De grootste goden zijn vaak de nederigste mensen. Wanneer we met Jan Decleir café De Varkenspoot betreden – vlak naast de Bourla, maar Jan wil graag een sigaretje smoren – blijkt de acteur zowat iedereen in de staminee te kennen. En iedereen krijgt een bescheiden, bijna verlegen knik van hem. Is deze vriendelijke grijze heer Vlaanderens grootste acteertrots, persoonlijke vriend van wijlen Hugo Claus en de man die straks samen met spitsbroeder Koen De Sutter opnieuw voor volle zalen staat?
Decleir en De Sutter brengen Onder het melkwoud van de Welshe schrijver Dylan Thomas, een meerstemmige theatertekst die de toehoorder gedurende een etmaal meeneemt langs de dromen, verwensingen en verlangens van een klein vissersdorpje.
Wat moeten we ons voorstellen bij dat ‘stemmenspel’, zoals Thomas het noemde?
Jan Decleir: ‘Het zijn de stemmen van meer dan veertig verschillende personages, die Koen en ik met ons tweeën incarneren. Veel mensen denken daarbij aan een ‘luisterspel’, zoals je soms nog op de radio hoort, maar dat is het niet: het is voor de theatertekst noodzakelijk dat je de personages ziet. Dat doet niets af aan de verbeelding, dat weet ik uit ondervinding. Als kleine jongen luisterde ik zelf naar de hoorspelen op de radio, en toen ik later als jonge acteur op school zat bleken een aantal van die ‘mysterieuze stemmen’ ook lichamen te bezitten. Daar stond ik versteld van, maar ontgoochelend was het niet.’
Wat fascineerde u aan die tekst van Dylan Thomas?
‘Dat het zowel in taal als in inhoud zo’n prachtige, gelaagde tekst is. Tegen alle verwachtingen in, gezien de ontgoocheling en de zwaarmoedigheid van veel personages, zit er bijvoorbeeld ook enorm veel humor in de tekst. Koen en ik vermoedden dat al, maar al lezend en spelenderwijs zijn we er achter gekomen dat de tekst zich het liefst licht laat spelen. Hoe lichter hoe beter – dan gaan ook de dingen die tragisch of een beetje creepy zijn vanzelf beter werken.’
Hoe moeten we die humor van Thomas interpreteren?
‘Zeker niet als zwarte humor of cynisme. Thomas beschrijft zijn personages met een grote mildheid, vol mededogen voor hun worstelingen. Daarop heeft Hugo Claus, die nauwelijks vijf jaar na het verschijnen van Under Milk Wood er een magistrale vertaling van maakte, in een begeleidende brief nog gewezen. Hij viel het toen modieuze denken over Thomas als verslaafde, zelfdestructieve alcoholist af, en had het in zijn schrijven zelfs over de ‘hoop’ die de auteur laat doorschemeren in Under Milk Wood.’
Waart er dan geen melancholie door de tekst?
‘Dat zachte verdriet zit er zeker in, maar Thomas legt een er als het ware een film van loutering over. Eén personage bijvoorbeeld gelooft in de liefde en de eeuwigheid van die liefde, raakt bedrogen in zijn ideaal, ziet de bedrieglijkheid van dat ideaal in maar heeft intussen wel een prachtige liefde beleefd. Het schone wordt ontmaskerd maar tegelijkertijd maakt dat niet meer uit, komt er een soort aanvaarding overheen.’
Het is geen toeval dat jullie kiezen voor de vertaling van Claus.
‘Die vertaling is onwaarschijnlijk – ik zou het eerder een bewerking dan een vertaling durven noemen. Hugo heeft zich overgeleverd aan het ritme van de taal, aan de schoonheid van de klanken, en is erin geslaagd om voor de tekst van Thomas telkens een equivalent in het Nederlands te vinden. Hij is zo erg trouw gebleven aan Thomas, maar tegelijkertijd kan je er niet buiten dat hij zelf ook een dichter is.’
Moet een acteur een zekere rijpheid bereikt hebben om Onder het melkwoud te kunnen spelen?
‘Josse De Pauw heeft me ooit eens gezegd dat ik deze tekst al veel vroeger had moeten aanpakken. Misschien had Dylan Thomas me al eerder kunnen of mogen overkomen, ja. Desondanks heb ik het gevoel dat de tekst nu helemaal in z’n plooi valt, en beleef ik er enorm veel plezier aan.’
Het was drie jaar geleden dat u nog eens op de theaterplanken stond. Ziet u er niet tegenop om dat opnieuw te doen?
‘Helemaal niet – integendeel, ik heb dankzij Onder het melkwoud de zin in theater teruggevonden. De tekst is zo sterk dat je als acteur niets nodig hebt aan enscenering: we spelen open en bloot, niets in de handen, niets in de zakken. Maar eigenlijk hoeven we als spelers ook niet zo heel veel te doen, weet je. We worden gedragen door de woorden.’
Met alle respect, maar wordt zo’n brok tekst intussen geen fysieke belasting voor u?
‘Natuurlijk vergt het spelen een inspanning, maar het is een inspanning die ik als oude man nog kan leveren. (grijnst) En wil leveren, omdat ik er zelf veel plezier aan beleef, en omdat Onder het melkwoud een onvergetelijk kunstwerk is.’
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: