Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Persartikel: Humor als levenshouding

Hugo Matthysen bundelde zijn beste Humo-columns tot het boek ’Nefast voor het konijn’. ‘In het echte leven ben ik niet anders dan de man die deze flauwekul schrijft.’

Lach

Ik word vaak voorgesteld als een komiek, maar zo beschouw ik mezelf niet. Het is zelfs nooit mijn bedoeling geweest om mensen aan het lachen te brengen. Wel om ze te verbazen. Ze op clichés te wijzen. Of om door logisch redeneren bizarre theoretische constructies op te bouwen. Humor is daarbij eerder het instrument dan het doel. Of beter nog, een niet te vermijden neveneffect.

In elk geval ga ik nooit achter mijn bureau zitten met het plan om eens een geweldige grap te verzinnen. Bart Peeters en ik noemen dat soort grollen de ‘lachen, of ik schiet’-humor. Het is wat je in veel comedy ziet, die zich niet toevallig vaak in het cafémilieu situeert. Iemand gaat op een podium staan en moet binnen vijf minuten het café aan het lachen krijgen. Die opgefokte house-versie van humor is niet echt mijn ding.

Ik verkies humor die wat verontrustend is. Humor moet de lezer meelokken in een gedachtegang die op het eerste gezicht nergens op slaat, maar toch iets bloot legt. Desnoods over hem zelf. Onze Jos Bosmans Show, bijvoorbeeld, lijkt in de richting van de ‘lach, of ik schiet’-humor te gaan, want de show zit bewust vol flauwe grappen. Maar Jos Bosmans is tegelijk een portret van wat televisie eigenlijk is. Namelijk een tijdverdrijf voor mensen die zich vervelen, maar te lui zijn om een boek te lezen. Dat surplus vind ik in veel comedy niet terug.

Absurde humor? Eigenlijk vind ik dat geen goede omschrijving voor mijn teksten. Absurditeit impliceert een vrijblijvendheid, een n’importe quoi. Terwijl in mijn humor toch een soort noodzaak schuilt om ze te doen werken. Een soort logica eigenlijk. Ik vertrek van een beeld of een idee. Hoe reageert bijvoorbeeld een boer die nooit de zee heeft gezien en plotseling op een duintop staat? Die logica trek ik door, tot in het ongerijmde. En dan wordt de banale zee voor die boer plots erger dan de hel.

Die vorm van redeneren is een tic van mij. Als ik over straat loop, zie ik overal ongerijmdheden om me heen. En dat is best een aangename manier om in het leven te staan. Toen mijn zoon de intrede van Sinterklaas in Antwerpen zag, was zijn commentaar: typisch papa. Mijn dagelijkse leven en mijn kunst, met hele kleine ‘k’, staan niet zo ver uit elkaar.

Neen, die tic dreigt me absoluut niet cynisch te maken. Hoogstens belet hij mij om me bijvoorbeeld zonder bijgedachten te laten meevoeren door de feestvreugde van oudjaar. Maar het is niet omdat ik besef hoe ongerijmd of bizar het is om op vakantie te gaan, dat ik niet graag op vakantie ga. Anderzijds; op het strand in de zon gaan liggen? In je zwembroek op het terras liggen? En waarom niet op straat? Geef toe dat het iets bizar is. Spinoza woonde in een hutje in de duinen. Als ik al die mensen dan op vakantie zie vertrekken, beeld ik me in hoe Spinoza vanuit zijn hut gekeken zou hebben naar al die zonnekloppers op zijn strand. En of het in zijn hoofd zou zijn opgekomen om ook zijn kleren uit te spelen en ertussen te gaan liggen.

Zing

Er gaat geen dag voorbij zonder dat ik op mijn gitaar speel. Een beetje jammen, wat opnemen, ik doe dat graag. Het plezier om te spelen is in elk geval veel groter dan het plezier om naar muziek te luisteren.

Ik was elf toen ik voor het eerst gitaar speelde. Ik was aan mijn blindedarm geopereerd en moest drie weken thuisblijven. Mijn twee oudere broers hadden een gitaar. Ik ben beginnen oefenen en al heel vroeg schreef ik mijn eerste liedjes. Het toeval deed de rest. Ik vond geen serieuze job, ik ontmoette de juiste mensen, er kwamen een band en optredens van.

Ik voel me vooral een gitarist. Een, in alle bescheidenheid, zeer ‘gitaristieke’ gitarist trouwens. Een gitaar is een zeer expressief instrument. Andere muzikanten zijn technisch ongetwijfeld veel beter. Maar ik zie heel goed wat de soms onvoorspelbare mogelijkheden zijn van het instrument. En hoewel ik geen entertainer ben, vind ik het geweldig om op een podium te staan. Zodra je je gitaar aanslaat, voel je de wereld rond je letterlijk daveren. En dan moeten de bas en de drums nog invallen. Ik vind een puberaal plezier in optreden. Volgens Bart Peeters ben ik eigenlijk zelf Clement Peerens.

De Clement Peerens Explosition is een persiflage op een rockgroep. Dat betekent niet dat ik muziek niet ernstig neem. Integendeel. Maar tegelijk heb ik het moeilijk om geen afstand te nemen. De meeste rockgroepen zijn trouwens persiflages, alleen beseffen zij het niet.

Werk

Sinds het voorjaar van 1984 ben ik officieel zelfstandig auteur-componist. Ik was afgestudeerd in volle crisis. Ik kende Jan Leyers en Bart Peeters van in het dorp. Bart werkte voor televisie, ik deed wat opdrachten voor Omroep Antwerpen. Bart vroeg me met hem mee te werken. Ik heb de rekening gemaakt. Mijn uitkering leverde niet meer op. En dus ben ik een kleine zelfstandige geworden.

Sindsdien heb ik alles wat ik doe, zelden of nooit als werk ervaren. Als ik tegen een deadline aankijk, durf ik wel eens knorrend rond te lopen. Maar los daarvan ken ik geen werkgevoel. Ik ervaar geen verschil tussen weekend en werkdagen. Ik heb op zondagavond nooit meer dat ellendige gevoel van mijn schooljaren dat ik de volgende dag weer aan de slag moet. Het gebeurt zelden dat ik wegens werk uit mijn bed moet. Ik moet bijna nooit in de file staan. En daar dank ik God elke dag voor.

Gelukkig heb ik de neiging me niet te veel druk te maken over wat de toekomst zal brengen. En die ene keer per jaar dat ik dat wel doe, valt er altijd wel weer iets nieuws uit de lucht. Het werk is bijna altijd naar me toegekomen. Vaak heeft Bart Peeters het voortouw genomen. Peeters is een doorduwer. Terwijl het in mijn karakter ligt om bezwaar te maken tegen zijn plannen. Maar uiteindelijk laat ik me graag door hem meetrekken. Met het idee voor een Sinterklaasreeks ben ik wel zelf naar de VRT gestapt. Andere projecten zijn uit toeval ontstaan. Clement Peerens, bijvoorbeeld, was een personage uit het Leugenpaleis. Toen we nog eens Humo’s Pop Poll voor beste radioprogramma wonnen, wilden we Clement Peerens op de uitreiking laten optreden. Ik heb snel enkele liedjes geschreven. Daar kwamen enkele caféoptredens van, en zo was de bal aan het rollen.

Zoveel jaren later kijk ik met verbazing terug dat ik het zo lang heb volgehouden. Ik heb nooit een burn-out of een writer’s block gekend. Soms heb ik het onmenselijk druk. Maar ik durf even goed wekenlang niets te doen, zonder schrik dat de inspiratie misschien niet terugkomt. Als het me al vijftien jaar lukt om teksten en liedjes te schrijven, zal het me het zestiende jaar ook wel lukken om iets uit mijn koker tevoorschijn te toveren. Ik heb er het zelfvertrouwen voor. Ik vind mezelf een goed vakman, in de eerste plaats. Al heb ik wel enkele normen die onder de noemer artistiek vallen. Bijvoorbeeld dat mijn humor ergens over gaat. En dat wat ik maak niet per se herkenbaar moet zijn.

Ik weet wel niet of ik het even lang zou hebben volgehouden met het louter schrijven van columns voor Humo. Of met louter optreden. Het voordeel van een klein taalgebied is dat je op verschillende terreinen actief moet zijn. Ik schrijf columns, maak muziek, treed op, werk voor televisie. En ik zie nog altijd geen jonge, frisse krachten opduiken die me voorbijsteken of me bij het grof huisvuil plaatsen. Niet dat die jonge krachten er niet zijn. Tom Lenaerts en Bart De Pauw zijn bijzondere talenten. En nu ook Wim Helsen. Maar ze zijn met weinig.

Bewonder

Ik ben veel te oud om nog idolen te hebben. Maar ook vroeger heb ik nooit het gevoel gehad dat ik per se wilde doen wat ik bij anderen had gelezen, gehoord of gezien. Ik heb wel, zoals veel generatiegenoten, mijn Doctorandus P-periode gekend. Blijkbaar moet elke tekstschrijver door die fase heen, en spijtig genoeg voor de oude Heinz Hermann Polzer moet elke schrijver daarna een vadermoord plegen. Maar in de jaren 70-80 was Drs. P zo’n monument van taalvirtuositeit dat er niet naast hem te kijken viel. Zoals gitaristen niet naast het monument Jimmy Hendrix konden kijken.

Maar de periode dat ik vatbaar was voor dit soort gevoelens, ligt al lang achter mij. Vandaag kan ik nog wel oprechte bewondering hebben voor iemand die iets geweldigs doet buiten de spotlights. Om een voorbeeld te geven: we hebben nu in korte tijd een nieuwe Jos Bosmans Show opgenomen. De opnames gingen bijzonder traag vooruit. Iedereen panikeerde. En toch wist regisseur Stijn Coninx met de grootst mogelijke rust en efficiëntie die opnames af te ronden zonder iemand op te jagen, met uitstekend resultaat. Daar kijk ik naar op.

Bid

Lang geleden durfde ik wel eens de flauwe grap te maken dat ik een vooraanstaand katholiek schrijver was. Ik heb een katholieke achtergrond. Ik heb filosofie gestudeerd aan een katholieke universiteit. Ik heb een zeer ruime dosis Thomas van Aquino en middeleeuwse filosofie gekregen, wat eigenlijk theologie was. Dat denken durft wel eens zeer dicht komen bij wat ik als tekstschrijver ook doe: constructies opbouwen waarbij, als de lezer bereid is enkele premissen te aanvaarden, alles te verklaren valt. In mijn teksten krijgt het mystieke of het religieuze plaats. Zo laat ik iemand gefascineerd naar zijn ijskast kijken. Wanneer dat banale toestel plots zijn evidentie verliest, verandert het in een gruwelijk buitenaards ding. Net zoals de school die overdag zo vanzelfsprekend is voor een kind, na beltijd plots een rare, vreemde plek wordt. Dat verlies van evidentie komt voor mij in de buurt van mystiek.

Maar zelf ben ik geen religieus persoon. Ik geloof wel in Sinterklaas. Geloven, zoals het woord gebruikt wordt in de onsterfelijke hit van Will Tura ‘Zij gelooft in mij’. Ik heb altijd het gevoel gehad dat ik bij het maken van de Sinterklaas-reeks met iets bijzonder zinvols bezig was. En de meeste mensen die aan die reeks of de jaarlijkse intocht meewerken, hebben dat gevoel ook. Zelfs de ouders die gaan kijken, komen me soms vertellen dat ze door een soort religieuze huiver werden bevangen toen plotseling de echte Sinterklaas op twee meter voor hun neus voorbij wandelde. En dan zwijgen we nog over de kinderen die als gehypnotiseerde konijnen naar de Sint staan te kijken.

Vecht

Het gevoel te moeten vechten is mij vreemd. Ook figuurlijk. Eén keer slechts, heb ik me echt kwaad gemaakt, toen Woestijnvis met het tijdschrift Bonanza op de markt kwam. Veel woorden wil ik daar niet meer aan vuilmaken, want het is een afgesloten periode. Maar bij de oprichting van Bonanza kwam ik in de bijzonder pijnlijke positie terecht dat ik moest kiezen tussen twee mensen met wie ik bijzonder goed kon opschieten, met name tussen Guy Mortier en Rick Tubbax. Ik heb voor Humo gekozen. Er zijn toen echter zaken gebeurd die je onder de noemer vechten kunt catalogeren. Bonanza zou Humo wegconcurreren, maar moest na enkele maanden zelf de boeken sluiten. Toch heeft die periode geen blijvende wonden geslagen. Humo en Woestijnvis zijn weer even goed vrienden als daarvoor, en gelukkig maar. Achteraf bekeken was het slechts een korte periode van grote hysterie onder persmensen. De Bonanza-periode is de uitzondering die de regel bevestigt; ik ben iemand die zelden kwaad wordt. Noem me gerust een gelukkig persoon, ja.

Bio

Multitalent Hugo Matthysen (°1956) is schrijver, scenarist, muzikant en acteur. Hij studeerde filosofie en groeide op in Boechout, waar hij van jongs af Bart Peeters en Jan Leyers kende. Vooral de samenwerking en vriendschap met Bart Peeters leidde tot creatief vuurwerk op televisie en radio, en als muziekband. Legendarisch werden zijn rockgroep Hugo Matthysen en de Bomen, het radioprogramma Het Leugenpaleis en de televisiereeksen Kulderzipken en Dag Sinterklaas. Uit het Leugenpaleis sproot ook de rockband Cleement Peerens Explosition voort. Voor Humo schrijft hij al jaren humoristische columns. De beste tachtig van de voorbije tien jaar heeft hij nu herwerkt en gebundeld in het boek Nefast voor het konijn, uitgegeven door The House of Books.

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen
  • door Lieven Sioen (De Standaard, zat 15 dec 2007)
  • Alle rechten voorbehouden Alle rechten voorbehouden
  • opgeladen op 25 jan 2008
Tags

Gerelateerde activiteiten

Uitgelezen: My Generation
15 apr 2008

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital