Er is iets wat bij de Roovers niet meer werkt als voorheen. Deze keer, voor ‘Ça brûle’, is dat de samenwerking met de Enthousiasten.
Waarschijnlijk hebben de Roovers en de Enthousiasten erg boeiende discussies gevoerd over Ça brûle, de titel van hun eerste coproductie. Wat symboliseert vuur allemaal? Hoe zet je die metafoor vandaag zinvol in? Waarvoor kunnen we in deze wereld nog branden, als toneelcollectief en als individu? En hoe steek je de lont dan aan bij je publiek?
Het antwoord blijkt een open kunstwerk te zijn: het publiek mag zelf zijn verbanden leggen tussen alle losse scènes. Er is een scène met Luc Nuyens die zijn harnas aflegt, omdat ridders niet meer bestaan. Ann Miller vertelt het sprookje van het meisje met de zwavelstokjes. Dirk Van Dijck ontmaskert bij het filmpje Ilha das Flores van Jorge Furtado de hele absurditeit van het mondiale bedrijf. Het stuk De hoeksteen van Gerardjan Rijnders levert een gênant potje Familie Flodder op. Een playbackje maakt het af.
Wie door dit labyrint het traject van Nuyens volgt, vindt mogelijk een rode draad: de tragedie van het individu vandaag. Ooit was de wereld eenvoudig. Toen kon je nog als eenzame held ten strijde trekken voor vurige idealen. Vandaag zijn we allemaal figuranten bij de versplintering, de absurditeit. We weten het niet meer.
Biedt kunst dan geen oplossing, door ‘de geest alle kanten op te rekken’, door het kleine verzet te koesteren? Als dichter overgiet Nuyens zich aan het slot met benzine, en wordt zijn eigen fakkel. Opgebrand, klaar.
Gasbrander
Bovenal toont Ça brûle de tragedie van het collectief. Jarenlang zijn toneelgroepen als de Roovers en de Enthousiasten verdedigd om de unanimiteit en de verantwoordelijkheid waarmee ze hun gemaakte keuzes op scène verdedigen, zonder regisseur. Alleen zijn hier geen keuzes gemaakt. Iedereen doet zijn dingetje, met in de hand wat lucifers, kaarsen of een gasbrander om toch enig licht te werpen op het eigen thematische kluwen. Knetteren wordt dan algauw sputteren. We zien enkel een open kunstwerk omdat er geen sluitend gesprek is gevoerd.
Bij de Roovers bevestigt dat een tendens die langzaam op uitdoven gaat lijken. Met vuur spelen was vorig seizoen ook al geen voltreffer, en zo zijn er sinds All my sons begin 2007 wel meer geweest die hun grote naam niet waarmaakten.
Het viertal blijft zichzelf wel eerlijk op het spel zetten door diverse genres en stijlen te wagen: van de deurenkomedie Le Dindon tot deze mozaïekproductie. Maar zo valt het hier dubbel op dat Nuyens, Robby Cleiren, Sofie Sente en Sara De Bosschere als spelers te licht wegen voor de absurde humor van de Enthousiasten. Ook die halen trouwens zelden het niveau van pakweg Als, Dan.
Eens te meer wordt in Ça brûle bewezen: kijk uit voor theatermakers die zich op scène vragen stellen over wat kunst nog vermag in een wereld die in brand staat. Ze zitten eigenlijk nog in hun repetitiefase. Of ze zijn gaan twijfelen aan hun eigen zin en bestaansrecht.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: