MET de Amerikaanse groep Shellac had het Dominofestival van de AB een echt prijsbeest in huis gehaald. De groep rond de beruchte producer-cultfiguur Steve Albini toert zelden en is niet gemakkelijk te overtuigen om zijn knusse studio in Chicago te verlaten.
Het was bijna tien jaar geleden dat Shellac nog in ons land had gespeeld. Veel volk dus in de AB, en ook veel Albini-lookalikes: de man ziet er uit als een manische kantoorklerk (kortgeknipt zwart haar, brilletje met dik montuur) die in de weekends het T-shirtje van zijn favoriete punkband aantrekt en bloedige vechtpartijen uitlokt met yuppies.
Albini is een norse, cynische non-conformist die lak heeft aan de kapitalistische muziekindustrie. Rockartiesten zoals The Pixies, PJ Harvey, Nirvana en Bush waren zo onder de indruk van Albini’s no-nonsensaanpak, dat ze hem hun platen lieten produceren. Ook onze eigen Dead Man Ray zat voor zijn jongste cd met Albini in de studio.

Dankzij de puike klank van de AB vonkte en schroeide Shellac zoals we hadden gehoopt. Gitaren sisten en krijsten als kolossale cirkelzagen tegen een metalen wand, de diepe bas van Bob Weston trok seismische golven door de zaal en de drummer Todd Trainer beukte de vellen van zijn drumstel haast aan flarden.
Van de Britse punkgroep Wire heeft Albini geleerd hoe je creatief met punkrock moet omspringen: elke song van Shellac ademt en laat bijzonder veel ruimte voor experiment met zijn structuur.
,,Zijn er vragen?’’, riep Weston tijdens een merkwaardig moment. Naast tientallen verzoekjes die niet werden ingewilligd, hoorden we een hoop vragen die ons een kijkje in het hoofd van de doorsnee Shellac-fan gunden: ‘Wat is het geheim van jullie sound?’ (antwoord: ,,Ik kook mijn snaren elke ochtend in limonade Nee, er is geen geheim’‘); ‘Welke versterkers gebruiken jullie?’; of ‘Staan jullie op de plaat Rock Against Bush?’ Bijzonder grappig was de droge, nonchalante manier waarop Weston al die technische vragen beantwoordde, alsof hij de handleiding bij een keukenapparaat uit de doeken deed. Op Shellacs performance was niets aan te merken: we genoten van Albini’s botte, sarcastische teksten die hij prevelde of pisnijdig in de microfoon krijste.
,,My black ass’’ – uit het weergaloze debuut At action park – was het equivalent van een speldenkussen tegen je trommelvlies en in het donker grommende monster ,,Watch song’’ schreeuwde Albini als een dronken hooligan ,,Heyhey, man, hey, I wanna have a fight with you!’‘Meer van dit graag! En snel!
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: