Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



  1. #33 ongeveer 3 maanden geleden over Brazilian Underground Brazilian Undergr... - met Tom Zé, Ferna...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Dat was me nog eens een prettig gestoorde boel. Me zelden zo geamuseerd in een concertzaal als tijdens de concerten van Loop B & Pedro Osmar en Tom Zé. De rest was overigens ook de moeite, zij het entertainend op een andere manier.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  2. #32 ongeveer 12 maanden geleden over Erik Friedlander / Evan Roy / Das Kapital Erik Friedlander ...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Evan Roy kon me niet helemaal bekoren, ik vind de man duidelijk beter in bandcontext met Tribe, en dit was me wat te veel technologische balast (vooral die elektronische basdrum vond ik behoorlijk belachelijk).

    Erik Friedlander was dan weer uitstekend, met een prachtig gevarieerde set die me helemaal meevoerde in de sfeer van die Amerikaanse road trips die hij als uitgangspunt nam voor de muziek. De visuals droegen daar zeker toe bij, maar de muziek van Friedlander op zich is ook al enorm de moeite. Helaas had ik net te weinig geld bij om de cd te kopen…

    Bij het begin van Das Kapital moest ik dan weer heel hard denken aan het “vervreemdingseffect” uit het theater van Bertold Brecht (Hanns Eisler, wiens liederen hier eigenzinnig gecoverd werden was een van de huiscomponisten van Brecht). Dat was niet alleen zo omdat hun muziek een totale stijlbreuk was met de voorgaande concerten, maar ook binnenin de set zelf werden er heel wat bevreemdende dingen gedaan. Vooral de drummer tekende voor een uurtje wacky sounds en actief percussieplezier en was een waar genot om aan het werk te zien. Erg interessante band!

    Al bij al was het een erg mooie avond. Ik heb nu al spijt dat ik er vanavond niet zal kunnen bij zijn!

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  3. #31 ongeveer 12 maanden geleden over Mark Kozelek Mark Kozelek
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Prima concert! Blij dat ik de man eens live gezien heb.

    Setlist: http://www.setlist.fm/setlist/mark-kozelek/2011/balzaal-vooruit-ghent-belgium-33d23015.html

    En de recensie voor goddeau: http://www.goddeau.com/content/view/8738

    Veel treedt hij niet op in de Benelux, die Mark Kozelek, beter bekend als frontman van Red House Painters en Sun Kil Moon. Zijn concert in de balzaal van de Gentse Vooruit kon dan ook op een vrij grote bijval rekenen en luisteraars kwamen van heinde en ver afgezakt om de melancholicus live aan het werk te zien.

    Hoewel hij onder zijn eigen naam totnogtoe maar een plaat uitbracht (What’s Next To The Moon uit 2001, volledig bestaande uit haast onherkenbare AC/DC covers) zijn ook zijn optredens steevast gewoon onder eigen naam. Aangezien zowel Red House Painters en Sun Kil Moon echter in grote mate kunnen worden gezien als soloprojecten met gastmuzikanten in een secundaire rol, kan de man het zich veroorloven om onder eigen naam op te treden, en dat met niet meer dan een klassieke gitaar en zijn typerende stem.

    Dat songs daarbij soms ingekort worden of een totaal ander arrangement toebedeeld krijgen, spreekt dan ook voor zich. Maar Kozelek heeft ook de gewoonte om zijn songs op een open wijze te benaderen en ze vooral muzikaal telkens weer in een ander jasje te steken. Hoe ouder de nummers, hoe meer verschillend ze vaak zijn in live context. Toch verstaat hij ook de kunst om de essentie van de nummers te behouden, waardoor bijvoorbeeld eerste bis “Katy Song” (een Red House Painters nummer) ondanks de naakte akoestische behandeling erg herkenbaar bleef en maar weinig aan zeggingskracht verloor.

    Bijzonder veel variatie in geluid was er door het beperkte klankenpalet niet te horen, ook al zit er een behoorlijke wereld van verschil tussen zijn oudste werk met Red House Painters en het recentste Sun Kil Moon werk. De man is met de jaren immers meer en meer opgeschoven naar een gitaarstijl die tussen folky getokkel en klassiek Spaans gitaarwerk in hangt, waarbij hij dan ook meer en meer nummers volledig solo opnam. Op zijn meest recente plaat Admiral Fell Promises (onder Sun Kil Moon noemer) was dat duidelijker dan ooit, aangezien de hele plaat enkel door Kozelek werd ingespeeld en met meer dan de helft van de songs in een erg klassiek aandoende context. Dat toonde zich ook in het concert, zo werd “Australian Winter” uit die plaat ingeleid met een lange, maar indrukwekkende klassieke intro. Uiteindelijk was het enkel tweede en laatste bis “Mistress” (nog een Red House Painters nummer) dat gespeeld werd zonder enige vorm van getokkel, maar vrij rechttoe rechtaan gestrumd.

    Ook het prijsbeest van die laatste plaat “Ålesund” kent zo een klassieke benadering en zorgde voor een eerste kippenvelmoment vroeg in de set. Een mooi evenwicht vond hij in “Blue Orchids” waarin in het middenstuk plots voluit klassiek gespeeld wordt, terwijl de verzen veel meer naar pakweg Nick Drake of het vroege werk van Leonard Cohen neigen. Uiteindelijk speelde Kozelek zestien nummers, goed voor een dik anderhalf uur muziek, met een vrij evenwichtige mengeling tussen oud en nieuw werk. Vijf Red House Painters nummers passeerden de revue, naast tien nummers uit de Sun Kil Moon catalogus (voornamelijk uit de twee recentste platen April en Admiral Fell Promises) en een cover van AC/DC (een melancholische versie van “You Ain’t Got A Hold On Me” die tussen de rest van Kozeleks materiaal nauwelijks opviel). Met zijn grote achtergrondcatalogus van songs, zijn gitaarspel en zijn stem wist hij zo de balzaal voor anderhalf uur in een heel eigen sfeer onder te dompelen. Een verrassend stil publiek (Kozelek zelf was er verbaasd over, al had hij nog nooit gehoord van Gent en dacht hij op te treden in de stad Vooruit) droeg daar zeker ook toe bij.

    Maar uiteindelijk blijft een live show van Mark Kozelek relatief weinig verrassend en was “what you see is what you get” hier meer dan ooit van toepassing. Dat het niet meer hoeft te zijn dan dat, bewees hij hier met verve. En dat zijn gitaar dan soms ontstemde in het midden van een nummer (niet verwonderlijk, wetende dat hij voor haast elke song zijn gitaar naar een andere tuning herstemde) willen we hem dan ook gerust vergeven.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  4. #30 ongeveer 1 jaren geleden over Rat Event: Little Women / Chaos of the haunted spire Rat Event: Little...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Ik moet toegeven dat ik allesbehalve een freejazzkenner ben. Sterker nog, als het langer dan een halfuur duurt, durft de muziek zelf vaak al snel op m’n zenuwen te werken. Gebrek aan variatie en gebrek aan subtiliteit, zijn dan meestal de zaken die mij storen. Gisteren werd ik echter eens stevig op mijn nummer gezet door de uitstekende double event van het Rat Event, en zal ik mijn visie op het genre behoorlijk mogen bijschaven.

    De leden van Chaos Of The Haunted Spire zijn geen onbekenden in het Vlaamse jazzwereldje. Dit project lijkt ons echter gedoemd om een margeprojectje te blijven, waarin de leden zich uitleven maar waarmee ze weinig succes zullen oogsten. Geïmproviseerde muziek met electronica, dat was het zo’n beetje. Het schipperde tussen ambient noise, harde noise, vette grooves en elektronisch geneuzel, en nog wel wat ander spul. Best een goed concert, maar het duurde wat te lang en er zaten behoorlijk wat inwisselbare momenten in. Gelukkig maakten de mooie visuals en de betere stukken veel goed.

    Waarschijnlijk was het gros van het publiek (een schamele 30 personen) echter vooral gekomen voor Little Women. Niet onterecht ook, want wat de band hier neerzette was ronduit indrukwekkend. Agressie leek een centraal punt te zijn, maar werd dan op andere momenten evengoed gepareerd door zachtere, bijna lyrische passages. Verder bleef ook vaak een strak ritmisch keurslijf de baas spelen, waardoor er van free jazz nu toch ook niet zoveel sprake was. Alleszins, impressionant was het zeker. Het enige wat ik een beetje spijtig vond, was dat de band duidelijk in twee helften (gitaar+drums & twee saxen) was verdeeld, die ofwel samen, ofwel apart speelden, maar niet in onderlinge dialoog gingen. Een stuk enkel Darius Jones (altsax) + Jason Nazary (drums) had bijvoorbeeld wel een mooie aanwinst kunnen zijn, als u het mij vraagt.

    Maar kom, het is een klein randcommentaartje dat uiteindelijk maar weinig afdoet aan de sterke prestatie die gisteren in de balzaal werd afgeleverd. Dat de opkomst zo matig was, is eerder spijtig, maar zij die aanwezig waren hadden het bij het rechte eind.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  5. #29 ongeveer 1 jaren geleden over Jazz & Sounds / dag 2 Vooruit Jazz & Sounds / d... - met Elliott Sharp...
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Ik weet het niet goed in verband met deze tweede Vooruitavond van Jazz & Sounds eerlijk gezegd. In tegenstelling tot de eerste avond was er niets dat echt indruk maakte of waarvan ik het gevoel had een ontdekking gedaan te hebben.

    Nochtans, voor Joëlle Léandre waren de verwachtingen hoog gespannen. De contrabas is immers een fantastisch instrument dat naar mijn mening maar al te vaak naar de achtergrond wordt geduwd in veel jazzcombo’s, en waarvan slechts zelden het volledige potentieel wordt aangewend. Een soloperformance van een van de grootste contrabassistes die Frankrijk rijk is, moet dus wel de moeite zijn. En dat was het ook, niet in het minst door de prettig gestoorde présence en manier van spelen van Léandre. Ze wendde niet enkel haar instrument aan, maar ook haar stem, waarbij ze zuchtte, kreunde en nonsens verkondigde (à la: “c’est la uhh, faute de phrase, fenêtre, flab de france, de sarkozy”). Dat zorgde voor een zekere relativering van het geheel, en de behoorlijk geschifte dingen die ze met haar instrument uithaalde. Daarbij hanteerde ze vooral haar strijkstok waarmee ze allerlei wonderlijke tonen en klanken tevoorschijn toonde. Na afloop hoorde ik haar goedgeluimd en ongetwijfeld eerder ironisch tegen een kennis zeggen “c’était du kaka”. Dat vonden wij niet, maar echt indrukwekkend was het ook niet, zeker niet in vergelijking met de indrukwekkende soloperformance die Stetson gisteren gaf. Om een of andere reden bleven we een beetje op onze honger zitten.

    Over Flat Earth Society ga ik niet al te veel vertellen, gezien Kynicus dat hierboven al mooi gedaan heeft en ik grotendeels met hem akkoord ga. Dit was niet FES in topvorm, vrij chaotisch en rommelig, maar wel nog steeds knotsgek en interessant. Over de bijdrage van John Watts, die ofwel vrij dronken ofwel vrij gestoord was, weet ik nog steeds niet of ik dat nu goed of slecht vond. Enerzijds banaliseerde hij het geheel enorm door zijn aanwezigheid, anderzijds heeft de muziek van FES sowieso al een zekere banaal gehalte (bewust, door de integratie van kermismelodietjes en dergelijke, en daar heb ik hoegenaamd geen probleem mee). Misschien is het ook omdat ik de muziek van Fischer-Z totaal niet ken, en ik dus ook geen vergelijking kon maken.

    Afsluiter Elliott Sharp’s Carbon, was een beetje de vreemde eend in de bijt. De enige muzikant die echt indruk maakte op mij was de drummer, die uitzonderlijk technisch begaafd was, al was zijn stijl zelfs niet in de verte verwant aan jazz. De rest van de geluiden (die overigens vrij gedateerd klonken, ik had echt het gevoel naar een progrockband uit de jaren 80 te kijken, wat het eigenlijk ook wel een beetje was!) deed mij eerder weinig, en het grootste deel van de nummers leek mij totaal inwisselbaar. Allemaal hadden ze als belangrijkste bestanddeel een vrij constant ritme waarboven een heel tapijt aan basklanken werd uiteengezet. Het lag waarschijnlijk voor een stuk ook aan de akoestiek (de balzaal is nu eenmaal geen echte topzaal voor zwaar versterkte concerten), maar dat werd toch wel gemakkelijk een vrij eenvormige geluidsbrij. Er zaten betere stukken in, vooral het laatste nummer, maar over het algemeen vond ik het niet echt memorabel. Het grootste deel van het publiek vond dat blijkbaar ook, want aan het einde was wellicht maar een vijfde van het aanvankelijke publiek nog gebleven.

    Toch kom ik niet terug op mijn eerdere woorden in verband met Jazz & Sounds. Ik vind het nieuwe festival nog steeds een uitstekend initiatief. Dat daarbij dan wat zaken worden geprogrammeerd die iets minder mijn ding zijn of waarvan ik minder overtuigd geraak, neem ik er graag bij. Ik heb er nu al spijt van dat ik de zaterdag volledig en de zondag gedeeltelijk zal moeten missen.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  6. #28 ongeveer 1 jaren geleden over Jazz & Sounds / dag 1 Vooruit Jazz & Sounds / d... - met Colin Stetson...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Een uitstekende openingsavond

    Na één avond Jazz & Sounds meegemaakt te hebben kunnen we toch al spreken van een zeer geslaagd festival. Niet alleen zat de opkomst wel snor, getuige de goedgevulde Theaterzaal bij Erik Truffaz, maar ook de muziek was van een bijzonder hoge kwaliteit deze eerste avond.

    De documentaire over Han Bennink heb ik helaas moeten missen, maar blijkbaar hadden we wel de goede keuze gemaakt om naar Colin Stetson’s saxofooncapriolen te gaan luisteren in plaats van naar Jules Deelder en co. Want wat Stetson hier presteerde, was niet minder dan een absolute tour de force. Hij speelde een zestal composities, drie op bassax, twee op altsax en eentje op klarinet, waarin hij toonde enorm beïnvloed te zijn door het academisch minimalisme van Steve Reich en Philip Glass. Vooral de stukken op bassax waren indrukwekkend, met hun diepe tonen, scherpe uithalen en ook wel de “choreografie” die Stetson met het instrument uithaalde. De meeste indruk maakte het eerste nummer “Judges” waarin hij allerlei ingewikkelde technieken bovenhaalde met het grootste gemak en zowaar een echte song met zanglijn en al speelde. Zelden zagen wij iemand met zo’n uitstekende beheersing van het circulair ademen. Kortom, een prachtig concert zoals je ze maar zelden meemaakt, waarvan we even stom geslagen waren en waarvoor mijn woorden te kort schieten.

    Eerlijk gezegd, na die krachttoer van Stetson hadden wij helemaal niet zoveel zin meer om nog een ander concert te gaan bekijken. Verzadigd waren we immers al. Toch hebben we onszelf gedwongen om Erik Truffaz en Malcolm Braff ook een kans te geven. Aanvankelijk lukte het ook niet echt om geconcentreerd naar de twee topmuzikanten te luisteren, we zaten nog te veel in de sfeer van het vorige concert, en vooral, het leger fotografen op de rijen voor ons hoopte de foto van hun leven te maken verstoorde de aandacht grondig. Overigens denk ik wel dat er een limiet opstond, want na een drietal nummers stopten ze inderdaad, en konden we ons meer concentreren. Het lag echter ook aan het feit dat Truffaz en Braff hier een beetje de gemakkelijke weg namen. Vooral Truffaz is tot meer in staat dan wat hij gisteren tentoonspreidde. Desondanks was het een sterk concert, waarbij vooral Braff indruk maakte, misschien omdat hij duidelijk plezier beleefde aan het concert, terwijl Truffaz eerder apathisch zijn langgerekte naar Miles Davis leunende melodielijnen speelde. Overigens heeft Braff ook een veel indrukwekkender baard dan Truffaz.

    Afsluiten werd er dan gedaan met Hairy Bones, een combo dat een viertal bijzonder begenadigde muzikanten verzamelt. Vooraf was gewaarschuwd dat dit een stevige brok energie ging worden, maar toch waren we totaal overdonderd toen het kwartet zonder enige waarschuwing in een totale explosie van freejazzgeweld uitbarstte. Dat was indrukwekkend voor een halfuur, maar daarna begonnen zich toch de beperkingen van het kwartet te tonen. Al te vaak hervielen ze in te gelijkaardige patronen, en het hele middenstuk leek totaal inwisselbaar. Op het einde werd de draad dan toch weer even opgepikt en wisten ze toch vrij indrukwekkend te eindigen. Anderzijds ben ook ik geen echte freejazzkenner of -liefhebber. Getuige het bijzonder enthousiaste applaus vooraan in de zaal was het voor de echte liefhebber duidelijk wel een schot in de roos, maar wij hebben toch graag wat meer variatie.

    Al bij al was dit een ijzersterke openingsavond voor dit nieuwe festival dat voor mijn part gerust een constante mag worden in het Gentse jazzlandschap. De goede opkomst doet vermoeden dat het festival zelf ook wel een schot in de roos is, maar laten we daarmee misschien best afwachten tot het festival gedaan is. Ik kijk alvast uit naar de volgende avond!

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  7. #27 ongeveer 1 jaren geleden over Fred Hersch / Louis Sclavis Quintet - Lost on the way Fred Hersch / Lou...
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Jazz, and beyond...

    *****

    Lyriek is een woord waar feitelijk al veel te veel mee in het rond gesmeten wordt in jazzrecensies, maar laten we nu even hypocriet zijn en de term hier toch ook aanwenden. Want als je optreden van Fred Hersch en zijn special guest Nico Gori kan definiëren met één woord, dan is het wel lyriek. Het duo speelde een gevarieerde set langsheen allerlei vrij traditionele jazzkenmerken, maar vergat daarbij nooit om er bezieling in te steken en er een subtiele eigen touch aan te geven. Fred Hersch met zijn perfect beheerst pianospel (je zou het niet van de man zeggen als je hem op straat tegenkomt, met zijn casual ambtenaarslook) en Nico Gori met zijn eigenzinnige benadering van de klarinet. Gori verkoos niet om de typische diepe en warme klank van de klarinet te laten domineren, maar besloot om het instrument haast te bespelen alsof het een saxofoon was, met meer aandacht voor de scherpere kanten. Toch botste dat geenszins met de warme pianoklanken, en werd een uitstekend programma gebracht (zeker voor een eerste concert!). Voor een concert in de jazz & beyond reeks was dit echter wel heel ‘jazz’ en nauwelijks ‘beyond’ (dat zouden we immers erna wel volop horen), maar dat liet het publiek niet aan haar hart komen en er werd volop genoten van het samenspel.

    Het was echter wel even wennen aan de radicaal andere aanpak van Louis Sclavis’ kwintet na de eerder brave, als zoete honing binnengaande muziek van Hersch. Dat de groep ook niet meteen ijzersterk uit de hoek kwam vanaf het begin speelt daar misschien ook wel in mee. Alleszins, vanaf het derde nummer was het er echter boenk op, en viel het er ook niet meer af. Zelden zagen wij een concert dat zo constant wist te boeien, waarin zo een eigenzinnig geluid werd uitgebouwd zonder ook maar ergens aan kwaliteit in te boeten, waarin door slechts vijf muzikanten zo’n vol klankentapijt werd geproduceerd (al zaten die looppedalen daar ook wel voor iets tussen). Was het fusion? Misschien, maar dat woord klinkt ons een beetje vies in de oren. Dit was ‘beyond’, zonder enige twijfel. Jazz was slechts in de verte te ontwaren, zoals we ook vage hints King Crimson of zelfs Sonic Youth hoorden in het geluid. De muziek die hier gebracht werd was oncategoriseerbaar, tenzij we een categorie ‘fuck yeah’ zouden aanmaken, want daar past Sclavis’ muziek verdomd goed in. Bovendien speelden alle muzikanten op bijzonder hoog niveau. We twijfelden aanvankelijk even over de drummer, maar al snel bleek duidelijk dat ook hij een rasmuzikant was, en alsof hij dat nog niet genoeg had bewezen doorheen het concert drukte hij het er op het einde nog eens stevig in met een drumsolo die een regelrechte aanval op de trommelvliezen was. We zouden nog vele elementen kunnen opnoemen die de muziek zo typerend maakten, maar uiteindelijk zouden we het absoluut te kort doen. Het is een torenhoog cliché (maar kom, we hebben er nu toch al een klein hoopje recensieclichés tegenaan gesmeten), maar de muziek spreekt voor zich.

    Ongetwijfeld was dit één van de sterkste double bills die we al zagen. Ook al lijkt de combinatie van eerder traditionele met ruimdenkende muziek niet zo evident, toch klopt het plaatje na afloop. Jazz & beyond, we kregen ze beiden op ons bord, wij hebben er alvast van gesmuld!

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  8. #26 ongeveer 1 jaren geleden over Dans Les Arbres Dans Les Arbres
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Sounds & sounds & sounds & ...

    ****

    Wonderlijke klanken. Met die twee woorden zou je ongeveer de muziek van Dans Les Arbres kunnen samenvatten. De plaat maakte blijkbaar heel wat mensen lyrisch, en ongetwijfeld zal het concert voor die mensen dan ook een grote voldoening geweest zijn. Niet alleen hoor je dan immers de klanken, maar je ziet ook hoe ze gecreëerd worden.

    Niet dat het echt noodzakelijk is om echt te kijken bij dit soort muziek. Je ogen sluiten en de bevreemdende klankenwereld over je heen laten stromen kan evengoed. Toch gaf het wel een meerwaarde om te kijken bij Dans Les Arbres want er gebeurde heel wat op de scène (waar we als publiek ook mochten zitten, erg leuk om de theaterzaal eens van de andere kant te zien). De gitarist bewerkte zijn gitaar en banjo met strijkstok, xylofoonstokjes en allerlei huis-, tuin- en keukengerei. De percussionist had een halve vrachtwagen aan percussie mee, waarmee hij bijzonder subtiel ritmische toevoegingen deed. Scherpe belletjes die met strijkstok werden bewerkt, de diepe grote trom die nu en dan een lage puls gaf aan de muziek, de woodblocks die soms zelfs een zekere vorm van ritme gaven, en de cymbaal waar zelfs door geblazen werd. De klarinettist deed het enkel met zijn adem en zijn klarinet, maar moest niet onderdoen voor de andere muzikanten qua klankrijkdom. Hij blies, hij zoog, hij spuugde bijna, en hij liet zijn klarinet het luchtruim verkennen als was het een slinger. Wat de pianist in zijn vleugel had gestopt weten we niet, maar hij bracht er wel prachtige klanken uit voort. Net als de pomporgeltjes die een zachte dreun voort brachten.

    Klanken, klanken en nog eens klanken dus. Daar draaide het om, maar misschien vond ik dat toch net wat te weinig. Het boeide me de hele tijd, maar toch bleef ik nog een beetje op mijn honger zitten. Misschien had ik graag iets meer houvast gehad, iets meer melodie of ritme misschien. Misschien had ik iets meer in die richting verwacht na het fantastische concert van Huntsville enkele maanden geleden (dat twee leden met Dans Les Arbres deelt). Desalniettemin was dit een uitstekend concert, waarbij de avant-garde liefhebber zich bijzonder goed thuisvoelde.

    1 reactie

    Bewaar dit item (0)

  9. #25 over 2 jaar geleden over Erik Friedlander’s Broken Arm Trio Erik Friedlander’s Broken Arm Trio
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Erik Friedlander speelt jazz op een cello. Niet meteen het meest voor de hand liggende instrument om jazz op te spellen, maar als het op een contrabas kan, waarom niet op een cello? Of Friedlander op die manier gedacht heeft weten we niet, maar dat hij uitstekende muziek maakt weten we wel. En de man maakt niet weinig muziek, hij heeft al een behoorlijk aantal albums op eigen naam staan, met heel wat verschillende groepen. Gisteren kwam hij een relatief nieuw project voorstellen, The Broken Arm Trio.

    Eerlijk gezegd waren we niet zeker of dit een fantastisch concert zou zijn, wij zijn immers meer fan van het avontuurlijkere werk van Friedlander waar hij flirt met de grenzen van klassiek, (midden-oosterse) folk en avant-garde. Broken Arm Trio is namelijk een soort van hommage aan Oscar Pettiford, en daardoor ietwat meer traditionele jazz. Maar het trio toonde ons al vlug ons ongelijk, want Friedlander had besloten om met dit project verder te gaan dan wat op de eerste cd stond. Op die manier kwam de muziek meer in het territorium waar Friedlander gewoonlijk muziek maakt, met allerlei Joodse toonaarden en avant-gardistische experimentjes. De grote verdienste lag er hem dan ook in dat Friedlander er in slaagde om toch een relatief coherent geheel naar voor te brengen in de zeer gevarieerde set. Enerzijds de conventionele nummers van de eerste cd en anderzijds de nieuwe nummers die een breder klankenpalet hanteerden.

    Nochtans, je zou kunnen denken dat met slechts drie muzikanten het klankenpalet vrij beperkt zou blijven. Niets is echter minder waar, want alledrie de muzikanten blonken uit in veelzijdigheid en verkenden de grenzen van hun instrument. Vooral de drummer (de ons tot nu onbekende Michael Sarin) verdient daarbij een pluim. Zelden zagen wij een drummer zo inventief blijven zoeken naar nieuwe geluiden en texturen, en dat op bijzonder subtiele wijze. Het was dan ook een plezier om de drummer te aanschouwen terwijl hij om de haverklap een nieuwe stok bovenhaalde om z’n drumstel mee te bespelen langs alle mogelijke kanten. Dat hij dan ook nog is ijzersterk was in het musiceren in groep, doordat hij de lijnen van de andere muzikanten beantwoordde en aanvulde, was een extra troef. Ook Friedlander en Dunn blonken echter uit, en alledrie de muzikanten zetten een sterke set neer. Een absolute uitschieter was “Caribou” een nieuw nummer waarbij Dunn voor het eerst zijn strijkstok boven haalde en dat zich ontwikkelde tot een prachtige miniatuur van Joodse toonaarden gekoppeld aan jazz. Masada was daardoor nooit veraf, maar toch behield de muziek een duidelijk eigen karakter en kregen we een avond uitstekende vooruitstrevende jazz voorgeschoteld.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  10. #24 over 2 jaar geleden over Mary Halvorson & Jessica Pavone / Huntsville Mary Halvorson & ...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!
    ****

    Die Noren toch. Verstokte dwarsliggers voor een ‘eengemaakt’ Europa, fervente walvisjagers, oorspronkelijke ontdekkers van Amerika, inwoners van een belachelijk duur land, maar ook fantastische muzikanten! Dat er daar bovenaan op de wereldkaart nogal wat boeiende muziek gemaakt wordt, is immers een licht understatement. Zo komen onder meer Jaga Jazzist, Hanne Hukkelberg en Susanna & The Magical Orchestra uit Noorwegen. Niet toevallig ook allemaal bands/artiesten die in grote mate verbonden zijn met de lokale jazzscene (een van de interessantste in Europa, check het label Rune Grammofon er maar is op na). Een van de nieuwere exponenten uit die scene is Huntsville, en dat ze niet hoeven onder te doen voor hun landgenoten maakten ze gisteren overtuigend duidelijk.

    Maar eerst Mary Halvorson & Jessica Pavone, die het voorprogramma mochten verzorgen. Om een of andere reden (waarschijnlijk door de ‘son’ in een van de achternamen) hadden wij in ons hoofd dat ook dit een Scandinavisch duo was, maar na wat internetresearch leerden we al vlug dat deze twee meisjes gewoon uit de Verenigde Staten komen. Niet dat dat een bepalende factor moet zijn in de appreciatie, maar toch goed om weten. Halvorson & Pavone maken muziek in een bijzonder eigenzinnige stijl, vol valse starts, misleidende melodieën en zonder ook maar soms in de buurt van een vastomlijnd genre te komen. De artiesten komen duidelijk uit de jazzscene maar hun eigen muziek valt nauwelijks nog jazz te noemen. Avant-garde vat de lading beter samen, maar dat is dan weer zo’n term waar je alle kanten mee op kan. Alleszins, op papier klinkt het als een bijzonder boeiend concert, in de praktijk overtuigden ze niet echt. Aan de muziek lag dat niet helemaal, ze speelden waarschijnlijk mooi na wat er op hun platen staat en deden exact wat ze wouden brengen. Maar daar lag hem net het probleem. Er werd vanop partituur gespeeld, en daardoor verloor de muziek het avontuurlijke kantje in grote mate. Dat op zich was niet zo erg, maar voeg daar nog is het feit bij dat er maar weinig blijk van enthousiasme gegeven werd en je krijgt een concert dat noch boter noch vis was. De muziek op zich was absoluut boeiend, maar door de (afwezige) attitude van de groep werd dat enigszins teniet gedaan en wist het duo geen blijvende indruk te maken.

    Huntsville daarentegen, wist ons volledig mee te sleuren in haar experimentele soundscapedraaikolk. Waar Halvorson & Pavone al maar weinig meer met jazz te doen hadden, ging Huntsville nog een stap verder. Het trio bouwde immers eerder een omvattend geluidstapijt op uit groepsimprovisatie zonder al te veel jazzy kenmerken te gebruiken. Wij vonden de muziek dichter aanleunen bij de betere post-rock, ambient en electronica, maar ook hier was er niet echt een genretouwtje aan vast te knopen. Daarbij werd ook nog wel wat geput uit de Amerikaanse rootstraditie maar afgezien van de banjo hoorden we maar weinig ‘Americana’. Belangrijk was vooral drummer/percussionist Ingar Zach die de geluidsgolven van de andere groepsleden aan elkaar lijmde door zijn inventief, doch (occasioneel) groovend drumspel. Vaak werd gewerkt met een tablabeat als achtergrond, waarboven dan met talloze effecten beladen gitaar-, banjo- en baspartijen gespeeld of geloopt werden. Ondanks het feit dat de show één lange improvisatie (spijtig genoeg zonder bis) was, wist de groep toch de drive er in te houden en evolueerde het klankpalet constant, waardoor onze aandacht ook maar zelden verslapte. Huntsville deed ons sterk denken aan Humcrush (ook uit Noorwegen) dat we vorig jaar rond ongeveer dezelfde periode in diezelfde balzaal zagen. Net als die band bouwde Huntsville immers uit improvisatie een wondere wereld van klank op waarin wij ons volledig kunnen verliezen.

    1 reactie

    Bewaar dit item (0)

  11. #23 over 2 jaar geleden over Clues Clues - gratis Caféconcert
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Het debuut van Clues was ongetwijfeld een van de interessantere platen die dit jaar zijn uitgebracht. Nodeloos om te zeggen dat we dan ook best benieuwd waren wat de eigenzinnige muziek in een live setting zou geven. Het oordeel daarover is echter enigszins dubbelzinnig. Enerzijds speelde de band nog veel ruwer dan op plaat waardoor zowat elke subtiliteit verloren ging. De kleine gitaar- en synthtierlantijntjes die het album opsmukken en zulk een leuke sfeer gaven waren hier zo goed als volledig zoek, maar dat werd dan weer gecompenseerd door een stevige dosis enthousiasme en goesting. Dat de band live met twee drummers werkt zorgt voor een behoorlijke punch, en de typerende contrastwerking werd zeer uitgebreid in de verf gezet. Waarom ze begonnen met een van hun zachtere nummers snap ik nog steeds niet, dat was immers veel beter geweest als rustpunt ergens in het midden dan als opener. ‘Ledmonton’ was dan weer wel een uitstekende keuze als afsluiter, waarin al het geweld van het voorgaande verenigd werd in een nummer van epische proporties. Wij konden alvast best genieten van het concert, al verkiezen we toch wel de diepgang van de plaat boven de rauwe live-ervaring.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  12. #22 over 2 jaar geleden over Marc Ribot & Ceramic Dog Marc Ribot & Ceramic Dog - support: Lidlboj
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Girls go to college to get more smarter, boys go to jupiter to get more stupider [sic]

    Marc Ribot neemt zichzelf en zijn muziek duidelijk niet overdreven serieus. Getuige daarvan mag zijn dat hij een van zijn nummers vernoemt naar het kinderrijmpje dat zijn dochtertje hem kwam vertellen en dat we hier voor de gemakkelijkheid maar als titel van deze reactie hebben overgenomen. Dat is een goede zaak, want Ribot’s muziek is niet van de gemakkelijkste soort, en wanneer de artiest zich dan ook niet al te toegankelijk zou opstellen zou er teveel een ivoren toren mentaliteit ontstaan en zouden we in een art pour l’art spiraal geraken.

    Ribot weet dus met zijn dynamische band Ceramic Dog die barrière al te doorbreken, maar weet hij ook zijn avant-gardistische take op rockmuziek toegankelijk te maken? Ja en nee. Het brede publiek zal Ribot wel nooit ontdekken, maar het cultsucces dat de man nu geniet, lijkt ons al zeer mooi, getuige de goed gevulde balzaal gisteravond. Het mag ook duidelijk zijn dat de man geen groot succes ambieert, als eerste indruk laat hij ons immers een alle kanten op vliegende freejazzimprovisatie voelen. Al snel wisselt de band dat dan weer af met een groovend bluesrockstuk dat niet zou misstaan op een plaat van Led Zeppelin, om daarna opnieuw in een noise-uitbarsting te vervallen. En zo ging dat de hele set door, constant onvoorspelbaar, waardoor ze ons ook de hele tijd op het puntje van onze stoel hielden. Ceramic Dog schipperde tussen freejazz, funk, bluesrock, psychedelica en nog heel wat meer met als verenigende factor een duidelijke punkattitude, waar alles rauw en onversneden mag klinken zolang de spontaneïteit maar behouden blijft. En daarbij kunnen we Ribot alleen maar toejuichen, want zodoende bracht de man ons naar “jupiter” en kwamen we “stupider” (als in: stom geslagen) buiten uit de balzaal na twee (!) enthousiaste bisrondes.

    Het voorprogramma hebben we helaas gemist, maar eerlijk gezegd is Marc Ribot alleen al meer dan zijn geld waard.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  13. #21 over 2 jaar geleden over Heleen Van Haegenborgh, Jürgen de Blonde, Lander Gyselinck, Kristof Roseeuw, Jasper Rigole & Kelly Schacht Heleen Van Haegen... - Cinéma Invisible
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Te veel monoloog, te weinig dialoog

    Joha slaagt de nagel op de kop hierboven. Er werden verwachtingen gecreëerd door de aankondiging van dit concert/performance die niet echt ingelost worden. Ik had verwacht een hoop afgedankte cassettespelers te zien bediend worden om dan in samenspraak (of tegenspraak zo u wil) met enkele muziekinstrumenten een interessant geheel te vormen. Helaas werden de cassettes er veel te weinig bijgehaald en leken de muzikanten er zelfs nauwelijks aandacht aan te besteden.

    En dat is spijtig, want de muzikanten deden stuk voor stuk interessante dingen met hun instrument/apparatuur en er werden fantastische klanken gevormd. Nu eens betoverend fragiel, dan weer bruut en ruw, met het hele spectrum daartussenin. Tegen de achtergrond van dat constant evoluerend klankentapijt werden dan soms wat bevreemdende fragmenten uit cassettes afgespeeld, maar meer dan een sidekick (ik zou zelfs bijna durven zeggen ‘gimmick’) leek dat niet te zijn. De dialoog die er had kunnen zijn tussen de muzikanten en de samples was grotendeels zoek.

    Een interessant concept was het dus zeker, maar de uitwerking liet heel wat te wensen over. De muzikanten deden niets slecht, maar konden de verwachtingen die het concept had gecreëerd absoluut niet inlossen. Een gemiste kans!

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  14. #20 over 3 jaar geleden over Soplarte / Madiha Figuigui – Guigui’s Mad Soplarte / Madiha...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Dat het een interessante avond beloofde te worden, daar waren we al zo goed als zeker van na een beetje gelezen te hebben over beide projecten. We hadden dan ook behoorlijk hoge verwachtingen, die zo goed als helemaal ingelost werden.

    De ‘glasblazers’ van Soplarte brachten een show waarin op prachtige glazen blaasinstrumenten vreemde tonen werden gespeeld die met elkaar een dialoog aangingen terwijl de spelers schijnbaar random op het podium rondwandelden. Door middel van allerlei technieken, zoals water in de instrumenten gieten en blazen met het uiteinde van het instrument op de grond, werd het klankenpalet dan nog verbreed. Soms was het misschien wat langdradig, maar er zaten ook ronduit indrukwekkende stukken in, vooral wanneer alle blazers zich in ingetogen of luid samenspel verenigden. En als wij kippenvel krijgen van muziek die we nooit eerder gehoord hebben, lijkt dat ons een goed teken!

    Madiha Figuigui en haar band Guigui’s Mad brachten iets helemaal anders, maar minstens even interessant. Met een mengelmoes van allerlei uiteenlopende stijlen en haar innemende persoonlijkheid wist Madiha het publiek helemaal rond haar vinger te winden en onze interesse de gehele tijd vast te houden. Wij hoorden Ravel in een jazzjasje, Purcell gekoppeld aan Joodse traditionals, een kort maar erg mooi pianostuk van een Israëlische componist en nog zo veel meer. En hoewel de band er op zich nogal statisch bijstond (met de gigantische uitzondering van de violist die volledig opging in de muziek en Madiha zelf) ging het schouwspel nooit vervelen en hielden ze ons constant op het puntje van onze stoel.

    Tout court een zeer mooie avond waar we met volle teugen van genoten hebben!

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  15. #19 over 3 jaar geleden over The Magic ID / DelVitaGroup feat. Eric Vloeimans The Magic ID / De...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!
    ***

    Minstens even belangrijk voor een artiest als goede muziek maken, is podiumprésence. Het spreekt voor zich dat bij een show waar zo goed als niets te zien valt op het podium snel gaat vervelen, ook al is de muziek nog zo mooi.

    Bij The Magic I.D. zagen we een totaal gebrek aan podiumprésence. Sommigen zullen dit afdoen in de trant van ‘tja, het zijn dan ook Duitsers he’, maar dat vinden wij eerlijk gezegd maar een zwak argument. Het is ook des te spijtiger gezien de muziek zelf eigenlijk best mooi was. Vooral het gebruik van twee klarinetten (tegenwoordig zowat ons lievelingsinstrument qua klank) was mooi en deed ons soms denken aan de soloplaat van Mark Hollis van Talk Talk, een pracht van een plaat vol met ingetogen houtblazersarrangementen. De stemmen en het gitaarspel waren ook mooi, al had ik wel graag gehoord dat de stemmen wat meer samen (of nog beter: tegen elkaar op) zouden zingen. Helaas zegt het echter veel als het interessanter is om te kijken naar een publiekslid dat volledig uit de bol gaat dan naar de band die muziek staat te spelen. Spijtig wel, met een beetje meer charisma hadden we er vast meer van kunnen genieten.

    Bij DelVitaGorup (feat. Eric Vloeimans) zat de présence gelukkig al wat beter, maar hier vonden we de muziek dan weer niet bijster goed. Allemaal uitstekende muzikanten zonder twijfel, maar de muziek deed ons weinig. Buiten het tweede nummer dan, hier hoorden we als het ware de geest van John Coltrane ten tijde van A Love Supreme lichtjes bovendrijven, wat maakte voor een aangename compositie. De muziek was nergens slecht, maar meestal ook niet erg boeiend, al zou het voornoemde publiekslid ons hier wel weer tegenspreken.

    Beiden dus een beetje een gemiste kans, maar desalniettemin bleef de muziek wel genietbaar.

    1 reactie

    Bewaar dit item (0)

  16. #18 over 3 jaar geleden over Baba Sissoko tama-orkest & Aka Moon Baba Sissoko tama-orkest & Aka Moon
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Drums! Drums! Drums!

    *****

    Vraag het aan de slager, vraag het aan de bakker, aan de kuisvrouw, aan uw moeder, aan uw hond, uw waterkoker en aan uw professoren. Allen zullen ze u antwoorden dat Afrikaanse muziek “zo met veel getrommel enzo” is.

    Edoch, dat is niet helemaal correct! Dat ritme in de meeste Afrikaanse muziek een belangrijkere rol speelt dan bij pakweg Bach is een waarheid als een gnoe, maar al te veel wordt de muziek vereenzelvigd met een hoop gekleurde medemensen die in extase op allerlei primitieve trommels slaan. Uiteraard komt er meer bij kijken en dat bewezen Aka Moon en Baba Sissoko gisteren met volle overtuiging.

    Wat we gisteren voorgeschoteld kregen was een mix van traditionele Malinese muziek en de stevig groovende jazz fusion van Aka Moon. Incorporatie van Afrikaanse muziekkenmerken in Westerse muziek durft nogal eens fout aflopen (zie: Vampire Weekend) maar hier werd dat vermeden. De cocktail die we hoorden klonk organisch en spontaan en niet als een som van 1 + 1 = 2. De verschillende elementen werden gecombineerd in 1 geluid dat eerder typerend is voor deze samenwerking dan voor een van de aparte componenten. En hoewel er bijna drie keer zoveel Afrikanen als Europeanen op het podium stonden overheersten ze toch niet in het geluid. Alle muzikanten droegen in gelijke mate bij aan het geluid, Stéphane Galland met zijn strak en beheerst drumspel, Michel Hatzigeorgiou voorzag de muziek van net die extra diepte die er vaak niet is in Afrikaanse muziek (door afwezigheid van een baspartij) en Fabrizio Cassol verkende de hogere regionen die daar ook vaak afwezig zijn. En Baba Sissoko en zijn Tama-orkest voorzagen dat alles dan van een percussief tapijt dat spontaneïteit, punch en vooral diversiteit gaf aan de muziek. Het concert wist ons echt op geen enkel moment te vervelen en de nummers die gespeeld werden evolueerden doorheen allerlei opwindende territoria waarvan we maar geen genoeg kregen. De staande ovatie op het einde was dan ook dubbel en dik verdiend voor anderhalf uur fantastische muziek.

    Een revelatie jawel, ik ben nu al benieuwd naar het volgende project van Aka Moon. En in afwachting daarvan zullen we maar uitkijken naar de CD die van dit project zou uitkomen.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  17. #17 over 3 jaar geleden over Hamster Axis of The One-Click Panther Hamster Axis of The One-Click Panther
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Vreemde namen bijten niet

    ****

    Het is waarschijnlijk onmogelijk om iets over Hamster Axis of The One-Click Panther te schrijven zonder al te veel in te gaan op hun nogal bizarre bandnaam. Nochtans is hun naam lang niet hun enige troef en blijkt dat deze mannen behoorlijk goede muziek kunnen brengen.

    Hamster Axis speelt jazz, en niet veel meer dan dat. Ze deden maar weinig nieuws of inventiefs met het genre, maar toch wisten ze het interessant te houden door net genoeg invloeden van andere genres te incorporeren zonder al te veel af te wijken van de gevestigde jazznormen. Dat zorgde ervoor dat het concert nooit al te veel in vreemd territorium terecht kwam en dat experimentatie binnen de grenzen van het aangename gehouden werd. Het was duidelijk dat Hamster Axis probeerde om zoveel mogelijk een organische en vooral levendige vorm van jazz te spelen. Vooral de drummer bleek een levendig fenomeen, hoewel hij ook zeker subtielere dingen aan kon. Een hoogtepunt was het eerste nummer van de tweede set dat de drummer later omschreef als hun langste nummer (zonder echter een titel te geven) en dat gekenmerkt werd door een hele opbouw die begon in mysterieuze improvisatie gevolgd door een strakke baslijn in 7/4 waarboven alle instrumenten langzaamaan verderbouwden en bleven bouwen tot een behoorlijk wilde catharsis op het einde. From silence to violence in Miles Davis achtige fusion stijl, daar houden we wel van.

    Als we dan toch wat negatiefs moeten opmerken is het dat bepaalde thema’s net wat te lang gerokken werden (meerbepaald het openingsnummer van de eerste set had gerust 5 minuten korter gemogen, hoe cool het hoofdthema ook was) en dat enkele nummers niet echt wisten uit te steken boven de rest. Hamster Axis lijkt nog een beetje op zoek te zijn naar haar eigen stijl, maar is goed op weg om één van de boeiendere jazzcombo’s op Belgische bodem te worden.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  18. #16 over 3 jaar geleden over Ansatz der Maschine Ansatz der Maschine
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Levende elektronica

    ****

    Het internet, men komt er nogal wat op tegen. Zo las ik onlangs in een recensie van een concert van Ansatz Der Maschine dat “beat-brandjes op de juiste momenten gedoofd werden door jazzy intermezzo’s”. Nu ben ik gisteren gaan luisteren naar een concert van voorgenoemde band, en ik moet toch zeggen dat als ik er iets absoluut niet in hoorde, dat het wel jazz was. Het is niet omdat er wat saxofoons en bluesy solo’s gebruikt worden dat muziek daardoor automatisch “jazzy” is (wat voor een vies woord is dat trouwens ook, “jazzy”). Zowat de belangrijkste factor in jazzmuziek is improvisatie, en dat was er gisteren zo goed als niet. Alles was duidelijk tot in de puntjes voorbereid en maar heel weinig werd overgelaten aan het toeval, iets wat ook wel moet als je gaat samenspelen met elektronica.

    Dat gezegd zijnde moet ik wel zeggen dat het een zeer goed concert was. Er mag dan wel geen jazz in gezeten hebben, er waren wel een heleboel andere invloeden te bespeuren. Waar de muziek van Ansatz Der Maschine op plaat volledig bepaald wordt door de elektronica is dat live minder het geval en treden de muzikanten meer naar voor. Ze weten niet volledig los te breken uit hun elektronicakeurslijf (iets waar een band als Efterklang bijvoorbeeld wel in slaagt live) maar de muziek krijgt wel een duidelijker bandgevoel en vooral meer diepgang. Waar de muziek op plaat soms wat lijkt voort te kabbelen krijgt het live allemaal wat meer pit en is het meestal wel wat boeiender. En als het dan toch even wat saaier werd konden we gelukkig kijken naar de prachtige, zeer gevarieerde visuals (van rondwandelende mensen op een strand tot een middeleeuwse kaart van Afrika tot een wazige Aziatische dame in een woud, etc.). Hoogtepunt was ongetwijfeld het laatste nummer Kohn Denny wanneer er voor de enige keer in het hele concert een gitaar (+ een hoorn) werd bij gehaald en we twee postrock climaxen van formaat voorgeschoteld kregen.

    Ansatz Der Maschine bracht gisteren een boeiend concert waarbij alles duidelijk voorbereid was tot in de puntjes. Dat dit niet noodzakelijk een dooddoener is voor spontaneïteit en oprechtheid, werd ook bewezen, de muzikanten gingen op in hun muziek en speelden met krachtige furore. Maar volgende keer mag een bis er misschien wel af hoor jongens.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  19. #15 over 3 jaar geleden over De Hop: Check The Rhyme De Hop: Check The Rhyme
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Bestofte nostalgie tot leven gewekt

    *****

    Nostalgie, het is zo wel iets dat je regelmatig tegenkomt in muziek. Wie heeft er zijn/haar vader al niet horen klagen over hoe de muziek in zijn tijd ten minste nog kwaliteitsvol was terwijl hij zijn eens lange haren laat rondvliegen op de tonen van Whole Lotta Love? En hoeveel bands van vandaag de dag grijpen wel niet terug naar klanken van vroegere decennia? Ook in hiphop, een relatief jong genre (30 jaar oud dit jaar, als je rekent vanaf de eerste hiphopsingle in 1979) komt er nogal wat nostalgie kijken, zowel bij artiesten als bij luisteraars.

    Voor deze luisteraars was het dan ook moeilijk om naast de Check The Rhyme tour te kijken. Ongetwijfeld één van de vetste hiphoptours van de laatste jaren, was het ook maar rechtvaardig dat de Concertzaal afgeladen vol zat. Nochtans, de meeste artiesten op de affiche hebben in geen jaren meer iets relevant uitgebracht en kenden hun hoogtepunt in de vroege jaren 90, de gouden era van de hiphop volgens velen. Het is echter niet omdat je vandaag de dag geen goede muziek meer maakt dat je shows daarom ook niet meer de moeite zijn, vraag maar aan Neil Young.

    Anyway, Paris mocht de spits afbijten. Niet de meest klinkende naam op de affiche maar toch zeker geen onbekende voor de doorwinterde hiphophead. Paris bevindt zich een beetje in hetzelfde straatje als Public Enemy; agressieve, politiek getinte teksten op funky beats. Desondanks moet ik toegeven dat Paris nog nooit echt indruk op mij heeft gemaakt met een plaat en met zijn concert deed hij dat ook niet echt. Genietbaar, dat zeker, maar moest hij alleen op een podium staan, ik zou waarschijnlijk niet gaan kijken.

    Tha (Alkoho)liks zijn ietwat bekender, al is het vooral doordat ze nauw verbonden zijn/waren aan X-Zibit, die echter tegenwoordig liever kapotte auto’s ombouwt tot lelijke monsters met sullige features in plaats van nog wat vette rhymes te droppen. Tha Liks zelf zijn hun hoogtepunt ook al voorbij maar hebben toch behoorlijk wat classic materiaal om op te steunen voor een entertaining hiphopshow, en dat is ook exact wat ze brachten. Tha Liks maken feestmuziek en een feestje werd het dan ook, al ontplofte de zaal nog niet volledig.

    Dat ontploffen kwam er pas eenmaal de Lords of the Underground het podium betraden. Bij uitstek een groep die al jaren niets relevant meer uitgebracht heeft, maar dat mocht des te meer reden zijn om zich te bewijzen voor een publiek. En dat deden ze dan ook vol overtuiging, ze kregen zowat heel de zaal mee met hun funky sounds en stage presence. Classics als Here Come The Lords, Tic Toc en Chief Rocka passeerden allemaal de revue naast het betere entertainmentwerk van o.a. DJ Lord Jazz en zijn turntablecapriolen en het publiek kreeg er maar geen genoeg van. Veruit de beste show van de avond, al hadden we wel zonder het nummer van de franstalige groep gekund op het einde.

    Voor The Beatnuts zou het een makkie moeten zijn om de zaal nu heet te houden, zij hebben namelijk ook een hele resem classic tracks in hun achterzak steken en uit ervaring weten wij dat ze capabel zijn om een vette live show op poten te zetten (zie Dour 2007). Helaas bleken Juju en Psycho Les niet volledig overtuigd vanavond en brachten ze geen compleet feestje. Met tracks als Watch Out Now, Se A Cabo en No Escapin’ This is het echter moeilijk om het publiek niet mee te krijgen, al zijn The Beatnuts zeker in staat tot meer.

    Ondertussen was het al 1 uur geworden en hadden we nog één optreden tegoed, namelijk dat van Jeru the Damaja, een persoonlijke held, al is het slechts voor zijn twee eerste albums. Wij negeerden de opkomende spierpijn van het uren rechtstaan en hielden ons klaar voor de laatste marathon van hopelijk een hele resem classics. En jawel, classics kregen we geserveerd van Jeru, ook al was de man een beetje dronken en zeverde hij nogal veel tussendoor. Gelukkig bleef zijn gezever entertainend genoeg (“I love all of ya’ll motherfuckers, except this motherfucker here”) en was hij nog niet dusdanig beneveld dat hij zijn teksten niet meer herinnerde. Dat freestylen mocht dan wel niet meer zo goed lukken maar dat vergeven we graag de man die ijzersterke uitvoeringen van classics als Come Clean, D. Original en Ya Playin’ Yaself bracht.

    En daarna waren wij volledig kapot van het urenlange rechtstaan en kropen wij snel in ons bed om er ’s ochtends vroeg uit te kruipen voor die vermaledijde lessen. Maar we kropen gelukkig in ons bed, blij dat we een aantal hiphophelden hebben mogen aanschouwen nu het nog kan. En ook al zijn we veel te jong om al die classics gehoord te hebben toen ze uitkwamen, toch haalde deze avond behoorlijk wat nostalgie bij ons naar boven.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  20. #14 over 3 jaar geleden over Rat Records label night Rat Records label... - Gowk / Han Bennin...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    5forstudents interviewen Teun Verbruggen

    Teun Verbruggen is geen onbekende in de Belgische Jazzwereld. Hij is de drummer bij verscheidene projecten, waaronder Jef Neve Trio, Flat Earth Society en Othin Spake (met Mauro Pawlowski en Jozef Dumoulin) om er maar enkele te noemen. Gisteravond trad hij op met een nieuw project, Gowk, maar eerst voelde 5forstudents Teun aan de tand over al die verschillende projecten, over zijn affiniteit met de Vooruit en over zijn opinie met betrekking tot de subsidiëring van jazz in België.

    Je speelt in een heel aantal verschillende projecten met een zeer diverse inslag. Gebruik je dat als een mannier om jezelf scherp te houden of om nieuwe geluiden te verkennen?
    Daar is wel iets van aan. Maar ik speel gewoon heel graag heel veel verschillende dingen, ik hou ook van heel veel verschillende dingen. Ik hou heel veel van echt pure jazzdingen, van vrije improvisatie, ik hou van bepaalde soorten rock, van bepaalde dingen in metal. Ik hou van heel veel dingen. Het is heel moeilijk om in één band al die aspecten te vinden dus in al die bands waar ik in speel zit iets waarop ik mij kan focussen van al die verschillende stijlen. Dat houdt mij sowieso fris, maar ik zoek dat niet op om mij fris te houden. Dat houdt mij gewoon fris. Ik zoek dat eerder op omdat ik al die verschillende dingen wil meemaken.

    Heb je dan een bepaald project waar je het liefste mee speelt?
    Het liefste niet echt eigenlijk. Nee, ik speel in al die projecten om allemaal andere redenen heel graag. Maar ik ben natuurlijk wel heel graag bezig met mijn eigen groepen omdat ik daarin de meeste invloed heb of omdat ik die het meeste kan sturen.

    Die verschillende projecten lopen ook van eerder conventionele naar zeer vooruitstrevende jazz. Je hebt daardoor wel een beetje het beeld van een all-round musicus. Wat zou je niet willen doen? Stel dat Clouseau je vraagt?
    Nee, ik zou dat niet doen en ik zou verschillende andere dingen ook niet doen. Ik zou bijvoorbeeld ook niet met Dana Winner spelen of zo. Ik zou heel veel dingen niet willen doen, wat niet wegneemt dat ik geen respect heb voor die zaken. Ik denk gewoon dat ik dat ten eerste niet zou kunnen. Ik zou niet bij Clouseau kunnen spelen omdat ik dat soort metier of zo niet heb. Ik zou dat niet echt goed kunnen doen, zij zouden ook niet echt blij zijn met mij als drummer. Ik heb een bepaald soort eigen stijl, denk ik, hoop ik. Maar er zijn heel veel zaken, zoals echt goed bop drum spelen of in de stijl die zij spelen, dat zou ik echt niet kunnen. Dat ligt buiten mijn interessegebied en ook buiten mijn technisch kunnen. Ik zou dat wel kunnen moest ik mij daar twee à drie jaar op focussen. Dan weet ik ook wel dat ik dat soort fills en dat soort grooves moet spelen. Ik zou dat kunnen leren, maar dat interesseert mij niet om te leren. Maar dat neemt echt niet weg dat ik heel veel respect heb voor wat die groepen doen.

    Je hebt met die verschillende groepen ook al op zeer uiteenlopende soorten festivals en in zeer verschillende zalen gespeeld. Hier in de Vooruit bijvoorbeeld, maar evengoed op Jazz Middelheim en op een meer rock-georiënteerd festival als Dour. Merk je daar een bepaald verschil op tussen de verschillende zalen, zijn bepaalde plaatsen aangenamer om te spelen dan andere?
    Aangenamer voor mij niet echt, ik vind dat allemaal heel tof. De alternatieve kant van Dour spreekt mij heel hard aan. Je komt daar aan, het is daar niet zo heel goed georganiseerd, heel veel bands door elkaar, punk en hardcore… Dan is er een bepaald iets, het soort kind in mij dat heel blij wordt. En soms speel ik dan ook op echt superhippe festivals met Jef Neve bijvoorbeeld, vijfsterrenhotel, goed betaald en allemaal mensen in kostuum. Dat is een heel andere kant van het professioneel muzikaal leven, en dat is een heel ander soort zaal, maar dat is ook heel tof voor mij, want dan komt er iets anders bij mij naar boven. Dan voel ik mij één of ander tegendraads iemand die daar komt zitten en toch mijn eigen ding komt doen in dat soort milieu. Ook in een kleine club spelen voor tien man is ook heel tof. Mij maakt dat allemaal niet zo uit, als de muziek goed is en ik vind de muziek leuk dan amuseer ik mij. Natuurlijk is er een verschil in, hoe moet ik het zeggen, “luxe” of zo. Ik kan mij herinneren dat ik ooit naar Canada ben gevlogen, ik was twintig uur onderweg en ik moest direct spelen op één of ander punkfestival. Het was voor mij vier uur ’s nachts en het was echt heel moeilijk, en dan moesten we in één of ander slecht hotel gaan slapen, niet geslapen… Dat zijn dingen die erbij komen die dan misschien minder tof zijn, maar de muziek is dan wel weer heel leuk. Ik ben jong dus ik kan dat wel aan, ik vind dat wel leuk, dat heeft wel iets voor mij.

    Merk je dan ook een verschil qua appreciatie van het publiek op zo’n verschillende plaatsen?
    Hmm, nee. Omdat ik ook in zoveel verschillende bands speel met zoveel verschillende stijlen, klopt meestal de stijl of de band waarmee ik op een festival sta ook wel met het beeld van dat bepaald festival. Met Jef Neve bijvoorbeeld meer traditionele jazzmuziek voor een meer traditioneel publiek, met Flat Earth Society dan weer een ander soort publiek, maar het klopt meestal wel. (lacht even) Met Othin Spake heb ik wel al een paar keer ergens gestaan waar mensen iets helemaal anders verwachtten en dan krijg je pijnlijke toestanden. Maar daar heb ik ook mee leren leven. Af en toe ben je fout geprogrammeerd, dat is gewoon zo.

    Hoe ga je dan bijvoorbeeld om met slechte recensies? Met Othin Spake bijvoorbeeld heb je zeer uiteenlopende reacties gekregen.
    In het begin vond ik dat heel pijnlijk, heel lastig omdat ik tot dan toe vooral in dingen had gespeeld die iedereen heel tof vond. Dus ik zat in een soort positie dat alles waar ik in meespeelde goede kritiek kreeg. Met Othin Spake hebben we dan een paar heel slechte kritieken gehad en ook omdat dat mijn eigen groep is had ik daar heel veel last van. Ook omdat ik nog niet had leren omgaan met zo’n soort vibe van mensen die het slecht vinden. En dat is goed geweest voor mij omdat ik dan ook echt in mezelf ben moeten gaan kijken en mezelf ben moeten gaan vragen ‘wat vind ik daar nu uiteindelijk zelf allemaal van?’ De publieke opinie of de opinie van een publiek daarbuiten gelaten. Niet dat ik dat niet belangrijk vind, maar gewoon wat vind ik nu zelf het belangrijkste in muziek? En dat is wel goed geweest daaraan omdat ik dan meer en meer ben gaan ontdekken en nog altijd aan het ontdekken ben. En nu heb ik daar minder en minder last van. Als ik een negatieve kritiek tegenkom pikt dat natuurlijk wel even, dat is uiteraard niet zo leuk als een positieve kritiek, maar dat gaat me niet aantasten in mijn volledige ‘zijn’, wat een jaar of twee geleden dan weer wel het geval was.

    Vanavond treed je op met Gowk, een relatief nieuw project, met vrij jonge, verse muzikanten die nog niet erg veel strepen verdiend hebben in de grote jazzwereld. Heb je daarmee dan een soort ideaal zoals Art Blakey met zijn Jazz Messengers, nieuwe artiesten als het ware katapulteren naar de grotere jazzwereld?
    Dat is niet echt mijn bedoeling en ik denk ook niet dat ik de persoon ben die dat kan. Ik denk niet dat ik mij in een positie bevind zoals Art Blakey, zelf op het Belgiëniveau dan. Ik heb die muzikanten gewoon gevraagd omdat ik dat superstraffe muzikanten vind en dat is eigenlijk de enige reden. En dat die jong zijn of dat die net om de hoek komen kijken is niet echt een reden waarom ik die gevraagd heb. Ik ben die gewoon tegengekomen al spelende en ik had zo iets van ‘waaw’, ik kan daar echt muziek mee maken op hoog niveau.

    Je hebt ook je eigen label RAT Records, waar het concert vanavond in het teken van staat. Heb je daarmee dan wel een soort ideaal om nieuwe jazz een kans te geven die anders niet uitgebracht wordt? Wil je die mensen dan toch een kanaal geven om hun muziek uit te brengen?
    Dat is daar een deel van. Het label is begonnen omdat we onze eigen muziek wouden uitbrengen. Ik ben dat label begonnen met Bruno Vansina, saxofonist (samen met Teun in het VVG Trio onder andere, nvdr). Wij wouden onze eigen muziek uitbrengen zonder enig compromis naar een ander label toe. Nu hebben we dat label, al elf platen uitgebracht, nu net drie nieuwe platen. En ik heb zelf zo’n beetje het ideaal dat ik iets wil doen voor de vrije improvisatie en meer moderne jazz, wat punk, de crossoverscene in België omdat er gewoon te weinig is voor die muzikanten. Ik hoor dat ook van veel muzikanten rond mij dat er te weinig plek is om te spelen, er zijn geen labels. Ik had dan gewoon iets van ‘ik ga dat gewoon doen, ik ga een platform creëren’. Met dat label is dat inderdaad wel een beetje uit een ideologisch standpunt gegroeid.

    Deze ochtend las ik in de Morgen een interview met de Antwerpse schepen van cultuur, waarin hij kritiek gaf op het Vlaamse cultuurbeleid en meerbepaald op de nieuwe cultuursubsidiëring waarbij de aandacht voor jazz afzwakt. Een aantal labels en organisaties die zich met modernere vooruitstrevende jazz bezighouden hebben een slechte evaluatie gekregen. Onder andere De Werf is daar nu wat door in de problemen geraakt. Wat is je opinie daarrond? Vind je dat een spijtige zaak?
    Goh, ik vind dat… Dat is een heel goede vraag en ik weet nog niet heel goed wat ik daarvan moet denken. In eerste instantie maakt dat mij kwaad. Op puur emotioneel vlak dan. Ik heb zelf een subsidiedossier ingediend voor deze avonden en ik heb ze ook niet gekregen en een negatief advies gehad en daar was ik wel redelijk pissed over. Nu vind ik wel dat bepaalde redenen die zij gegeven hebben om die subsidies niet te geven wel gegrond waren, dus ik ga een nieuw subsidiedossier indienen en kijken wat ze zeggen. Nu hou ik ook wel van de hardcorekant om alles zelf te doen en geen gesubsidieerd initiatief te zijn. Ik ga gewoon op mijn eigen weg sponsors zoeken en dingen doen en ik kom er wel, ik heb hun niet nodig. Langs de andere kant vind ik het bullshit van dat subsidieorgaan om zo met jazzmuziek of geïmproviseerde muziek om te gaan. Niet voor mij, maar dan voor al die andere mensen die dan die subsidies niet meer zouden krijgen. Ik vind dat wel een spijtig zaak. Nu, subsidies zijn ook een vergiftigd geschenk he. Je moet daarvoor aan bepaalde normen voldoen en ik weet nog niet of die kloppen met mijn eigen filosofie. Maar ik denk dat er in het algemeen gewoon veel te weinig geld naar jazzmuziek gaat als je dat vergelijkt met wat er naar dans of klassieke of andere soorten dingen gaat is dat gewoon peanuts. Als ze dat dan nu nog is gaan halveren, dan heb ik daar echt wel een probleem mee. Dat vind ik gewoon onverantwoord.

    Men wil dus ook de subsidies voor jazz kanaliseren naar meer toegankelijke jazzorganisaties. Ik denk bijvoorbeeld aan het Brussels Jazz Orchestra die wel een positieve evaluatie kregen en misschien Philip Catherine en andere artiesten die al heel wat meer naam hebben.
    Ja, Jef Neve ook bijvoorbeeld. En dat zijn nu juist… Ja, ik bedoel het Brussels Jazz Orchestra, da’s een grote band, die hebben subsidies nodig om te functioneren, dat kan niet anders. Maar iemand als Jef Neve, Philip Catherine… Ik speel zelf bij de Jef, en wij hebben reissubsidies nodig. Ik weet nu eigenlijk niet of Philip Catherine subsidies krijgt hoor. Maar Jef alleszins wel, en we hebben die wel nodig. Maar ik denk ook dat die het wel zouden trekken zonder subsidies terwijl andere dingen dan weer niet. Of misschien wel, maar dan moeten we misschien meer fantasierijk zijn en anderen mogelijkheden zoeken om het te doen. Ik vind het echt een heel moeilijke vraag, ik vind het ook moeilijk om daar een gefundeerd antwoord op te geven, omdat ik zelf nog een beetje pissed ben door heel dat subsidieverhaal en ik moet dat nog wat nuanceren. Ik moet nog is goed nadenken wat ik daar allemaal van vind.

    Misschien is het wel goed om met verschillende artiesten en groepen samen te gaan zitten en samen een standpunt te ontwikkelen?
    Ja, collectief. Ik denk dat ook. Ik denk dat wij veel te veel allemaal op een klein eiland ons ding zitten te doen en we moeten echt een grotere structuur maken.

    Je speelt vanavond in de Vooruit. Het is niet de eerste keer dat je hier speelt. Speel je hier graag? Waarom wel, waarom niet?
    Waanzinnig graag. De grootste reden is Wim Wabbes de programmator. Dat is gewoon iemand waar ik een supergoed gevoel over heb, iemand die echt heel veel dingen doet en gedaan heeft voor de alternatieve muziek. De Vooruit is denk ik echt een van de enige grote gesubsidieerde huizen in België die zoveel risico’s neemt en zo’n brede programmatie heeft. Da’s de eerste reden, Wim Wabbes, de tweede reden is omdat ik hier een affiniteit mee heb. Ik kom hier heel veel, ik speel hier veel, repeteer hier veel, het is een supermooi gebouw en Gent vind ik een fantastische stad. Da’s hier zo’n beetje een tweede thuis voor mij.

    Bedankt en veel plezier met het concert vanavond!

    - Gowaart Van Den Bossche

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  21. #13 over 3 jaar geleden over Satoko Fujii's Ma-Do / Marilyn Crispell Satoko Fujii's Ma-Do / Marilyn Crispell
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!
    ***

    “Jazz is not dead, it just smells funny” zei Frank Zappa ooit en daar had ‘ie zo wel een punt. Het is absoluut niet zo dat er geen relevante jazz meer gemaakt wordt dezer dagen, alleen durft er aan nieuwe jazz nogal is een vreemd geurtje te hangen. En zoals mensen niet graag zaken eten die een rare geur hebben, blijven de mensen ook liever weg van muziek met een vreemd luchtje eraan.

    Sommige muziek is echter net als een durian, het stinkt uren in de wind, maar smaakt heerlijk. Wat Satoko Fujii gisteren bracht komt aardig in de buurt van dit soort muziek. Niet dat de Japanners die daar op het podium stonden zich in geen maanden hadden gewassen of iets dergelijks en we hebben er al zeker onze tanden niet in gezet, maar de muziek die zij uit hun instrumenten persten hield zich zelden aan conventies, bleef constant onvoorspelbaar en schipperde tussen delicaat en brutaal, dissonant en melodisch. En hoewel de muziek een aantal elementen uit de free jazz overnam was er echter vrij weinig echt vrij aan de muziek. De structuur van de nummers lag volledig vast en ritmisch moest er zeer strak gespeeld worden. Het is dan ook een beetje een vreemd zicht om jazz te zien gespeeld worden met partituren (hoewel, het is niet nieuw, Henry Threadgill’s Zooid speelde eveneens vanop partituur enkele maanden geleden). Dat deed echter niets af aan de muziek, want wat daar op het podium gebracht werd was sterk en vooral erg boeiend om te volgen, al werd men soms iets te uitbundig in de vrijere stukken.

    Ook wat Marilyn Crispell bracht was onvoorspelbaar, maar in plaats van dat we hierdoor constant benieuwd waren naar wat er nu zou gaan komen dreven onze gedachten volledig af. Misschien is het omdat Crispell slechts solo op het podium stond met alleen de piano, maar ik denk dat het vooral komt doordat ze ietwat te formulaïsch werkte. Ook haar muziek schipperde tussen dissonantie en mooie melodieën, maar in geen van beide uiteinden wist ze echt boeiende zaken aan te reiken. Haar meer melodische riedels zouden weliswaar mooi passen bij filmbeelden, maar zo alleenstaand waren ze maar weinig boeiend. En haar meer dissonante capriolen, tja, die waren ook vrij run of the mill als u het ons vraagt. De enige momenten waarop Marilyn Crispell ons echt wist te boeien was wanneer ze met de ene hand melodische akkoorden speelde en met de andere hand atonale zaken ertegenin smeet aldus een botsing teweegbrengende tussen conventie en grilligheid. Al bij al was het zeker niet ongenietbaar, en als achtergrondmuziek deerde het niet, maar warm werden we er toch niet van.

    Gelukkig gebeurde het concert in omgekeerde richting en was het Satoko Fujii’s Ma-Do die mocht afsluiten, zodat we niet ontgoocheld naar huis moesten. Naar het werk van Satoko Fujii zal ik blijven uitkijken, naar dat Marilyn Crispell misschien.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  22. #12 over 3 jaar geleden over Florizoone, Massot & Horbaczewski Florizoone, Massot & Horbaczewski
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Veel kan ik daar niet aan toevoegen. Een zeer genietbaar concert indeed. Vorig jaar zag ik ook al Trio Grande spelen in de theaterzaal met ook Michel Massot. Ook toen al prettig gestoord.

    Drie sterke muzikanten, in een sterk muzikaal geheel. Conventie en ook wel wat vernieuwing door elkaar zonder daardoor al te vreemd aan te voelen. En vooral veel plezier op het podium. Dit alles maakte het tot een zeer aangename avond.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  23. #11 over 3 jaar geleden over Isis Isis - Guapo
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Tussen te weinig en te veel structuur

    ****


    Het beloofde een zware avond te worden in de Balzaal. Niet alleen kon je dat al horen aan de muziek die opstond voor het concert, ook het publiek liet ons dat al vermoeden. Ik voelde mij weer één van de weinigen die geen t-shirt van één of andere zware metalband aanhad. Daar stond ik dan mooi met mijn t-shirt van Joanna Newsom… Maar uiteraard komen wij niet voor de kleren of voor het publiek, wij komen voor de muziek natuurlijk, en muzikaal zou het een interessante rit worden.

    Guapo mocht de spits afbijten, weliswaar met een goed halfuur vertraging. Makkelijk maken ze het hun publiek wel niet, die jongens van Guapo. De nummers duren een halfuur (ze speelden er twee), zitten vol valse starts en moeilijke ritmes en er is zo goed als geen contact met het publiek. En toch wist Guapo wel redelijk te boeien met hun mix van jaren ‘70 prog-rock (inclusief glitterpakjes), doommetal en stonerrock. Weliswaar voelde het geheel compleet richtingloos aan en werd de manier waarop ze hun songs opbouwden na een tijdje enerverend, toch waren ze in de goede stukken impressionant. Helaas waren er echter ook stukken waar wij ons doodverveelden. Guapo heeft een beetje dezelfde ziektes als veel projectjes van Mike Patton: het is te grillig voor haar eigen goed, er zit geen lijn in de nummers en men blijft vaak te lang ronddolen rond de minder boeiende stukjes. Niet verwonderlijk dan ook dat Guapo resideert op het Ipecac-label van Mike Patton.

    Maar niet alles wat op Ipecac wordt uitgebracht is van zulke grillige kwaliteit. Ook ISIS brengt haar platen uit op voorgenoemd label, maar van hen kan je niet zeggen dat ze structuurloze nummers maken. Vaak is de structuur zeer duidelijk merkbaar en bouwt de muziek ook ergens naartoe, alleen is hier net het probleem dat ze al te vaak hervallen in dezelfde structuren, waardoor veel songs nogal erg op elkaar lijken en onderling inwisselbaar zijn. Een standaardsong van ISIS begint hard, wordt dan weer zacht waarna men geleidelijk opnieuw opbouwt naar een harde catharsis, waarna de song meestal eindigt. Dat stoort wel een beetje, en maakt de muziek vrij voorspelbaar, maar dat is dan ook zowat het enige negatieve dat ik over ISIS kan opmerken. Afgezien hiervan was de groep namelijk machtig en speelde ze een indrukwekkende show met slechts weinig saaiere momenten. De muzikanten gingen duidelijk op in hun muziek en speelden met overtuiging. Alleen naar het einde toe begonnen ze mijn aandacht een beetje te verliezen, door de voorspelbare structuur van de nummers en misschien ook wel gewoon omdat ik dringend naar het toilet moest… Al bij al was ISIS echter indrukwekkend, en ook al was het spijtig dat ik de keyboards niet kon horen in het begin van Holy Tears, het was nog steeds een goede opvoering.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  24. #10 over 3 jaar geleden over Gambletron meets Tribe / HRSTA Gambletron meets Tribe / HRSTA
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Hrstagambletribe

    ****

    Post-rock is dood. Voila, de obligate start van een post-rock review hebben we al gehad, nu kan ik even uit de doeken doen waarom Hrsta toch interessant kan blijven in een wereld waarin de Godspeed en Explosions in the Sky-klonen wijdverbreid zijn. Maar misschien moet ik eerst iets zeggen over de samenwerking tussen Lisa Gamble en Tribe.

    Enkele maanden geleden heb ik verklaard dat The Tribe Band fantastisch was, hun concert in de balzaal was zondermeer fantastisch. Mijn interesse was dus sowieso al aangewakkerd voor dit project. Die interesse werd ook grotendeels bevredigd. Het concert begon volledig solo met Lisa Gamble (ofte Gambletron) en haar elektronische speeltjes wat resulteerde in een kort noise-avontuurtje gestuurd door een loop uit een drum machine en Gamble’s geschreeuw door een megafoon-annex-microfoon. Leuk, maar een hele set van dat soort gedoe zou al snel saai worden. Maar goed dat de mannen van Tribe al meteen hierna het podium opkwamen. Wat volgde was een zeer gevarieerde set die schipperde tussen hoempamuziek, tribale noise, jazz, meditatieve oosters getinte mantra’s en post-rock op z’n Constellations. Dit had het voordeel dat het nooit echt serieus ging vervelen, maar ook het nadeel dat de set in z’n geheel misschien een beetje incoherent was. Dit zijn echter problemen die typisch zijn aan een volledig nieuw project. Als deze samenwerking nog een aantal optredens zou doen, zou het tot een samenwerking van topniveau kunnen uitgroeien. Ik ben alvast blij dat ik het allereerste (en misschien enige?) optreden van Gambletribe mocht aanschouwen. En die fietswielen met strijkstokken, dat idee ga ik gewoon schaamteloos overnemen.

    Maar waarom kan Hrsta dan interessant blijven in deze wereld van duizenden post-rock-klonen? Simpelweg omdat Hrsta is blijven evolueren vanuit dezelfde sound die ook al het vroege Godspeed-werk kenmerkte (vergis u niet, de twee laatste albums van Godspeed zijn zonder Mike Moya) en steeds meer naar psychedelisch territorium is opgeschoven. Het begin van dit concert toonde dat ook mooi, want tijdens het eerste kwartier kwam er zelfs geen drum aan te pas. Dit vond ik dan ook het beste stuk van het concert met de focus bijna volledig op Moya’s gitaarspel en zang en de vrouw op gitaar en orgeltje. Daarna werd de band wat meer uitgebouwd en begon met met steviger werk, helaas veel minder subtiel dan op plaat waardoor het een belangrijke eigenwaarde verliest. Anderzijds zorgde dit ook wel voor een rauwere energie in de songs. Het etherische, magische sfeertje dat de muziek van Hrsta kenmerkt (grotendeels te wijten aan Moya’s zwaar met effecten beladen gitaar en het orgeltje) bleef wel aanwezig gedurende de hele set.

    Een zeer aangename avond dus, ik heb nu al spijt dat ik de andere concerten van dit Etoiles Polaires festival niet kan volgen.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  25. #9 over 3 jaar geleden over Squarepusher Squarepusher - support Nathan Fake
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Hyperactief punkfunkbreakshredfest

    ****

    Dat Squarepusher voor de allereerste keer naar België zou komen heeft behoorlijk wat hype losgeweekt bij Belgische muziekfans. Ook ikzelf kon een vreugdekreetje nauwelijks onderdrukken toen ik de blijde boodschap enkele maanden geleden las op de Vooruit-website. En ik ben dan nog niet eens zo’n zware fan en slechts bekend met enkele van zijn albums.

    Vele mensen werden nog gelukkiger toen ze hoorden dat Nathan Fake het voorprogramma zou verzorgen. Mij deed dat weinig, want mijn kennis van Nathan Fake beperkt zich tot het hier en daar gehoord hebben van zijn naam. Gelukkig had ik op voorhand wat dingen gecheckt zodat ik niet onvoorbereid ’s mans kunsten zou moeten aanzien. Niet dat er zo gigantisch veel te zien was, op z’n myspace las ik dat hij normaal spacy visuals meeneemt, maar deze waren nu afwezig. En hoewel hij wel behoorlijk grappig zijn hoofd op de beats mee bewoog, begon dat ook al snel te vervelen. Gelukkig zat de muziek wel snor. De nummers werden aan elkaar gebreeën als ware het een dj-set (wat niet het geval was) en hoewel ik naar het midden een beetje m’n aandacht kwijt was bleef het wel voortdurend van dezelfde kwaliteit. Gelukkig zorgde hij op het einde voor een climax door plots een vette break te introduceren en zo kon hij de laatste 10 minuten alsnog mijn aandacht herwinnen.

    Al het gerief dat Squarepusher zou gebruiken stond feitelijk al op het podium terwijl Nathan Fake nog speelde dus had de vierkantenduwer perfect na een tiental minuutjes al kunnen beginnen. In plaats daarvan moesten we drie kwartier wachten voor Tom het podium opwandelde, terwijl een DJ wel leuke muziek draaide maar absoluut niet doorhad hoe je nummers aan elkaar moet mixen en voor een coherente set moet zorgen. Maar goed, eenmaal Squarepusher eraan begon was dat al snel vergeten. Hij begon met veel nieuw werk met een sterke funk en fusion inslag, maar na drie nummers kwam er al een drummer (volgens mij was het echter een robot, hij leek wel een levende metronoom) bij en sloegen ze de punkrichting in (ook vooral nieuw werk dus). Na het punkdeeltje kregen we ouder, meer op overstuurde breaks gericht werk te horen. De drummer kwam op het einde nogmaals ten tonele, nu samen met en tegen de breaks in spelende. De bis was terug solo Jenkinson, met zowel oud als nieuw werk. Enige constante in de set waren dus Jenkinson met zijn basgitaar en zijn geflipte led-lichtjes en vooral de gigantisch hoge mate aan energie die doorheen de set aanwezig bleef. De korte pauzes tussen de nummers waren telkens een welkome afwisseling van het hyperactief sonisch geweld dat op ons afgevuurd werd.

    Al bij al dus een zeer aangename avond met de hypnotiserende dansmuziek van Nathan Fake en de volledig doorgeslagen hyperactieve, maar o zo fantastische waanzin van Squarepusher. Maare, liefste Vooruit, een rookverbod in de Concertzaal zou zéér aangenaam zijn.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  26. #8 over 3 jaar geleden over Alela Diane Alela Diane
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Een set in kleine pieken en dalen

    ***

    Het beste concert dat ik al heb mogen aanschouwen, was dat van Joanna Newsom en haar begeleidingsband in de Ancienne Belgique een kleine 2 jaar geleden. Gezien Alela Diane constant vergeleken wordt met Newsom moet haar concert ook wel fantastisch zijn. Toch?

    Wel, helaas moet ik nee antwoorden. Fantastisch was het niet. Dat wil niet zeggen dat het een slecht concert was, het was zeker wel genietbaar. Het probleem met Alela Diane is dat ze (in tegenstelling tot Joanna Newsom) feitelijk weinig vernieuwend of inventief doet. Waar Joanna’s songs een hele weg afleggen voor ze tot een einde komen, blijven Alela’s nummers ronddolen rond één en hetzelfde muzikale idee zonder dat ze al te veel daarop varieert. Enkele songs hebben twee of drie melodieën, maar daar blijft het dan ook bij. Leuk voor een halfuurtje dus, maar na anderhalf uur ben je dat wel beu gehoord. Gelukkig had ze een begeleidingsband mee, maar ook de nieuwigheden die zij dan aanbrachten (overigens meestal weinig origineel) waren na enkele nummers al uitgespeeld. Zo kwam het dat de set een beetje in pieken en dalen verliep, met een opflakkering elke keer dat er nieuwe muzikanten bijkwamen, maar helaas een opflakkering die al snel weer op een laag pitje ging eens de nieuwigheid eraf was.

    Alela Diane mag dan wel een prachtige stem hebben, aan haar muziek mag ze wel is fameus sleutelen. Maar die drummer mag ze zeker wel behouden, hij was zowat het enige bandlid die interessant was om naar te kijken.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  27. #7 over 3 jaar geleden over Pauze Festival - dag 2: Soul shredders of Seoul Pauze Festival - ... - Sato Yukie, Kim D...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Eendjes

    ****

    Korea, het is zo niet meteen een land waarin ik denk als ik denk aan vooruitstrevende muziek. Edoch, gisteren werd ons bewezen dat we weldegelijk Korea mogen zien als een belangrijke draaischijf van de hedendaagse avant-garde. Uiteraard gaat dit dan over Zuid-Korea, wij kunnen ons niet inbeelden dat er in Noord-Korea veel anders dan K-Pop en Communistische liederen gemaakt worden. Maar voel u gerust vrij om ons het tegendeel te bewijzen!

    Anyway, het was weer een experimenteel avondje. Deze keer helaas zonder de fantastische visuals van gisteren, maar gelukkig was de muziek meestal interessant genoeg om ons te blijven boeien. De spits werd afgebeten door Sato Yukie die experimentele improvisatienoise bracht en daarvoor allerlei keuken-, huis- en badgerei (eendjes!) aanwendde naast conventionelere zaken als effectpedalen en slide-guitar. Vooral een plezier om naar te kijken, maar ook muzikaal zat het wel snor. Yukie bouwde zijn set goed op en wist wanneer hij zijn hels lawaai mocht loslaten op ons en wanneer hij een stapje terug mocht nemen.

    Tweede in rij was Kim Doo Soo, een beetje de vreemde eend in de bijt vanavond. Zijn muziek wordt vaak vergeleken met Bob Dylan, maar zijn stijl was gevarieerder dan die van Bob, soms leunde het wel is bij klassiek gitaarspel aan. Tekstueel verstonden we er geen snars van, maar het klonk allemaal prachtig. Zijn gitaarspel was mooi, de belletjes aan zijn gitaar leuk gevonden en de celliste was ook wel aangenaam (hoewel ze duidelijk niet echt op elkaar ingespeeld waren). Een ontdekking! Wij kijken alvast uit naar meer van deze man (hoewel het hier vast onmogelijk te vinden is).

    Tot nog toe dus al een zeer aangename avond. De opzetting voor Ryu Hankil en Choi Joon Yong zag er alvast ook zeer interessant uit. Allerlei mechanische, opwindbare machientjes in hun bloot ijzerwerk op de ene tafel, een opengevezen cd-speler aan de andere tafel. Dat moest wel interessant zijn. En dat was het dan ook, althans de eerste 20 minuten. Daarna verviel de noise een beetje in herhaling wegens de beperktheid van het klankpalet. Daarbijkomend was deze noise ook gewoon stukken minder interessant om naar te kijken dan die van Sato Yukie. Maar toch, een interessant concept, in samenspel met echte instrumenten zou dit wel eens erg boeiend kunnen worden.

    De afsluiter voor de avond liet ons nauwelijks enige pauze en beklom haast direct het andere podium en begon te blazen op zijn saxofoon. Kang Tae Hwan was volledig solo, slechts vergezeld van zijn saxofoon en zijn ongelooflijke adem. Als een volleerd monnik zat hij onverstoord in kleermakerszit op zijn verhoogje en blies hij zijn mysterieuze, langgerekte saxofoonklanken de Balzaal in. Bevreemdend, maar ook zeer mooi. Met nog een extra saxofoon zou dit overweldigend geweest zijn, nu was het daar niet ver van verwijderd.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  28. #6 over 3 jaar geleden over Pauze Festival - dag 1: Journey through a burning brain Pauze Festival - ... - met Köhn, Sword H...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Laveren tussen hemelsferen en helskrochten

    ***

    Het (K-raa-k)³-label neemt een heel aparte plaats in in het Belgische muzieklandschap. Ze zijn niet de enigen die experimentele muziek uitbrengen, maar ze zijn wel het label dat er het meeste erkenning voor krijgt. Zo’n grote erkenning zelfs, dat ze de Vooruit (of toch enkele zalen ervan) 3 dagen na elkaar mogen hijacken voor hun Pauze festival, een festival dat even stil staat bij wat de meest recente ontwikkelingen zijn in de vooruitdenkende muziek.

    Althans, dat is de opzet. Het is dan ook zeer vreemd dat we gisteravond veeleer een groep artiesten voorgeschoteld kregen die teruggrepen naar de jaren ‘70 (met een uitzondering, daar kom ik straks nog op terug) in plaats van volstrekt nieuwe, gewaagde muziek te brengen. De Balzaal werd gisteren gevuld met spacy analoge synthesizerklanken, zwaar met effecten geladen gitaren en psychedelische visuals zoals je je dat ook wel zou kunnen inbeelden bij een concert van de vroege Pink Floyd. U hoort het al, liefhebbers van de good ol’ sixties ‘n seventies kwamen zeer zeker aan hun trekken bij dit concert. Vooral dan als ze een fetish hebben voor Duitse krautrock en Californische psychedelica.

    Gelukkig hebben wij ook helemaal niets tegen deze genres. Wij beluisteren met graagte wel eens wat Klaus Schulze of Tangerine Dream en psychedelica durft ook geregeld op onze platenspeler terecht te komen. Köhn en Arp pasten in die eerste groep van spacy synths en Wooden Shjips leek wel blijven hangen in het Californië van de vroege jaren ‘70 (ook qua uiterlijk trouwens). Maar hoe past Sword Heaven hier dan in? Da’s simpel, helemaal niet. Sword Heaven was ongetwijfeld het meest gewaagde en ook het meest luidruchtige van de hele avond, met hun tribale vorm van noise. En daarmee bedoelen we dan ook echt lawaai. Wel interessant om is gezien te hebben (en dat mag u ook letterlijk nemen, de drummer was een fenomeen om waar te nemen), maar ik betreur het mij nog steeds dat ik geen oordopjes had meegenomen. Als er lawaai is in de hel, dan zal het vast en zeker klinken als Sword Heaven.

    Een probleem waar alle bands overigens mee te maken hadden was een gebrek aan variatie. Vooral dan Wooden Shjips en Sword Heaven vielen in herhaling na een tijdje en wisten op het einde nog maar weinig interessants aan te brengen. Arp vond ik niet kwaliteitsvol genoeg, zijn melodieën waren zwak en geregeld ook gewoon vals. Köhn vonden we dan nog het sterkste van de avond, genoeg variatie in de set en de melodieën op zich waren sterk genoeg. Maar goed, als het dan even wat saaier werd konden we wel genieten van de prachtige visuals, on the spot geïmproviseerd met allerlei analoog projectiemateriaal. Best leuk om die kerels daar te zien wapperen met hun gekleurde papiertjes ook.

    Al bij al wel een aangename avond, al vraag ik me af waarom dit dan zonodig als “nieuwe” muziek gelabeld moest worden. Misschien slaat de term meer op de andere avonden van het festival. We zijn benieuwd voor vanavond!

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  29. #5 over 3 jaar geleden over Henry Threadgill - Zooid Henry Threadgill - Zooid
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Beyond Jazz

    ****

    “Thank you so much for applauding and being such a nice audience, but really, you should be applauding yourself. Because we only play so good because of you being such a wonderful audience and giving us that special vibe that makes us play so great.” Zo stelde Henry Threadgill het zelf na zijn concert en na het uitzinnige applaus dat vroeg om nog meer. Meer gaf hij ons niet, maar wel deze mooie woorden. Het waren tevens zowat de enige woorden die hij gedurende het concert sprak, afgezien van het vernoemen van de namen van zijn medemuzikanten.

    Dat zegt al veel. Het feit dat Henry Threadgill kiest om bindteksten achterwege te laten en zijn eerste woorden pas spreekt als het concert al een heel eind gevorderd is toont hoezeer het bij Threadgill alleen om de muziek gaat. Threadgill heeft ook helemaal geen woorden nodig om het publiek voor hem te winnen, daar zorgde de muziek voor. Nochtans was het geen makkelijk verteerbare muziek (het hoorde duidelijk eerder thuis in het “beyond” van het jazz & beyond”-label) en vroeg het de volle aandacht van de luisteraar om waarlijk genietbaar te zijn. Alle muzikanten speelden ijzersterk, zonder dat één van hen al te veel de voorgrond inpalmde of muzikaal overheerste. Ik moet echter toegeven dat mijn gedachten wel is durfden afdwalen, al was dat eigenlijk veeleer te wijten aan een slaaptekort dan aan het concert. Dat is spijtig, want ik ben ervan overtuigd dat, moest ik er volledig fris en monter gestaan hebben, ik er volledig had in kunnen opgaan.

    Vóór het concert hoorde ik achter mij mensen een gesprek voeren dat ze eigenlijk nauwelijks naar jazz luisterden omdat het hun aandacht niet kon houden. Deze mensen zullen maar een vreemd gevoel hebben overgehouden aan Zooid, maar de avontuurlijke muziekliefhebber zal er des te meer van genoten hebben.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  30. #4 over 3 jaar geleden over Humcrush & Sidsel Endresen Humcrush & Sidsel Endresen
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    Groovy Noise

    ****

    Avant-garde is een beetje een vreemde term. Een nogal spijtige term ook, want onvermijdelijk schrikt het mensen af van zaken die als avant-garde bestempeld worden. In zekere zin is dat ook wel gerechtvaardigd, want voor veel avant-garde kunst heb je een nogal sterke maag nodig. Anderzijds is ook heel wat van deze kunst best wel toegankelijk, zij het dat men toch ietwat open-minded moet zijn (maar zoals de wijze Frank Zappa ooit zei: “the mind is like a parachute, it doesn’t work when it isn’t open”).

    Humcrush & Sidsel Endresen speelden gisteravond een concert dat schipperde tussen beide uiteinden van dat avant-garde spectrum. De ene moment leek het complete chaos en nauwelijks een seconde later begon men zulk een vette groove te spelen dat zelfs compleet ritmeloze mensen er hun heupen zouden op beginnen wiegen. Echter, deze momenten waren meestal kort, en dreven in een zee van ogenschijnlijk onsamenhangend free-jazz achtig gemusiceer dat meestal ingetogen begon maar al snel explodeerde in een overrompelende wervelwind van geluid. Nee, makkelijk verteerbare loungemuziek was dit niet, maar dat maakte het voor mij net veel aangenamer. De set was uitdagend, zeer spontaan (ik vraag me nog steeds af hoeveel nu feitelijk geïmproviseerd was, ik vermoed zeer veel) en zeer boeiend om naar te luisteren en te kijken. Misschien was het omdat ik recht voor de drummer zat, maar het was vooral deze laatste die mijn aandacht naar zich toe trok door de hele set. Moeiteloos combineerde hij zijn drumspel met de electronica die hij tevens bediende. Overigens was het eens geen electronica die uit een iBook komt, maar samplede de drummer gewoon zijn eigen drumstel via allerlei apparatuur (onderwijl gewoon doorspelende!) waarna hij dat vervormde en er een percussie-achtergrond mee maakte. Ook de keyboardist droeg veel bij aan het geheel, hoewel er extreem weinig melodie te vinden was in de set, de nadruk lag hem vooral op de groove en op bevreemdende geluiden. Alleszins, beiden waren onmisbaar voor het gevoel van de set. Sidsel Endresen, die dus de zang verzorgde, was niet onmisbaar, maar wel zeer leuk om er bij te hebben. De muziek zou overeind blijven zonder haar, maar met haar werd het gewoon nog veel sterker. Endresen zong in het Noors (of in wartaal) en ook even in het Engels. Van wat we van het Engels verstonden kwam er echter niet al te veel substantieel uit en werd de zang meer gebruikt als een instrument dat via allerlei experimentele wegen bespeeld wordt. Stotteren, schreeuwen, gewoon zingen en hoestachtige geluiden passeerden allemaal de revue.

    Zoals ik al zei was dit concert niet voor muziekliefhebbers met een zwakke maag, maar des te meer voor diegenen die avontuurlijk aangelegd zijn. De Wildgedragstempel was dus zeker en vast verdiend voor dit concert. U merkte het echter al, ik heb zeer genoten van dit concert en het enige nadeel dat ik kan bedenken is dat de avond gewoon veel te vroeg gedaan was.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  31. #3 over 3 jaar geleden over Jóhann Jóhannsson Jóhann Jóhannsson - Fordlandia - cd-v...
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    (Odi et) Amo

    ****

    Er heerst al een hele tijd een fameuze hype rond de Ijslandse (en in extenso noordelijke) muziekscene. Maar in tegenstelling tot veel andere hypes lijkt deze echter niet af te nemen in sterkte. Neen, het gaat steeds maar crescendo (net zoals veel van de muziek van die vikingafstammelingen). Het feit dat Sigur Rós de zaterdag mocht headlinen op Pukkelpop en zomaar even Vorst Nationaal uitverkoopt kan daar getuige van zijn, maar ook Jóhann Jóhannsson, klein bier op commercieel vlak vergeleken met Sigur Rós, wist de Sint-Barbarakerk ruim op voorhand uit te verkopen.

    Jóhann Jóhannsson zou een cd-voorstelling geven van zijn nieuwe plaat Fordlandia. Wij vreesden al dat dit een erg kort concert zou zijn met enkel nieuwe nummers, maar gelukkig bracht Jóhann eerder een overzicht van zijn solo-carriere, met grote nadruk op Englabörn en zijn nieuwe plaat. Doordat hij muziek uit al zijn albums putte, kon hij al wat meer variëren, er ligt namelijk een wereld van verschil tussen de ingetogen en simpele schoonheid van Englabörn enerzijds en het orkestraal bombast van IBM 401: A User’s Manual anderzijds, met de nieuwe plaat daar netjes tussenin te situeren als een mooie symbiose van beide uitersten. Maar toch lukte het niet altijd. Vooral in het middendeel waren er enkele kortere stukjes die nergens heen leken te gaan en zo een beetje saai overkwamen. Verder waren er ook wat sequentieproblemen tussen de electronica en de strijkers, vooral dan in de uitvoering van The Sun’s Gone Dim And The Sky’s Turned Black (vanop IBM 1401) waarbij de strijkers een goede tel achter liepen op de computerstem. Ook stond de akoestische piano vaak te zacht, de electronica soms te luid en voegden de visuals zeer weinig toe aan de performance (en daarbijkomend waren ze ook gewoon erg cliché).

    Het is een hele waslijst van opmerkingen, maar feitelijk gaat het hem vooral om kleinere ergernissen die ervoor zorgden dat het concert niet zijn volle potentieel kon bereiken. Want de goede nummers waren namelijk fantastisch en het merendeel van het concert bestond uit goede nummers. Hoogtepunten waren het laatste nummer voor de bis, gebouwd rond een kort orgelriedeltje waarop lustig voortgebouwd werd met prachtige strijkersarrangementen. Ook de bis zelf, bestaande uit 3 nummers, waarvan één zwaar elektronisch, was geheel fantastisch. De afsluiter Odi et Amo (uit Englabörn) zorgde voor een perfect, sfeervol einde. Al bij al was de setting ook zeer geschikt voor het concert, met verbazingwekkend weinig galm voor een kerk en een zeer respectvol publiek.

    Jóhann mag gerust nog een aantal keer terugkomen, maar hij mag wel is met de grove borstel door zijn setlist gaan.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  32. #2 over 3 jaar geleden over The Tribe Band The Tribe Band - cd-voorstelling
    Beoordeel reactie: Boehoe! +1 Hoera!

    Het evangelie volgens The Tribe Band, deel 1

    ****

    Vele mensen hebben nog niet gehoord van The Tribe Band. Zij dwalen. Sinds gisteren mag ik mij nederig luisteraar verklaren van The Tribe Band, en ik zal meteen op mijn missie vertrekken. Het is aan mij, aan u, aan ons allen om de wetenschap dat The Tribe Band fantastisch is over te dragen aan de massa van onwetenden. Het is aan ons om de horden mensen die nog nooit van dit collectief gehoord te hebben het ware woord te verkondigen! Troissoeur is ter ziele gegaan, maar uit haar assen verrees The Tribe Band en zij zullen nog vele malen te zien zijn in Belgische zalen, de goede muziek verkondigend!
    Gezegend zult gij allen zijn wanneer gij de zalen betreedt waarin Edwin Van Vinckenroye en de zijnen u de schone klanken der hemelsferen laten horen!

    Oftewel: het was zeer goed, check http://www.thetribesite.com om te zien wanneer ze nog is in uw omgeving spelen.

    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)

  33. #1 over 3 jaar geleden over Velma Velma - Requiem
    Beoordeel reactie: Boehoe! 0 Hoera!

    or, Death and all of his Friends

    ***

    Het meest toepasselijke woord voor deze voorstelling is wellicht “bevreemdend”. Of dat we daar een “te” voor moeten zetten, is kwestie van smaak, maar ik denk dat iedereen wel kan beamen dat dit bevreemdend was.

    In zekere zin is dat echter nog niet zo dom gezien van Velma, want als er iets is wat bevreemdend/onverstaanbaar is aan het bestaan, is het wel de dood, het centrale thema van deze voorstelling. Niemand weet wat er na de dood is, en als men denkt het te weten, is het verschrikkelijk moeilijk om het onder woorden of beelden te brengen. Velma doet een poging daartoe door terug te grijpen naar het requiem, al doen ze dat op een zeer eigenzinnige manier. De hele voorstelling bleef de hele tijd onvoorspelbaar (culminerend in het feit dat ze na het applaus gewoon verder deden alsof er niets gebeurd was en dan gewoon niet terugkwamen voor applaus bij het einde), net zoals de dood.

    Conceptueel zat het dus wel snor. Maar met een concept alleen kom je er niet. En hier ging Velma enigszins de mist in. Bij momenten voelde het aan alsof ze gewoon dat deden wat niet voor de hand lag, gewoon om eigenzinnig te blijven, om die bevreemding door te drijven. Maar op andere momenten werkte het, en dan was Requiem indrukwekkend. Hoogtepunt was ongetwijfeld de gitaarimprovisatie + zang met oosterse klanken die uitmondde in een intense climax die menig post-rock band tot schaamte zou brengen. En dat met maar één akkoord, I’m impressed! Als deze climax de laatste doodsstrijd zou moeten symboliseren, dan was het stuk dat erna kwam perfect geschikt als een In Paradisum. Lichte ambient-klanken, met hoge zang (engelenkoortje?), je waande je alleszins in een compleet andere wereld door het contrast met voorgaande climax. En zoals hierboven al gezegd is, hierna had het moeten eindigen, maar Velma keerde terug, zonder dat ze al te veel wisten toe te voegen aan het geheel, behalve dan nog meer bevreemding.

    Al bij al, een conceptueel interessante, maar niet altijd even geslaagde voorstelling.

    Tags
    Reageer als eerste

    Bewaar dit item (0)


Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital