Voor Flip Kowlier is zijn derde album een terugkeer naar de sfeer van zijn debuut, maar voor de luisteraar is het vooral een persoonlijke, rijpe plaat. De plaat, warm en diep geproduceerd door Peter Obbels, heeft een grote eenheid en klinkt rootsvol en gemeend.
Centraal staat deze keer Kowlier zelf: onze man is gelukkig getrouwd en heeft enkele demonen achter zich gelaten. Hij overloopt allerlei mogelijke levenshoudingen, zoals stevig uitgaan of ecologisch bewust gaan leven, maar houdt het vooral op de liefde. Die heeft hem gered en daar bouwt hij zijn toekomst op.
De plaat zet sterk aan, met drie klassesongs. ‘Eindelijk’ is een weemoedige, vals trage song over thuiskomen. ‘Donderdagnacht’ is een partysong met een geweldig refrein dat van ‘t Hof van Commerce geleend is. ‘Onder nen buom’ walst zoekend om de vraag heen of alles wat gebeurt niet louter een illusie is. Verdere hoogtepunten zijn het titelnummer en ‘Ilse zegt’, maar ook ‘El Mundo Kapotio’ (met Gabriel Rios) zal veel bijval oogsten.
Kowlier heeft zijn stem verder ontwikkeld: hij reikt soms wat hoger, maar vindt vooral een constante toon, die hem in staat stelt de klassegroep die achter hem staat, partij te geven. Met de countryversieringen van Lazy Horse en de gedreven akoestische gitaarakkoorden groeit daar een sterk geheel uit, dat volop profiteert van het rijpe inzicht dat je het allemaal best simpel kunt houden.
De man van 31 is een plaat met levensliederen, die echter meer naar REM geurt dan naar Frans Bauer. Naar Vlaamse normen ijzersterk.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: