Nee, Hans Teeuwen keert (voorlopig) niet terug als cabaretier. Maar de Nederlandse komiek heeft wel een boek en een dvd-box uit, én hij werkt aan een album als zanger.
Op 4 november 2008 dook Hans Teeuwen plots op in de Amerikaanse verkiezingsshow van de Nederlandse televisie. Niet als cabaretier of om commentaar te geven, maar als zanger, met zijn jazzcombo. Teeuwen zong een licht swingend countrynummer, met een op het eerste gehoor lichtvoetige tekst over een verloren liefde. Het verhaaltje kreeg echter algauw een aangebrande dimensie. Zoals in zijn theatershows ging hij helemaal over de top en verwoordde hij schaamteloos zijn absurde seksfantasieën.
‘De Amerikaanse cameramensen vonden het hartstikke leuk’, herinnert Teeuwen zich. ‘Die wilden weten wie het nummer geschreven had. “Ik!,, zei ik.’
Was dat nummer een voorproefje van de cd die u nu aan het maken bent?
‘Nee, die gaat toch veeleer in de richting van jazz en swing. En de humor in de teksten is minder cabaretesk. Zo’n tekst moet in de eerste plaats lekker bekken, en niet te ironisch zijn. “Without you I’m so alone I could vomit, is best een grappige regel, maar ik héb ook wel eens gekotst omdat mijn meisje me had laten zitten.’
Hebt u zangles genomen voor u aan uw muzikale carrière begon?
‘Nee. Ik heb wel obsessief naar Frank Sinatra geluisterd, meestal in de auto. Ik ben beginnen mee te zingen, en later heb ik er een band bijgehaald. We hebben samen een cd gemaakt met Sinatra-nummers, opgetreden ook, en nu heb ik zelf liedjes geschreven, in die typische swingstijl.’
Wat is uw grootste passie: taal of muziek?
‘Ritme.’
U had ook een goede dichter kunnen zijn, genre Jules Deelder of Simon Vinkenoog.
‘Misschien wel, maar de eenzaamheid van de dichter staat me niet aan, en de verkoopcijfers ook niet. Ik wil trouwens interactie met het publiek, en die krijg je alleen in het theater.’
Waar we u nu al vijf jaar niet meer gezien hebben.
‘Ik concentreer me nu even op de Engelse markt. Voor je het weet, word je iemand die een leven lang de Nederlandse theaters afdweilt. Daar ben ik te ongedurig voor.’
U had misschien eerst Vlaanderen kunnen veroveren? U hebt hier ooit maar een paar keer opgetreden en toch noemen nog altijd veel mensen u hun favoriete cabaretier.
‘Ik had gewoon geen tijd om naar België te komen. Mijn Nederlandse agenda stond altijd tjokvol. Maar het was wel een aparte ervaring om hier op te treden. Belgische mensen lachen hard, en dan wordt het meteen weer muisstil. Zo stil dat je denkt: dit gaat niet goed. Maar op het einde krijg je dan toch een daverend applaus. Jongens, had dat onderweg dan toch even laten weten, denk ik dan. Ik veronderstel dat Vlaamse mensen goed opgevoed zijn?’
Bent u zich bewust van de invloed die u hebt uitgeoefend op de vele Vlaamse komieken die de laatste jaren hun opwachting maken?
‘Niet echt. Ik blijf liever bescheiden. Het zou nogal koket zijn om te zeggen wie ik op welke manier beïnvloed heb.’
Kent u het woord ‘vetzakkerij’?
‘Nee, nog nooit gehoord.’
Het is zwaar overtrokken, expliciet seksuele humor, zoals in de jaren 1990 alleen u en Theo Maassen die durfden brengen in ons taalgebied.
‘Het viel mij op dat veel komieken het wel over seks hadden, maar dan omfloerst. Ze praatten over het onderwerp seks, maar niet over de seks zelf. In Engeland is dat trouwens nog altijd zo. Mijn grappen over seks durven me daar wel eens zuur opbreken. In Nederland liepen er in het begin ook mensen weg, maar daar heeft het publiek intussen een natuurlijke selectie ondergaan. Ik kan zeggen wat ik wil, in Engeland niet. Daar moet ik opnieuw grenzen stellen voor mezelf. Als ik een band wil opbouwen met het publiek, kan ik er niet meteen al te hard invliegen. Dan vervreemden de mensen van je voor ze je goed en wel hebben leren kennen.’
Wilt u het publiek choqueren?
‘Grappen over seks worden voor mij pas interessant als ik onontgonnen gebied kan verkennen. Dubbelzinnigheden en seksuele toespelingen klinken mij altijd veel ordinairder in de oren dan mijn eigen grappen. Ik vind ze viezer omdat er dan een soort burgerlijke moraal in de lucht hangt. Als je het dan toch over seks hebt, ga er dan voluit voor, als een olifant in een porseleinwinkel.’ Wilt u alleen doorbreken in Engeland, of ook in de Verenigde Staten?
‘Beide. We zien wel waar het eindigt. Ik doe in elk geval iets anders dan de meeste stand-upcomedians. Minder autobiografisch, meer theatraal. Bij mij is ook de vorm belangrijk, en het acteren.’
Veel van uw materiaal blijft na vijftien jaar nog altijd overeind, terwijl veel komieken al na een paar jaar hopeloos gedateerd klinken.
‘Dat komt omdat ik me niet bezondig aan moralisme en geen actuele grappen maak. Daar kun je wel makkelijk mee scoren, omdat je een appèl doet op de herkenning door het publiek. Maar ik vind het net leuk om de mensen te confronteren met iets wat ze niet snappen of kennen. Dat is veel moeilijker, maar die humor blijft wel langer goed. En dat is toch een kwaliteitsnorm, of de mensen het jaren later nog kunnen waarderen. Toon Hermans is nog altijd geestig. Laurel & Hardy. W.C. Fields. Maar Louis de Funès? Kan helemaal niet meer; te kluchtig. Wim Kan: daar kon je vijf jaar later al niet meer naar kijken. De hele context was weg.’
U hebt destijds schoon schip gemaakt met een generatie van Nederlandse cabaretiers en komieken die moralisme en engagement hoog in het vaandel droegen: Freek de Jonge, Koot & Bie, Youp van ‘t Hek…
‘Het was hoog tijd om daarmee op te houden. De jaren 1980 waren de hoogtijdagen van de linkse kerk, met Freek als hogepriester. Ik heb ook nog een tijd in die kerk gezeten, maar mij stoorde toch de claim op morele superioriteit. “Wij weten wat goed en slecht is,: hoe hoogmoedig kun je zijn?’
Vandaag lijkt niemand in Nederland nog te weten wat goed en slecht is.
‘Dat weet je toch nooit? Het is wel heel simplistisch om alles en iedereen zo in te delen. Vroeger kon je dat misschien nog maken, omdat de wereld iets simpeler in elkaar stak, of zo leek het toch. Oost en West, links en rechts. Nu weten we dat de zaken veel genuanceerder zijn, en complexer.’
‘De linkse kerk’: het is een begrip dat ook Geert Wilders in de mond durft nemen, of Filip Dewinter.
‘Ik heb net als Wilders wel eens melk gedronken. Staan we daarom politiek op één lijn? Ik wil alleen maar zeggen dat het vandaag veel moeilijker is om partij te kiezen dan vroeger. Toen deugde je als je links was en je afzette tegen de rechtse rakkers. Toen Pim Fortuyn opkwam, zat ik daarover te praten in een café. Stond er plots een wat oudere man recht: “Nou moet je ophouden. Links is goed en rechts is fout!, Aan die schijnzekerheid klampt zijn generatie zich nog altijd vast.’
En toch mis ik dat slimme, progressieve Nederland van vroeger wel eens.
‘Pure nostalgie. Je wilt gewoon nog eens lekker, complexloos links zijn. Ik zie nu de zelfgenoegzaamheid van die generatie. Zo overtuigd van het eigen gelijk, op een volstrekt humorloze manier bovendien, zonder enige zelfreflectie of kritiek. Wij deugen, dus wij mogen stenen gooien.’
Voelt u zich dan nooit meer geroepen om uw mening te verkondigen over een relevant thema?
‘Toch wel, maar dan doe ik dat niet in het theater. Via tv bereik je veel meer mensen. En je moet spaarzaam zijn op je meningen of je bijdrage tot bepaalde debatten. Je moet precies weten hoe je het zal verwoorden. Alleen dan kun je een verschil maken. Als je bij iedere gelegenheid wat komt bazelen op tv, verlies je je geloofwaardigheid. Daar heb je hem weer, denken de mensen dan. Ik heb niets te winnen bij die meningenindustrie.’
Verbaal zijn de Nederlanders nog brutaler geworden dan vroeger, of laten we zeggen: ze gebruiken nog meer scheld- en schuttingwoorden. Hebt u daar een kleine bijdrage toe geleverd?
‘Ik hoop het wel! Maar grof taalgebruik moet wel goed klinken. Er moet poëzie in zitten. De woorden moeten juist gekozen zijn. Het moet swingen. En voor de rest: wat maakt het uit? Hoe grof je ook bent, je doet er in essentie niks of niemand kwaad mee.’
Geldt dat ook voor grappen over godsdienst? Ik herinner me dat u vlak na de moord op uw vriend Theo Van Gogh voor het eerst bedenkingen had bij uw eigen shows.
‘Als je weet dat iemand vermoord is omwille van zijn grote bek, kán je alleen maar zelfcensuur toepassen. Uit lijfsbehoud. Ik denk sindsdien wat langer na of ik bepaalde grappen wel zou gebruiken. Ik wil geen mes in mijn buik omdat ik de profeet heb beledigd of zo. Wat niet betekent dat het onderwerp uit mijn shows is verdwenen. Ik pak het nu alleen wat tactischer aan. Als we maar niet terugkeren naar de politiek correcte houding van vroeger, toen er vanuit de linkse kerk een taboe lag op grappen over de islam. Dan maak je de discussie monddood en geef je rechtse partijen de kans om een monopolie te creëren over een thema dat er echt wel toe doet. Geert Wilders bepaalt nu al vijf jaar de integratieagenda, wat duidt op de zwakte van links. In die kringen is nog steeds geen passend alternatief geformuleerd.’
Vindt u het belangrijk om te weten wie met uw grappen lacht? Vindt u het erg als Wilders uw humor over de islam kan waarderen?
‘Nee. Het publiek is voor mij een anoniem monster dat ik aan het lachen wil krijgen. Ik vraag me nooit af waarom ze lachen.’


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: