Patrick De Spiegelaere zit achter een fles champagne in mijn tuin en vertelt liefdevol over Hugo Claus. Als ik het portret in de krant zie, begrijp ik plots de boeken van Claus. Patrick wil bij mij thuis een foto maken van een passievrucht. Het wil maar niet lukken. We gooien een enorm stuk vlees op de barbecue, ontkurken lekkere, rode wijn. Plots verdwijnt hij. Twee minuten later zegt hij: ‘Voilà.’
Ik geloof mijn ogen niet. Zijn foto is de definitie van de passievrucht, maar dan wel de definitie die de passievrucht nooit zelf had kunnen bedenken.
Als we in de uitgeverij komen en de foto van de passievrucht laten zien, slaakt de uitgeefster een gil. Patrick lacht, rolt een sigaret en stapt naar zijn auto.
Elke keer als hij langskomt voor een portret zegt hij: ‘Ge wordt ouder.’ Ik antwoord: ‘En gij ziet er altijd maar beter uit.’ Er moet getoast worden op het leven, vindt hij. Hij vertelt over zijn grote droom, een boek over Europese steden. Een boek zoals alleen hij dat kan maken. Een De-Spiegelaere-boek: zo anders dat het vanzelfsprekend is. ‘Niet te veel denken’, zegt hij. Hij zegt dat hij met zijn camera denkt. Uit de heup. Even later blijkt dat hij alle boeken waarover we praten heeft gelezen.
De laatste keer dat ik hem zie, vraagt hij me na drie seconden wat er scheelt. Ik vertel hem over het leven en over wat niet verloopt zoals ik het had gedroomd. ‘Waar is de fles wijn?’ vraagt hij. We lachen en hij vertelt me vol vuur over zijn kinderen, over zijn vrouw, over zijn reizen, over de foto’s die hij nog wil nemen. Op straat laat hij me zijn nieuwe auto zien. Hij lacht zo hard dat de buren komen kijken. Als hij weggereden is, denk ik: gij schone, schone mens. Prachtige, complexloze, genereuze, warme, lieve, trouwe, gelukkige vent.
Een maand later zie ik de foto die hij genomen heeft van mijn werkkamer. Hij heeft alleen de zonnebloemen gefotografeerd. In die paar minuten dat ik hem alleen liet, moet hij het gezien hebben en toegeslagen hebben. Niet de laptop heeft hij gefotografeerd. Niet de papieren. Maar de zonnebloemen in de vaas. Zo simpel. Zo juist.
Hij belt me en vraagt of ik zijn begeleidende tekst gênant vind. Ik antwoord hem dat wat hij schreef Patrick De Spiegelaere ten voeten uit is: geen gelul, maar de essentie, uit de ooghoek bekeken. ‘Oké’, zegt hij. Genoeg woorden aan vuil gemaakt. Levenslust. Goesting. Een opvlammende lach. Een geheven glas. Diep, tevreden zuchten. Nog eens lachen. Een sigaret rollen. Blij zijn. En ondertussen die ene foto nemen die ertoe doet, bijna achteloos, maar wel perfect. Of juist niet, en daarom meer dan perfect. Patrick De Spiegelaere: uren later hoor je zijn lach nog door het huis schallen.
Er zijn van die mensen die het zeldzame talent hebben om zichzelf en andere mensen gelukkig te maken. En om ze heel even op een compleet andere manier naar de wereld te laten kijken. ‘Meer moet dat niet zijn’, zei hij. Hij is er zelfs in geslaagd om Patrick en dood in één zin te krijgen. Het is de eerste keer dat ik weiger hem te geloven.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: