Vijfentwintig jaar na zijn inmiddels klassiek geworden debuut Less Than Zero (Minder dan niks) komt Bret Easton Ellis nu op de proppen met een vervolg, Imperial Bedrooms (De figuranten), waarin hij nagaat wat er van de verweesde, compleet losgeslagen achttienjarigen van weleer vandaag de dag geworden is. Niet veel goeds, zo blijkt.
Ellis’ jongste roman is een zogeheten sequel, wat meteen al blijkt uit de oorspronkelijke titel ervan: was Less Than Zero een nummer op de eerste plaat van Elvis Costello, dan verwijst Imperial Bedrooms op zijn beurt naar de zesde lp van de zanger, uit 1982. Dat Imperial Bedrooms in vertaling De figuranten is geworden en zodoende eerder Arnon Grunberg dan Costello in gedachten brengt, moge dan jammer zijn, maar ook een van de beide motto’s is uit een song van laatstgenoemde afkomstig. “History repeats the old conceits, the glib replies, the same defeats…” luidt het veelzeggend: in een kwart eeuw is er natuurlijk heel wat veranderd, maar eigenlijk niets, en het grootste verschil tussen het verleden en nu is misschien wel dat de geschiedenis zich ondertussen nog een aantal keren heeft herhaald.
Less Than Zero werd in 1987 verfilmd, en Ellis – of Clay, die zowel in Minder dan niks als in De figuranten de vertellende ik-figuur is – grijpt dit gegeven aan om zijn relaas mee te beginnen: “Ze hadden een film over ons gemaakt.” Vervolgens echter wordt meteen al duidelijk dat in elk geval voor Bret Easton Ellis de tijd niet stilgestaan heeft, en dat hij sinds zijn debuut als schrijver sterk geëvolueerd is. Net als in zijn vorige roman Lunar Park (2005) speelt hij van meet af aan en in tegenstelling tot vroeger met quasi-autobiografische elementen en verneukeratieve zelfspot, en veegt hij met een achteloos gebaar de grenzen tussen fictie en werkelijkheid van de bladspiegel. “De film”, lezen we, “was gebaseerd op een boek dat geschreven was door iemand die wij kenden. Het boek was een niemendalletje (...). Het werd als fictie bestempeld, maar er waren slechts een paar details gewijzigd en onze namen waren niet veranderd en er stond niets in wat niet was gebeurd.” Maar als er volgens Clay, die hier aan het woord is, een duidelijk onderscheid moet worden onderkend tussen enerzijds hem/de verteller en anderzijds de auteur van het ‘niemendalletje’ Minder dan niks, door wie wordt de lezer hier dan toegesproken? Ditmaal wél door Clay zelf, die ondertussen immers (scenario)schrijver blijkt te zijn geworden? En als Minder dan niks ‘echt gebeurd’ was, geldt dan hetzelfde voor De figuranten? We zijn amper twee bladzijden ver, en slechts één ding nog staat als een paal boven water: Ellis is van plan zijn ongemeen kristalheldere stijl aan te wenden om een mistig verhaal te vertellen en een wereld uit te beelden waarin elk houvast illusoir is, en elke waarheid schijn.
Door monsters bevolkte hel
Zeker zodra de schrijver – of dus: de verteller – algauw overschakelt van de wij- naar de ik-vorm, en van de verleden naar de tegenwoordige tijd, waarna het eigenlijke verhaal uit de startblokken schiet, blijkt dat De figuranten al met al minder aanleunt bij vroegere boeken als Minder dan niks en American Psycho (1991) dan bij zijn twee vorige romans, het al genoemde Lunar Park en Glamorama (1999). Zijn Ellis’ eerste boeken evocaties van een adembenemend beklemmende stilstand, waarbij het naar de vorm klassiek te noemen verhaal monotone maar wurgende cirkelbewegingen maakt, dan barst zijn werk sinds Glamorama van de bewust opzichtige maar dikwijls doelloze plotwendingen en een postmodernachtig romantechnisch anarchisme dat in Vlaanderen slechts aan te treffen valt in Brusselmansboeken als De kus in de nacht. In tegenstelling tot Brusselmans echter lijkt Ellis zich allengs minder gelegen te laten liggen aan het leesplezier van zijn fans. De figuranten is opnieuw een boek dat eerder dan op ‘leesplezier’ mikt op de zogeheten ‘leeservaring’, en om zijn punt te maken – de wereld is een strikt chaotische, ondoorgrondelijke en door ontzielde monsters bevolkte hel – blijkt Ellis bereid te zijn heel wat vormconventies gulweg overboord te gooien. Des te frappanter – en perverser – is dit omdat De figuranten juist getooid is met de schijn van een genre dat normaal gesproken in verhaalstructureel opzicht sterk conventioneel mag heten of in elk geval toch als bijzonder plotgericht te boek staat: de roman noir.
Het tweede motto, na dat van Costello, waardoor De figuranten wordt voorafgegaan, is van de hand van Raymond Chandler, de schrijver die naast Dashiell Hammett met zijn hardboiled detectiveromans in de eerste helft van de vorige eeuw het misdaadgenre tot grote literatuur wist te verheffen en in wiens werk paranoia en bedrog, fatale liefde en geweld centraal staan, – tevens de vier voornaamste pijlers, inderdaad, van De figuranten.
Liefde als een drug
Als filmscenarist Clay na vijf maanden New York – in Minder dan niks was het vier maanden New Hampshire – naar Los Angeles terugkeert, meer bepaald naar de wereld van Hollywood, ontvangt hij om de haverklap onheilspellende, anonieme sms-berichten (“Ik hou je in de gaten”) en krijgt hij de stellige indruk dat tijdens zijn afwezigheid in zijn appartement meubels en dergelijke worden verschoven, zoals hij ook gevolgd wordt door een blauwe jeep met geblindeerde ramen. Anders dan in Minder dan niks lijkt de dreiging hier niet zozeer van binnenuit te komen, maar wel degelijk van buitenaf: het gevaar is reëel, de paranoia lijkt minder een neveneffect van de drugs te zijn dan dat zij door de realiteit zelf wordt gevoed. Ellis bouwt de spanning vakkundig op, maar dat niets is wat het lijkt, wordt snel duidelijk wanneer Clay een seksuele relatie aanknoopt met een Rain geheten would-be actrice die hem weliswaar rechttoe rechtaan gebruikt om aan een rol in een mede door hem geproduceerde film te komen, maar op wie hij niettemin oprecht verliefd wordt. Het gevolg is dat Clay alsnog beseft – of meent te beseffen – dat hij zich een en ander alleen maar ingebeeld heeft: “Rain is nog steeds zo kalmerend dat er geen sms’jes van het afgeschermde nummer meer komen en dat de blauwe jeep verdwijnt (...) en de spoken die spullen in de flat verplaatsen zijn op de vlucht geslagen en Rain doet me geloven dat dit iets met een toekomst is.
Rain overtuigt me ervan dat dit echt gebeurt.” Liefde als een manier, kortom, om met beide voeten op de grond te blijven. Liefde als een drug die heilzaam ontnuchtert. Liefde?
Gewetenloze femme fatale
Aan het slot van Minder dan niks had Clay een gesprek met zijn ex-vriendin Blair, die in De figuranten inmiddels gehuwd is, maar overigens nog altijd veel voor hem voelt en met wie hij twee jaar geleden zelfs nog zoiets als een affaire schijnt te hebben gehad. Uit dat gesprek deze flard: “‘Heb je ooit om míj gegeven, Clay?’ Ik zeg niks, kijk weer naar de menukaart. ‘Heb je ooit om mij gegeven?’, vraagt ze opnieuw. ‘Ik wil niet om iets geven. Als ik ergens wat om geef, wordt alles alleen maar erger.’” Sneu als ze mogen klinken, in De figuranten wordt ten overvloede duidelijk dat Clays laatste woorden, uitgesproken op achttienjarige leeftijd, zonder meer profetisch waren. “voor het eerst sinds Meghan Reynolds maak ik de vergissing dat ik om iemand begin te geven”, luidt het vijfentwintig jaar later, en inderdaad wordt alras duidelijk dat er met betrekking tot Rain hooguit van romantiek, en zeker ook van seks, maar op geen enkele manier van wederzijdse liefde sprake is. Rain, een Chandler-iaanse femme fatale, gewetenloos, gevaarlijk en leugenachtig, blijkt niet alleen voor Clay hogelijk onweerstaanbaar, maar ook voor zijn uit Minder dan niks bekende ‘vrienden’ Rip en Julian, en dat is nog maar het topje van de ijsberg waarop Clay, die zich wel degelijk vergist heeft (“Wat me blijft intrigeren (...) is dat ze misschien bij mij niet acteert”) te pletter zal varen. Alles wordt inderdaad “alleen maar erger”, en langzaam maar zeker raakt hij gecorrumpeerd door het bedrog en het geweld waardoor hij zich omgeven ziet en moet hij zijn liefde loslaten. De gevolgen zijn verschrikkelijk, en Clay, die zich in Minder dan niks nog walgend afwendt terwijl zijn groepsgenoten gretig van een snuffmovie genieten, verzeilt ten slotte in een leefwereld die warempel aan die van Patrick Bateman uit American Psycho kan tippen.
Wie zou denken dat hiermee het verhaal accuraat is samengevat, heeft het, vergis je niet, bij het verkeerde eind. De figuranten is een labyrint van kronkelpaden en steegjes die niet zelden doodlopen, en waaruit de lezer net zo moeizaam wijs geraakt als Clay zelf. De waarschuwing die Clay halverwege het boek te horen krijgt uit de mond van Julian, lijkt dan ook niet enkel voor hém bedoeld: “Dit is geen script. (...) Het leidt nergens toe. Niet alle draadjes zullen bijeenkomen in het derde bedrijf.” Alsof Ellis over de hoofden van zijn personages heen te kennen wil geven dat hij geen literaire ‘niemendalletjes’ vervaardigt, maar koste wat het kost het echte leven uitbeelden wil, het van elke zin verstoken, bedreigende en slechts schijnbaar coherente, echte leven, op het einde waarvan de mens steevast met lege handen en ontgoocheld achterblijft. Net als de lezer nadat hij De figuranten dichtgeklapt heeft? Nee, dat is te scherp uitgedrukt, daarvoor toont Ellis zich in zijn nieuwe boek opnieuw te zeer een authentiek stilist van wereldformaat, die met schelle neonkleuren een aardedonkere, inktzwarte sfeer weet te scheppen, en daarenboven met een uniek humoristisch talent is begiftigd. Maar ook wel een schrijver, toch, die merkbaar blijft worstelen met het feit dat hij ooit met American Psycho een niet te evenaren hoogtepunt in de literatuur van de twintigste eeuw heeft afgeleverd.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: