In de driedelige documentaire ,,Technocalyps’’ gunt Frank Theys ons een blik in de toekomst.
De Technocalyps is het moment waarop de wetenschapsontwikkeling zodanig is toegenomen dat ze implodeert en de aarde vernietigt.
Volgens de wetenschappers die Frank Theys in zijn documentaire aan het woord laat, is dit moment niet meer zover af. Sommigen situeren het zelfs al rond 2045. Die onheilsprofeten zijn geen losgeslagen straatpredikers – al krijgen die ook hun zeg in het verhaal – maar gerespecteerde wetenschappers die onderzoek verrichten aan universiteiten in Amerika, Japan of Groot-Brittannië.
De jongste jaren verdubbelt de wetenschappelijke kennis zichzelf zowat twee maal per jaar. Ter vergelijking: tussen de geboorte van Christus en de eerste verdubbeling van de kennisinhoud, zaten meer dan 1.500 jaar. Sindsdien is de versnelling exponentieel gegroeid.
Nooit waren zoveel wetenschappers en onderzoekers tegelijkertijd met kennisontwikkeling bezig. En nooit was de droom (of nachtmerrie) van een toekomst die het menselijke overschrijdt zo dichtbij.
In de driedelige documentaire Technocalyps wordt eerst de ,,transhumane utopie’’ aangekaart: wetenschappers schetsen een toekomst waarin de mens aan zijn beperkingen ontsnapt en uitgroeit tot een superwezen met bovenmenselijke vermogens. In het tweede deel wordt de Technocalyps aangekondigd: het moment waarop de wetenschappelijke ontwikkelingen onvermijdelijk tot het einde van de wereld zullen leiden. In het derde deel – ,,The digital Jesus’’ – wordt tot slot expliciet de link gelegd tussen de toekomstprojecties van de wetenschap en de religieuze oeroude perspectieven.
Het bijzondere van Technocalyps ligt niet zozeer in het inzicht dat de documentaire biedt in de fantastische waanbeelden van de wetenschap – al is dat perspectief op zijn minst onthutsend te noemen – maar vooral in de tragische dynamiek van dit verhaal. Al te menselijke stervelingen proberen zichzelf met de moed der wanhoop te overstijgen. Wetenschappers proberen met een grootse maar overmoedige geste de beperkingen van de sterfelijkheid te overwinnen, in een onstilbaar verlangen naar goddelijkheid.
Het wetenschappelijke bedrijf zet zich daardoor op één lijn met de profeten van de Bijbel of het geloof in de opwaardering door wedergeboorte in het Hindoeïsme.
Een opvallend hiaat in dat denken is de keerzijde van de medaille: de gevolgen die zo’n transhumane transformatie met zich mee zou brengen. Het probleem wordt in de film wel aangekaart, maar door geen enkele van de onderzoekers serieus behandeld. Als pleitbezorgers van hun goddelijke roeping, lijken ze niet meer dan dienaars van een naïef vooruitgangsgeloof dat zichzelf overlevert aan een gigantische versnellingsmolen.
Technocalyps toont niet zozeer de wonderlijke nieuwe ontdekkingen van de wetenschap, maar wel het onoverkomelijke verlangen van de mens om zijn eigen goden te creëren. Bij gebrek aan geloofwaardigheid van een overkoepelende religie, situeert hij God dan maar in de computer of het internet: een eeuwige, alom presente, oneindige bron van kennis die ieder van ons in zijn greep houdt. In de nieuwe grot van Plato zit de mens niet vastgeketend gevangen in een tochtige krocht, maar is hij de speler in een videogame waarvan hij de regels niet kent.
Het is de verdienste van Technocalyps dat de documentaire de primitieve basis van onze kennisontwikkeling blootlegt, en de wetenschap uit haar veilige en klinische laboratorium weglokt naar de veel troebelere waters van de menselijke hoop en overmoed.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: