Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Persartikel: 'Ik zie geen verschil meer tussen Europese en Afrikaanse jongeren'

In 1998 publiceerde de in Nederland wonende Oegandese schrijver Moses Isegawa Abessijnse kronieken, een fel bejubeld debuut dat al meteen vergeleken werd met Honderd jaar eenzaamheid van de grote Gabriel García Márquez. Daarna ging het snel bergaf met Isegawa’s schrijversloopbaan. Wie niet horen wilmoet voor de literaire wederopstanding zorgen.

Vijftien jaar lang leefde de Oegandese schrijver Moses Isegawa (1963), pseudoniem van Sey Wava, in Nederland. Hij schreef er zijn debuutroman Abessijnse kronieken, die in negen landen werd uitgebracht. Later volgde de als ‘veel minder sterk’ omschreven roman Slangenkuil over de brutale dictator Idi Amin. Daarna ging het bergaf met Isegawa’s schrijverscarrière. De kortverhalenbundel Twee chimpansees, over de oorsprong van het aids-virus, werd zowel door recensenten als wetenschappers neergesabeld. In 2004 publiceerde Isegawa nog een roman over migranten in de post-9/11-samenleving, maar het elan van Abessijnse kronieken leek verloren.

Twee jaar geleden keerde Isegawa terug naar Oeganda om er een boek over kindsoldaten te schrijven. Het resultaat, Wie niet horen wil, zou weleens voor een literaire wederopstanding kunnen zorgen. Het werd een hard maar subtiel geschreven boek over wat er zich in het hoofd van kindsoldaten en hun slachtoffers afspeelt. Een boek, geeft ook Isegawa toe, dat wellicht nooit in Nederland geschreven had kunnen worden.

“Na al die tijd was het noodzakelijk om terug in Afrika te zijn, opnieuw naar Oeganda te kijken en het land te voelen. Voor iemand die over Afrika schrijft, is dat essentieel. Het land waar ik in de jaren zeventig en tachtig opgroeide, is niet te vergelijken met het huidige Oeganda. Nederland was voor mij geen optie meer: ik wou niet meer afhankelijk zijn van wat ik in de kranten las en op de televisie zag. Mijn terugkeer verliep trouwens heel soepel. Aanpassen was geen probleem, ik was nog niet té Europees geworden om in een Afrikaans land te leven.”

Wanneer is een Afrikaan té Europees om terug naar zijn geboorteland te keren?

“Vanaf het moment dat hij verslaafd is aan de snelheid van Europa. Sommige Oegandezen willen niet terug omdat ze vrezen dat ze elke dag zullen vloeken omdat bepaalde zaken niet vooruit gaan: de administratie, de banken, het transport. Ik vond het allemaal wel meevallen. Zeker wat communicatie betreft. In Oeganda kun je internetten, mobiel bellen, snel informatie zoeken. Op dat vlak heeft het land een reuzensprong gemaakt. Vroeger waren er in mijn dorp maar een paar telefoons. Als iemand uit Europa me wou bellen, moest ik een beroep doen op een van de weinige telefoonbezitters in ons dorp. Soms moest ik de hele dag wachten op een telefoontje. Maar nu verloopt alles soepel: ik sms met mijn uitgever, mail manuscripten naar Amsterdam, doe mijn opzoekingswerk via het internet, enzovoort. Fantastisch.”

In Nederland is de jongste jaren heel wat gebeurd. Pim Fortuyn, Theo van Gogh, Ayaan Hirsi Ali, Rita Verdonk. Het land verhardde, wordt vaak gezegd. Bent u naar Oeganda teruggekeerd omdat Nederland u wegduwde?

“Misschien indirect. In Nederland had ik altijd kunnen doen wat ik wou, maar op een bepaald moment besefte ik dat ik niet meer kon groeien. En dat heeft misschien wel te maken met het feit dat er in Nederland heel veel veranderd is. Toen ik in Nederland arriveerde, was migratie een onderwerp waarover met de nodige zachtheid werd gesproken. Harde uitspraken over migranten waren taboe. Je had enkel Frits Bolkestein die verkondigde dat te veel migranten op de rug van de overheid leefden. Maar nu worden over migranten harde dingen gezegd. Het is in om zulke uitspraken te doen. Zo hard en zo luid mogelijk. Want pas dan krijg je aandacht van de televisie en kom je in de kranten. Stoer doen werd de norm.”

Hebt u daar zelf last van gehad?

“Geen enkele Nederlander heeft tegen me gezegd: ‘Rot op, ga terug naar Oeganda.’ Dat niet. Maar ik voelde wel een latent racisme. Ook bij mediamensen die zich openlijk afvroegen of een Afrikaan wel in staat was om een televisie-interview te doen. Misschien paste ik niet meer in hun stijl. Of misschien vonden ze dat een schrijver zich na 9/11 niet meer op een rustige manier met Afrika bezig mocht houden en zich maar beter moest toeleggen op de confrontatie tussen beschavingen. Terrorisme, islamfundamentalisme en extremisme werden de allesoverheersende thema’s. In die mate dat je de indruk kreeg dat het station van Amsterdam of Schiphol elk moment opgeblazen kon worden. Onzekerheid heeft zich meester gemaakt van onze levens. Mensen zitten niet meer lekker in hun vel. Ze voelen zich bedreigd en ze weten niet wie hen bedreigt. Daarom was het niet meer zo leuk in Nederland. Als ik het over dat land heb, klink ik altijd een beetje nostalgisch. Ik denk steeds aan het Nederland van Wim Kok en Ruud Lubbers. Mensen klaagden over Kok en Lubbers en vonden hen maar saaie premiers. Maar het waren geen slechte venten en ze hielden de boel bij elkaar.”

Uw nieuwe boek gaat over de Oegandese kindsoldaten die in het noorden van het land door het Lord’s Resistance Army van krijgsheer Joseph Kony ontvoerd worden. Wat wilt u nog toevoegen aan de vele artikelen en boeken die al over dit thema verschenen?

“Het was zeker niet mijn bedoeling om Els De Temmerman te imiteren. Zij schreef journalistieke boeken die gebaseerd zijn op getuigenissen van kindsoldaten en hun families. Ik wou in de eerste plaats een roman schrijven. Mijn fantasie gebruiken. Ik creëerde mijn eigen dorp dat zich in de periferie van de oorlog bevindt, aan de grens met Congo. De rebellen vallen af en toe aan. Voldoende om voor een latent angstgevoel te zorgen. Dàt wilde ik vooral laten zien: wat gebeurt er met de menselijke psyche als die geconfronteerd wordt met een regelmatig terugkerende dreiging. Neen, ik heb voor dit boek geen kindsoldaten geïnterviewd. Wel gebruikte ik mijn eigen ervaring als Oegandees kind in de jaren zeventig en beperkte ik de breedte van mijn verhaal: het gaat over drie fictieve kindsoldaten die dorpen aanvallen, interageren met de dorpsbewoners en ook een heel bijzondere band hebben met hun overste, die ondanks alles toch een vaderfiguur blijft.”

Twee weken geleden gaf Opiyo Makasi zich over, de beruchte operationele commandant van het Lord’s Resistance Army. Makasi is nu ongeveer dertig maar werd als tiener door het LRA ontvoerd. Wat moet er met zo iemand gebeuren? Straffen of opnieuw in de maatschappij integreren?

“Zo iemand is tegelijk slachtoffer en dader. Makasi was een kind toen hij ontvoerd werd maar heeft nadien verschrikkelijke dingen gedaan. Ja, wat moet je met zo’n vent? Alles wijst erop dat Oeganda hem amnestie zal verlenen en de meeste mensen hebben daarmee geen probleem. Veel Oegandezen vinden dat je zo iemand maar beter met rust kunt laten, ook al moet je daarvoor het verleden opzijschuiven.”

Kun je zo iemand opnieuw loslaten in de maatschappij?

“Het blijft een risico, zowel voor de betrokkene als voor de samenleving. Makasi is nu op vrije voeten, maar zal zijn hoofd ooit bevrijd worden van wat hij gezien en gedaan heeft? Voor zulke mensen zal dat een heel groot probleem zijn. Hun leeftijd- en dorpsgenoten blijven hen als koelbloedige moordenaars zien. Anderen worden wél opnieuw geaccepteerd maar slagen er niet in om zich opnieuw aan het gewone leven aan te passen. Jarenlang liepen ze met een kalasjnikov rond, waarmee ze konden doden, stelen en bevelen geven. Maar zonder kalasjnikov ben je een gewone burger die zich aan de regels moet houden, naar school moet, werk moet zoeken, geld moet verdienen. Sommige voormalige kindsoldaten zien dat niet zitten: ze keren terug naar de rebellen of verzeilen in de criminaliteit.”

Joseph Kony, de hoofdverantwoordelijke voor het conflict in Noord-Oeganda, is na 21 jaar oorlog nog steeds op vrije voeten. Onlangs deed de Belgische premier Guy Verhofstadt bij de VN in New York een nieuwe oproep om de krijgsheer te arresteren. Maar voorlopig gebeurt er niets. Hoe kan dat?

“Als de internationale gemeenschap zich meer in dit conflict had geïnteresseerd, was Kony allang aangehouden. Het is echt niet zo moeilijk om hem op te sporen, hem te arresteren en hem naar Den Haag te vliegen. Eigenlijk is de houding van de internationale gemeenschap in dit conflict heel vreemd. Jarenlang gebeurde er niets, maar sinds kort wil het Westen Kony koste wat het kost berechten. Op zich is dat een goede zaak, maar het is wel zo dat er al een hele tijd geen aanvallen op burgers meer plaatsvinden. De mensen van Noord-Oeganda, die de oorlog moe zijn, vrezen dat een klopjacht op Kony het conflict opnieuw zal doen oplaaien en prefereren een soort amnestie.”

Voelt u zich als Bekende Oegandees geroepen om zich in het debat over Kony te mengen?

“Helemaal niet. Ik schrijf mijn romans en dat is het. Ik heb er bewust voor gekozen om in totale anonimiteit te leven. In Oeganda mijd ik alle contact met de pers en ik doe mijn uiterste best om dat zo te houden.”

Waarom?

“In Oeganda zijn er zes televisiestations en tientallen radiozenders. Als ik aan een van hen een interview geef, krijg ik ze allemaal over de vloer. Letterlijk. Op die manier zou ik niet kunnen werken. Ik wil schrijven en met rust gelaten worden. Zelfs van familieleden kan ik niet verdragen dat ze onverwacht op bezoek komen. Verschrikkelijk vind ik dat: je bent aan het schrijven, je hebt net een goed idee en dan gaat de bel en staat er een neef voor de deur. Wie mij wil zien, moet een afspraak maken. O ja, op dat punt ben ik een echte Europeaan geworden. Trouwens, ik ben geen uitzondering. Veel Oegandezen van mijn generatie hebben drukke jobs en leven op z’n Europees. Qua leefstijl en gewoonten is er erg veel aan het veranderen. Ook binnen families. De tijd van de zogenaamde uitgebreide familie waarbij iedereen voor iedereen moest zorgen, is voorbij. Steeds meer jonge mensen concentreren zich op het kerngezin: hun partner en hun kinderen.”

Toch blijven geboortebeperking en het gebruik van contraceptie een taboe in Afrika.

“Ook dat is langzaam aan het veranderen. Niet omdat Oegandezen zich plotseling bewust zijn geworden van het probleem van de overbevolking. Maar gewoon omdat hun leefstijl niet meer toelaat om veel kinderen te hebben. Ook jonge Oegandezen willen een mooi leven: een goede baan, geld verdienen, een mooi huis en leuke spullen. Zo’n leefstijl is niet mogelijk als je vijf à tien kinderen in leven moet houden. Een heel interessante evolutie. In Oeganda krijg je ook steeds meer jonge moslimkoppels die slechts twee à drie kinderen willen. Enkele moslimvrienden van mij hebben zelfs op hun dertigste nog geen kinderen omdat ze het te druk hebben met hun job. In het verleden waren zulke mannen de schande van de familie, maar tegenwoordig wordt het aanvaard.”

Zet die evolutie zich ook op het platteland door?

“Absoluut. Oudere mensen denken natuurlijk nog heel traditioneel. Maar praat met de jongere generatie en je krijgt een heel andere verhaal. Zij hebben duidelijk geen zin meer in de overlevingsstrijd van hun ouders en grootouders. Nog niet zo lang geleden moesten volwassenen en kinderen de hele dag op hun casava- of aardappelveld werken om te overleven. Onderwijs kwam in het beste geval op de tweede plaats. In die zin is Afrika snel en ingrijpend aan het veranderen. In Oeganda is 60 procent van de bevolking jonger dan dertig. Voor iemand als ik die lange tijd in Europa woonde, is het fascinerend om te zien hoe het verschil tussen Afrikaanse en Europese jongeren aan het verdwijnen is. Het verschil in rijkdom is natuurlijk nog heel groot, maar de verzuchtingen en de dromen zijn dezelfde.”

Moses Isegawa – Wie niet horen wil

De Bezige Bij, Amsterdam, 17,90 euro.

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen
  • door Koen Vidal (De Morgen, 21 nov 2007)
  • Alle rechten voorbehouden Alle rechten voorbehouden
  • opgeladen op 25 jan 2008
Tags

Gerelateerde activiteiten

Uitgelezen: Oorlog is geen kunst
18 mrt 2008

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital