Aleksander Melli – Het boek van Max Berg

Twintig kinderen worden samengebracht op een onbewoond eiland in de Oslofjord. Duizend camera’s registeren hun doen en laten. De jongeren worden aangemoedigd om met gelijkgezinden samen te werken in de vorm van politieke partijen, waar jeugdige tv-kijkers thuis op kunnen stemmen. De bedenker van het concept, een zekere Bob Hoop, wordt na een misstap aan de kant geschoven. Hij zint op wraak, en begeeft zich heimelijk naar het eiland om de gebeurtenissen daar te saboteren.
Daniel Pennac – Schoolpijn

In zijn jeugd was Daniel Pennac een abominabele leerling, een jongen ‘met afwaswater waar hersens horen te zitten’. Zijn vader was ingenieur, zijn drie oudere broers konden goed meekomen, maar voor Daniel bleef het idee van leren een groot raadsel. Zo deed hij er een jaar over om de letter a van het alfabet onder de knie te krijgen. Alle kennis die hij overdag in zich opnam, leek de volgende dag verdwenen.
Pennac werd gered door vier gepassioneerde, onconventionele leraren die met veel geduld en creativiteit tot hem wisten door te dringen. Toen hij in 1968 eindelijk zijn diploma haalde, besloot hij zelf onderwijzer te worden. In Schoolpijn keert Pennac niet alleen terug naar de pijn en de frustraties van zijn schooljaren, maar houdt hij ook een vurig pleidooi voor de terugkeer van passie, rust en bevlogenheid in het onderwijs. Schoolpijn is een even ontroerend als scherpzinnig boek, vol persoonlijke herinneringen, rake observaties, glasheldere analyses en hilarische anekdotes.
‘Intelligent en ontroerend, geschreven in even eenvoudige als rake en liefdevolle bewoordingen.’ Le Soir
‘Een gloedvol en inspirerend boek, dat je met een brok in de keel leest.’ Elle
‘Pennac springt in de bres voor dictee, tekstbegrip en literatuur. Een genot om te lezen: wijs en hoopvol.’ Le Parisien
‘Pennac zoals we Pennac kennen: verrassend, ondeugend en levendig, maar ook zorgzaam en serieus.’ Livres Hebdo
Richard Powers – Gen voor geluk

Russell Stone, een redelijk succesvol schrijver, geeft les in ‘Creatieve non-fictie’ aan de universiteit van Chicago. In zijn klas zit een jonge Algerijnse vluchteling wier uitstraling onweerstaanbaar is, vooral omdat hij weet hoeveel ze heeft meegemaakt. Hoe is hetmogelijk dat iemand die zoveel gruwelijks heeft gezien zo gelukkig kan zijn, en waarom raakt iemand die de mensheid zo open tegemoet treedt niet gefrustreerd? Het is onbegrijpelijk voor de melancholieke Russell die besluit zich in haar te verdiepen: kan haar houding genetisch verklaard worden? En wat betekent het als de genetische basis voor geluk geïdentificeerd kan worden? Richard Powers combineert wetenschap en fantasie in misschien wel zijn meest exuberante boek tot nog toe.


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: