Nadat hij zich eerder al aan Shakespeare had gewaagd, gaat Jan Decorte nu met de Griekse tragedie ‘Bakchai’ aan de slag. Zijn kinderlijke remake zweeft tussen geklungel en genialiteit.
Een god op de scène.Het blijft elke keer spannend afwachten in welke gedaante hij aan ons zal verschijnen. In Bakchai, de nieuwe voorstelling van Jan Decorte, staat een Grieks exemplaar op het podium en, tussen ons gezegd en gezwegen, er is weinig goddelijks aan.
Geen staf met wijnranken in de hand, zelfs geen slangen in de haren. ‘Die moe ge der ma bij fantasere’, klinkt het. In ruil voor de ontbrekende rekwisieten krijgen we meer ‘body’: de voor ons neergedaalde Dionysos, de Griekse god van wijn en vertier, wordt gespeeld door een naakte Benny Claessens. Niet helemaal wat ik bij een god in gedachten had, maar qua verschijning kan het tellen.
Jan Decorte bewerkte al Macbeth en Titus Andronicus van Shake-speare en waagt zich met Bakchaiaan het verhaal van de Bacchanten, van de Griekse tragedieschrijver Euripides. Op het podium vinden we de god Dionysos die het volk van koning Pentheus achter zich weet te scharen. Daar is laatstgenoemde niet mee opgezet, zeker niet als ook zijn moeder Agave zich door de roes van Dionysos laat meevoeren. Het verhaal eindigt in een bloedbad dat zelfs de blinde ziener Teresias niet kan voorkomen.
Decorte is niet vies van klassiekers, op voorwaarde dat hij er in alle vrijheid mee mag spelen. Hij herschrijft Bakchai dan ook in zijn typische, kinderlijke taaltje waarbij het lijden zo groot wordt ‘als in de film Bambi’ en de personages zich mopperend hun rol laten opdringen: ’’t wordt tijd da’k verschijn’, klinkt het dan grappend voor het voetlicht.
Het maakt dat het verhaal naast de acteurs op het podium komt testaan: Jan Decorte, Sigrid Vinks, Sara de Bosschere en Benny Claessens plaatsen becommentariërende en nuancerende voetnoten bij de rol die ze spelen. Zo accentueert Sara de Bosschere in haar rol als koning Pentheus ook haar allesbehalve mannelijke boezem en krijgt de goddelijke Benny Claessens het woord ‘body’ op de rug. Een koning had nog nooit zoveel oestrogeen en een god nog nooit zoveel gewichtigheid.
De naïeve omgang van Decorte met het tekstmateriaal schuurt op een aangename manier met de strikte poëtica die aan de tragedie kleeft: zonder drastisch van de klassieke structuur af te wijken, geeft Decorte een eigen invulling aan het stuk – en blaast hij ons van onze sokken. De ‘koorpartijen’ waarbij de vier al lallend over het podium stampen, hebben veel van vrijblijvend gestuntel weg. Tegelijk choqueren de intermezzo’s door de kinderlijke hoogmoed waarmee Decorte de Bacchanten naar zijn hand zet.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: