Waartegen moet je nog protesteren als de grote revolutie door de vorige generatie werd uitgevochten? In Marc Reugebrinks ‘Menens’ woedt een achterhoedegevecht.
Leon wil de geschiedenis herschrijven en heeft een simpel plan om dat doel te bereiken: ‘Douwes moet dood.’ Derk Siebolt Douwes is de hoofdredacteur van het lokale dagblad De Ochtendbode. Leon, gekneed door het linkse studentenleven, is ervan overtuigd dat media als De Ochtendbode de realiteit naar hun hand zetten. Daar is een probate oplossing voor: je roept een van hen tot symbool uit en ruimt dat symbool op. Toch?
Leon Hersig, de spilfiguur van Menens, was dertig jaar geleden een wat sullige rechtenstudent die zich aansloot bij een groepje linkse non-conformisten onder leiding van een zekere Otto. Ze spelen ondergrondse: geven elkaar schuilnamen (Leon verwijst naar Trotski) en leven in een kraakpand waarvoor netjes huur betaald wordt. ‘Otto’s revolutie was een loszittende jas, iets als een modeartikel, iets waarmee je scoorde in bepaalde kringen.’ Het subversieve gedachtegoed komt vooral van pas om kwajongensstreken te verantwoorden. Ze strijden tegen het kapitalistische denken, voor de verdrukten. Vrij vertaald: als ze honger hebben, mogen ze de koelkast van de buren plunderen, want zij worden verdrukt door het kapitalistische systeem.
KOPIEREN
De studentenprotesten van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn lege kopieën van de protesten van eerdere generaties. De studenten die toen nog op de barricaden stonden, teerden op de visie van hun voorgangers zonder dat er nog indrukwekkende resultaten te rapen vielen. ‘Achterhoedegevechten waren het, het herkauwen van thema’s met de bedoeling de reeds door anderen, eerder verworven rechten nog wat uit te breiden; [...] kommaneukers die zich uitgaven voor uitroeptekens.’
Ook Reugebrinks vorige roman, het met een Gouden Uil bekroonde Het grote uitstel, speelde zich af in de nadagen van de grote studentenprotesten. Hij omschreef de gemoedstoestand daar al erg treffend: de jongens die samentroepen in een jeugdhuis om het over revoluties te hebben die bevochten werden terwijl zij nog op de schoolbanken zaten, willen ‘alsnog een glansrol vervullen in een geschiedenis die zich al voltrokken had, elders en eerder, alsnog de helden worden in een verhaal dat al lang bestond, dat niet door en met hen pas tot stand kwam, maar achteraf door hen werd ingevuld’. Maar waar het in Het grote uitstel blijft bij grote woorden, wordt er in Menens overgegaan tot harde actie.
REVOLUTIE 2.0
Enkele jaren na zijn geëngageerde studententijd staat Leon op de kraamafdeling van het Academisch Ziekenhuis in Groningen met zijn pasgeboren dochter in zijn armen. Hij besluit dat het zo niet verder kan met de wereld. ‘Dat hij er nu eindelijk iets aan moest doen.’
Wát er precies gedaan moet worden, is nog niet meteen duidelijk. Leon start met het vernietigen van zijn identiteit, of toch alles wat daarnaar verwijst. Hij laat zijn vrouw en dochter achter, verbrandt diploma’s en identiteitsbewijzen, verdwijnt.
Het duurt nog enkele jaren voor de actie die alles moet veranderen vorm krijgt. Leons hoofd zit vol revolutionaire ideeën, maar het leeuwendeel van die ideeën is niet van hem. Hoewel er uitgebreid gepraat wordt over Leons overtuigingen, blijft de kern van de zaak behoorlijk vaag en filosofisch. Het komt erop neer dat je waarneming niet altijd de waarheid is en dat de weergave van de werkelijkheid verdraaid is. Tijdens de Koude Oorlog werd desinformatie ingezet als strategie om de vijand op het verkeerde spoor te zetten. Het Oosten en het Westen speelden deze-duim-op-deze-duim met een wapenwedloop en een mistgordijn van misleidende berichten. Het pleit tussen de linkse en de rechtse duim is beslecht, maar de toren die ze opbouwden staat scheef, dus is het tijd voor nieuwe fundamenten, een nieuw wereldbeeld. ‘Vergeten moesten we dat, vergeten en opnieuw beginnen.’
DOUWES MOET DOOD
Leon ziet maar één manier om een nieuw begin af te dwingen: de hoofdredacteur van een lokale krant ontvoeren en liquideren. Derk Siebolt Douwes staat symbool voor alles wat er fout is met de wereld. Hij wordt gebombardeerd tot de verpersoonlijking van hét systeem, een ‘propagandaminister’, ‘poortwachter van de werkelijkheid’. Hem vermoorden betekent een symbolische bevrijding van de waarheid.
Leon verzamelt een commando van anderhalve man en een paardenkop, rijdt de hoofdredacteur klem, sluit hem op in een kelder en verspreidt een perscommuniqué.
Al snel halen de denkfouten hem in. Douwes blijkt niet zo abstract te zijn als het symbool dat Leon voor ogen had. Douwes’ lijfgeur maakt hem menselijk en zijn weigering een slachtofferrol aan te nemen, verzwakt Leons positie. Bovendien belandt hij in een patstelling met de media. Hij wil met zijn actie de autoriteit van de media in vraag stellen, maar hij heeft hun berichtgeving nodig als legitimatie van die daad. Er wordt uiteraard aandacht besteed aan Douwes’ verdwijning, maar Leons partizanenactie wordt doodgezwegen.
De enige manier om de operatie tot een goed einde te brengen is door de realiteit halsstarrig te blijven ontkennen. Laat dat nu net datgene zijn waartegen Leon vecht.
VOETNOOT
Zonder dat je dat merkt (en zonder dat het stoort), gebeurt er eigenlijk niet veel in dit verhaal. De roman gaat vooral over wat voorafging aan menens en hoe het menens is kunnen worden. Reugebrink zoomt in op de psychologie en de karaktervorming van zijn personage, waardoor je meevoelt met de treurige antiheld. Je ziet Leon afbrokkelen van heroïsche verzetsstrijder tot voetnoot. De revolutionair die zijn leven opgeeft voor de verkeerde zaak.
Menens is een raak portret van het failliet van idealen. Het is een boek van deze tijd over wat er kan gebeuren als je overtuigingen niet meer bij de tijd zijn.


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: