Sandro Veronesi veroverde met Kalme chaos menig literatuurminnend hart. Met XY slaat Veronesi verder het pad in van de grote emoties, maatschappijkritiek en vileine humor. Alleen doet hij het nu nog groter en grootser.
Si non è vero, è ben trovato. Een heuse slachtpartij in de onherbergzame heuvels rond Trente: een tiental lijken ligt in bits and pieces verspreid rond een bevroren boom. De boom ziet daarenboven “rood, vurig en fosforescerend” van het bloed. Als beeld kan dat tellen. Dat geen enkel slachtoffer op dezelfde manier is gestorven, maakt het alleen nog maar bevreemdender. Daarenboven is een kind van drie verdwenen. Een van de slachtoffers is gestikt in een broodkorst, een ander is overleden aan koolmonoxide. Dan heb je ook nog een heroïnedode en een onthoofde… maar waarom liggen ze hier samen? En wat te denken van de twee afgeslachte kinderen en de onfortuinlijke die ten prooi is gevallen aan een… haai?
Wie? Wat? En vooral waarom? Het zijn de vragen waar de bewoners van Borgo San Giuda en wij, de lezers, een fascinerend boek lang mee zullen worstelen. “Borgo San Giuda was zelfs geen dorp meer, het was een gehucht.
Vierenzeventig huizen, waarvan meer dan de helft verlaten, een bar, een kruidenier en een kerk met een pastorie.” Inderdaad, zo’n nietig dorpje, maar al snel het middelpunt van een ware mediastorm. Wat is hier in godsnaam gebeurd? Veronesi laat twee mensen hun verhaal doen: pastoor don Eremete en Giovanna Gassion, psychiater. Beiden proberen wanhopig vat te krijgen op de gebeurtenissen. De een via het geloof, de ander via de ratio. Maar hebben beide aanpakken wel zin? De pastoor trekt zich op aan de helende kracht van de patroonheilige Judas Thaddeus nee, niet de verrader Judas Iskariot, maar wel de patroon van de misdeelden maar valt ook ten prooi aan immense twijfel. Waarom overvalt dit Kwaad zijn dorp? Het dorp waarin hij zo- veel energie en liefde heeft gestopt? Giovanna verliest al helemaal haar pedalen. Dat haar litteken op hetzelfde moment als de slachting 9.45 uur na vijftien jaar plots openscheurt, moet toch iets betekenen? U ziet het, het aantal vraagtekens is al niet meer te tellen. Het boek is één groot vraagteken. Of hoe het surreële veel vragen over de realiteit kan opwerpen.
Natuurlijk heeft de mysterieuze slachtpartij een ongelofelijke impact op elke bewoner van het onooglijke dorp. Mijnheer pastoor wordt scheef bekeken. Niemand komt nog naar de mis. De relaties verzuren. Mensen trekken weg. “Nooit heb ik zo ver van het priesterschap af gestaan als in die dagen. Nooit heb ik me zo verloren en zonder God gevoeld.” Psychiater Giovanna trekt naar het dorp. Een onweerstaanbare drang achterna om het raadsel te ontrafelen. Of is ze alleen voor zichzelf en haar opdringerige ex op de vlucht? De overheid zit ondertussen met de handen in het haar. Zo probeert de procureur bijvoorbeeld een paard als ooggetuige te ‘ondervragen’. De overheid tracht dan maar de schuld in de schoenen te schuiven van islamterroristen. Si non è vero…
Zoals in Kalme chaos en Troje brandt leiden de personages een normaal leven dat door een catastrofe dooreen wordt geschud. Die catastrofe triggert al het onderhuidse naar boven. Want veel meer dan een spannend verhaal is XY natuurlijk ook een vlijmscherpe analyse van het hoopje mens dat wij zijn. Giovanna heeft een vertroebelde relatie met haar moeder en raakt maar niet van haar ex Alberto af. Niets is echt duidelijk in haar leven, dat ze maar niet op de rails krijgt. Maar ook de pastoor raakt de weg kwijt. Iedereen moet met zijn littekens leven. Veronesi toont zich nogmaals een bedreven emotionele en maatschappelijke seismograaf.
Donkere fabel
Natuurlijk laat Veronesi de twee ik-verhalen bij elkaar komen. De vertellers raken door elkaar geïntrigeerd. Hoewel ze elkaars tegenpool zijn, willen ze het mysterie begrijpen. Zeker als dan nog plots vier dorpelingen tegelijk overlijden. Het gebrek aan causale verbanden en de ingrijpende symboliek van iedere aparte gebeurtenis maken het er niet makkelijker op. Bij gebrek aan rationele verklaringen zoekt mijnheer pastoor het zelfs bij Satan. Geloven is immers een manier om het mysterie te accepteren. “Je moet alles begrijpen. Anders moet je alles geloven.”
Een zeer donkere fabel is dit, die door zijn overvloed aan geniale beelden vraagt om verfilmd te worden. (Zie ook www.x-y.it) Toch is er ook licht (een mirakel?) aan het einde van de tunnel. In die zin sluit dit boek perfect aan bij Albert Camus’ De pest en De stad der blinden van José Saramago. Aanvaarding is het codewoord. Immers, “Het kippenhok omheinen is één ding, de vos vangen is iets heel anders.”


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: