Niet alleen vormt de trilogie ‘BIG’ hét sleutelwerk binnen het oeuvre van het Frans-Oostenrijkse performancecollectief SUPERAMAS, het werk heeft zo onderhand – terecht – ook zijn plaats in de geschiedenisboeken over hedendaags theater opgeëist. In het kader van het Vooruitfestival 2008 programmeert Kunstencentrum Vooruit nu op korte tijd de volledige cyclus.
Het vlot er maar niet mee, met de repetities van de band, in episode drie (‘happy/ end’). Eén van de muzikanten is er met zijn hoofd niet bij: zijn vriendin is zwanger en wil het kind graag houden. Ook in de tweede verhaallijn is banaliteit troef: een groep meisjes kletst in de gym wat bij, zoals dat onder meisjes gaat. Het is een techniek die je bij SUPERAMAS wel vaker ziet terugkeren. Immers: niet wat er gebeurt is belangrijk, wel hoe het getoond wordt…
high / low
Ongetwijfeld heeft het collectief zijn cultstatus voor een groot stuk te danken aan die onnavolgbare manier waarop ze ‘high’ en ‘low’ mixen: het moeiteloos samplen van Derrida met Britney Spears, het naadloos aan elkaar rijgen van ‘Sex and the City’ en Milan Kundera, van kunst en kitsch, van TV, film en theater. In ‘BIG 3’ dragen de heldere belichting en het zorgvuldig samengesteld podiumbeeld er bijvoorbeeld toe bij om wat op scène gebeurt, even ‘onecht’ te doen ogen als een tv-soap. Dat de acteurs hun tekst nasynchroniseren, versterkt alleen nog maar deze ‘gemaakte’ sfeer. Meer dan eens glijdt de performance trouwens af tot een letterlijke persiflage van reclamefilmpjes. Zo heeft de rockband bijvoorbeeld een hoogst amusant ‘stella-momentje’. Maar met evenveel gemak mondt het theaterstuk onverhoeds uit in een buitensporige situatie, bijvoorbeeld wanneer één van de meisjes zich tot een seksbeluste nymfomane ontpopt.
real/fake
Het zijn dit soort momenten, maar ook de kleine haperingen in de loops waarin de twee verhaaltjes keer op keer herhaald worden, die je als toeschouwer aan het denken zetten. ‘BIG’ zit vol bijtend cynisme over de consumentencultuur en clichébeelden van geluk en succes zoals de media ons die voorschotelen. Toch overstijgt het stuk de gemiddelde podiumkunst die leentjebuur speelt bij de popcultuur en zich niet zelden beroept op een onderscheid tussen ‘echt’ en ‘onecht’ om zo de beelden en strategieën van popcultuur door de kunst als ‘fake’ te laten ontmantelen. SUPERAMAS laten dat onderscheid tussen ‘echt’ en ‘onecht’ juist imploderen.
Immers: wat is uiteindelijk de grens tussen ‘schijn’ en ‘zijn’? Spiegelen wij ons aan mediabeelden of baseren die mediabeelden zich op de dagdagelijkse realiteit? Dat onderscheid is onderhand niet meer te maken, zo leren we uit ‘BIG 3’. Neem bijvoorbeeld het moment waarop een meisje de benen wel erg wijd spreidt: speelt zij in op de wellustige blik van de man, of beweegt de blik van die man zich naar wat de sociale (mede door media bepaalde) standaard van ‘sexy’ is? Net zo springt bij de ‘loops’ meteen in het oog, hoe secuur alle bewegingen keer op keer exact worden herhaald. Het ondergraaft op een heel directe manier het idee dat het lichaam in zijn bewegingen en uitdrukkingen een natuurlijke spontaneïteit zou bezitten. Eerder lijkt het er op, dat het lichaam vooral door sociale codes wordt gereguleerd. De hedendaagse realiteit is een hyperrealiteit, wordt in ‘BIG’ betoogd: we zitten gevangen in een lus van over en weer citeren en ontlenen, waarbij de bron is zoek geraakt. ‘Schijn’ is bij SUPERAMAS deel van het ‘zijn’ en alle ‘live gebeuren’ is evengoed ‘fake’.
post/kunst
Door het blootleggen van de ondeelbaarheid van het dagelijkse leven en de lege beelden van de massamedia, verkondigt ‘BIG’ de boodschap dat de schijnbaar oppervlakkige realiteit eigenlijk veel complexer is. Een boodschap die evenwel uiterst ambigue is. SUPERAMAS maken immers zelf ook deel uit van die ‘hyperrealiteit’, die ze tegelijk bevragen. Ook zij gaan voluit door de knieën voor de ‘hip’ van popcultuur. De groep is zich van die positie maar al te goed bewust. Niet voor niets verschuilen zij zich achter een collectief, als bewuste tegenreactie op het idee van de kunstenaar als authentiek genie. Zij zien zichzelf eerder als ‘dj’s’ en hebben van ‘citeren’ de basis voor hun kunst gemaakt. Die eigen positie kunnen ze dan ook enkel met de nodige humor relativeren. Zo parodiëren ze in een filmfragment in ‘BIG 3’ bijvoorbeeld hun eigen succes in de Verenigde Staten. Ook antwoorden kunnen ze vanuit hun positie natuurlijk moeilijk formuleren. Maar soms is morrelen aan de vragen meer dan voldoende, zeker indien dat op een hoogst integere en overtuigende manier gebeurt.
SUPERAMAS met ‘BIG 1- reality show/ artificial intelligence’ (5-6 maart); ‘BIG 2- show/ business’ ( 8-9 maart); ‘BIG 3- happy/ end’ (14-15 maart) in Kunstencentrum Vooruit, Gent. www.vooruit.be en www.superamas.com
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: