Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Persartikel: 'Het gebeurde nietin zwart-wit'

Tijdens de Holocaust kwamen zes familieleden van Daniel Mendelsohn om. In het schitterende Verloren. Op zoek naar zes van de zes miljoen sprokkelt Mendelsohn flarden van verdwenen levens bij elkaar.

Sjmiël Jäger, de broer van Mendelsohns grootvader van moederskant, werd samen met zijn vrouw en vier dochters vermoord tijdens een zuiveringsactie in 1942. De zwijgende foto’s van de Jägers begeesterden de jonge Daniel. Jarenlang probeerde hij tevergeefs bij familie informatie los te peuteren over Sjmiël. Mendelsohn dacht dat ze dingen voor hem verzwegen, terwijl ze nauwelijks wisten wat er precies was gebeurd. Mendelsohn ging dan maar zelf achter Sjmiëls verhaal aan. Hij begon zijn zoektocht in Bolechov, het Oekraïense stadje waar de Jägers woonden.

‘Begin 2001 trok ik met mijn broers en zus naar Bolechov. Ik wilde de plek zien waar mijn voorouders gewoond hadden en hoopte iets te weten te komen over Sjmiël en zijn gezin. Toen wist ik nog niet dat die reis de aanzet zou vormen tot een boek.’

‘Jarenlang leefde ik in de veronderstelling dat er geen overlevenden meer waren van de moordpartijen in Bolechov. Pas toen de Joodse Jack Greene me opbelde, begon ik te beseffen dat er nog een en ander te achterhalen viel. Jack was ooit verloofd met Ruchele, een van Sjmiëls dochters. Hij emigreerde naar Australië en kende nog anderen die aan de gruwelen van Bolechov waren ontsnapt. Zo begon mijn zoektocht, die meer dan vijf jaar zou duren. Ik reisde naar Israël, Zweden, Denemarken, Oekraïne, Polen en Australië. Ik praatte met de twaalf Joden uit Bolechov die in 2001 nog leefden.’

Op uw vijftiende noemden uw ooms en tantes u al de familiegeschiedschrijver. Vanwaar komt die bijna obsessieve fascinatie met het verleden van uw familie?

‘Toen ik een kind was, kreeg ik voortdurend te horen dat ik op Sjmiël leek, maar ik wist niet hoe zijn gezin was gestorven. Mijn ouders en grootvader zwegen daar in alle talen over en die geheimzinnigheid werkte prikkelend voor mij. Mijn grootvader was een fantastische verteller die me urenlang in de ban hield met zijn anekdotes over de familie. Het énige verhaal dat ik nooit te horen kreeg, was dat van Sjmiël en zijn gezin. Dat frustreerde mij en daarom begon ik in 1973 brieven te schrijven aan verre familieleden. Je zou dus kunnen zeggen dat de kiem van mijn boek toen al aanwezig was.’

‘Ik ben altijd een lijstjesmens geweest, iemand die er plezier in schept om de dingen te categoriseren. Een familiestamboom is een ordelijk systeem. De vraagtekens rond Sjmiëls dood lieten me niet los.’

Uw grootvader werpt zijn schaduw over het boek. Heeft hij uw schrijverschap beïnvloed?

‘Ongetwijfeld. Zonder hem was ik nooit beginnen te schrijven. Mijn grootvader had een prachtige verteltechniek. Zijn verhalen liepen niet netjes van begin tot eind. Af en toe doken er nevenfiguren op, en dan begon hij een verhaal over hen, om uiteindelijk terug te keren naar het hoofdverhaal.’

‘Ik vond dat die aanpak paste bij mijn boek. Ik wilde geen rechtlijnig relaas vertellen. Daarom laste ik zijsprongen in. Die vertellen je hoe rijk en divers de cultuur was die werd uitgewist tijdens de oorlogsjaren. Ik zie dit boek niet uitsluitend als een zoektocht naar Sjmiël en zijn gezin. Het gaat net zo goed over de miljoenen migranten die in 1920 Europa verlieten en naar Amerika trokken. Mensen zoals mijn grootvader, met hun specifieke gewoonten en maniertjes, grappen en manier van praten. Die generatie is nu bijna volledig verdwenen en ik wilde graag een impressie van hen vastleggen. Ik hou dan ook helemaal niet van het etiket “Holocaustboek,. Wie op zoek is naar definitieve antwoorden over de Holocaust neemt mijn boek beter niet ter hand. Ik kwam wat te weten over mijn zes familieleden, maar veel is het niet.’

Uw boek lijkt meer een moeizaam zoeken dan een bundeling van conclusies.

‘Zo is het ook. Dit is ook een boek over hoe ik aan het aanmodderen ben. Ik ben een literatuurcriticus, geen onderzoeksjournalist. Heel wat belangrijke ontdekkingen deed ik toevallig of doordat anderen me informatie toestopten. Ik wist aanvankelijk helemaal niet hoe ik mijn vragen moest formuleren. “Wat voor iemand was Sjmiël?, was veel te vaag. Ik moest graven naar details en dat was moeilijk. Ik leerde ook dat mensen soms dingen achterhielden. Ze deden dat niet uit boosaardigheid of met sinistere bedoelingen, maar uit schaamte of om iemand een hand boven het hoofd te houden. Zo verzweeg een overlevende vriendin van een van Sjmiëls dochters belangrijke informatie over haar omdat ze haar broer wilde beschermen. Die zat namelijk bij de Joodse politie die orders uitvoerde van de nazi’s.’

Was dit een pijnlijk project?

‘Ik had het vooral moeilijk met Sjmiëls brieven naar New York. In 1920 was Sjmiëls familie uitgeweken naar de VS. Hij bleef liever in Oekraïne, maar in de late jaren 1930 nam zijn bezorgdheid toe. Dat blijkt uit zijn brieven. Sjmiël vroeg om geld en wilde het land uit. Kreeg hij steun van mijn grootvader of van de rest van de familie? Ik weet het niet. Was Sjmiël de lastpost die altijd om geld bedelde? Schreven ze terug? Misschien wel, misschien niet. Ik zal het antwoord op die vragen nooit kennen.

Toch is het belangrijk dat ik ze in mijn boek opneem. Ik heb nooit de bedoeling gehad om verheerlijkende memoires van mijn familie te schrijven. Mijn moeder zei af en toe: “Dat ga je toch niet opschrijven?, “Natuurlijk wel,, zei ik dan. Dit boek gaat over een zoektocht naar fragmenten van verdwenen levens. Ook de minder fraaie dingen vermeld ik. En de onzekerheden, de twijfelachtigheden.’

‘Veel van wat ik ontdekte, laat zich niet eenduidig uitleggen. Ik hoop dat lezers dit boek niet benaderen als het definitieve verslag van wat er gebeurde tijdens de Tweede Wereldoorlog in Bolechov. Ik ben niet geïnteresseerd in de cijfers en de naakte feiten. Ik wilde de mens laten zien achter de statistieken. Hoe hield Ruchele haar handtas vast? Hoe liep Ester [Sjmiëls vrouw, – km] door de straten?’

U probeert zich zelfs voor te stellen hoe Ruchele zich voelde tijdens de zuiveringsactie waarbij ze het leven liet. Is dat niet het werk van romanschrijvers?

‘Dat denk ik niet. Hoe was het weer? Hoe rook het buiten? Wat voelde ze toen ze haar dood tegemoet ging? Ik probeer het me voor de geest te halen, maar voeg er meteen aan toe dat ik het antwoord schuldig moet blijven. Met die passages wil ik me net verzetten tegen een simplistische identificatie met Holocaustslachtoffers. Mensen menen vaak te weten hoe iemand zich moet hebben gevoeld tijdens een tragedie, maar dat klopt helemaal niet. Daarom heb ik het moeilijk met een museum zoals dat van Auschwitz, waar je een rondgang maakt om je in te leven in het vreselijke lot van de slachtoffers. Sommige bezoekers zeggen achteraf: “Nu weet ik hoe het was., Jij weet helemaal niets, denk ik dan. Na je bezoek eet je een asian chicken salad en dat valt niet te vergelijken met de gaskamers.’

‘Ik kan me vreselijk ergeren aan de heel Amerikaanse reflex om elke tragedie meteen te willen bedekken met een pleister. Trauma’s moeten zo snel mogelijk worden weggewerkt. Zo was er een Californische journalist die me vroeg: “Hoe vinden we genezing na de Holocaust?, Ik stond versteld. Genezing? Er stierven in totaal zestig miljoen mensen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Dat vergeet je toch niet zomaar? Ik ben een classicus en de Griekse tragedie confronteert de mens met onherstelbaar verlies. Mijn boek is helemaal geschreven in de geest van die grote Griekse drama’s. Niet dat ik enkel aandacht heb voor kommer en kwel, maar ik durf wel stil te staan bij het lijden en ik opper de mogelijkheid dat de pijn niet snel zal slijten.’

Toch zit er heel wat vreugde in het boek. Verzacht die de pijn niet een beetje?

‘Dat denk ik wel. Ik wilde heel graag weten wie mijn zes familieleden waren voor ze stierven. Hun dood was vreselijk, maar daarvoor hadden ze een leven met ongetwijfeld blije en moeilijke momenten. Daar wilde ik meer over weten. Waren de dochters ooit verliefd? Was Ester meer dan een zorgzame moeder? Ik heb heel hard mijn best gedaan om clichébeelden te vermijden. Ik vond bij mijn moeder sepiakleurige foto’s, maar ik ben op zoek gegaan naar de verhalen achter die voorspelbare beelden, hoe moeilijk dat ook was. Ik deed dat vooral uit ethische overwegingen. Als je mensen herleidt tot een cliché, doe je hen onrecht aan. Het is makkelijker om te abstraheren wat hen overkwam als je niet aan hen denkt als mensen van vlees en bloed. Daarom heb ik er problemen mee dat Schindler’s list een zwart-witfilm is. Je distantieert je makkelijker als kijker. Een van de overlevenden vertelde me: “Wees gerust, het gebeurde helemaal niet in zwart-wit.,’

Het boek bevat veel verwijzingen naar het Oude Testament. U heeft het onder andere over Lots vrouw, die in een zoutzuil veranderde nadat ze achterom had gekeken. Schuilt er gevaar in een te grote belangstelling voor het verleden?

‘Toen ik aan het einde van mijn onderzoek nog één keer terugwilde naar Bolechov zei mijn moeder: “Genug ist genug., Zij weet als geen ander dat veel van haar familieleden hun leven kapot hebben gemaakt door te veel terug te blikken. Dus ja, soms kan dat gevaarlijk zijn. Ik krijg nog steeds reacties van mensen die iets willen toevoegen aan mijn verhaal. Ik hou die zorgvuldig bij, maar als schrijver wil ik nu andere dingen doen.’

‘Met die oudtestamentische fragmenten wil ik tonen dat mijn verhaal verhakkeld en soms verwarrend is. Daarom heb ik twee commentaren op de bijbelteksten ingelast. Er is niet één interpretatie, één mogelijkheid. Dat is te gemakkelijk. Alle bijbelverhalen die ik koos, gaan over lijden en vernietiging. Ze bieden geen hapklare uitleg bij wat er gebeurde tijdens de Holocaust, maar ze zetten je aan tot nadenken. De broedermoord van Kaïn op Abel probeert bijvoorbeeld de oorsprong van geweld binnen families of kleine gemeenschappen te verklaren. Dat Oekraïners in Bolechov hun Joodse buren begonnen te vermoorden, vinden velen onvoorstelbaar. Ik ben er niet zo zeker van dat het makkelijker is om wreed te zijn tegen een vreemde dan tegen een bekende.’

Heeft u enig idee hoe men over honderd of tweehonderd jaar zal schrijven over de Holocaust?

‘Als classicus denk ik zelfs nog verder vooruit. Zestig jaar is niets als je je bezighoudt met eeuwenoude teksten. Volgens mij zal de Holocaust over duizend jaar herdacht worden tijdens een ritueel maal, zoals Pesach. Toen de Hebreeërs Egypte verlieten, praatten ze in de daaropvolgende zestig jaar ongetwijfeld ook veel over die uittocht. Later werd het een verhaal zonder veel details. Dat moet ook, want anders kan je het niet overdragen van generatie op generatie. Met de Holocaust zal het waarschijnlijk net zo gaan.’

Daniel Mendelsohn – Verloren. Op zoek naar zes van de zes miljoen.

Vertaald door Ronald Vlek, De Arbeiderspers, 560 blz., 29,95 .

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen
  • door De Standaard, vrij 09 nov 2007
  • Alle rechten voorbehouden Alle rechten voorbehouden
  • opgeladen op 25 jan 2008
Tags

Gerelateerde activiteiten

Uitgelezen: Oorlog is geen kunst
18 mrt 2008

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital