Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Persartikel: Dimitri Verhulst - ‘Groeten uit het Zwarte Woud’

Aan komische en burleske taferelen kun je je in de nieuwe Verhulst overvloedig laven. Maar De laatste liefde van mijn moeder raakt geregeld in het slop. Zo wordt de bustrip van Martine Withofs en haar ‘nieuw samengesteld gezin’ naar het Zwarte Woud een lange zit. De joligheid wint het te vaak van de wrangheid.

Gegniffel in het openbaar mag vooralsnog niet beschouwd worden als een doorslaggevend literair criterium. Maar toch werd er ik menigmaal op betrapt, oncomfortabel gezeten op een Antwerpse tram, na consumptie van hooguit dertig pagina’s van de nieuwe roman van Dimitri Verhulst. Bijvoorbeeld bij deze passage, waarin Verhulst de mensenschuwheid én de schaamte van hoofdpersonage Martine Withofs – gemodelleerd naar zijn moeder – op scherp stelt: “Geruisloos leven, een groter verlangen kende ze niet. Een leven dat mocht bestaan uit zo min mogelijk oogcontact met de anderen. Heel even had ze voor dit doel haar heil in zonnebrillen gezocht, maar helaas viel haar smaak uitgerekend op die monturen die haar in het middelpunt van de belangstelling plaatsten.” Of wanneer de schrijver Martines schraapzucht blootlegt: “Had je Martine gevraagd naar het belangrijkste artefact van de huisvrouw, dan zou zij hebben gegokt op de schaar, waarmee je een hele hoop kortingsbonnen uit kranten kon knippen.”

Scabreuze, liederlijke scènes

Ik heb nog vaker gegniffeld met De laatste liefde van mijn moeder, ook toen ik allang niet meer op de tram zat. Logisch, want hoort dat niet zo bij een roman van Verhulst, als mayonaise bij friet? Maar naderhand leek het of mijn besmuikte lach gekruid werd met een snuif leedvermaak, alsof ik onverhoeds naar intieme Facebookfoto’s had gekeken. Toen ik het boek uit had, was mijn lach alweer op miraculeuze wijze verstomd. Ik wist niet goed wat ik met die opeenvolging van scabreuze, liederlijke, ginnegappende, rocamboleske maar tevens weleens voorspelbare scènes moest aanvangen. Slechts met moeite lieten ze zich in het keurslijf van een roman dwingen.

Dat Verhulst met De laatste liefde van mijn moeder resoluter dan ooit op de lachspieren heeft gemikt, valt amper te loochenen. Humor in allerlei smakelijke en minder smakelijke toonaarden vormt zowel de smeerolie als de motor van deze 235 pagina’s tellende taferelenroman. Het contrast is groot met de rauwe, zwartgallige voorganger Godverdomse dagen op een godverdomse bol (2008). Daar werden we op roetsjbaankarretjes door de wereldhistorie geduwd, wat resulteerde in een langgerekte, spilzuchtige stijloefening (die Verhulst verrassend de Libris Literatuurprijs opleverde). En ook met de bijna bucolische dorpsparabel Mevrouw Verona daalt de heuvel af (2006) heeft dit boek vanzelfsprekend niets van doen. Verhulst klopt zich graag op de borst dat hij hetzelfde stijlkunstje nimmer dupliceert. De ambitie van “een tienkamper” is hem niet vreemd, zoals hij ooit in de Volkskrant zei. “De helaasheid der dingen, daar kan ik er zo nog een paar van kakken. Maar daar heb ik geen zin in.” Toch zal iedereen dit boek vooral naast De helaasheid der dingen (2006) leggen, het boek waarmee Verhulst zo glorieus de poort naar het publiekssucces openduwde.

Wie Verhulsts voorgeschiedenis niet kent, zou De laatste liefde van mijn moeder nog domweg kunnen lezen als een zedenschets van de gewone Vlaamse man in de vroege jaren tachtig. Uiteraard kiest Verhulst voor het moment waarop de maskers afvallen: een week congé payé waarin de zuurverdiende fabriekscenten besteed worden aan een bustrip naar het obligate Zwarte Woud, alwaar schranspartijen, Zwetschgenwasser en joligheid aan de orde van de dag zijn. Maar natuurlijk put De laatste liefde van mijn moeder vooral uit een paar niet-geboekstaafde jeugdjaren van de schrijver. Verhulst zoomt in op de periode pal voor De helaasheid der dingen.

Ditmaal belanden we in het ‘nieuw samengestelde gezin’ van de tv-verslaafde Martine Withofs, begiftigd met een hoge body mass index en zopas gescheiden van haar immer benevelde geweldenaar, tevens vader van haar zoontje Jimmy. Martine komt aan de kost in een fabriek van fietszadels en heeft zich in de armen geworpen van Wannes, een oerdegelijke maar wat ambitieloze Volkswagenarbeider, wiens “amoureuze doelwitten makkelijker moeders als maagden bleken uit te kiezen”. Hij toont zich zo coulant om de 11-jarige Jimmy, “toch het kind van een ander” te dulden gedurende zijn schaarse vakantiedagen. Maar Jimmy, “miniatuurtje van een monster”, heeft het geenszins begrepen op Wannes, die samen met Martine mordicus de illusie van een happy family wil opwekken. Tijdens de Zwarte Woudvakantie wordt de koude oorlog tussen stiefvader en ersatzzoon op de spits gedreven. Jimmy hanteert bijna de gehele reis het wapen van de koppige zwijgzaamheid tegenover Wannes. Waarom zou hij hem in godsnaam ook ‘vader’ moeten noemen? Stoorzender Jimmy dwingt tegelijk zijn moeder om kleur te bekennen: vóór of tégen hem. De weerzin tegen hun stompzinnige kleinburgerlijkheid gulpt intussen van de pagina’s. Genoeg voer voor dramatische spanning, zou je zo denken? Dat valt tegen.

Verhulst meet ditmaal veel ruimte uit om de moederfiguur van contouren te voorzien, wat wellicht een delicate bezigheid mocht heten. Zoals bekend smeerde zij hem ooit een klacht aan het been, toen hij haar als vette schraalhans in zijn verhalenbundel De kamer hiernaast (1999) opvoerde. Hier komt ze naar voren als een bange, zich wegcijferende wezel, steeds gebrand op eten en vooral snakkend naar banaal conformisme. De reis naar het Zwarte Woud beschouwt ze al als een folie. Maar hoe ontluisterend het portret van Martine Withofs ook wordt, er blijven wel mespuntjes mededogen.

Proletarische genotzoekers

Toch verkneukelt Verhulst zich vooral in de uitputtende evocatie van Schwarzwaldtrip met Autocars van Boterdael en gooit daarbij alle trossen los, wat het tempo van het boek ongunstig beïnvloedt. Te vaak haalt de joligheid het daarbij van de wrangheid. Dat hij een uitzonderlijk talent heeft om proletarische genotzoekers in hun hemd te zetten (“Toerisme was een menswetenschap”, wordt er ergens opgemerkt) wisten we al langer. Maar na de zoveelste protpartij van de Schwarzwaldgangers (“De badkamer was zodanig betegeld dat elke geknalde prot er weergaloos weergalmde”) dreigt verzadiging, hoezeer Verhulst zijn al rijkgevulde stijlarsenaal ook hier weer uitbreidt en de grove humor als een wilde weldoener uitsmeert. Verhulst tapt hier uit een bekend vaatje. De taferelen lijken soms ook ontsnapt uit zijn reportageboek Dinsdagland, waarin hij “op het ritme van een zatte kusjesdans” de Belgische volksaard als een amateur-socioloog in kaart bracht. Vreemd genoeg schuift Verhulst nu vaak het diafragma van de jaren zeventig over dat van de jaren tachtig.

Verhulst spaart de confrontaties op voor pakweg de vijftig laatste pagina’s, maar dan worden ze wel op een drafje afgehaspeld. Wanneer Wannes onhandig moet ontdekken dat zijn moeder wéér zwanger is, overvalt hem een gevoel van totale verstotenheid. Zonder boe of ba zal de arrogante Jimmy aan de deur worden gezet. We kennen het vervolg: een batterij pleeginstellingen, zatte nonkels en een immer beschonken vader met wapperende handen. De hoogdravende epiloog, met Verhulst als 91-jarige filosoof-grijsaard die zich opdoft om met zijn stiefbroertje te converseren, haalt het boek ten slotte helemaal uit balans. Maar wellicht is het Verhulsts laatste ezelsstamp naar de schrale “onbezongen bestaantjes” waaraan hij zich met de pen ontworsteld heeft: “Het kwam erop aan op een zulkdanige eclatante wijze te leven dat zijn moeder er niet in slagen kon zijn bestaan te negeren.” Dat is hem alvast gelukt.

www.demorgen.be

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen
  • door Dirk Leyman (De Morgen, 25 aug 2010)
  • Alle rechten voorbehouden Alle rechten voorbehouden
  • opgeladen op 25 aug 2010
Tags
Artiesten
Dimitri Verhulst

Gerelateerde activiteiten

Uitgelezen – Elsschot, Ellis, Verhulst
07 okt 2010

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital