Gewapend met een camera en een microfoon schuimen VUB-onderzoekers en futuristen Maya Van Leemput en Bram Goots dezer dagen de Antwerpse straten af. Ze willen achterhalen hoe de sinjoren de toekomst zien, in het allerbeste geval en in het slechtst denkbare scenario. Van Leemput en Goots reisden met dezelfde simpele vraag al de hele aardbol af. Wat hen vooral opvalt: de Antwerpenaar heeft minder fantasie dan de gemiddelde mens.
Het allerbeste dat Wim (39) kan overkomen in de toekomst: “een goed lief vinden”. Het allerslechtste dat hem kan overkomen: “dat lief weer kwijtspelen”. Vrees niet, het is geen verplichting om je diepste zielenroerselen voor de camera op tafel te leggen. Ook minder extraverte types kunnen hun steentje bijdragen aan de vragenronde die Van Leemput en Goots dezer dagen houden. Het duo wil van de Antwerpenaars horen hoe zij ‘de toekomst’ tegemoet zien.
Op de Dageraadplaats klampt Van Leemput tussen de regenbuien door willekeurige voorbijgangers aan. Of ze wel eens nadenken over ‘de toekomst’, luidt de simpele vraag. Sommige mensen zijn daar voortdurend mee bezig, zoals de transhumanist die met een beetje hulp van de nimmer stilstaande technologie 500 jaar hoopt te worden. Andere mensen zijn zo weinig mogelijk bezig met de toekomst. Filmregisseur Robbe De Hert blikt liefst helemaal niet vooruit, we hebben immers amper controle over wat er zo nog allemaal te gebeuren staat en dat vindt De Hert geen al te prettige gedachte.
De straatinterviews raken drie domeinen aan. Telkens peilt Van Leemput naar het best case scenario en het worstcasescenario. Eerst mogen de Antwerpenaars vertellen hoe ze hun persoonlijke toekomst zien. Soms koesteren ze grootse ambities, soms koesteren ze helemaal geen ambities. Soms zijn ze ook verbluffend openhartig. Een goed lief vinden is één ding, het meisje dat je op het oog hebt tot in de kleinste details beschrijven is nog iets anders. “Het verbaast ons ook hoe persoonlijk mensen durven te worden”, reageert Van Leemput. “Er zijn er bij die na een aanloop van amper een paar minuten hun hele levensverhaal uit de doeken doen.”
Na het persoonlijke luik is Antwerpen aan de beurt. Hoe zal de Scheldestad erbij liggen binnen pakweg dertig jaar? Hoe zal de Dageraadplaats eruitzien binnen pakweg vijfhonderd jaar? Volgens Wim niet eens zo anders. “Ken je die rubriek in Man bijt hond, waar ze op een bepaalde plek het straatbeeld van nu vergelijken met dat van honderd jaar geleden? Wel, vaak merk je dat er niet eens zo gek veel verschil is.”
Mohammed (12) vreest binnen vijfhonderd jaar vooral miserie op en rond de Dageraadplaats. “Alles zal verkrot en verroest zijn.” Hij verwacht ook verkeerschaos. “De stoplichten zullen uiteenvallen.” Mohammed denkt niet dat het tij nog te keren valt. “Een ‘ding’ moet je vervangen. Maar dat heeft geen zin, want binnen honderd jaar is het toch weer kapot. Daarom zal het niet vervangen worden.” Logica waar geen speld tussen te krijgen valt.”
Van Leemput wil van de sinjoren ook weten waar ze nu al een glimp van het Antwerpen van de toekomst kan opvangen. Het nieuwe justitiepaleis wordt geregeld geciteerd, maar ook het Sint-Jansplein, omdat daar nu al veel kleuren, culturen en generaties samenkomen. Voor de een is dat een positieve evolutie, voor de ander een bron van ergernis en angst. Om die reden wil iemand Van Leemput naar het frietkot sturen. “Daar zie je alle soorten mensen samen aanschuiven. Zo zal het binnen dertig jaar overal in de stad zijn.”
Slotluik in elk straatinterview is de toekomst van Moeder Aarde. Waar gaat het naartoe met onze wereld? In de doemscenario’s weerklinkt vaak de angst voor oorlog. Een enkeling vreest een burgeroorlog in de straten van Antwerpen, andere Antwerpenaars denken meer in de richting van een globale oorlog, een soort van clash tussen beschavingen. Ecologische rampscenario’s boezemen ook angst in. Wim is niet te beroerd om de hand in eigen boezem te steken. “Mijn generatie is af en toe te kortzichtig, we denken niet verder dan volgende week of volgend jaar. Dat kan zich wel eens wreken.”
Mohammed ziet de toekomst van de aardbol dan weer positiever in dan die van Antwerpen. “Mensen helpen elkaar toch? Kijk naar die rode bakken daar, mensen uit de buurt steken er kleren en eten in. Iemand maakt die af en toe leeg en brengt alles naar Afrika. Ze zeggen altijd maar dat de wereld zal vergaan, maar dat geloof ik niet.” Toch heerst zelfs bij de jonge Mohammed al een zeker fatalisme. “Ik wacht gewoon. Als er toch iets gebeurt, kan ik daar niets aan doen. Ik ben Hercules of de Hulk niet hé.”
Futuriste Van Leemput en fotograaf Goots zijn in Antwerpen niet aan hun proefstuk toe. Ze trokken al de wereld rond om in alle uithoeken mensen te ondervragen over hun toekomstdromen- en nachtmerries. Die monstertrip resulteerde in de tentoonstelling Future Scales. Het valt hen op dat de Antwerpenaars op dezelfde vragen vaak minder fantasierijk uit de hoek komen dan andere wereldbewoners.
“Openbaar vervoer door de lucht, mensen die rondzweven met behulp van kleine helikoptertjes op hun rug, interplanetaire ruimtevaart… Er zijn er altijd wel die durven te dromen. De meeste Antwerpenaars hameren er echter altijd weer op dat je ‘realistisch moet zijn’, zelfs als we hen heel duidelijk zeggen dat ze dat voor een keertje eens absoluut niet moeten zijn. Toch blijft dat in hun kop zitten. Een vrouw heeft die houding gisteren perfect verwoord. “Doe maar gewoon, dat is al zot genoeg.”
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: