Bezorgd om het welzijn van zijn eerstgeboren zoon trok de schrijver Jonathan Safran Foer naar slachthuizen en boerderijen. In Dieren eten doet hij, inmiddels vegetariër, zijn verslag.
Toen Jonathan Safran Foer aankondigde dat hij over de vleesindustrie ging schrijven, waren niet alle reacties even enthousiast. Dat was toch niet zijn domein? Foer geeft de sceptici lik op stuk met het erg speelse, toegankelijke en doorwrochte resultaat. Zeventig pagina’s voetnoten: Foer heeft zijn huiswerk uitstekend gemaakt en dat maakt Dieren eten des te indrukwekkender.
Toen Foers eerste zoon werd geboren, begon het te knagen bij de auteur van Alles is verlicht en Extreem luid & ongelooflijk dichtbij. Was het wel verantwoord om zijn kind vlees te voeren? In Vlees eten neemt Foer je mee naar gigantische kwekerijen en biologische boeren. Hij is niet de eerste die dat doet. Zo was er al Michael Pollans The omnivore’s dilemma. Wat Dieren eten zo bijzonder maakt, is de brug die Foer tracht te slaan tussen biologische boeren en vegetariërs, als voorvechters van eenzelfde zaak.
De invalshoek van het boek, dat is opgetrokken uit knap proza, is biografisch en essayistisch. Foer heeft het over zijn grootmoeder die haast omkwam van de honger tijdens de oorlog en haar hele leven lang grote voedselvoorraden insloeg, en over de excentrieke kookgewoonten van zijn vader, een vroege aanhanger van tofu. Dieren eten is wetenschappelijk stevig gefundeerd, maar het is niet droog-afstandelijk. Foer laat goed zien hoe sterk onze eetgewoonten verbonden zijn met liefde en familie. ‘Dit is ook een familieverhaal,’ stelt hij.
Was u een complete leek toen u aan het onderzoek begon?
‘Ik denk dat ik wat meer wist dan de gemiddelde Amerikaan, want ik experimenteerde al jaren met een vegetarisch dieet. Iedereen weet volgens mij dat er iets mis is met ons vleesproductiesysteem, maar verder dan een vaag vermoeden reikt die kennis meestal niet. Bijna niemand kent de details over het dierenleed. Over de klimatologische impact van de massale vleesproductie weten de meeste mensen nog minder. Volgens mij kennen zelfs veel milieuactivisten de details niet. Voor mij kwamen de harde cijfers van de VN in ieder geval aan als een mokerslag. 51 procent van alle broeikasgassen zijn afkomstig van de vleesindustrie. Ik had er geen idee van dat het zo erg was.’
Wat vond u het meest schokkende aan de vleesproductie?
‘Wat ik vooral weerzinwekkend vind, is de gruwelijke efficiëntie ervan. In elke stal zijn er 30.000 dieren, waarvan 5 procent dood op de grond ligt. Veertig dagen later is niet één van hen nog in leven. Het is haast onmogelijk om te wennen aan de gedachte dat er talloze van zulke boerderijen zijn. Dat alles achter gesloten deuren gebeurt, heeft me doen beslissen om er een boek over te schrijven. Ik vind die onwil om te tonen hoe ons eten gemaakt wordt, onaanvaardbaar. We hebben het hier niet over auto’s of voetballen. Dieren zijn geen objecten. Als we ze eten, worden ze een deel van ons lichaam.’
‘Verder was ik ook verbijsterd toen ik las dat Amerikanen 150 keer meer kip eten dan 80 jaar geleden. Dat zijn voorzichtige cijfers, die ik vond in bronnen van de industrie zelf. We eten niet zoveel kip omdat we dat willen, het is ons opgedrongen. Het begon fout te lopen toen de industrie besefte dat het nauwelijks geld kost om kippen te kweken. Net als de kippenindustrie is de kalkoenindustrie in de VS volledig verziekt. Kalkoenen kunnen zich niet meer op een natuurlijke manier voortplanten. De evolutie werkt er eeuwenlang aan om onze voortplantingsmechanismen te optimaliseren, en dan ontwerpen wij dieren die niet meer in staat zijn om zich voor te planten. Dat vind ik echt gruwelijk pervers.’
U voert verrassende spelers op: een veganist die humane slachthuizen bouwt en een vegetarische rancher. Geen toeval, veronderstel ik?
‘Inderdaad, ik heb geleerd dat dierenactivisten en kleine, onafhankelijke boeren meer gemeen hebben dan verondersteld wordt. Ze willen een minder gewelddadige behandeling van de dieren en duurzame landbouw. We zouden ze dus aan eenzelfde kant van het spectrum moeten plaatsen, niet aan de verschillende uiteinden ervan. Dat er een dialoog komt tussen groepen met schijnbaar tegengestelde belangen is fundamenteel. We moeten onze aandacht richten op wat ons verbindt, niet op wat ons scheidt. Ook het publieke debat zou gebaat zijn bij een gesprek waarbij de klemtoon meer ligt op wat we samen onderschrijven.’
‘Stel aan mensen de volgende vraag: “Is een landbouwsysteem dat zwangere dieren in kooien stopt die zo klein zijn dat ze niet kunnen bewegen fout?” Iedereen zal “ja” antwoorden. We moeten ons richten op praktische vragen, niet op abstract-filosofische, zoals: “Is het verkeerd om vlees te eten?” Daarover zullen mensen altijd uiteenlopende opinies hebben. Dat lost weinig op. Misschien moeten we die oude categorieën van “vleeseters” en “vegetariërs” achter ons laten.’
Hoe is het gesteld met dat publieke debat in de VS?
‘Aan de ene kant eten mensen steeds meer goedkoop vlees. Aan de andere kant is er een levendige beweging die het duidelijk anders wil. 18 procent van de Amerikaanse universiteitsstudenten is vegetarisch, waardoor er voor het eerst in de geschiedenis meer vegetariërs dan katholieken rondlopen op onze campussen. Ik vraag me af hoe het debat eruit zal zien, wanneer die generatie zich op de werkvloer gooit. Ik was trouwens verbaasd dat mijn boek zo weinig controversieel was in de VS. Ik had eieren en rotte tomaten verwacht tijdens lezingen, maar er is niets gebeurd. De reacties waren heel positief. Toch besef ik maar al te goed dat het effect van mijn boek op lange termijn kan vervagen. Ik heb de laatste paar weken massa’s mensen ontmoet die me zeiden: ‘Ik heb je boek gelezen en ik ben al twee weken vegetariër.’ Mooi, denk ik dan, maar waar zul je staan over vijf weken? Misschien is het beter om één of twee vlees- en visloze dagen per week in te bouwen, zeker om te beginnen. Dat is makkelijker haalbaar en op ecologisch vlak maakt het een enorm verschil.’
Waarom staan er geen foto’s in het boek?
‘Dat heb ik van bij het begin besloten. Ik wil niet dat kinderen die in rondslingerende boeken kijken, gruwelijke dingen zien. Verder wou ik absoluut dat het boek een toegankelijke, tegemoetkomende toon had. Ik had geen zin om mensen meteen tegen de haren in te strijken, daar bereik je niets mee.’
Het is irrationeel om koud te blijven onder dierenleed en massaal te smelten voor ijsbeer Knut, vindt u.
‘Knut is niet waardevoller dan een anoniem varken. We pikken hem eruit omdat hij schattig is. Die keuze is niet gebaseerd op rationele argumenten. We moeten ons bewust worden van de irrationele patronen in ons eetgedrag. Voeding is veel meer dan brandstof, we uiten onze gevoelens via voedsel. Mijn grootmoeder communiceerde haar liefde voor ons via voedsel, ik doe nu hetzelfde met mijn zonen.’
Wat doet u als Sasha later om vlees vraagt?
‘Ik wil hem mijn ideeën niet opdringen, dus ik zal hem zeker laten proeven. De kans dat hij nieuwsgierig is, zit er dik in. Het verbodene is nu eenmaal aantrekkelijk.’
Wat voor effect heeft het boek op u gehad?
‘Ik eet in ieder geval geen vlees meer. Verder denk ik wel eens dat ik over een paar jaar misschien helemaal geen melkproducten meer zal gebruiken. Ik las dat zwangere vrouwen die industriële melk drinken drie keer meer kans hebben op een tweeling dan vrouwen die biologische melk drinken. Dat is toch krankzinnig? Toch vrees ik dat een veganistisch dieet me zwaar zal vallen. Ik ben dol op kaas.’
DE AUTEUR: waagt zich na ‘Extreem luid en ongelooflijk dichtbij’ eenmalig aan een non-fictieboek.
HET BOEK: beschrijft de gruwelijke dingen die gebeuren voor een biefstuk op uw bord belandt.
ONS OORDEEL: stevig onderbouwd en toegankelijk.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: