Leon Hersig, hoofdfiguur uit Marc Reugebrinks nieuwe roman ‘Menens’, is een man met levensgrote twijfels. In zijn revolte tegen de wereld besluit hij om de hoofdredacteur van een provinciale krant – een man die voor hem symbool staat voor alles wat in deze samenleving verwerpelijk is – te ontvoeren, te gijzelen en te doden.
‘Menens’, de nieuwe roman van Marc Reugebrink, start op op 21 juni 1988, die warme dinsdagavond toen niet alleen de Nederlandse nationale voetbalploeg Duitsland in de halve finale van het Wereldkampioenschap versloeg met 2-1 – toen konden ze dat nog – maar ook de avond waarop de dochter van het hoofdpersonage – laten we hem Leon Hersig noemen – wordt geboren. Dat blijkt een kantelmoment. Want dat kleine, reële wezen triggert in de nieuwbakken vader het idee dat het nu maar eens gedaan moet zijn met de revolutionaire spielerei, en dat het tijd is dat het ‘menens’ wordt. Op dat moment besluit hij dat het zo niet verder kan met de wereld, dat er iets gedaan moet worden, werkelijk gedáán. En dat hij het is die er iets aan moet doen.
Het is het verhaal van een man die de grens overschrijdt tussen het radicale woord en de radicale daad. Die flirt met de manier waarop de splintergroepen uit die tijd, van de Rote Armee Fraktion tot de Brigate Rosse, hun ideologie in de praktijk brengen en het voor hen gerechtvaardigde terrorisme opzoeken.
‘Het grote uitstel’ (2007), de met de Gouden Uil bekroonde eerste roman van Reugebrink, speelde nog in het milieu van jongeren die hun eigen ideologie – deep down – niet ernstig namen. Want hun revolutionaire gedachten gingen niet om de vernietiging van bestaande structuren, of om de vervanging van al het bestaande door al het komende. Nee, hun revolutionaire praatjes waren veeleer gericht op het creëren van hun eigen privileges binnen het bestaande, op het recht volledig zichzelf te mogen zijn zonder rekening te moeten houden met anderen. Het was een soort verkleedpartij, hoogstaand moreel geformuleerd, maar in wezen een excuus voor egoïstisch leven en veel feestjes en veel meisjes en veel jointjes.
Maar morele overwinningen zijn geen echte overwinningen. Ze tellen niet. Ze vormen geen resultaat. En het gaat Leon Hersig ditmaal om het resultaat.
Dus steekt hij de grens van de theorie naar de actie over en besluit om een man die voor hem symbool staat voor alles wat in deze samenleving verwerpelijk is, te ontvoeren, te gijzelen en te doden. Derk Siebolt Douwes, de hoofdredacteur van de Ochtendbode, een grote provinciale krant, moet eraan geloven. Want “hij is geen journalist die alleen maar waarneemt en daarover op een eerlijke manier bericht, en al helemaal niet iemand die opgaat in wat het geval is en dat vervolgens ondergaat, maar iemand die afdwingt wat het geval moet zijn, verordonneert, bestempelt en bepaalt, al moet hij daarvoor persoonlijk iemand aan de haren naar buiten sleuren.”
Psychologische schets
Het grote gevaar van deze verhaallijn is dat ze voorspelbaar dreigt te worden: de gebrainwashte fundamentalist, overtuigd van het grote gelijk, die de confrontatie met zijn iconische vijand, het industrieel-mediatieke-kapitalistische complot aangaat. Een zwart-witverhaal, met ergens op het einde een fatale en dramatische afloop.
Dat gebeurt niet. Helemaal niet. Gelukkig niet. In ‘Het grote uitstel’ kon je je identificeren met de hoofdpersonages omdat ze zo erg op jezelf of je vrienden leken, in ‘Menens’ is de identificatie er ook, ook al staat het personage mijlenver van je af. Maar Leon Hersig voldoet niet aan het cliché van de fundamentalistische terrorist, dat ons dagelijks door de meeste media wordt gevoederd. Hij blijkt een mens. Met twijfels, levensgrote twijfels, die heen en weer wordt geslingerd tussen de aversie tegen het systeem dat hij via Douwes wil doden, en de concrete, bazige en verschrikkelijk onsympathieke man die hij ontvoert, maar met wie hij desondanks, en tegen zijn zin in, een persoonlijke band ontwikkelt.
Wat volgt is een fijnmazige en bijzonder intelligente psychologische schets van de relatie tussen een wat klungelige amateur-terrorist en een autoritaire figuur, die zelfs in een situatie van totale afhankelijkheid die bazige trekjes niet kan afleggen.
Toestand van schizofrenie
De radicaliteit, die we gewoon zijn te zien als een eenduidig onwrikbaar denksysteem van monomane denkers, wordt hier bijna een toestand van schizofrenie, met vele denklagen die met elkaar vechten en elkaar tegenspreken, een fundamentalisme dat onder de oppervlakte eigenlijk voornamelijk twijfel herbergt. Terwijl het denkpatroon van de hoofdredacteur, die zijn morele principes heeft afgelegd om als realist in de echte wereld te leven en er zoals zovelen onder ons maar het beste van te maken, om niet te zeggen er zoveel mogelijk van te profiteren, desnoods ten koste van anderen, veel monomaner en fundamentalistischer en onwrikbaarder blijkt te zijn dan dat van zijn ontvoerder.
Het is die omkering die deze roman doet uitstijgen boven de omschrijving van een bijzonder goed geschreven boek. Dat is het ook, dankzij de stijl en de mooie sfeer- en milieuomschrijvingen in wat ook een generatieportret is. Maar het is meer dan dat, het gaat ook over de complexe wisselwerking van ideologie, schaamte, spijt en schuld. Het gaat over de kracht van overtuiging en de bereidheid daarom alles te verliezen en de spanning wanneer dat onmogelijk blijkt. Het gaat over dat anarchie niet lukt zonder strenge regels en heel wat discipline. Het gaat over de onmogelijkheid van het leven, zeker voor wie er iets te veel over nadenkt en er last van heeft. Het gaat over toegepaste ideologie, filosofie en psychologie, en dat allemaal met een intensiteit en een vaart die je zonder medelijden volledig in het boek meetrekken. En dat blijft voor mij toch nog altijd het eerste criterium om een boek al dan niet goed te vinden.
Leon Hersig vindt zijn generatiegenoten maar kommaneukers die zich willen uitgeven voor uitroeptekens. Dat wil hij niet. Wat volgt is de met drama en verdriet gevulde poging om zelf wel een uitroepteken te worden. Of hij daarin slaagt zal u nooit weten, niet omdat ik de plot niet wil verraden, maar eenvoudigweg omdat daar nooit een eenduidig antwoord op te geven valt. Ook dat maakt het boek mooi: je kunt het verder blijven lezen, zelfs als het uit is.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: