Het maandelijkse boekenfeest, met in januari als thema The family you love to hate. Ofte; familie, de listen, de lusten & de lasten. Op tafel: Tirza van Arnon Grunberg, Een Akkefietje van Mark Haddon en Hondenkop van Morten Ramsland.
TIRZA – ARNON GRUNBERG
De vrijheid mag lonken, maar liefst niet de hele dag; wanneer de vrijheid uitsluitend tijdens de zomervakantie lonkt, is het leven al zwaar genoeg. Jörgen Hofmeester is vader van twee dochters en werkzaam voor een gerenommeerd bedrijf. Dankzij een uitgekiend financieel beleid woont hij op stand: bandeloosheid leidt tot rampen. Stilstand is voor Hofmeester de voorwaarde voor liefde en geluk. Loom houdt hij van zijn dochters. Dat zijn echtgenote hem ingeruild heeft voor een jeugdliefde op een woonboot en dat een gedeelte van zijn vermogen is verdwenen door malversaties van merkwaardige groepering die de wereldeconomie beheersen, het deert hem niet. Zolang hij maar van zijn kinderen mag houden.
Maar op een avond staat zijn echtgenote weer voor de deur. En dan doet een man zijn intrede in het leven van Jörgen Hofmeester, een man die als twee druppels water Mohammed Atta lijkt…
In 1994 debuteerde Arnon Grunberg (1971) met Blauwe Maandagen en maakte een bliksemcarrière in de literatuur. Geen enkel literair genre laat hij onbenut, hij schrijft romans, verhalen, poëzie, toneel en essays. Daarnaast is hij een begenadigd columnist en polemist. Hij ontving oa. de AKO Literatuurprijs voor Fantoompijn (2002) en De Asielzoeker (2004) en de Gouden Uil voor De Mensheid zij geprezen, Lof der zotheid (2001). Op 3 oktober jl. stelde Grunberg zijn nieuwste roman Tirza persoonlijk in Vooruit voor.
“De beste Nederlandstalige schrijver slaagt er als geen ander in zijn pijnlijk onderzoek naar de mens in een spannende plot te gieten.” (De Morgen)
EEN AKKEFIETJE – MARK HADDON
Drie jaar geleden publiceerde Mark Haddon met The Curious Incident With the Dog in the Night-Time (Het wonderbaarlijke voorval met de hond in de nacht) een roman die insloeg als een bom. Het boek ging over een wiskundig zeer begaafde 15-jarige die leed aan het Asperger-syndroom.
In A Spot of Bother (Een akkefietje) werpt Haddon zich opnieuw op een personage in geestelijke nood, en bedient hij zich wederom van de combinatie van humor en tragiek. George is onlangs met pensioen gegaan en is bezig met het timmeren van een schuur waarin hij wil gaan schilderen. Als hij bij toeval een vreemde rode vlek op zijn dij ontdekt, raakt hij er onmiddellijk van overtuigd dat hij huidkanker heeft. Dat zijn arts het op eczeem houdt, is voor George geen enkele reden om te twijfelen aan het feit dat hij een dodelijke ziekte onder de leden heeft.
Net als in The Curious Incident creëert Haddon een ongemakkelijke spanning tussen humor en tragiek. Dat levert prachtige scènes op, zoals die waarin de geestelijk steeds verder afglijdende George met zijn kleinzoon naar een Bob de Bouwer-video kijkt, waarop Jacob zijn opa ineens vraagt of hij bang is voor de dood.
Bij wijze van knipoog naar zijn eerste roman voert Haddon vervolgens een blaffende hond op. Maar zo confronterend als de tragiek in dat debuut is het verdriet in A Spot of Bother niet. Waar dat eerste boek werd geregeerd door passie is hier stille wanhoop de overheersende emotie. Die wanhoop wordt op schijnbaar moeiteloze wijze opgeroepen, in een roman die opnieuw onderstreept dat laatbloeier Mark Haddon (1962) een van de belangrijke nieuwe literaire gezichten in Groot-Brittannië is.
(De Volkskrant)
HONDENKOP – MORTEN RAMSLAND
Na een verblijf van zeven jaar in Amsterdam keert de jonge kunstschilder Asger terug naar Denemarken omdat zijn oma Björk op sterven ligt. De familie is versnipperd geraakt, sommige familieleden zijn vertrokken, andere zijn gestorven. Oma overleeft op de potten frisse lucht uit Bergen (althans dat denkt ze) die haar wekelijks worden toegestuurd. Ze is de verhalenverteller van de familie. Gedurende zijn jeugd heeft Asger ademloos de familieverhalen opgezogen en nu is het tijd de losse eindjes tot een geheel te weven.
De familiegeschiedenis neemt ons mee naar de jaren dertig en veertig. Asgers grootvader overleeft een concentratiekamp en keert terug naar oma Björk in Oslo. Opa Askild is een alcoholist, een charlatan en een kubistisch schilder. Zijn zoon Niels, Asgers vader, brengt het grootste deel van zijn jeugd door onder het aanrecht, in het gezelschap van een legioen fantasiewezens. In de schaduwen van het verhaal houdt zich Hondenkop op, een gruwelwezen dat aan het eind een gezicht zal krijgen.
Morten Ramsland (1971) is een Deens schrijver. Hij studeerde Deens en kunstgeschiedenis aan de Universiteit van Aarhus. Hondenkop betekende zijn internationale doorbraak.


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: