Kjel
- Lid sinds 24 sep 2009
-
Ik wil Kjel volgen
(Wat is dit? Wil je volgen wat een Vooruitlid doet? Welke voorstellingen deze persoon wil gaan zien of zag? Zijn reacties? De leden die hij zelf volgt? Wijzigingen aan zijn profiel?
Meld je aan en klik op “Ik wil X volgen”. Op je persoonlijk dashboard krijg je bericht zodra hij iets verandert.)


Mijn verwachtingen lagen nogal verkeerd. Op de site van vooruit stond er een filmpje, maar dat moet blijkbaar over hun vorige voorstelling hebben gegaan. Daar maakten ze een choreografie met het decor en waren ze vertrokken van de interesse hoe we verhalen begrijpen.
Vergeleken daarmee – indd, vergelijken is niet goed – vond ik deze voorstelling nogal mager. Het is zoals in het nagesprek het toppunt van navelstaarderij. Ze vertelden over het maakproces van hun voorstelling en over de moeilijkheden die daarbij komen kijken. Een maakproces dat uiteindelijk nog mislukt ook.
Het is wel interessant om te zien hoe je soms met een beginidee over iets zit, maar dat je allerlei zaken over het hoofd ziet waardoor het fataal in het honderd kan lopen. Dat hebben Bryssinck & Peeters in het eerste kwartier eigenlijk al duidelijk gemaakt, waardoor de volgende drie kwartier gewoon wat variaties waren op het eerste kwartier die volgens mij weinig toevoegden. Hun vertelstijl is wel grappig en aangenaam, maar niet inventief genoeg om een uur lang te blijven boeien. Zo is het een verhaal geworden die wel leuk zou zijn om in het vooruitcafé te horen, maar niet de moeite is om diep in je portefeuille te scharten.
Maar indd, Bryssinck zijn kostuum is wel goed lachen.
1 reactieBewaar dit item (0)
Charlotte Vanden Eynde :: “Wat je ook doet met je lichaam, je gaat er altijd betekenis in leggen.”
Voor de geïnteresseerden: hieronder een interview met Charlotte Vanden Eynde door goddeau.com in samenwerking met 5forstudents.
Naar aanleiding van haar langverwachte voorstelling I’m Sorry It’s (Not) A Story hadden we een gesprek met Charlotte Vanden Eynde over haar lange stilte, haar werkproces en het probleem van betekenis geven.
Charlotte Vanden Eynde studeerde als tweede generatie student af aan P.A.R.T.S., de hedendaagse dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker. Ze is nooit de meest virtuoze danseres geweest. Onder het motto ‘Wie niet sterk is, moet slim zijn’ ging ze van meet af aan op zoek naar manieren om zo weinig mogelijk te dansen. Haar producties kennen dan ook een eerder statische en sculpturale inslag. Met voorstellingen als Lijfstof (2000) probeerde ze door de confrontatie met objecten het lichaam van zijn alledaagse betekenis te ontdoen. In vreemde constellaties lijkt het lichaam meer op een homp vlees dan op de drager van gedachten en gevoelens. Deze benadering van het lichaam is toen heel enthousiast onthaald geweest. Na Beginnings/Endings (2005) is het vier jaar stil geweest.
Charlotte Vanden Eynde: “Ik was al een tijdje aan het denken om efkes te pauzeren. Soms kun je het gevoel krijgen dat je niet meer goed weet hoe artistiek verder te gaan. Misschien dat je dan ook wat herbronning nodig hebt. Ik voelde dat vooral als een soort afstand nemen en dan wachten totdat je terug zin krijgt. Je mag het niet uit ‘verplichting’ doen, omdat de mensen nu eenmaal verwachten dat je iets maakt. Dat was eigenlijk de belangrijkste reden. De vorige voorstelling Beginnings/Endings is ook redelijk moeilijk verlopen. Er kwam niet veel respons. Er wou toen ook een van de dansers niet meer meedoen. Dat kan je wel wat ontmoedigen. Het was zo een beetje een samenloop van omstandigheden.”
Goddeau: Na vier jaar terug met volle goesting in de studio gekropen?
Vanden Eynde: “Ja, absoluut.”
Goddeau: Ging het vanzelf?
Vanden Eynde: “Mja, toch efkes inwerken. Het was de vraag hoe te beginnen en hoe een weg erin te vinden. Ik wou vrij open beginnen en niet al met een duidelijk beeld zitten van wat ik wou gaan doen. Gewoon zien wat er komt. Eens ik dan gestart was ging dat echt supergoed. Het was, afgezien van een productie uit de tijd dat ik nog studeerde, de eerste keer dat ik een hele voorstelling helemaal alleen maakte. Ik vond dat echt wel heel fijn. Je kunt veel sneller beslissingen nemen omdat je aan niemand verantwoording moet afleggen. “
Goddeau: Hoe ga je dan te werk als je met een volledig onbeschreven blad de studio in trekt?
Vanden Eynde: “Je kunt jezelf opdrachten geven. Als je alleen werkt kun je dat heel open houden. Ik heb een videocamera aangezet en me daarvoor gezet op een stoel en dingen gezegd. Gewoon laten opkomen wat je voelt of denkt. Ik heb dingen met objecten geprobeerd of ik kon gewoon muziek opzetten en wat bewegen zonder dat ik op voorhand dacht van zus of zo. Ik heb ook eens met kinderverhaaltjes op cassette gewerkt die worden voorgelezen en dan deed ik gewoon wat erbij in mij opkwam. Dat heb ik gefilmd met de videocamera. Na twee weken had ik het gevoel dat ik met de bewegingen wilde verder werken. Ik had dingen gedaan die ik wel interessant vond. Die moet je dan verder uitwerken en langzaamaan krijg je een idee waar het over zou kunnen gaan. Ik vond het heel interessant om te werken met dat gegeven van beweging terwijl ik in mijn vorig werk bijna altijd objecten gebruikte en toch wel meer beeldend werkte. Het is een onderzoek naar hoe je enkel met beweging toch beelden kunt oproepen of een emotie vertalen zonder dat het heel illustratief wordt.”
Goddeau: Het is niet de makkelijkste voorstelling. Kun jij zeggen waar ze precies over gaat?
Vanden Eynde: “Neen, want het is niet de bedoeling dat het per se ergens over gaat. Dat zegt de titel eigenlijk ook. Je kunt er van alles uithalen. Er zijn mensen die zeggen dat het over volwassen worden gaat. Het kan wel dat dat erin zit, maar ik heb dat er niet bewust ingestoken. Het publiek vraagt vaak waarom ik die of die beweging maak of wat dat beeld betekent. Terwijl het eigenlijk niet de bedoeling is om dat te vragen.”
Goddeau: Hangt er voor jou een betekenis in begrippen aan vast?
Vanden Eynde: “Nee, niet per se. Voor mij is het wel belangrijk dat het iets kan oproepen bij de mensen. Wat het dan oproept dat zou eigenlijk uit jezelf moeten komen. Het kan zijn dat het je ergens aan doet denken of dat het een bepaald gevoel creëert. Of dat je denkt dit of dat te zien, soms zie je echt heel absurde dingen. Daar gaat het voor mij uiteindelijk om. Als iemand vraagt ‘wat betekent het als je dat doet?’ dan vind ik dat jammer. Ik kan er zelf ook een betekenis aan geven. Voor mij bijvoorbeeld, als ik zo met mijn handen op mijn schoot wat vooruit schuif tijdens de voorstelling, dan voel ik mij een oud vrouwtje. De beweging noem ik ook ‘het oud vrouwtje’, maar het ís niet per se een oud vrouwtje. Het is gewoon een bepaalde vorm die je lichaam aanneemt. Je maakt bepaalde bewegingen en je kunt daar bepaalde ideeën bij krijgen. Misschien ben ik gewoon moe of heb ik zeer aan mijn benen. Dat kan van alles zijn. Misschien zie je gewoon een lichaam dat voorover gebogen staat en heb je er helemaal geen emotie bij. De mensen kunnen ook kijken zonder zich af te vragen wat ze zien. Je moet niet op alles woorden gaan plakken.”
Goddeau: Je begint met een blauwe jurk, dan een rode. Er zit precies een soort evolutie in je personage.
Vanden Eynde: “Je kunt dat er inderdaad in zien. Voor mij betekent dat niet specifiek iets. Ik wou gewoon met verschillende kleuren werken. Als je een kleur aandoet geeft dat ook een bepaalde sfeer. Rood is iets heel anders dan lichtblauw en ik vond het wel interessant om te zien hoe dat ook je beweging kleurt. Je hebt ook het uittrekken van het ene kostuum en het andere dat verschijnt, wat ik gewoon een heel mooi beeld vind. Met dat liedje erbij van dat jongetje dat zegt dat hij nooit meer terug komt. Nada Gambier, mijn coach, zei dat het haar deed denken aan mensen die verdwijnen en een nieuwe identiteit aannemen. Dat vond ik wel leuk. Maar daar gaat het natuurlijk niet over. Dat is net zo fijn aan dans, dat je veel associaties kunt hebben zonder dat het daarover gaat. Je verbeelding wordt geprikkeld.”
Goddeau: Uit vorige voorstellingen zoals Lijfstof spreekt een grote interesse voor het lichaam als materiaal. Dat is een notie die voor niet-dansers soms moeilijk te begrijpen is. Denk je daar als danser bewust over na of is dat eerder iets intuïtief?
Vanden Eynde: “Ik denk dat het inderdaad voor een groot stuk intuïtief is. Dat is iets waar ik nu op dit moment ook niet meer zo mee bezig ben. In die tijd had ik zin om daar rond te experimenteren. Als danser ben je toch heel hard met je lichaam bezig. Dat aan het trainen, dat voortdurend ‘in vormen aan ‘t steken’. Het is je materiaal, bijna gelijk een hoop klei. Ik had toen zin om met dat idee eens heel ver te gaan. Jérôme Bel’s tweede voorstelling (Jérôme Bel, 1995, nvdr) toonde ook die pure materialiteit van het lichaam. Het is wel iets conceptueler, maar daar zie je ook een man en een vrouw die iets hebben van ‘ah, ik heb hier een vetrolletje’ (knijpt in haar eigen buik). Of ‘kijk ik kan er op tekenen’. Zo vree klinisch met dat lichaam. Ik vond dat heel fascinerend, dat is een heel andere manier om met je lichaam om te gaan op een podium.”
Goddeau: Draagt een lichaam dan eigenlijk nog betekenis?
Vanden Eynde: “Toch wel, dat draagt altijd betekenis en dat vind ik er net zo interessant aan. Wat je ook doet met je lichaam, je gaat er altijd betekenis in leggen. Mensen doen dat gewoon, ze zoeken overal betekenis in. Dus ik vind het een beetje raar dat je zegt dat het dan geen betekenis meer heeft. Dat lijkt me dan meer iets in jouw hoofd (lacht). Wat het wel niet meer heeft zijn de maatschappelijk gecodeerde betekenissen van een man en een vrouw met een broek en een jas en schoenen aan. En als je die beweging maakt (gaat met haar vlakke hand op en neer) betekent dat ‘wacht efkes’. Dat zijn gecodeerde betekenissen. Natuurlijk, als je in een doos gaat zitten en je ziet alleen nog maar je arm en je rug dan is die codering weg, maar het heeft wel nog steeds een betekenis.”
Goddeau: Tegenover Lijfstof vind ik het lichaam in I’m Sorry It’s (Not) A Story precies veel minder een ding. Het probeert, zoals de titel verraadt, opnieuw verhaaltjes te vertellen.
Vanden Eynde: “Daar was ik inderdaad bewust terug naar op zoek. In het eerste stuk heb je wel nog dat ik bijvoorbeeld in mijn hand spuug en dat open wrijf. Dat heeft wel nog dat klinische, maar heeft ook wel een emotionele lading. Je kunt in al die bewegingen heel gemakkelijk betekenis invoegen.”
Goddeau: Je vertelt ook sprookjes.
Vanden Eynde: “Ja, ik had wel zin – als ik dan toch aan het werken was met betekenis – om ook iets te zéggen, want dat is natuurlijk hét middel om betekenis te communiceren: het spreken. Bij die sprookjes ben ik redelijk intuïtief terecht gekomen. Dat heeft waarschijnlijk veel met mijn dochtertjes te maken. Die zijn drie en zes jaar en die zitten volledig in hun sprookjestijd. Wat in mijn persoonlijk leven gebeurt, beïnvloedt mij altijd in mijn werk. Wat ik ook interessant vind aan sprookjes is dat ze beelden meegeven over het leven en de mensen. Voor een stuk is dat reëel, soms heel wreed en soms heel romantisch. Het is wat dubieus allemaal. Ik vond het heel interessant om daarmee te werken omdat ik deze voorstelling in zekere zin ook voor mijn dochtertjes gemaakt heb.”
Goddeau: Zijn ze al komen kijken?
Vanden Eynde: “Nee, maar ze komen wel naar de voorstelling in Gent. Ik ben benieuwd wat ze ervan gaan vinden. Vroeger heb ik ook nog meegemaakt dat er kinderen kwamen kijken en hun reacties zijn altijd heel leuk. Ze vinden sommige dingen heel grappig. De verbeelding van kinderen is nog heel levendig.”
Goddeau: Volwassenen hebben het daar soms moeilijker mee waardoor men je voorstellingen vaak minder toegankelijk noemt. Heb je nog een kijkstrategie voor je publiek?
Vanden Eynde: “(denkt) Dat ze komen met een openheid, zonder vooroordelen en dat ze het vooral niet proberen te begrijpen. Dat kan je heel snel blokkeren. Je moet niet te snel tijdens de voorstelling al denken of je het nu goed of niet goed vindt. Probeer gewoon heel goed te kijken en probeer je eigen verbeelding aan te spreken. En zegt het je niets dan zegt het je niets. Van sommige mensen hoorde ik dat het pas dagen later iets los maakte. Dat is ook goed. Voor mij is een voorstelling geslaagd als je ze mee naar huis neemt, als het niet gewoon consumeren is.”
www.goddeau.com
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Gong Linna en de traditionele zangeressen zijn zeer straffe muzikanten, maar ik raakte niet over die gewilde authenticiteit. Het deed mij teveel denken aan ouderwetse folklore, aan dierentuinen waar je een ander volkje kunt bekijken. Zoals onze Congolese maten op expo ‘58. Die mensen wonen hoogstwaarschijnlijk niet meer in een gemeenschap waar ze nog feesten en zingen op die manier. Het is dan ook maar vreemd om de pretentie van authenticiteit mee te nemen. Zoals indianen die op de straathoek hun indianenzang en dans doen, maar geen enkele band met die roots meer hebben. Zelfs als het nog bestaat en als de twee Li’s werkelijk in een traditionele gemeenschap leven, vind ik het niet gepast in de domzaal van de vooruit. Als je zoiets uit zijn oorspronkelijke context haalt, verliest het zijn kracht en wordt het een showtje, een vertoning van hun kunnen, van hun beheersing. Dat bleek uit wàt ze zongen, pure staaltjes virtuositeit. Jawel, ik was ervan onder de indruk, maar niet meer dan dat. Kers op de taart van het soms genânte vertoon was toch de gespeelde dronkedoenerij.
Gong Linna, was dan weer beter. Die had niet die pretentie en was iets eigenzinniger, al was een zekere mate van behaagzucht haar precies niet vreemd. Ook zij scoorde als het sympathiek chineesje en dat bedoel ik niet als een compliment. Scoren doe je in de eerste plaats met kwaliteit en niet met je vreemdheid, dat is te gemakkelijk. Uiteraard was haar muziek en stem zeer kwalitatief, maar dat laagje exotisme was me er te veel aan.
Onvergetelijk was Wu Fei die veel compromislozer aan de slag ging. Ze geeft een volledig eigen draai aan haar muziek. Haar virtuositeit is minstens even groot als de voorgaande artiesten, maar omdat ze er hier mee creatief aan de slag gaat, vond ik haar veeel aangenamer om te zien en te horen.
Het eerste nummer leek wel een improvisatie van een twintigtal minuten. Ze gebruikt dondert van boven naar onder, van links naar rechts over die harp en trekt daarbij alle registers open. Het tweede nummer was dan iets experimenteel. Niet echt mijn ding, maar wel interessant om te zien wat je nog allemaal met zo’n harp kan doen. Enfin, zij heeft de avond wel gemaakt voor mij.
Spijtig van de minder enthousiaste publieksreacties voor Wu Fei in vergelijking met het eerste deel. Misschien was het wel de intiemere muziek die een intiemer applaus uitlokte. (Al verklaart dat nog niet de leeglopende zaal.)
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Woooo! Ongelofelijke ervaring. Completement hors catégorie.
Eerst briefing in de blokhut over wat er gaat gebeuren. Iedereen precies nog zenuwachtig (of de laatste slaap er uit aan het jagen). Vervolgens de lift naar beneden. Een knappe dame wacht ons op, amai. We worden een donkere kamer binnengeleid. In een cirkel hangen vijf jassen met rugzak, laptop, koptelefoon en schermpjes. De hele apparatuur wordt bevestigd.
Je krijgt het verhaal te horen dat je naar je werk gaat en daar plots een uur ‘out’ bent. Overschakeling naar die werkelijkheid via het beeldscherm. Net echt. Als je links kijkt zie je je computer. Rechts je arm. De secretaresse (die schone madam van daarnet) staat daar in die virtuele ruimte tegen je te spreken. En neemt je hand vast. Het maffe is dat er in de werkelijke ruimte op hetzelfde moment ook iemand je arm vastneemt. Benauwelijk.
Dan een scene thuis met je vrouw. Er gebeurt hetzelfde. De volgende dag ben je twee uur ‘out’, de volgende dag drie uur. ‘Zie je de cyclus? Elke dag een uur werkelijkheid minder’ Tot je het volledig verliest en door mistige ruimtes dwaalt. Hier dozen, trappen, plots een paard. Door het gewicht van die apparatuur op je kop krijg je het wat benauwd en claustrofobisch, maar past perfect bij de sfeer van de beelden. Helemaal in de war eruit gekomen. David Croonenberg-sfeertje. Deed me erg aan existenz denken. (Aanrader trouwens.)
De techniek staat nog niet helemaal op punt. Het scherm kantelde soms. Toch onvergetelijk. Ik wilde nog eens gaan, maar het zit al helemaal vol. In mechelen ook. Erg spijtig voor zij die het hebben gemist.
Reageer als eersteBewaar dit item (0)
Sierens zijn voorstellingen vind ik altijd heel geestig. Zo ook deze. Maar nooit veel meer dan dat. Het blijft nooit erg lang hangen.
Reageer als eersteHij is een meester in het neerzetten van typetjes die sowieso herkent uit je omgeving. De oudere vrouw die op alles tot in de puntjes voorbereid is, graag complimentjes vangt, zich sjiek gedraagt, maar met een scheve voet in het huwelijk en het leven staat. Het jonge, losse geval. Gespeeld door twee monumenten Marijke Pinoy en Wine Dierickx. Staande in de rode ronddraaiende podiumconstructie waar ze kakelend in verdwalen.
Maar vooral een geestige voorstelling dus.
Vooral geestig.
Bewaar dit item (0)
Beste Marlies,
Er heeft nog een Fiver zich aan deze toch niet al te makkelijk te slikken solo’s gemaakt. Blijkbaar ben ik toch meer fan dan jij.
Vooral van het eerste deel dan Lamentatio. Deze vond ik “makkelijker kijken” wat vooral kwam door de persoon en het lichaam van Marie Decorte. Hoe ze opkwam en daar gewoon stond en zich liet bekijken. Dat vreemde gezicht met de strakke haren. Een grimas die voortdurend leek te veranderen en toch dezelfde was. Het leek een blik van trots, van zich boven iets zetten om er niet onder te vallen, een blik van bescherming, een muur met barsten. Ze stond er zo lang, zo bang en zo verstild. We mochten door die barsten gluren. Verschrikkelijk voyeuristisch. Daarom is theater zo leuk, omwille van het schaamteloos kijken. Onze blik is onverdraagbaar, ze kan er niet blijven staan. Verward loopt ze rond in de gapende ruimte, een uitweg zoekend. Die niet vinden. Dan maar het gevaar recht in het gezicht kijken en terug naar voor, naar ons. De armen overstrekt naar voor, een benauwelijke vervorming. ‘Neem mij, verscheur mij’. Het is merkwaardig hoe je op de kleine dingen begint te letten als er niet werkelijk iets gebeurt. Hoe haar voeten niet meer de symmetrische zekerheid hebben, hoe haar handen ongelijk de lucht ingaan. Hoe het gezicht de trots niet in de plooi kan houden.
We kijken tot het haar teveel wordt. De muziek wordt nu begeleidt van een exuberante beat. Ze klapt toe, naar de grond. Verkrampingen die je liever niet wilt zien, maar je hebt het zelf veroorzaakt. Jij was aan het kijken. Ze maakt haar haren los. Losse lange haren doen me altijd denken aan waanzinnig betoverende vrouwen. En aan Munch: http://www.artinthepicture.com/artists/Edvard_Munch/vampire.jpeg
Met andere woorden behoorlijk heavy dat eerste deel.
Het tweede deel vond ik minder interessant, grotendeels omdat de man me niet aansprak. Hij trok mijn blik niet waardoor ik er niet echt bij was.
Zeer gewichtig en zeer ouderwets. Zeker niet voor elke week. Toch de moeite om eens te bekijken.
PS: Een kogel voor al die giechelende miekes in de zaal.
1 reactieBewaar dit item (0)
is dat nagesprek gefilmd geweest? daar staat enkel een fotootje… ik zou het graag willen zien!
1 reactieBewaar dit item (0)
Een gigantische snotvalling en de niet al te beste plaatsjes helemaal bovenaan het balkon gaven nogal wat moeilijkheden om goed te kunnen volgen. Ondanks dat toch een heel erg knappe voorstelling. Het lawaai waar Jan-jasper het over heeft aan het begin van de voorstelling gaat gepaard met ongecontroleerde bewegingen van de dansers. Elk voor zich worden ze gedreven door impulsen waar ze slechts weinig over te zeggen hebben. Het is letterlijk het uit-drukken van gevoelens. Alsof de spanningen die daar ergens in hun lijf waanzinnig circuleren zich een weg naar buiten drukken.
Waar het eerst ieder voor zich is, ontstaan er geleidelijk aan relaties. De humor is hier inderdaad niet ver te zoeken. Het speelse negerinnetje met de dikke poep die een vent zijn kop zot maakt door steeds sneller ‘viens’ en ‘part’ te roepen. Persoonlijk vond ik die minder geslaagd. Wel prachtig is het volgende koppel. Hier is niet langer één iemand de dominante partij. We zien twee mensen die heel graag bij elkaar willen zijn, maar er blijft steeds iets wat hen scheidt. Hier is dat een stok die opgespannen zit tussen hun beider rompen en vervolgens dient voor een sterk staaltje choreografie/acrobatie.
In de laatste scenes lijkt het dan alsof ze allemaal sterven. Van de stuiptrekkingen van in het begin is al lang geen sprake meer. Het lijkt wel alsof ze rust hebben gevonden. De heroïek van de dood krijgt zoveel meer diepte door de live-muziek van Händel. Voortdurend vroeg ik me af waar de muziek nu eigenlijk over ging. Dat moet het wel nog meer cachet geven. Omdat ik de dans vanop het balkon niet zo ontzettend goed kon zien, heeft het orkestje en de zang mij nog het meest in vervoering gebracht.
Voor de fans: de intro van Antichrist, de nieuwe film van Lars von Trier heeft ook een verscheurend mooi stuk Händel. http://www.youtube.com/watch?v=tJtY8oOBGCM
Reageer als eersteBewaar dit item (0)