tot een krans. Meer nog: ze kunnen evengoed uiteen gehaald worden om een nieuwe versie te vormen, want van enige samenhang is geen sprake.
Niet dat dat stoort. De klassevolle inkleuring van de velletjes herinneringen houdt het geheel overeind. Broods, Van den Eede en de Wolf beheersen met gemak (en zelfs een spatje leedvermaak, om elkaar, om hun stuk en om het gibberende reepje publiek vooraan) dat wat een aangenaam kabbelende, casual inleiding tot hun drieluik vormt. Uitstekende stof tot nadenken tijdens het Frühstücken, doet al reikhalzend uitkijken naar de lunch.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Bek(h)oorspel
Het had misschien met de nabijheid te maken (leve rij drie!), maar ik zat knal in Llareggyb, onder het melkwoud. Wat in de zaal al merkbaar was, wordt later pas echt duidelijk op papier: Onder het melkwoud allitereert, meandert en verkneukelt zich in de verscheidenheid aan personages dat het een lieve lust is. Een streling, maar meteen ook een heuse inspanning voor oor, oog en gedachten. Twee keer knipperen en er waren weer een dozijn karakters de revue gepasseerd. Gelukkig waren er Declair en De Sutter, die Thomas’ hersenspinsels en Claus’ invullingen gretig naar zich toetrokken, om ze met hun inkleuringen weer terug te kaatsen naar de kijkers, in dit geval ook luisteraars.
Declairs vurige spel is doorgaans meetbaar a.d.h.v. de klodders speek die zijn mond verlaten (Sinterklaas en Koning Jozef zijn nooit ver weg). Koen De Sutter zag dat dit snor zat, en leek al even opgetogen als het publiek dat hij aanwezig mocht zijn bij wat voor mijn part nu al een historisch mo(nu)ment genoemd kan worden. Klasse, zonder meer.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Jolige riedeltjes en een schalks raspaard
Hij mag dan de vijftig gepasseerd zijn, Kamagurka is duidelijk nog lang niet uitgesloeberd. Met ‘Kamagurka geneest’ heeft de meester in absurditeiten zichzelf de mogelijkheid gegeven om flink van jetje te geven in een anderhalf uur durende show. Of tel daar nog maar een uurtje bij, want als het plezant wordt kan Kama blijven doorgaan. Zoals vorige donderdag in de Vooruit. De sfeer zat er meteen in, dankzij zijn voorprogramma. Lies Lefever blijkt niet vies van flink wat pipi en kaka en dat werd gesmaakt. Ze heeft het dan ook over herkenbare frustraties of obsessies, dingetjes die eenieders hersenpan wel al eens doorkruist hebben en die zij dan in een liedje propt. Simpel, maar wel raak. Zorgen over zwangerschap, menstruatie (‘vandaag is rood’) en Hollanders (‘ze zitten overal’) worden zo draaglijker en gewoon grappig. Humor is de beste saus.
Kamagurka dan. Begint hij zijn showtje eerder introvert en gespeeld timide, zo raakt hij even later geweldig op dreef en flanst er de ene na de andere bizarre hersenkronkel uit. Met een minimale inspanning etaleert hij zijn kunnen, van verhalenverteller via grollentapper en een filmpje naar een volksdansje tussendoor en weer terug, met hier en daar een knipoog naar zijn vroeger werk (‘O Sabrina, wat hebt ge met mijn snor gedaan?’). Juffrouw Birgit (de meest stereotiepe juf ever) en een voorzichtig grappende Danny kreeg hij er gratis bij.
Kenners mogen hem er dan wel van betichten zijn wilde haren kwijt te zijn, liefhebbers blijven van zijn fratsen genieten. Want het scherpe randje mag er dan wel af zijn, blijven vernieuwen en jezelf heruitvinden kan vermoeiend zijn, zowel voor een ouwe komische rot als voor diens publiek. Maar een oude vos verliest zijn streken niet, zo blijkt meermaals. De fuif die tegen tienen zal gaan beginnen onder het podium kan Kama gestolen worden, hij lapt zijn laars aan enige structuur of vlotte overgangen tussen zijn stukjes en is schitterend vlot in zijn dialogen met het publiek. Weg met de Geubels en de Lamootjes van deze tijd, leve Kamagurka! (op tram 5 trouwens nog steeds een lekkere brok, maar dit tussen subtiele haakjes)
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Haus Am See: betoverend magistraal
Voor een vette portie melancholie hoef je geen depressieopwekkende gedachten te forceren. Een avondje Botanique met de droompop van Beach House kan al wonderen doen. Plaat ‘Teen Dream’ kreeg de hoofdrol in een uitverkochte rotonde. Van bij opener ‘Walk in the park’ tot toegift ’10 mile stereo’ stuurden Victoria Legrand en Alex Scully non-stop mijmerende melodieën het publiek in, de een al een graadje melancholischer dan de ander. Een orgeltje, wat gegoochel met gitaarklanken, een bakje met voorgeprogrammeerde beats, subtiel drumwerk en de ongepolijste stem van ex-Française Legrand: meer heeft BH niet nodig om met trieste bedenkingen over teloorgegane liefdes de aanwezigen in vervoering te brengen.
BH wordt vaak ruwweg als een groep bestempeld voor ‘des winters, als het sneeuwt’, kenners weten wel beter: luduvudu is nooit gebonden aan seizoenen, maar in het hart van de slachtoffers is het ijzig koud. Toch spuwt het flauw verlichte podium een overheersend wintergevoel de massa in: niet alleen is Black Beauty Legrand slechts een vage vlek achter de toetsen, ook de pluimige, dichtgeklapte parasols achter de muzikanten (denk: een besneeuwde Pino van Sesamstraat op een regendag in Oostende Beach) werken hun voorgeschreven imago in de hand. Het doet de songs alleen maar goed.
‘Love of mine’ klinkt somberder dan op plaat en refereert aan in mistslierten badende, desolate landschappen. ‘Gila’ sluit aan bij deze contextschepping, de rauwe uithalen van Legrand zijn vergeefse kreten in het oneindige. Vanaf ‘Norway’ worden zowel melodieën, belichting als zangpartijen net dat tikje intenser. ‘Silver Soul’ verspreidt volle orgelklanken de zaal die de meanderende ‘It is happening again’ dankbaar dragen. ‘Master of None’, een reminiscentie naar het eerste album, komt pas echt goed tot zijn recht in combinatie met de andere songs. De hoge tonen verdwijnen in het ijle, Legrand haalt ze meestal niet, maar dat werkt charmerend. Bij ‘Zebra’ mengt een gevoel van warmte zich tussen het wiegende publiek, ‘Oh, I’d take care of you’ sust de zangeres iets later.
Op de tonen van soundtrackwaardige afsluiter ’10 mile stereo’ dringt het besef zich op dat Beach House met deze set bij machte is om mee te dingen naar een ticket voor de plaat van het jaar. Geldig voor werkelijk alle seizoenen.
(gezien in Botanique, Brussel op 22/02)
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Het leven is een ui, het liefst zo’n grote dikke
Men neme een ajuin, het liefst zo’n grote dikke. Doe hem aan stukjes. Dat kan op twee manieren. Of je pelt langzaam maar zeker de rokjes een voor een naar beneden, tot je op het hartje stoot. Of je hanteert een mes, en snijdt eerst horizontaal, daarna verticaal, de ajuin aan snippers. Bij beide processen bestaat er een groot risico op bléterij.
Maar uien brengen ook vrolijkheid. Haaruitval, verkoudheden, insectenbeten, winterhanden, oorpijn of vastzittende slijmen: ze kunnen allemaal genezen worden door De Ui, al dan niet gebakken of in sapvorm.
Zo is ook het leven. Wanneer het aan stukken wordt gereten, brengt het ellende en treurnis. Maar verdriet kan ook helend werken, als je er maar op de juiste manier mee omgaat en het op tijd en stond durft toedienen aan jezelf en aan elkaar.
TG Ceremonia bewijst met Het Lichaam dat het noodlot altijd op de loer ligt. Trippeltrappelend op de kermisachtige deuntjes, elk met hun eigen dansje en gezicht, banen de zes zielepieten van dienst zich een weg over het podium en doorheen de scènes. Tijd heeft geen vat op het geponeerde verhaal: de flashbacks en –forwards wisselen elkaar af alsof het niets is, met de vertraagde FF van de zwerver in de apotheose.
Veel accentjes zijn leuk, althans voor een keertje. Het woord is schaars, en meestal nogal boertig, iets wat de herkenbaarheid in de hand tracht te werken. De ‘Fuck’ klinkt helaas iets te gekunsteld, de vele ‘auws’, ‘oohs’ en ‘boemen’ durven bij veelvuldig gebruik irriteren. ‘Creatief met zelfmoord’ krijgt iets vertederends en de scèneovergangen zijn veelal bruusk en schooltoneelachtig.
Wat wel werkt: theatraal vogelen, de tweestrijd tussen muziek en dans en sommige tableau vivants. Door de bruuske manier van spelen confronteert Ceremonia haar publiek bovendien met de jeukende leegheid van het bestaan, en hoe drama en melancholie mensen botweg aan stukjes kunnen snipperen. Maar ook schoonheid brengt. In beide gevallen met bléterij tot gevolg. Mooi is het leven!
(Ajuinsnijtip: een natte handdoek om de schouders voorkomt veel onnodige tranen.)
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Er is iets, hier vanbinnen
Er zijn zo van die voorstellingen waarvan je beseft dat ze steengoed zijn, ongeacht de zwakkere momenten (die wegvluchten van het krachtige geheel), ongeacht een aarzelende ovatie. De worp van Wim Vandekeybus/Ultima Vez is daar een prachtig voorbeeld van.
Bij nieuwZwart maar één vereiste: je overgeven aan de kolkende lawine die het podium uitbraakt. Het kritische oog verslapt, alles gaat verloren. Er is alleen dat licht aan het einde van de tunnel: het goudgeel, knisperend gewriemel waarin continu verschrompelende en ontvouwende lichamen zich overgeven aan elkaar, aan het moment, aan zichzelf.
Twee ogen zijn te weinig: buitelingen, stuiptrekkingen, bokkensprongen, overal tegelijk. Alsof het niets is ontploft er vanalles op de catwalk van zinnenprikkelende zinderingen. Als het stil is, dan is dat maar voor heel even. De dansers spelen spelletjes, met elkaar, met hun lichaam, met hun emoties. Maar ook met het publiek. Ze dagen uit, confronteren, zetten aan tot reflectie. Valt de een, dan valt de ander mee, of trekt de een weer recht. Ze veinzen dood en zijn het ook, maar dan binnenin. Ze onderzoeken: zichzelf, hun wereld, de andere. Ze knipogen naar de echte wereld, de buitenwereld, met volkse dansjes, kinderspelletjes en fladderende gouden monsters.
Hoor wie klopt en tokkelt daar kinderen? Mauro en de zijnen, en er is ook nog een witte verteller. Ergens in de verte kabbelen een berg, nieuw zwart, een jongetje en een muur verder, maar ze gaan regelmatig kopje onder in het muzikale en bewegende tumult.
nieuwZwart is energie, emotie, magie en kippenvel, een goddelijk triumviraat van muziek, dans en performance, maar bovenal ontzettend sterk.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Vers voer voor vuige ventjes
http://www.cuttingedge.be/music/gigs/180397-little-death-vooruit-gent
Conclusie? Rockwannabes verwelken, flutbandjes vergaan, maar Little Death zal hopelijk voor muziekland de tand des tijds kunnen doorstaan.
(Met dank aan (ild) voor de credits)
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
De lol der onderbroeken
Veel gezien en gehoord, maar nooit eerder een Arne Sierensje (of het was de ene ‘hap-slik-oeps!-vergeten’-herinterpretatie van een locaal toneelgezelschap). Randgeval of niet, ik schaarde mij hoe dan ook tabula rasa – gewijs aan de rand van het podium.
De formule is eenvoudig. Twee vrouwen met vrijwel geen overeenkomsten, een leeg huis nadat de schranstroepen zijn weggetrokken, stilte na en voor de storm. Wine Dierickx verschijnt nog maar ten tonele, of ze maakt de bouwvakkersplunje instant hip. Marijke Pinoy doet hetzelfde voor paarse onderbroeken met een streepje kant. Hilariteit.
Van anti- naar sympathie, ’t is een grote stap in anderhalf uur, maar het lukt de dames vlotjes. Iets te vlotjes? Ik kneep een oogje toe omdat de twee zo heerlijk knalden in het rode decor, maar de geloofwaardigheid was toch op de dool. Dat Dierickx en Pinoy aan elkaar zijn gewaagd en ook in het dagelijkse leven goed overeenkomen, spat overduidelijk van het podium.
Iemand had de voorstelling een paar dagen voordien tot ‘vrouwenstuk’ gebombardeerd. Ik kon dat verwijt onderwijl niet van me afschudden. Het ging inderdaad over vrouwen door vrouwen (de roddels en verwijten (de ‘dikke koe’ en consorten) waren niet mals), ’t was anti-man, van bitches naar best friends, kaderend in een herkenbare familiesaga met de buitenstaander als moderator en commentator.
Een vlot stuk met een rollercoasterende tekst, pittige grollen en twee vlammende vrouwen. Maar ik miste dat ene bouillonblokje voor het ‘ietsje meer’-gevoel…
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
't Is de schuld van de drank, meneer.
Ik ben naar Mexico gekomen
Het land van liefde en van zon
‘t Was in de schaduw van de bomen
Dat net als in dromen
Het sprookje begon
En zo begint ook het sprookje dat Onder de vulkaan heet. Een driftig sprookje, dat wel, maar ’t valt behoorlijk te pruimen.
Er hangt onheil in de lucht als Bert Luppes het publiek toespreekt vanop een lege bühne, de bundel licht die uit zijn voeten ontspruit is de voorbode van het technologische spel met licht, beeld en klank dat komen zal. Josse De Pauw bijt de spits af, zijn geprojecteerde hoofd declameert met doorrookte stem de bewuste brief van de Britse consul (hijzelf). De Tovenaar van Oz is niet veraf: hoe angstaanjagend zijn door vlammen omringde verschijning aanvankelijk ook lijken mag, zo’n krachteloos verschrompeld mannetje is-ie in wezen. Maar aan fierheid geen gebrek. De Pauw mijdt ‘de persiflage van de dronkenlap’ door er een krachtige interpretatie van te maken. Geoffrey Firmin zwalpt statig en met scherts, waardoor hij charmeert in plaats van mogelijke meelij te wekken. Die eer gaat naar Yvonne, zijn vrouw. De weinige woorden die ze lost, duiden op hoop die al lang vervlogen zou horen te zijn. Drank is den duvel en liefde laat de wereld draaien, maar wie biedt uiteindelijk meer?
In het tranendal van de deliria is Firmin koning. Alle andere personages dartelen rond hem, in de hoop hem, maar ook zichzelf te redden. ’t Is een gewroet van jewelste. De Pauw spant de kroon. Luppes staat voor 7, maar brengt ze grandioos subtiel samen in Laruelle. Damen (schoon toppeke!) lijkt bang van haar eigen woorden, en prevelt erop los (waar zagen we dat nog?). En Van Eeghem, tja… Die baant zich een weg tussen beek, bos en tekst, beroert Damen en passant, maar daar blijft het ook bij. Tussen het gepalaver door krijgen we via het decor een glimp van Mexico te zien. Het werkt. We proeven de coctails, ruiken het groen, vallen mee op de kasseien. Wanneer de beelden op zijn en de klank zwijgt, zorgt de naakte scène voor een wrange nasmaak. Dat vraagt om stevige slok tequila, por favor!
Een paradijs op aard
Reageer als eersteJa dat ben jij
Mexico, Mexico (olé)
Bewaar dit item (0)
Zieltjesgymnastiek
Bij mij is ‘t wel gelukt, Het Hertenhuis heeft mij geraakt. Òndanks een nijpend slaaptekort en een metgezel met hetzelfde probleem (die dan ook na tien minuten op mijn schouder in slaap viel, lekker gezellig).
Ik heb het gegeven enkele dagen tijd gegeven om te rijpen, maar vatten kan ik het nog steeds niet. En misschien is dat ook helemaal niet nodig. ‘t Was de mélange van ontroering, herkenbare menselijkheid, de wreedheid met de vette knipoog, het magische (ooh, die elfenoortjes!), de rauwe tastbaarheid, wrange vrolijkheid, doorbreking van het stramien (“Ik heb de pest aan dit deel; waarom kunnen we dit niet gewoon acteren?!”) en de gedurfde blootgelegde emoties die het ‘m heeft gedaan. Zoals het ook letterlijk werd uitgesproken, vertelde, verbeeldde elkeen zijn of haar eigen verhaal, wou ook zijn/haar eigen verhaal zijn, de een al iets prominenter dan de ander. Kwam het in het begin allemaal nog een beetje over als een complete chaos, dan ging de wind plots liggen en werd het een sereen samenspel, om drie tellen later weer te ontaarden in een heftige dans van individuen.
Die dollemansrit bepaalde het hele stuk, en vormde ook de allegorie voor de bijhorende emoties. De diversiteit van het menselijke ‘omgaan met…’ is tenslotte wat ons allemaal typeert en bindt. We leven niet alleen, maar wel op ons eigen manier, nu eens naar elkaar toe, dan weer van elkaar weg. Met als enige overeenkomst dat we er ooit zijn gekomen, maar ook ooit weer verdwijnen. En dat besef is ondefinieerbaar.
Voor mij zat er dus geen handleiding, essentie of boodschap bij Het Hertenhuis, ‘t was doodgewoon even stilstaan, een mooi medicijn voor het mens-zijn, een tijdelijke zalving, een aspirientje dat twee uur heeft gewerkt. En meer moet dat soms niet zijn.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Konijn zonder pruimen
Niets nieuws onder de zon wat mijn oordeel betreft.
Matig: check, langdradig: check, clichéhumor en oeverloos voortgeborduur op ‘t zelfde élan: check, nutteloze kip: double check, herhaaldelijk horloge(ge)check, ...
Ik betrapte mezelf trouwens op schampere lachjes uit schuldgevoel, ondertussen op zoek naar de humor in de grollen.
Reageer als eersteNee, de aankondiging klonk dan wel veelbelovend, in werkelijkheid bleek het om niet meer dan de aankondiging zelf te gaan. Hier had heel wat spectaculairders kunnen gebeuren. Iets met dat maillootje van Herr Schauspieler bijvoorbeeld, zowat ‘t enige spannende sur scène. Zonde!
Bewaar dit item (0)
Billenkoek met boeken
Boekenprogramma’s. Ze hebben op de televisie (de Vlaamse althans) nooit echt gewerkt, live lukt het blijkbaar wel. De Balzaal barst zowaar uit zijn voegen, het publiek is duidelijk van het trouwe en standvastige soort. Op de billetjes dan maar, met zicht op de zwartleren zeteltjes op en draadwerk onder ‘t podium. Zo gaat het meer op een radioprogramma lijken, maar klagen doen we niet, want Sabbes stem is zoetgevoosd, Opbroucks geestdrift werkt ook zonder beeld en de andere panelleden lijken in hun sas.
Dit allemaal met dank aan een Chileen die begin 21ste eeuw een turf van jewelste uit zijn pen heeft gekregen. En de liefde is groot. Ondanks/Dankzij de massa leesvoer. Want letterliefhebbers van dit kaliber smaken zulke kolossen wel, zoveel is duidelijk. Of ze kunnen op zijn minst goed doen alsof. Zoals de voorlezeres van dienst verwoede pogingen doet haar tekstfragmenten tijdens de lezing te snappen, maar live door de mand valt.
Goed, verder geen gezeur want zowel jubel als hype blijken terecht. Er komt zelfs een knap staaltje analyseerwerk aan bod. “Kwaadheid op het ongrijpbare”, horen we Anna Luyten declameren, Jos Geysels heeft het over een moedeloos aanvaarden van de rauwe realiteit (in zijn woorden “This is it”). Marleen Temmerman charmeert door haar persoonlijk leesavontuur, de jongetjes on stage lijken het goed met elkaar te vinden en werpen op tijd en stond een plagend kwinkslagje heen en weer.
En zo keuvelt het gezelschap de twee uur vol. Het publiek vindt het allemaal prima (hoewel hier en daar een knikkebollertje in de massa wordt gespot): de leestips worden gretig neergekribbeld en zorgen samen met de tombola voor een vermakelijke noot (hulde aan Wilfried Martens!).
Zo tussen het lezen door is Uitgelezen een prima uitlaatklep, zo horen we ‘t ook eens van een ander. Of er daadwerkelijk iets met dat lijstje leesideetjes zal gebeuren, dat zien we dan wel weer.
Eerste punt op de agenda: overwegen wat we met die bejubelde kluit aanvangen (lezen, of toch maar doen alsof?). En op tijd komen, natuurlijk.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Big Brother voor gevorderden
‘t Zal je maar gebeuren. Opgesloten in een huis-voor-de-gelegenheid, met camera’s in alle hoeken die je doen en laten vastleggen voor gretige kijkers op de sofa. Alles wordt uitgediept, uitvergroot en moet op de koop toe nog eens worden verklaard, liefst met veel drama. En dat allemaal op vrijwillige basis. Kassys stelt deze recente drang naar voyeurisme en wanhopige pogingen van de mens zich te onderscheiden van de massa in vraag met Good Cop Bad Cop.
De voorstelling kan op zijn minst interessant genoemd worden. Waar ik mij voor aanvang (nodeloos) zorgen maakte over het ‘been there, done that’- effect van het thema, daar vulde Kassys het gegeven lichtjes schitterend aan met originele invalshoeken. Zo was er niet alleen het dierlijke aspect (Animal Farm meets Nineteen Eighty-Four), ook de recursieve invulling zorgde vooral voor heerlijke herkenbaarheid (reality uit reality in realiteit zeg maar). De “Ik had zoiets van…”-en en droge waarnemingen waren alompresent. Te weten dat heel wat mensen echt zo zijn, denken en leven zorgt in televisiereality meestal voor plaatsvervangende schaamte bij de toeschouwers, hier mengt die zich ongestoord met schaamteloze lachbuien. Want lachen met blijft nog altijd leuker dan lachen om…
George Orwell voorspelde het al in 1949, wij maakten het iets later werkelijk mee, maar het heeft voor mij tot gisteravond geduurd eer ik werkelijk ben gaan genieten van ‘mensen in een hok’. Meer van dat, Kassys: I like!
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Ademloosheid troef
Onder het mom van “ ’t Is toch ne keer iets anders ee?!” durft een gemiddeld mens zijn culturele grenzen wel eens verleggen op een doordeweekse avond. Zo’n avontuur gaat doorgaans gepaard met een afwachtende, doch min of meer schuchtere kritische houding (“Moet dat nu, zo hoog in de nok?”) het monsteren van binnenkomend publiek (“Zijn dit ook beginnelingen of spot ik daar een professioneel exemplaar?”) en eventueel nog een snelle plaatswissel (“Moet dat nu, die paal in het blikveld?”). En toch: vol verwachting klopt ons hart. Bij de eerste oerkreten vanaf het podium wordt nog lichtjes onzeker over het fluwelen zitje geschurkt, zowel op zoek naar een ideale positie om anderhalf uur te kunnen vervolmaken, als bevestiging op de flauw verlichte gezichten van medetoeschouwers (“Zie ik daar nu een frons? Is’t een kenner of doet-ie maar alsof?”) Geforceerde lachsalvo’s op scène doen de kuchjes en het onwennige gefriemel in de zaal uitsterven, net als de opwelling om nog snel-snel gebruik te maken van de vooraf uitgestippelde vluchtroute.
Wat volgt is een wirwar van gehuppel, gekronkel, gebrul, gesleur en gedraai. De nekhaartjes komen recht te staan, de linkervoet begint aan een anderhalf uur lange dut en bij momenten wordt de onderkaak betrapt op omlaagvallen. Het kan aan een volslagen groenheid liggen, aan de geestelijke status van ’t moment of aan het compleet stilgeworden publiek, maar de wereld stopte voor mij even met rondtollen en het gezelschap vooraan nam die rol voor een uur over. De vooraf kritisch aangemeten houding verdwijnt als sneeuw voor de zon en het hoofd zou voor de rest van de tijd in de zone van de buurvrouw rechts gaan hangen. Op het moment dat dans, muziek en zang voor het eerst samenkomen weet ik even niet meer waar ik het heb.
Het breekpunt komt er wanneer de Turquoise Zitvlakschudster aan haar “Komen en gaan”-stukje begint. Ik ontwaak uit mijn extatische sluimermodus en begin te letten op kleine, frappante dingetjes. Zo zijn er steeds maar weer diezelfde sprongetjes en draaibewegingen die herhaald worden. Ook de muziek lijkt voort te kabbelen, en ik begin mezelf erop te betrappen dat ik in stilte juich als contratenor en sopraan zich samenvoegen en geïrriteerd grimas als een van de twee zich weer eens aan een solostukje waagt. Het einde lijkt in zicht maar komt toch niet. De begrafenisscène en de stok liggen té voor de hand en stiekem ben ik blij dat ik vanop mijn balkonnetje bijna niks van het gesproken woord versta, want dit doorprikt de sfeer iets te opvallend. Shut up and dance, lijkt mij.
Wat is de algemene toestand aan het eind? Vrijheid, want een voet die slaapt en een paal in ’t zicht is toch niet zo gezellig. Blijheid, want ’t was me toch een serieuze ontdekking. Op naar volgende avonturen!
Reageer als eersteBewaar dit item (0)