Dimitri Verhulst: wat voorafging aan ‘De helaasheid der dingen’
4 momenten
- 1999: De 27-jarige Dimitri Verhulst debuteert met De kamer hiernaast, een verhalenbundel over zijn onvaste jeugd.
- 2003: Verhulst laat zich opsluiten in het asielcentrum van Arendonk. Het resultaat, Problemski Hotel, wordt in meer dan tien talen vertaald.
- 2006: Het autobiografische De helaasheid der dingen oogst immens succes (behalve bij de erin beschreven nonkels).
- 2008: Godverdomse dagen op een godverdomse bol, Verhulsts eigenzinnige wereldgeschiedenis, wordt op 320.000 exemplaren gratis bij Humo verspreid.
Dimitri Verhulsts nieuwe boek, De laatste liefde van mijn moeder, eindigt waar De helaasheid der dingen begint. Het maakt hem kwetsbaar, maar er was geen weg naast: ‘Ik ben nu eenmaal dat stuk crapuul dat door zijn moeder op straat is gezet.’
1982. Martine Withofs, geboren in de herfst van 1953, maakt samen met haar elfjarige zoon Jimmy en haar nieuwe liefde Wannes een busreis naar het Zwarte Woud. Nu zij haar beschamende verleden vol afranselingen door een door drank verrotte man achter zich heeft gelaten, ligt haar leven als een blanco blad voor haar. ‘Geruisloos leven, een groter verlangen kende ze niet.’ Een grote domper op dat prille geluk is de concurrentiestrijd tussen Wannes en Jimmy. De een ziet het zus: ‘Er stond een kind, niet eens het zijne, tussen hem en zijn geliefde in.’ De ander zo: ‘Zonder Wannes en met Wannes, dat waren twee verschillende moeders. De eerste was hij kwijt, de tweede kon hij niet krijgen.’ Kortom, geen ideale situatie om en famille op groepsreis naar het Zwarte Woud te gaan.
Het Zwarte Woud ofte het mekka van de bier zuipende en schuine moppen tappende mens, ben je er wel eens uit vrije wil geweest?
(glunderend) ‘Menigmaal. Twee jaar geleden nog heb ik er met mijn schoonvader de plaatselijke specialiteiten uitgetest, zoals Zwetschgenwasser. Als studie voor mijn roman!’
Je had maar te putten uit je parate kennis. Behoort ook de muziek van Freddy Breck daartoe?
‘In mijn kindertijd was Freddy Breck – ‘Halli, hallo’ – alomtegenwoordig. Mijn grootmoeder, bij wie ik grotendeels ben opgegroeid, miste geen enkele van die Duitse shows op televisie met Rudi Carrell. Ik vond het schoon om dat stuk van mijn leefwereld mee te nemen en bedoel dat niet lacherig. Ik vind dat charmant: zo’n meute mensen die, de armen in elkaar gehaakt, Freddy Breck meezingen.’
’Dat nadeel had je wel met groepsreizen: de groep.’ Zeker als je je verleden te verbergen hebt. Waarom doen Martine en Wannes zichzelf dat aan?
‘Ze willen zo graag en op zo’n kunstmatige manier zonder verleden zijn, dat ze behoefte hebben aan iets nieuws. Het lege adresboekje moet gevuld en zo’n busreis leent zich daar wonderwel toe. Zelf maken ze het taboe rond hun gezinssituatie groter dan het is, maar het is er wel. Ik schets de generatie van mijn ouders. Hun afkomst is katholiek, dus mogen ze geen voorbehoedsmiddelen gebruiken. Het gevolg: mijn moeder geraakt zwanger op haar negentiende en moet trouwen, wat een verschrikkelijke straf is als iemand je eerst voorbehoedsmiddelen heeft onthouden. Dat huwelijk wordt al spoedig een hel, maar ook scheiden is een zonde. Echtscheiding en dus opkomen voor je eigen geluk was toen nog echt een van de hogere vormen van emancipatie.’
Martine schaamt zich nog steeds, uit gewoonte. Heb jij je vaak geschaamd?
‘Martine moet ook constant zijn aangekeken op straat. Anders dan het gemiddelde arbeidersgezin hadden zij geen badkamer, auto of telefoon. Maar veel erger nog was dat iedereen wist waarom ze die luxe niet hadden: het geld werd opgedronken. In het huis waar ik met mijn ouders heb gewoond, werd jamais iemand binnengelaten. Ik heb nooit een vriend meegenomen. Als er al eens iemand kwam aanbellen – gezien er een verbod gold om met een Verhulst te spelen deed zich dat zelden voor – pakte ik mijn velo en fietsten we ergens naartoe. Eigenlijk laat ik nog altijd niet graag volk toe in mijn huis.’
Tussen Wannes en Jimmy botert het niet. Allebei willen ze Martines nummer 1 zijn. Hoort jaloezie onvermijdelijk bij liefde?
‘Ik ben een wreed jaloerse mens, maar ik vind dat prima. De natuur heeft dat goed bedacht, ook kinderen wapenen er zich mee. Jimmy staat al zijn hele leven op nummer 1, maar dat was makkelijk. Zijn vader is een drol die de liefde van zijn moeder is kwijtgespeeld. Nu wordt hij voor het eerst geconfronteerd met het feit dat zijn moeder nog iemand graag ziet. Je kunt het dat ventje toch niet kwalijk nemen dat hij flipt? Dat soort van miniburgeroorlog zie je in haast alle nieuw samengestelde gezinnen. Het kind weet zich van zijn troon verzekerd, maar krijgt plots concurrentie van iemand die tegelijk zijn sympathie wil winnen en pedagogisch boven hem wil staan.’
Kan een mens ooit echt van het kind van een ander houden?
‘De vraag is: kan je wel van je eigen kind houden? Daar wordt per definitie van uitgegaan, maar ik vind dat niet evidenter dan dat je het kind van iemand anders graag ziet. Tegen mijn dochter wordt bijvoorbeeld gezegd dat ze voor het weekend naar haar vader gaat, nooit naar haar vader en Nathalie (Verhulsts vriendin, red.), terwijl zij minstens zo close is met Nathalie als met mij. Ik ben slecht geplaatst om over opvoeding te praten – ik ben niet de beste vader ter wereld – maar ik voel zo’n kokhalsreflex als ik moederkes hoor zeggen dat ze de beste vriendin zijn van hun zoon of dochter. Wat een pathetisch beeld van het ouderschap! Beste vriendjes zijn met je kind, dat is pedagogisch een flop. Fijn als een kind je ligt, maar je moet het toch vooral leiding geven.’
Ben jij, zoals Jimmy, jaloers geweest op de nieuwe liefde van je moeder?
‘Neen. De dag dat mijn moeder, die ik echt graag zag, de moed had om bij mijn vader weg te gaan, was een van de schoonste dagen uit mijn kindertijd. Al een maand op voorhand wist ik hoe het zou gaan: mijn vader zou om 5 uur ’s morgens naar zijn werk vertrekken en achter de hoek zou de verhuiswagen klaar staan. Ik wist ook dat mijn moeder vermoord zou worden als ik het zou verklappen, want mijn vader was toen echt rot, rot van de drank. Ik was dus ongelooflijk content voor haar. En voor hem, want hij had tien jaar onverdroten op zijn vrouw kunnen kloppen en de meubelen aan diggelen smijten zonder zich één vraag te stellen. Toen mijn moeder wegging, viel zijn frank en is hij naar een afkickcentrum gegaan.’
De kleine Verhulst kon goed zwijgen?
‘Uit schrik, ja. Ik heb veel uren in foetushouding onder mijn lakens gelegen terwijl mijn moeder werd afgerost. Zelf heb ik maar één keer slaag gekregen. Mijn vader was zo geschrokken van zichzelf – hij had me met mijn hoofd tegen een venstertablet gestampt en het bloed spoot uit mijn kin – dat hij het daarna niet meer gedurfd heeft. Hij zat wel vaak achter mij aan, maar ik kon sneller lopen dan hij. Dat had ik aan hem te danken: hij had me op atletiekkamp gestuurd.’
Jimmy gebruikt zwijgen als oorlogstactiek. Enige ervaring?
‘Als kind was ik een arrogante zak. Ik heb veel leraars op hun nagels doen bijten en genoot ervan hen voor mijn ogen te laten ontploffen. Dat ben ik nu gelukkig kwijt. Maar ik zou wel heel graag een goeie zwijger zijn. Over mezelf als volwassene heb ik twee grote frustraties. Eén is dat ik slim zou willen zijn, maar er mij mee moet verzoenen dat ik het niet ben. Twee is dat ik graag goed zou kunnen zwijgen, maar dat ik een kletswijf ben. Ik vind mezelf in het Frans (Verhulst woont in Wallonië, red.) een mooiere en aangenamere mens omdat ik langer over een zin moet nadenken. Tegen de tijd dat ik weet hoe ik hem treffend zal formuleren, is het onderwerp al gepasseerd en heb ik niets gezegd. In het Nederlands ben ik echt een verschrikkelijk kletswijf, maar goed, mijn eerste tien levensjaren heb ik altijd tussen de vrouwen gezeten en dan word je of een kletswijf of een jeanette.’ (lacht)
Ook Jimmy is geen constante bron van geluk voor zijn moeder. Blijft een ongewenst kind ongewenst?
‘Neen. Neen.’
Kan zij niet met het kind om of kan zij niet met de liefde om?
‘Martine heeft ontzettend naar geluk verlangd, maar voor haar is geluk vooral de afwezigheid van ongeluk. De vraag is: volstaat dat? Ik denk dat zij enorm geniet van de rust. Het moet deugd doen dat er eens geen vazen worden kapot geslagen op uw schedel. Tezelfdertijd absorbeert zij die machtsstrijd tussen haar geliefde en haar kind, en dat is er te veel aan. Plus, ze stelt zich de vraag die Doe Maar zingt: “Is dit alles?, Dat is een gevaarlijke oefening, maar die moet iedereen af en toe eens maken om dan te besluiten: ja, dit is het. Bovendien is Martine onwennig en onhandig in een normaal leven. Op die bus zitten mensen die al jaren een gewoon burgerlijk leven leiden. Voor haar is dat nieuw.’
De keuze die Jimmy uiteindelijk maakt is deze: ambitieus zijn toekomst in, in de hoop dat zijn naam zijn moeder op een dag hard in het gezicht zou slaan. Heb je dat ook zelf geambieerd?
‘Ik heb me die vraag lang gesteld, maar één ding zet die redenering meteen stop: ik schreef al toen ik nog bij mijn moeder woonde. Het vierkantsworteltje van beroemdheid dat ik nu heb, is een gevolg van het schrijverschap, niet iets wat ik heb nagestreefd. Ik draag mijn naam net met groot ongemak. Een voorbeeld: bij de verfilming van De helaasheid der dingen was ik uitgenodigd in mijn geboortestad Aalst, de plek waar mijn moeder woont, om er als een soort van Jean-Marie Pfaff na Mexico 1986 op het balkon van het stadhuis handje te zwaaien terwijl de content te stellen bevolking gratis bier kreeg. Had ik echt mijn naam in het gezicht van mijn moeder willen slaan en haar Streekkranten met mijn staatsieportret willen vullen, dan was ik daarop ingegaan. Maar ik vond het te belachelijk hoe die hele hype daar werd georganiseerd. “Och, we zijn het hier in Aalst gewoon om als marginalen bekeken te worden,, zei de burgemeester. Wel, als zij nu eens al het geld dat die hele promotie met gratis bier heeft gekost, geïnvesteerd zou hebben in de miserie die drank veroorzaakt heeft, dan was ik handjes gaan zwieren.’
Na ‘De helaasheid’ was je de vragen over je intrieste jeugd beu. Met deze roman roep je die wel weer over je af.
‘Literatuur werkt niet als therapie, maar zij mag wel over het leven gaan. Het moet blijven mogen dat iemand uit zichzelf schrijft en in die zin is dit ook een scharnierboekje in mijn kleine oeuvre. Ik heb totaal geen zin in de eventuele zotheid die ik nu weer afdwing van allerlei mensen die ook toen hebben gemeend met hun fototoestellen en camera’s naar mijn moeder te moeten gaan. Martine is mijn moeder niet en ik ben Jimmy niet, het is alleen erg moeilijk iemand te vinden die meer op mij lijkt dan Jimmy. Ook mijn moeder heeft op een woensdag gezegd: “Zaterdag zetten we u op straat, gij zijt hier niet meer welkom, ge kunt naar uw vader., Die zaterdag ben ik effectief met twee dozen naar mijn vader gegaan. Hij was niet thuis – hij zat in een ontwenningskliniek – waardoor ik bij mijn grootmoeder ben gaan wonen. Dan komen we natuurlijk bij De helaasheid der dingen uit. Dit gaat eraan vooraf, dat kan ik niet loochenen.’
Voel je je nu weerbaarder?
‘Ik voel me veel kwetsbaarder. Ik vind het prettig dat mijn verleden achter de rug is en had ook niet verwacht dat ik het terug naar me toe zou halen door boeken te schrijven. Die hele heisa na De helaasheid der dingen was voor mij een complete verrassing. Ten eerste had ik nooit gedacht dat mijn nonkels zich geschoffeerd zouden voelen. Ik had dat boek met veel liefde voor hen geschreven en had verwacht dat zij het kreupel van het lachen gingen lezen. Niet dus. Goed, als schrijver neem je het risico dat anderen je woorden op deze of gene manier gaan interpreteren. Het tweede wat mij heeft verrast, is het gebrek aan nuancering bij journalisten. Met zijn allen zijn ze naar wat ik in mijn boek Reetveerdegem noem getrokken in de overtuiging daar het café uit De helaasheid aan te treffen, maar het boek speelt zich af in de jaren ‘80. Ik beschrijf mijn nonkels als twintigers, inmiddels hebben ze kinderen van die leeftijd. Dat critici die denkfout maken, daar viel mijn mond van open.’
Zette die ervaring geen rem op een nieuw autobiografisch boek?
‘De duivelsverzen ten spijt durft Salman Rushdie nog altijd uitspraken te doen over de islam en zijn verhalen te dateren op 14 februari 1989, de dag van de beruchte fatwa tegen hem, ook al moet hij erna weer een nieuwe pruik kopen en onderduiken. Ik begrijp dat. Op kleinere schaal doe ik hetzelfde. Dit boek lag van in den beginne voor mij. Ik ben nu eenmaal de mens die door zijn moeder op straat is gezet en daardoor altijd als een stuk crapuul is aangekeken. Zoiets achtervolgt je, het maakt me wie ik ben. Het zou wel heel knullig zijn dat uit de weg te gaan. Nu was het moment daar: ik voelde me mentaal en stilistisch matuur om het te schrijven. Het mocht niet larmoyant zijn, niet wrokkig, het moest worden geschreven zoals het mij was overkomen: in alle eenvoud, zonder onweerswolk. Plots had ik geen moeder meer, voilà.’
Over een aantal jaren schrijft je dochter misschien een roman waarin zij jou de rekening presenteert.
‘Als literatuur over het leven gaat, is dat niet uit te sluiten. Maar net vroeg je of een ongewenst kind ongewenst blijft, en ik heb neen geantwoord. Ik vind dat alle leven moet worden gesoigneerd. Nu kunnen we er met een schare priesters over lullen of leven in embryonale vorm begint of niet, maar ik vind dat dit kind moet opgroeien tot een gelukkig wezen. Liefst tot iemand die zo gelukkig is dat ze ook anderen gelukkig maakt. Tijdens de geboorte heb ik echt staan smeken tot goden waarin ik niet geloof “laat het a.u.b. dood geboren zijn,, maar dan leggen ze dat in je armen, je steekt er een vinger naar uit zoals naar een kanarie en dan neemt zij die vast en… ik wist dat ik haar moeder ging verlaten omdat ik niet wilde dat mijn dochter tussen ruziemakende mensen zou opgroeien, maar ik heb meteen de plechtige belofte gedaan voor haar te zorgen. Ik doe dat zeer halfslachtig, maar ik doe wel mijn best en neem die vaderrol actiever op dan ik dacht het te kunnen.’
Straks word je nog een kindervriend?
‘Nooit! Ik heb hartstochtelijk het schijt aan kinderen. Je hebt mensen die niet van katten houden en ik heb dat met kinderen, maar ik respecteer hun leven en vind dat ze het fantastisch moeten hebben en probeer die diepe weerzin te onderdrukken. Niemand wil dat graag horen, maar ik ben ook kind geweest en vond het de hel. Je bent de slaaf van de volwassenen en iedereen begrijpt je verkeerd, als ze je al willen begrijpen. Daarom dat ik voor haar wil zorgen en me geestdriftig inzet voor jongeren in tehuizen, omdat ik dat ellendige heb doorvoeld. Alleen sluit dat dus niet uit dat ik een hekel heb aan kinderen. Zoals het niet uitgesloten is dat iemand van dieren houdt en toch vlees eet.’
’Godverdomse dagen op een godverdomse bol’ zat op 320.000 exemplaren bij Humo. Nu moet je het zelf trekken. Hoe groot is de faalangst?
‘Het fenomenale getal van de eerste druk, 30.000, weegt verschrikkelijk op mijn schouders omdat ik het gevoel heb dat te moeten waarmaken tegenover mijn uitgeverij. Ik krijg niet graag complimenten, word niet graag over het kopje gewreven, omdat dat net het moment is waarop ik faal. Wanneer vroeger in de atletiek iedereen zei dat ik de beste benen had en niet kon verliezen, eindigde ik gegarandeerd bij de laatste vijf.’
Dimitri Verhulst toont zijn talent voor komedie in De laatste liefde van mijn moeder. De laatste liefde van mijn moeder. Bij de meeste schrijvers zou zo’n titel een romantisch drama aankondigen. Niet bij Dimitri Verhulst. Wie dit oeuvre een beetje kent, hoort bij het woord ‘moeder’ het alarm afgaan.
De moeder staat niet hoog aangeschreven bij Verhulst. Herinner u de gierige pin met een ‘plaspas’ uit De helaasheid der dingen. Of de ‘waanzinnig dikke moeder’ uit De kamer hiernaast, zijn debuut. (Dat leverde hem toen een gerechtelijke klacht op. Van zijn eigen moeder.)
In De laatste liefde van mijn moeder, Verhulsts tiende boek, wordt zij eindelijk een volwaardig personage. Geen komische karikatuur meer, maar een mens van vlees, bloed en grijstinten. Verhulst brengt begrip op voor Martine Withofs, die een afgrijselijk huwelijk achter de rug heeft. Als de roman begint, lijkt het erop dat Martine het geluk gaat vinden. Ze is gescheiden van haar agressieve dronkenlap. De ellende van vroeger wordt materiaal voor moppen. Ze is verliefd op ‘Impens Wannes’: zoals de typisch Vlaamse omkering van voor- en achternaam al aangeeft, is hij een mannetje van dertien in een dozijn, maar niettemin een betrouwbare vent. Ze is zowaar op vakantie, voor het eerst. In het Zwarte Woud.
SNOTAAP EN STIEFVADER
De normaliteit wenkt, kortom. Slechts één hinderpaal: haar elfjarige zoon Jimmy. Het botert niet tussen snotaap en stiefvader. Bovendien is Jimmy het evenbeeld van zijn vader, dus de link met het gehate verleden. De spanning in het nieuw samengestelde gezin loopt op. Een van beiden, Jimmy of Wannes, zal moeten ophoepelen.
Verhulst heeft (nog maar eens) een boek geschreven dat afwijkt van al zijn vorige werk. Om te vergelijken met de voorganger: het uitzinnige taalvuurwerk van Godverdomse dagen op een godverdomse bol is tot bedaren gebracht. Taal en stijl zijn minder exuberant, maar onverminderd elegant en trefzeker. Velen zullen opgelucht vaststellen dat er in dit boek personages rondlopen, met een naam, in plaats van een ‘t. Er zijn raakpunten met De helaasheid der dingen (want De laatste liefde is een prequel van De helaasheid) maar sfeer en opbouw zijn anders. Verhulst verkent dit keer vooral zijn talent voor komedie. De laatste liefde, verre van een tragedie, is een farce. De scatologische humor swingt nog harder de pan uit dan anders, de komische overdrijvingen kunnen u lachtranen en -krampen bezorgen.
Verhulst beschrijft de uitstap naar het Zwarte Woud in tenenkrullend detail. Op een of twee uitzonderingen na is de reisbus gevuld met een lading ‘gestampte boeren’, uit op vet eten en sloten alcohol. Er wordt in dit boek geschranst en gebuffeld, gevreten en gezopen. Zit er eventjes niets in hun muil, dan práten de reizigers over eten. De humor is plat, het niveau van de conversatie nauwelijks nog meetbaar, gekruid met xenofobie en een mespunt fascisme. Verhulst is vooral genadeloos als hij zijn personages aan het woord laat. Het houterige, pedagogisch bedoelde gebrabbel van Wannes. De stoplappen van Martine, voor wie spreken uitsluitend een manier is om pijnlijke stiltes te doorbreken. De lege, commerciële retoriek van de reisagent. Het is met hun taal dat de personages zichzelf ontmaskeren.
De cover van de nieuwe Verhulst toont een voorwerp van groot symbolisch belang: een parfumflesje. We vernemen dat Wannes al eens een druppeltje aftershave durft te gebruiken: voor Martine een hele verademing, na haar prottende en brakende ex. Wannes overtuigt Martine om de knip van haar portemonnee eventjes te lossen en zich in een Luxemburgse winkel te trakteren op een flesje parfum. Het reukwater symboliseert Martines hoop op een beter leven. Bedenking: parfum kan ook gebruikt worden om kwalijker geurtjes te verdoezelen.
DIKKE KLODDERS
De vakantie is op meer dan een manier een keerpunt in Jimmy’s leven. Het is het moment waarop de band tussen moeder en zoon onherstelbaar beschadigd wordt, maar daarnaast zijn er ook nog een verliefdheid die zijn beroepsloopbaan bepaalt en een valpartij die hem onverwacht motiveert. Ook iemand die Verhulst van haar noch pluim kent, zal merken dat er in dit boek iets bijzonders gebeurt. In het verhaal schuilen grote emoties (melancholie vanwege wat niet hersteld kan worden, woede vanwege de verstoting, een afkeer van de bourgondische levensstijl), maar al die heftige emoties worden gesmoord in humor. Verhulst smeert die met dikke klodders over de feiten en vindt een evenwicht: de humor houdt de mogelijke pathetiek in toom, maar wordt nooit zo dominant dat hij geen ruimte laat voor nuance en gevoel.
De laatste liefde van mijn moeder. Echt een titel om je niet op te verkijken. Verwijst hij naar Wannes? Nee, dat is te veel eer voor hem. Hij beschrijft, gewoon, accuraat waarover deze roman gaat: de laatste uitingen van liefde die een moeder haar kind gunde, voor ze het aan de deur zette. Wie zou ooit op het idee komen om daarover een komische roman te schrijven? Wie zou erin slagen?
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: