‘Menske’, de nieuwe productie van Wim Vandekeybus, laat zien wat mensen elkaar aandoen als ze geen gemeenschappelijke idealen meer hebben. Maar hoewel de voorstelling enkele aardige vondsten bevat, blijft ze te oppervlakkig om echt te ontroeren.
Probeer het je eens voor te stellen. Een stad die je helemaal naar jouw wensen kunt inrichten. Werken is er niet meer bij. Waar moet je dan de tijd mee doden? Met spelen. En creatief zijn. De beeldende kunstenaar Constant Nieuwenhuys besteedde twintig jaar van zijn leven aan de ontwikkeling van New Babylon, een utopisch architecturaal model dat zijn bewoners die ultieme vrijheden belooft.
Klinkt mooi, maar is het dat wel? Want we dromen niet allemaal van hetzelfde. En het moment waarop die tegenstrijdige verlangens met elkaar in botsing komen, neemt tomeloze vernielzucht de bovenhand.
Wim Vandekeybus laat met Menske een pervers mechanisme zien dat erg aan New Babylon doet denken. In feite expliciteert hij wat Nieuwenhuys vijftig jaar geleden al suggereerde: leven in een keurslijf van vastgeroeste regeltjes, waarden en omgangsvormen kan dodelijk zijn voor de persoonlijke ontplooiing. Maar leven in een samenleving waar hyperindividuele verlangens als loslopend wild in het rond mogen rennen, misschien wel net zozeer.
Menske bestaat uit een reeks gemonteerde situatieschetsen. Die laten biotoopjes als een bouwwerf, een psychiatrische instelling of een slagveld in elkaar overvloeien. Centraal staan tien personages die zich telkens op de een of andere manier in een impasse bevinden. Er zijn geen overkoepelende idealen meer die dienst kunnen doen als sociaal smeermiddel. Het is ieder voor zich, bij gebrek aan een god voor allen. Verregaande sociale discipline is er echter wel nog. Ook dat laatste restje beknotting moet nog worden kapotgemaakt, zodat ieder zich kan bevrijden van zijn of haar persoonlijke demonen.
Vandekeybus heeft die strijd van eten-of-gegeten-worden vertaald naar tien desperado’s die vuilniszakken in het rond smijten, elkaar fnuiken in een lijnenspel van kabels en de directe fysieke confrontatie opzoeken. Het podium wordt gedomineerd door een reusachtige lantaarnpaal waar ontelbare stroomkabels aan opgehangen zijn. De mensen eronder lijken er nog nietiger door. De muzikale omlijsting van die onmacht, een compositie van Daan, begint als abstracte elektronica en mondt uit in weke country.
Menske is een erg theatrale voorstelling, die filmisch gemonteerd is. Daardoor lopen de scènes schokkerig in elkaar over, met nogal wat geforceerde dode momenten ertussen. Wie vorig seizoen de compilatievoorstelling Spiegel zag, werd er nog eens aan herinnerd wat het sterke punt van Vandekeybus is: bewegingsmateriaal vol energie dat op het podium tot ontploffing komt.
In Menske is daar maar een glimp van op te vangen. Het acteerwerk treedt in deze voorstelling meer op de voorgrond, maar is niet meteen een sterk element. De thematiek kreeg een anekdotisch jasje aan en dartelt bij wijlen wuft over het podium. De hoogspanning die gesymboliseerd wordt door de kabels in de lucht, is niet meer dan een suggestie.
De paar aardige visuele vondsten en uitspattingen die Menske bevat, kunnen niet verhullen dat Vandekeybus dieper had mogen graven om de complexiteit van de inhoud aan de oppervlakte te brengen.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: