MORTSEL. Een poos denk je dat je naar Strange interlude zit te kijken, het machtige stuk van Eugene O’Neill dat Blauwe Maandag Cie in zijn gloriejaren speelde. Ook daarin probeert een door en door Amerikaanse zakenfamilie verder te leven nadat de pupil van het gezin tijdens de oorlog is omgekomen. Tevergeefs. De adoratie is zo groot dat de nabestaanden gevangenen van het verleden zijn.
Met All my sons zitten we bij de troonopvolger van O’Neill. Bij Arthur Miller gaat het iets minder psychologisch toe. Behalve bij de moeder, Kate, die drie jaar na de verdwijning van Larry-boy volhoudt dat hij morgen weer op de stoep staat.
De vader, Joe Keller, houdt die leugen mee in stand. Daar heeft hij belang bij. Tijdens de oorlogsjaren heeft hij vliegtuigonderdelen met een constructiefout geleverd. Daardoor kwamen 21 piloten om het leven. Nu hij zich uit de gevangenis heeft weten te lullen – zijn buur en naaste medewerker bromt voor hem – wil hij geen brokken maken. Onopgemerkt dikke poen pakken, dat is het devies. Geen slapende honden wakker maken.
Die informatie heb je pas tegen het einde bij elkaar. Arthur Miller schreef een geraffineerd stuk, dat zich als de rokken van een ui afpelt. Naarmate er nieuwe elementen bovenkomen, verleggen de verhoudingen tussen de personages zich. Een beetje acteur kan daarin zijn klasse tonen. Miller schreef mooie dialogen – en ook heel veel.
All my sons is een zee van een stuk, uitgebreid, van lange adem en vol onderstromen. In die ruim 2,5 uur zoeken De Roovers er alle nuances en gemoedsstemmingen van op. Ze bestrijken het hele palet van ontreddering en tedere verliefdheid tot woede-uitbarstingen. Soms lijdt het stuk onder zijn gewicht, maar als de vervlakking dreigt, krikken de acteurs het weer op. Het stuk heeft de symboliek van zijn tijd (de herdenkingsboom breekt uitgerekend op Larry’s verjaardag), maar daar gaat de groep gelukkig pijlsnel overheen.
De productie wordt bovendien ondersteund door een geniaal scènebeeld van Stef Stessel. Een glaswand suggereert een orangerie in een tuin. Pas door die te witten, wordt een projectie van frisse lentebloesems zichtbaar. Hoe meer er verhuld wordt, hoe meer er zichtbaar wordt. Het is een dynamische scenografie, die verandert naarmate de materialen hun werk doen. Het witsel, eerst probaat in het afschermen, krijgt craquelures bij het drogen en verliest uiteindelijk al zijn glans.
Dat is net wat in dit stuk gebeurt. Een gnuivende Peter Gorissen laat Joe als een pasja over zijn domein regeren. Hij playbackt Frank Sinatra, nog zo’n Amerikaan die ver kwam en toch maffiabanden had. Het pact tussen Joe en Kate (Sara De Bosschere) breekt als zoon Chris (Luc Nuyens) wil trouwen met Larry’s ex-lief Annie (Maaike Neuville). Eerst wendt die onwetendheid voor om het verleden af te dekken, maar finaal blijkt zij, de afscheidsbrief van Larry op zak, beter geïnformeerd dan wie ook. Een pistoolschot brengt uitkomst.
De Roovers brengen met All my sons een stuk waarvoor ze op de toppen van hun tenen moeten staan en waarmee ze aantonen hoeveel acteertalent er in de cast zit. Ze halen de nuances en de dubbele agenda’s uit het stuk naar boven. Wie er moeite wil voor doen, beleeft een heerlijke avond.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: