Een overdosis testosteron en seks, heel veel alcohol, heel veel humor, en hier en daar een vleug hartverscheurende tederheid. De dood van Bunny Munro, de tweede roman van rockgod Nick Cave, is een bizarre maar originele helletocht. ‘Veel vrouwen noemen het een feministisch boek, echt waar.’
Drie jaar werkte Nick Cave (52) aan zijn romandebuut, And the ass saw the angel (1989). De Australiër, die toen nog een rock-’n-roll-leven met alles erop en eraan leidde, wou per se bewijzen dat zwaar zuipen en spuiten serieuze literatuur niet in de weg hoeven te staan. De critici waren doorgaans lovend, maar voor het grote publiek was er geen doorkomen aan die eersteling, een donker kluwen vol complexe verwijzingen naar het Oude Testament. Cave zat er lang mee in zijn maag. ‘Ik wist dat er goeie stukken in zaten, alleen zijn de meeste mensen nooit voorbij bladzijde tien geraakt. Het was ook nooit geredigeerd, en dat is natuurlijk om problemen vragen. Een paar jaar geleden stuurde een fan het me op om het te signeren. Ik heb het toen voor het eerst herlezen en uiteindelijk gewoon herschreven. Nu heb ik er vrede mee.’
Cave heeft ook vrede met zijn nieuwe roman, De dood van Bunny Munro, over een compleet losgeslagen, van seks bezeten vertegenwoordiger in schoonheidsproducten en zijn zoontje. Nu was er geen sprake van worstelingen. Hij schreef hem op zes weken tijd, tijdens een tournee. Het moet een van de rauwste en mannelijkste boeken uit de recente literatuurgeschiedenis zijn. Het testosteron spat van zowat elke bladzijde. Cave heeft een immense schare trouwe, vrouwelijke fans. Maar is dit geen boek door een vent, voor venten?
‘Het zal je misschien verbazen, maar veel vrouwen hebben me gezegd dat ze De dood van Bunny Munro een feministische roman vinden. Volgens hen gaat het boek over vrouwenhaat, over een aspect van mannelijkheid dat diepgaand antivrouw is. Doordat ik dat aspect zo extreem uitvergroot in Bunny Munro, wordt hij een personage dat bepaalde feministische ideeën over mannen bevestigt. Ik ben blij met die lezing van het boek, want ze sluit behoorlijk aan bij wat ik voor ogen had. Een van de inspiratiebronnen was het Scum-manifest van Valerie Solanas [de vrouw die in 1968 Andy Warhol neerschoot, red.], wat ik een geweldig document vind. Solanas was geen feministe, maar een regelrechte mannenhaatster. Haar schrijfsels zijn ontzettend eenzijdig, de razernij en afkeer voor venten druipen ervan af, maar de manier waarop ze mannelijkheid beschrijft, is volgens mij grotendeels correct. Ik heb Bunny Munro opgebouwd rond de essentie van Scum, en hem dan ontdaan van elk laagje cultureel vernis, waardoor hij een soort anachronisme is, veeleer dan een moderne mens.’
‘Wat mijn vrouwelijke lezers betreft, ik moet er niet flauw over doen: er zijn er ook een heleboel die me vragen waarom ik zoveel smerigheid en nonsens op papier heb gezet. (Zwijgt even) De pot op met hen.’ (Lacht)
U beschrijft Bunny Munro meestal keihard, maar hier en daar wekt hij toch sympathie op, soms zelfs medelijden.
‘Ik had niet over hem kunnen schrijven als ik niet een zekere sympathie voor hem voelde. Ik keur geenszins goed wat hij allemaal doet en vaak ook niet doet. Maar ik geloof dat de meeste mensen tot zowel goede als destructieve daden in staat zijn. Ik ken veel songschrijvers die echte monsters zijn maar de mooiste teksten op papier zetten. Op een bepaald niveau hebben we bijna allemaal iets vertederends, al was het maar het vermogen om gevoelens van liefde op te wekken bij anderen. Bunny Munro heeft dat vermogen, want in de passages waarin hij gezien wordt door de ogen van zijn zoontje, merk je dat het kind dol is op hem.’
De relatie tussen de losgeslagen Bunny en zijn zoontje is bijzonder vreemd, maar tegelijk heel geloofwaardig.
‘Ik wou absoluut geen vader-zoonband beschrijven zoals pakweg Cormac McCarthy het deed in The road: moeder sterft en vader en zoon beginnen samen aan een lange, emotioneel zwaar beladen tocht. Daar heb ik niks mee. In Bunny Munro gaat het er dus een stuk prozaïscher toe. Zonder er al te diep op in te gaan: ik weet wat het is om als verslaafde kinderen op te voeden [Cave kickte enkele jaren geleden af van heroïne en andere harddrugs, red.]. Dat ik zo’n periode heb meegemaakt, is dus wel voelbaar. Bunny Junior is negen, precies even oud als mijn tweelingzonen. Voorlopig ben ik voor hen nog altijd een god, de beste pa ter wereld, al beginnen hun ogen stilaan open te gaan. Bij mijn twee andere zonen, die een stuk ouder zijn, gebeurde dat een tijd geleden al (lacht). Ik ken dus beide kanten van die medaille, en ze zitten alletwee in het boek, de ene weliswaar veel meer dan de andere.
Bunny is niet bepaald een voorbeeldvader, maar in uw boek is geen zweem van veroordeling te bespeuren.
Nogmaals, ik vind absoluut niet dat hij het goed doet, maar ik ben er wel rotsvast van overtuigd dat we onze impact op de ontwikkeling van onze kinderen schromelijk overschatten. Het is niet omdat Bunny er niet continu staat voor zijn zoon, dat de jongen gedoemd is om getekend door het leven te gaan of te mislukken. Wij als ouders, het onderwijssysteem, de maatschappij in haar geheel: we moeten jonge mensen veel meer ademruimte geven. Als ik zie wat mijn kinderen allemaal niet mogen doen, omdat het hun gezondheid schaadt, onveilig is of wat al niet meer; dat is het meest beangstigende aan mijn vaderschap. Ik klink nu als een oude zaag, maar vroeger was dat helemaal anders. Ik ben opgegroeid op het Australische platteland, heb een fantastische jeugd gehad. Op heel jonge leeftijd al werden we omzeggens buitengesjot. Dat heeft enorm bevrijdend gewerkt. Nu is zoiets haast ondenkbaar, zeker in Engeland, waar ik woon. Daar heerst een echte pedofiliefobie. Probeer maar eens in het openbaar te praten met een kind dat het jouwe niet is. Je moet echt op je tellen passen. Niemand wordt daar beter van, zeker kinderen niet.’
We leren Bunny’s pa kennen, ook niet bepaald van het fijnbesnaarde type. Maar geen spoor van zijn moeder.
‘Ik weet het. Wat zal ik zeggen? Gewoon vergeten zeker… (lacht).’
De titel van uw boek verraadt het al: Bunny sterft uiteindelijk. Is die gebeurtenis nodig opdat zijn zoon die cyclus vol vunzigheid en uitzichtloosheid kan doorbreken?
(Denkt na) ‘Daar kan ik geen antwoord op geven. Wat ik wel kan zeggen, is dat zijn dood voor mij geen religieuze betekenis heeft. Sommige critici zien er een soortement verlossing in, omdat hij vlak voor zijn einde tot inkeer komt. Maar zo heb ik het helemaal niet bedoeld, want ik geloof niet in zulke grote spijtbetuigingen. Zijn ultieme charmeoffensief is niet voor niets bijzonder stroperig en clichématig. Bunny Munro wordt gewoon van de aardbol geveegd, punt. Wellicht laten die recensenten zich leiden door het feit dat religie vaak een grote rol speelt in mijn muziek. Ik heb wél geprobeerd om de roman de structuur mee te geven van het Evangelie naar Marcus, waar ik een goeie tien jaar geleden een inleiding bij schreef. Marcus zegt niks over de geboorte en jeugd van Christus, hij heeft het enkel over zijn volwassen jaren. Maar vooral: hij holt echt met een rotvaart naar het einde, naar de dood van Jezus. Dat tempo heb ik ook in het boek willen steken.’
Bent u een religieus mens?
‘Neen.’
Lezen is meestal een heel stille bezigheid. Bij dit boek hoorden we uw stem in ons hoofd. Was u zich van dat effect bewust tijdens het schrijven?
‘Ja, maar het heeft me niet beïnvloed. Enerzijds vind ik het jammer dat wat ik ook doe, er altijd een associatie zal zijn met mijn muziek, maar anderzijds is het natuurlijk logisch. Ik vind zelf dat veel van mijn songs een duidelijke smoel hebben, ze zijn een soort op zich. Ik denk dat ik er vrij vroeg in geslaagd ben een soort “Cave-iaans” universum te creëren en het nadien gestaag heb uitgebouwd. Intussen heb ik er honderden personages voor bedacht, die er allemaal in rondlopen. Meestal zijn ze opgetrokken rond elementen uit het Oude en het Nieuwe Testament, thema’s als wraak, trouw, jaloezie, schuld en boete. Ze zijn vooral herkenbaar, dat is voor mij het belangrijkste. Het is niet dat ik al mijn songs goed vind, want geloof me: er zijn er behoorlijk wat die ik graag opnieuw zou schrijven. Maar ik heb wel een wereld bedacht, en daar ben ik best trots op. Dat veel mensen De dood van Bunny Munro in die wereld situeren, waar die vaak donderende stem uit mijn muziek ook vast deel van uitmaakt, neem ik er dus gewoon bij.’
Zijn songs makkelijker te schrijven dan een roman?
‘Totaal niet. Een song schrijven is voor mij het moeilijkst denkbare creatieve proces. It’s a bloody business, man. Het is alsof je een watermeloen probeert te baren, waarmee ik niets wil afdoen van de reële barenspijn die vrouwen doorstaan (lacht). Je zou denken dat het makkelijker wordt met de jaren, dat dat kleine gaatje waar je die meloen door duwt gaandeweg wat elastischer wordt, maar zo gaat het dus niet. Het blijft even pijnlijk. Deze roman schrijven daarentegen was pure zaligheid. De zinnen kwamen als vanzelf.’
Wat was het moeilijkste aan ‘De dood van Bunny Monro’?
‘Het manuscript intikken op een computerklavier (lacht). Dat moest van de uitgeverij. Ik had de roman met de hand geschreven tijdens een tournee, in stukjes en beetjes, op tourbussen, hotelkamers, luchthavens. Een kraaknet document was het niet.’
De roman verschijnt ook als een luisterboek, waar u en onder anderen collega-Bad Seed Warren Ellis hard aan gewerkt hebben. Voor u de ideale manier om uw verhaal te vertellen?
‘Ik heb de roman in elk geval niet geschreven om er een audioboek van te kunnen maken. Ik ben eraan begonnen omdat ik er zin in had, en ik ben heel tevreden over het resultaat. Dit gezegd zijnde, durf ik beweren dat we een luisterboek hebben gemaakt dat volstrekt uniek en belangrijk is. Ik weet het zeker, want ik heb er thuis een massa liggen (lacht).’
Kylie Minogue en Avril Lavigne krijgen een opvallende rol. Hoe zijn ze in het boek beland?
‘Aanvankelijk zou De dood van Bunny Munro een filmscenario worden, maar doordat we de financiering niet rond kregen, heb ik er dan maar een roman van gemaakt. Kylie Minogue, al jaren een goede vriendin, zat al in het filmscript. Ik wou per se iets doen met ‘Spinning around’ — voor wie het nog niet doorhad: dat nummer gaat over anale seks. Echt een leuke song, waarmee ze tien jaar geleden een enorme hit scoorde. Het idee was om alleen dat lied in de film te steken. Als Bunny’s gsm rinkelt, als hij de radio opzet… altijd datzelfde nummer, zodat het de kijker op den duur verschrikkelijk op de zenuwen zou werken. Ik heb het bewaard in de roman, maar het effect is natuurlijk minder krachtig.’
‘Avril Lavigne [Canadese poprockmeid die miljoenen platen verkoopt, red.] is er pas helemaal op het einde bijgekomen. Tijdens de tournee waarop ik het boek schreef, reisde ze een stad voor ons uit. Bunny moest toch iet of wat cultuur opnemen om geloofwaardig te zijn. De middle-of-the-road-muziek en persoonlijkheid van Avril Lavigne pasten perfect, vond ik. Ze heeft ook een soort onschuld over zich, in Canada noemen ze haar ‘little darling’ of zo. Dat maakt Bunny’s obsessie voor haar des te dreigender. En ‘Avril Lavigne’ en ‘vagina’ in één zin, dat klinkt natuurlijk ook goed.’
Zullen we nu weer twintig jaar moeten wachten op een opvolger?
‘Ik wil alleszins nog fictie schrijven, alleen weet ik niet wanneer. Sowieso maak ik nu eerst een paar cd’s. Daarna kom ik wellicht weer tierend met een boek aanzetten. Ach, ik heb het gevoel dat ik altijd van het ene naar het andere hol, om te ontsnappen aan het laatste wat ik gedaan heb. Ik werk heel snel en intens aan elk project, en als het voorbij is, wil ik er niets meer mee te maken hebben. Ik luister niet naar mijn platen, lees meestal niet meer wat ik geschreven heb. Ik spurt weg van het verleden, en dat bedoel ik in de best mogelijke betekenis.’
Kafka, Bukowski & Benny Hill in één
Het verhaal is heel kort samen te vatten: een vertegenwoordiger in schoonheidsproducten verliest zijn vrouw, neemt zijn zoontje van negen mee langs de Engelse zuidkust en laat het ventje keer op keer in de auto wachten terwijl hij eenzame huisvrouwen probeert binnen te doen. Hoe het uiteindelijk afloopt met de man, maakt de titel al duidelijk. Bunny Munro beseft zelf ook van meet af aan wat er komt. ‘Het is met me gedaan’, zijn de eerste vijf woorden van Nick Caves tweede roman. Als auteur moet je stevig staan om je lezer daarna bijna driehonderd bladzijden vast te houden. Cave krijgt het voor elkaar. Oké, het is bijna al seks, geslemp en ranzigheid wat de klok slaat, waardoor je de indruk kan krijgen dat dit boek alleen voor (hitsige) mannen geschreven is — iets wat Cave stellig tegenspreekt — maar de brille waarmee hij een apocalyptische sfeer oproept, zijn spetterende taal en zijn bij momenten heerlijke humor maken De dood van Bunny Munro uiterst genietbaar en, vooral, heel apart. Het is een boek dat haast nergens mee te vergelijken valt. En er zit wel degelijk fijnzinnigheid in: Caves portret van Bunny’s zoontje is realistisch en bijzonder doorleefd. Irvine Welsh (o.a. Trainspotting) heeft de roman ‘een mix van Cormac McCarthy, Franz Kafka en Benny Hill’ genoemd. Wij zouden McCarthy vervangen door Bukowski. Een tip: lees de Engelse versie. De Nederlandse vertaling is zeer degelijk, maar Cave smaak je maar ten volle in zijn eigen taal.


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: