Auteur en kinderconsul Gerda Dendooven maakt zich serieus zorgen om het cultuurbeleid in Vlaanderen, het onderwijs en, meer in het bijzonder, de liefde voor het lezen bij kinderen. In een brief aan Vlaams minister van Onderwijs Pascal Smet, Vlaams minister van Cultuur Joke Schauvliege en Vlaams minister van Media Ingrid Lieten legt ze uit waarom.
Zeer welwillende heer Smet en mevrouw Schauvliege,
en ook u, mevrouw Lieten,
Omdat uw en mijn tijd kostbaar is,
omdat papier aan bomen groeit en we daar
bijgevolg zuinig mee moeten omspringen,
omdat mijn boodschap in uw aller belang is,
om deze en andere redenen schrijf ik u vandaag een brief.
Eén maar, want ik heb nog andere verplichtingen.
Geen lange tenen dus omdat ik jullie daarmee in één hokje duw. Bedenk dat het – in dit Belgische politieke klimaat- met drie warmer zitten is dan alleen. Aangenamer ook. Men kan wat keuvelen over koetjes en kalfjes, culinaire receptjes of boekentips uitwisselen. Het bevordert beslist de politieke verstandhouding waar we in dit land zo veel behoefte aan hebben.
Bovendien lijkt het me zelfs heel efficiënt om drie ministers in één klap te vangen als men iets belangrijks te zeggen heeft. Zeker wanneer hun kabinetten onlosmakelijk met mekaar verbonden zijn. Het is me trouwens nog steeds een raadsel waarom cultuur bij groenbeleid en niet bij onderwijs of media is ondergebracht. Voldoende redenen dus om u in één adem aan te spreken.
En wel hierover. Over enkele dagen is het feest, het jaarlijkse Vlaamse kinderboekenfeest. Wallonië viert helaas niet mee die dag.
Misschien iets om over na te denken als u in de toekomst de kennis der beide landstalen wilt promoten. Want het is bewezen: wat je jong leert, leer je voor het leven. Alles begint in de wieg. De taalgevoeligheid, het muzikale gehoor, het respect voor dieren en anderstaligen, de zin voor avontuur en dus ook de liefde voor boeken. Alle soorten boeken, want net zoals er verschillende mensen zijn – dikke, dunne, grappige, ernstige, gevatte en slome – zo zijn er ook boeken: dikke, dunne, grappige, ernstige, slepende, vlotte en ook stomme. Sommige mensen zijn dol op biografieën, andere op thrillers, en weer anderen zweren bij oorlogsliteratuur terwijl hun vrienden liefst iets romantisch doorkauwen… er zijn er zelfs die dol zijn op atlassen of naslagwerken over insecten. Ook de liefde voor boeken kent vele gezichten.
Op 13 maart start dus de Vlaamse kinderboekenweek – die meestal twee en soms drie weken loopt, maar eigenlijk een heel jaar lang zou moeten duren. De kersverse kinderrechtencommissaris zal er zijn en misschien zelfs onze prinses Mathilde, de echte, want het openingsfeest is in Brussel. In haar achtertuin als het ware. Ze kan te voet komen. Met haar kroost. Die houden toch ook zo van boeken. Net als hun moeder, die hen ooit het goede voorbeeld gaf. En français, je suppose.
Het wordt dus gezellig.
Met honderden joelende kinderen die schrijvers stalken voor een handtekening en jengelen om een ballon met de slogan van de boekenweek erop, terwijl ze hun zakken en tassen volproppen met geïllustreerde folders en flyers. Het is toch gratis. Er zal muziek zijn en taart en voor iedereen een presentje. Want cadeautjes horen bij een feest. Al doet het thema van de jeugdboekenweek dit jaar vermoeden dat er misschien maar weinig reden tot feesten is.
“Recht op boeken”, het klinkt behoorlijk dramatisch, zeg nu zelf. Meer nog, het ruikt zelfs naar politiek. Is Stichting Lezen zijn lichtvoetigheid kwijt? Waarom dit thema? Waarom niet iets rond fantasie, familie, fabeldieren, zoals andere jaren? Het is toch een kinderfeest? Waarom dan zo ernstig plots?
Wat is er aan de hand?
Heeft Nostradamus een uitspraak gedaan?
Neen, niet hij, maar wel onze nieuwgekozen kinderrechtencommissaris Bruno Vanobbergen.
Toen ikzelf een tijdlang “kinderconsul” was, heb ik besloten om als een soort Jeanne D”Arc te vechten voor het belang van een stevige hap cultuur in de opvoeding.
Want net zoals fastfood slecht is voor het lichaam, zo is de fastfoodcultuur – met te veel zachte en zoete en snelle happen – ongezond voor de kop.
En omdat Bruno Vanobbergen, een pedagoog, dit ook vindt, was hij meteen een goede partij om zijn schouders mee onder dit gedachtegoed te zetten. Cultuur – ik herleid de betekenis ervan gemakshalve tot “de vorming van de geest” – cultuur dus, is ook voor hem geen luxeproduct. Culturele opvoeding is een basisrecht, onmisbaar om te overleven op een menselijker manier. Het hoeft zelfs niet eens zoveel te kosten, je moet er alleen de noodzaak van willen inzien. En daar knelt precies het schoentje. Beleidsmakers zien “cultuur” nog te vaak als een luxeartikel voor enkelingen, of als een paradepaardje voor hun beleid, maar te weinig als een onmisbaar goed voor een maatschappij. Liever maken ze “bedrijfseconomie” tot een verplicht vak, want economisch inzicht zal beslist het verstand van ons land redden. Jammer dat Darwin dit niet heeft meegemaakt, anders had hij wellicht geen tijd verspild aan het lezen van poëzie voor hij zijn baanbrekende boek On the Origin of Species schreef. Ook Herman Van Rompuy had beter iets nuttigs kunnen doen in plaats van zinloze haiku”s neer te pennen.
Economische duiding, daar heeft onze jeugd toch zo”n behoefte aan, het is een essentieel onderdeel van hun ontwikkeling. Net zoals licht en lucht, goede voeding en een thuis, onderwijs en bescherming, en nog enkele basisrechten die in 1989 ten behoeve van kinderen werden vastgelegd. Allemaal onmisbaar om te overleven. Helaas denkt men er zelden aan om ook een zakje cultuur in dat overlevingspakket te steken. Want er zit al een dikke trui in en boterhammetjes met kaas, een rekenmachientje en een pen om te schrijven. Er zit zelfs een suikerhartje in met “I love you” op.
Want kinderen moeten nuttige dingen leren, zoals economisch inzicht in bank en beurs, of autorijles, ze moeten leren aan sport te doen, da”s gezond maar tekenen en muziek… ach waar dient het voor? Het belang van een culturele opvoeding is economisch niet te meten, dus vegen we het snel onder de mat. Zolang we warm zitten en er brood op de plank ligt. Terwijl het net datgene is wat iemand tot mens maakt.
Trouwens, weet u nog wie het Colosseum in Rome liet bouwen? Neen?
Ik zal het u zeggen, het was Vespasianus in 72 na Christus. Ik heb het ook moeten opzoeken. Maar dat doet er eigenlijk niet toe, wat telt is dat het gebouw er nog staat. En dat dit Colosseum ons onwaarschijnlijk veel meer heeft geleerd over de condition humaine dan de keizer die in die dagen de dienst uitmaakte met wetten en regels. Deze akelige mastodont staat voor een visie, een samenleving. Met andere woorden: niet zozeer de politiek schrijft het geheugen van een natie maar de culturele exponenten ervan. De gebouwen, schilderijen, de muziek, films, theater- en dansstukken en de boeken…
Wegdromen
Laten we vandaag even bij die boeken stilstaan.
Een tijd geleden was ik in Praag. En omdat ik steeds op zoek ben naar geïllustreerde verhalen, liep ik ook daar alle boekhandels af. Tot mijn grote vreugde lagen overal torenhoge stapels paperbacks. Vaak de klassieken maar dan wel in massale oplages.
“Wie leest dit allemaal?”, vroeg ik aan mijn landlady.
“Wij”, zei ze, “de mensen hier, iedereen eigenlijk. En iedereen kent zijn klassieken. Dat hoort zo. Bovendien zijn boeken voor veel Tsjechen nog steeds een manier om vat te krijgen op hun verdraaide leven, ze bieden troost en laten hen wegdromen in andere werelden.”
Mensen kijken daar vreemd op wanneer er geen boeken in de huiskamer staan.
Hier verbaast men zich erover als je geen televisie hebt. Want televisie verruimt je blik op de wereld. Bovendien kun je naar hartenlust multitasken terwijl je zapt – je kunt wel vijf hemden strijken, een patatje schillen of je nagels knippen. In tegenstelling tot een boek lezen, waarbij je hoogstens in je neus kunt peuteren of een glas wijn achterover slaan.
En toch is lezen – zeker als je naar de bibliotheek gaat – een van de goedkoopste passe-temps. Je hebt er niemand voor nodig en je kunt het overal doen.
Maar boeken zijn ook lastige vrienden, want in een boek moet je alles zelf doen: klank, beeld en geur verzinnen. Niet makkelijk in een cultuur waar je slechts op een knop moet drukken om alles te regelen met de minste inspanning.
Dus jong geleerd, enzovoort… en voor wie thuis niet aangespoord wordt om te lezen, is er gelukkig nog de school. Met boeken over geschiedenis, aardrijkskunde, en wetenschappen, nuttige boeken, maar helaas leert men op school zelden het plezier van het lezen…
Leerkrachten hebben honderd en één taken te vervullen en komen nauwelijks aan lezen toe in de klas, behalve om pedagogische redenen. Ook toekomstige leerkrachten laten het nogal hangen wat boeken betreft. Want zij weten vaak zelf niet dat er meer is dan Harry Potter of Mega Mindy, tenzij ze af en toe naar de boekenrubriek van De laatste show kijken.
Een kind kan lang op droog zaad zitten wanneer zijn ouders niet zoveel belang hechten aan lezen. Maar als ook de juf of meester verstek laten gaan, wie zal hen dan de liefde voor boeken bijbrengen? De vrienden, de zanger, de acteur, de politicus…?
Je moet al heel sterk zijn om op eigen kracht het plezier van lezen te ontdekken.
Enthousiasme
Trouwens, wat het belang van kinderliteratuur betreft, is ons landje behoorlijk dubbelzinnig. Iedereen roept dat lezen moet, maar jeugdboeken krijgen nauwelijks airplay in de pers of op de televisie. Ooit merkte ik op dat er geen enkele jeugdauteur in Iets met boeken zat, waarop het slachtoffer van dienst, de heer Jan Leyers me domweg antwoordde: “Er kijken geen kinderen naar ons programma.”
Juist, ja, hoe kon ik dat nu vergeten, meneer Leyers!
Maar ik dacht dat volwassenen de boeken kochten, omdat zij de portemonnee hebben, en zij de liefde voor het lezen moeten doorgeven. Trouwens, op een goed boek staat geen leeftijd, of geslacht of een aantal pagina”s.
Maar helaas worden kinderboeken nog steeds zogoed als doodgezwegen in top tienen of literaire concours. Want het zijn maar kinderboeken. Recensenten zullen er zelden over schrijven, daar kunnen ze te weinig mee scoren. Sommigen bezondigen zich zelfs aan een pedante neerbuigendheid tegenover “het genre”. Bij deze bepleit ik nog eens om het kinderboek te verheffen tot genre, zoals reisboeken, thrillers, romans, graphic novels… in plaats van de gebruikelijke, simpele opstap naar de volwassen literatuur.
Enthousiast over boeken vertellen, van jongs af aan, stimuleert de leeshonger. En dat moeten in de eerste plaats de ouders doen, maar ook leraars en recensenten. Als je pas op je twintigste aangemoedigd wordt om te lezen, is het vaak te laat, bovendien heb je dan al heel veel prachtige uren van de wereld gemist. Het blijkt trouwens uit onderzoeken dat onze taalbeheersing erop achteruit gaat als we niet genoeg lezen. Onze woordenschat krimpt, onze verbeelding droogt op, we denken kortzichtiger, en minder kritisch en we blijven maar sudderen in onze dagelijkse besognes. Boeken openen de geest, geven hoop, laten je wegdromen en je hebt er weinig voor nodig.
Dus beste beleidsmakers, u moet wat harder uw best doen om ook kinderboeken te promoten. Een poëziebundel, iets over de luchtvaart of insecten, een geestig geschreven verhaal over kinderleed, u moet uw uiterste best doen om ook kinderen die liefde voor boeken, en cultuur in het algemeen, bij te brengen.
Want wat je jong leert…
Bijgevolg is het thema van de jeugdboekenweek dit jaar een opener naar een politiek debat. Ga dit debat nu eindelijk eens aan. Op school, in de media en daarbuiten. Als wij onze kinderen nu niet de smaak van boeken leren, zullen ze ze misschien nooit smaken en dan zijn ze makkelijk voer voor elk soort van extremisme.
Iedereen is verbolgen als men fundamentele rechten met voeten treedt. Of als er geknabbeld wordt aan de vrije meningsuiting. Maar wie niet geleerd heeft om tussen de regels te lezen, zal de boodschap vaak niet begrijpen.
Enfin, het is feest.
Kinderboekenfeest. Hoera.
En ik zal juichen op 13 maart. Hoera. En zingen.
Misschien draaien ze wel Pink Floyd.
“We don”t need no education.”
Fijne meezinger toch.
Al is ie ondertussen wel een beetje achterhaald.
Onze woordenschat krimpt, onze verbeelding droogt op,
we denken kortzichtiger,
en minder kritisch en we blijven maar sudderen in onze dagelijkse besognes. Boeken openen de geest, geven hoop, laten je wegdromen
Verdrag voor de Rechten van het Kind
Om de rechten van kinderen beter te kunnen beschermen, hebben de Verenigde Naties en UNICEF op 20 november 1989 het Verdrag voor de Rechten van het Kind aangenomen. Inmiddels is het verdrag door 191 van de 193 landen op de wereld ondertekend. De landen verplichten zich hiermee tot het beschermen van de rechten van kinderen in hun land. Ze moeten kinderen ook de kans geven om mee te denken en te praten over dingen die voor hen van belang zijn. Ieder land moet elke vijf jaar rapport uitbrengen aan een speciale commissie in Genève. UNICEF heeft een belangrijke taak bij het toezicht op de naleving van het verdrag.
20 November is sinds 1989 de Dag van de Rechten van het Kind.
Het officiële Verdrag voor de Rechten van het Kind bestaat uit 54 artikelen. De 10 belangrijkste zijn:
- Alle rechten gelden voor alle kinderen over de hele wereld.
- Het recht op een naam en een nationaliteit.
- Het recht op bescherming tegen kinderarbeid.
- Het recht om je mening te geven en informatie te verzamelen.
- Het recht om op te groeien bij familie.
- Het recht op een veilig en gezond leven.
- Het recht op bijzondere zorg voor gehandicapte kinderen.
- Het recht op onderwijs.
- Het recht op bescherming tegen mishandeling en geweld.
- Het recht op spel en ontspanning.
- En sinds 2010 het RECHT OP BOEKEN.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: