Een danser staat vooraan op het podium en wrijft met beide handen over een brood. Hij draait het om en om, betast elke oneffenheid, probeert het brood via de maagstreek naar binnen te duwen. Het betasten worden steeds gulziger, krampachtiger. Het gaat over in dwangmatig handelen, slaat om in hysterie.
In Vsprs van Alain Platel kijken we voortdurend naar lichamen die buiten zichzelf treden. Ogen die wegdraaien. Ongecontroleerde stuiptrekkingen. Kronkelende, schokkende, sidderende en kokhalzende bewegingen. Het lichaam in overdrive.
Vsprs gaat over religieuze vervoering en mystiek. Dat we dat zo precies kunnen afbakenen, betekent dat dit een atypische, bijna monomane Platel is. In zijn dansproducties zijn we immers de meerduidigheid gewoon, de clash van werelden die botsen. Harmonie komt er in conflict met het lelijke en het bedreigende, het verhevene en ontroerende schuurt tegen het ordinaire aan. Vsprs is minder streetwise en rauw, minder kleurrijk en spectaculair. Geen honden op het podium zoals in Wolf, geen kinderen die rond gewelddadige uitbarstingen laveren zoals in Iets op Bach. Hier is alles naar binnen gekeerd.
Ook het decor overweldigt door zijn immateriële puurheid. Honderden en honderden repen ondergoed zijn vastgemaakt aan stellingen, waar de dansers op kunnen klimmen. De constructie is volledig wit, een berg van licht. Je kan er een besneeuwd landschap in zien, de vleugels van een reusachtige engel. Misschien zelfs het voorportaal van de hemel, waar een processie doortrekt en bij het Magnificat aan het eind ook de Maagd Maria verschijnt. Er glooit in elk geval licht achter, de suggestie van een andere wereld.Vooraan staan de muzikanten, in smetteloos witte kostuums. Al dat wit op wit begint vanzelf te gloeien en te vibreren, de voedingsbodem voor extatische momenten.
De meervoudigheid van de voorstelling ligt vooral in de live-muziek. Platel en zijn muzikale rechterhand, de jazzmuzikant Fabrizio Cassol, gaan hier verder dan ooit. Na Purcell, Bach en Mozart verkent Platel het complexe stijlboek van de Mariavespers van Monteverdi. Het wordt wel even schrikken voor de puristen. Van de vespers, een overweldigende compositie met een grote religieuze grandeur, is alleen het DNA overgebleven.
Niet dat het werk gedesacraliseerd wordt. Het is ontrafeld en verknipt in modules. Het is pure wereldmuziek geworden, uitgevoerd door een multi-inzetbaar ensemble. Cassol bracht daarvoor uiteenlopende culturen bijeen: de barokgroep Oltremontano, zijn eigen improvisatietrio, twee zigeunermuzikanten. Drums, banjo, basgitaar: het is eerst wennen aan deze Monteverdi-met-een-beat. Maar je hoort prachtige wisselwerkingen en verschillende muzikale energieën die over elkaar schuiven: barok, jazz, gypsy, zelfs een streep oriëntaalse muziek. De sopraan Claron McFadden, vertrouwd met opera zowel als free jazz, is het perfecte verbindingsteken.
De dans sluit daar bij aan. De echo-effecten bij Monteverdi zijn een ideale voorzet voor een grapje. Ook de erotische lading van het ,,Pulchra es’’ wordt letterlijk in beeld gebracht. En tegenover de virtuositeit van de zang staat de bijna barokke plooiing en uitrekking van de lichamen. Platel haalde virtuoze nieuwe dansers in huis, echte slangenmensen die hun ledematen in de meest verbluffende kronkels kunnen wringen.
Veel meer dan een verzameling bijzondere individuen die een nummertje opvoeren, staat hier een collectief op de scène. Bij Alain Platel is extase geen geïsoleerd gegeven. De hang naar het mystieke ontvouwt zich als een verbindend, heilzaam element. Voorbij de pijngrens is er hoop.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: