’Drie variaties op de metamorfose van chaos naar orde’, zo omschrijft Kris Verdonck zijn theaterinstallatie Actor #1. Daarin laat hij de kijker voelen dat die de wereld van de dingen enkel vanuit het menselijke standpunt kan proberen te vatten. De beperkingen van machines tonen onze eigen beperkingen.
Actor #1 is theater omdat tijd en plaats van kijken strikt bepaald zijn, maar tevens is het een installatie omdat er alleen machines te zien zijn en geen acteurs.
Mass, de eerste installatie, is een grote kuip waarin rookgassen rondwervelen. In het pikdonker slaat het publiek dat gebeuren gade. Rookmachines veroorzaken af en toe extra deining in de kolkende materie. De belichting verhoogt de dramatiek ervan. Het lijken passende openingsbeelden voor een film over het ontstaan van het heelal of het leven. Maar het is uiteraard geen film. Het is slechts een installatie met echte lampen en echte rookmachines, die inspeelt op de spanning tussen dat soort ‘herkenning’ en het totaal vreemde, onvatbare van de gaswolken.
Huminid werkt evenzeer met de spanning tussen wat we herkennen en wat onvatbaar blijft. Het publiek zit in een klein theatertje. Een echt theatertje, met gordijntjes. Als die opengaan, staat achteraan op het podium een man in een net, wat ouderwets pak met een das. Perspectivisch klopt hier iets niet: de man praat en zijn gezicht lijkt te bewegen, maar hij is veel te klein. Zo klein is geen mens. Zijn stem prevelt maar door, steeds dezelfde zinnen over leven en dood en elektriciteit. Je kunt er geen touw aan vastknopen. Het ventje verroert ook geen vin.
Weigerende hersenen
Natuurlijk snapt iedereen dat dit een soort pop of projectie moet zijn en dat de stem een opname (van Johan Leysen) is. Maar toch, misschien omdat hij op een podium staat, blijf je deze mechaniek steeds weer als een acteur zien. Alsof je hersens maar niet kunnen beslissen en in onbegrip blijven steken.
Bij Dancer #3 begrijp je meteen wat er aan de hand is. De ‘dancer’ is een pneumatische hamer die in een frame gemonteerd werd. Als de hamer begint te pompen gaat het gestel op en neer hoppen of zelfs springen, maar door de topzware constructie valt de ‘robot’ daarbij vaak om. Een takel zet hem dan weer recht, zodat hij opnieuw kan proberen om te leren springen. Dat je de robot iets menselijks als leren toedicht, komt vooral door de komische bliepgeluidjes (helemaal C3PO uit Star Wars) die de actie begeleiden. Zij vermenselijken het ding en maken je gevoelig voor de parallel tussen de robot en kinderen die leren lopen, ook al besef je dat dit maar een machine is.
De ‘homunculus’
Als toemaatje volgt een film waarin Jean Paul Van Bendegem, professor logica en wetenschapsfilosofie, zich buigt over de geschiedenis van de ‘homunculus’. Dat is een kleine mens (Van Bendegem spreekt van een maquette van een mens) die door de mens zelf geschapen wordt. Die daad wordt nog altijd als een taboe ervaren, al worden daarvoor nu veeleer ethische dan theologische argumenten aangedragen.
In zekere zin verbeeldt Actor #1 die zoektocht naar een nieuw soort leven: van de kolkende gassen in Mass naar de half levende pop in Huminid of de robot in Dancer #3. Na die laatste weet je het wel zeker: we zullen nooit toegang hebben tot de ‘denkwereld’ van die machines of van natuurlijke processen. We staan erbij en kijken ernaar.
Actor #1, nog in de Gentse Vooruit op 4 en 5 februari (09/267.28.28) en in Le Manège in Bergen op 4 en 5 maart (065/39.59.39).
© 2010 De Persgroep Publishing
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: