Het Belgische Customs debuteert met een strakke popplaat Ze houden van de jaren 1980, zingen over Hamlet, het futurisme en Godot, en meten zich een bijzonder strakke look aan: enter Customs, de Leuvense band die deze week met zijn debuut de popscene betreedt.
Customs veroorzaakt stevig wat deining in de Belgische popscene. ‘Rex’, de vooruitgeschoven single met de stilettoscherpe riff en nerveuze drumroffel, nestelde zich in de hoogste regionen van De afrekening en bleef er langer dan eender welk nummer hangen. Opvolger ‘Justine’ gaat intussen dezelfde weg op.
Ook de rest van hun debuut, Enter the characters, grossiert in snedige postpunk behept met oorwormen van melodieën. De galmende zang, gejaagde gitaren en onderkoelde synths verwijzen duidelijk naar Britse eightiesgroepen als The House of Love, Echo & The Bunnymen of The Sound, maar de groep weet er toch een eigen draai aan te geven.
Achter Customs schuilt een kwartet beslagen muzikanten dat zijn sporen verdiende bij onder meer de hardrockband Circle en het garagerockensemble Larsson, bekend van de bescheiden hit ‘Overrated, overestimated’. Kristof Uittebroek (30), halftijds in loopbaanonderbreking bij het agentschap Kunsten en Erfgoed van de Vlaamse Gemeenschap, maakt de overstap van sidekick naar frontman, en neemt alle nummers voor zijn rekening. Geen slechte zet, hij heeft een klok van een stem en houdt het boeiend, zowel bij uptempo pop als ballads.
Kristof Uittebroek: ‘Ik vond die rol van zanger in het begin verschrikkelijk beangstigend. Ik heb tien jaar een plekje op het podium gehad waar ik als gitarist het rijk voor mij alleen had. Maar dan ineens moet je die veilige haven verlaten en naar die micro toestappen. Tijdens het spelen valt dat nog mee, pas tussen twee songs wordt het moeilijk. Maar met Customs heb ik wel het gevoel dat alles op zijn plaats valt.’
U speelt strakke muziek, ziet er strak uit. Customs is een totaalplaatje.
‘We wilden alles mathematisch afgelijnd houden, de kledij, het artwork… Klinisch bijna. Dat is een uitvergroting van onze muziek. Ik maak voortdurend nummers in allerlei stijlen, al dan niet voor Customs. Niet zozeer om uit te brengen, maar om je dichter naar de perfectie te loodsen die je nastreeft maar waarschijnlijk nooit zult bereiken. Maar dat strakke zit er altijd in. Ik ben een ongelooflijke Kraftwerk-fan, ik vind het fantastisch hoe zij muziek tegelijk koud en warm kunnen laten klinken.’
Is de term postpunk een goede omschrijving voor uw muziek?
‘Ik denk dat wij pop maken. Onze muziek draait in de eerste plaats om melodieën. Die zijn vrij speels en simpel, bijna als kinderliedjes. Dat associeer ik niet met punk. In een recensie van ons Pukkelpop-optreden werden we omschreven als retrofuturistisch. Daar kan ik mij in vinden. Wij nemen een stukje muziekgeschiedenis en doen daar ons eigen ding mee. De jaren 1980 zijn lang fout geweest, maar nu mag je er openlijk voor uitkomen dat je pakweg The Human League goed vindt. Dat is muziek waarmee wij opgegroeid zijn, maar waarnaar we niet actief geluisterd hebben. Maar op de een of andere manier zijn die groepen toch blijven hangen.’
Wat denkt u als mensen uw band als tweedehands-Interpol afdoen?
‘Ach, wie goed luistert naar de plaat, zal zien dat er grote verschillen zijn. Vooral thematisch. Interpol breit een nieuw hoofdstuk aan wat Joy Division heeft achtergelaten. Ik lijd niet aan een levensbedreigende ziekte die mij elke dag ongelukkig maakt en een normaal leven in de weg staat, ik ben niet getrouwd met de verkeerde vrouw. Wat de problemen van Paul Banks zijn, weet ik niet, maar uit zijn teksten blijkt toch dat hij er een paar heeft. Die donkere thema’s spreken mij niet aan. De gelijkenis zit vooral in de stem, denk ik. Voor Customs had ik nog nooit gezongen, zelfs geen backing vocals. Toen ik met de groep begon, was Interpol alomtegenwoordig in de alternatieve pop, dus is dat timbre van Banks er misschien onbewust ingeslopen. Ik vind hen zeker een van de interessantere bands van de laatste jaren, maar ik wilde hen niet zomaar kopiëren. Nu, zelfs als ik dat zeg, zullen mensen mij niet geloven. Dat moet ik er maar bijnemen.’
Waar haalde u de naam Customs vandaan?
‘Ik heb die opgepikt uit Heart of darkness van Joseph Conrad. Daarin doet een comité onderzoek naar de Afrikaanse zeden en gewoonten: The International Society for the Suppression of Savage Customs. Ik vond “customs, een kort en krachtig woord voor iets waar iedereen deel van uitmaakt. Dat is interessant: wat jij en ik op onze manier als normaal beschouwen, kan door andere mensen opgepikt worden. Zo kan het een soort van template worden waar iemand anders automatisch bij terechtkomt. Maar eerst werd ik getroffen door het woord zelf. Ik ben daar nogal visueel in.’
U bent blijkbaar een belezen man. In ‘Rex’ en ‘Violence’ verwijst u naar Shakespeare, in ‘Where the moon spends his days’ duikt Becketts Godot op en in ‘Talk no more nonsense’ Marinetti, de auteur van het ‘Futuristisch manifest’.
‘De plaat is opgevat als een elizabethaans theaterstuk waarbij verschillende personages opdraven. In se kaart ik dagelijkse situaties aan, maar ik geef mijn karakters een plunje om ze te kunnen opvoeren. “Where the moon spends his days, klinkt wat hoogdravend, maar gaat gewoon over een jongen die zijn kans schoon ziet om een meisje te kussen. Ik probeer iets herkenbaars te plaatsen in een vreemde setting. De intro heet niet “Intro,, maar “Enter,, het moment waarop de regisseur aangeeft dat de personages de scène mogen betreden. Die verwijzing naar Romeo and Juliet in “Violence, vind ik achteraf gezien wel te makkelijk. Ik hou van theater. Als je een goed stuk gezien hebt, ga je met een ongelooflijke energie naar huis, meer nog dan bij een goed concert. Het geeft je nieuwe inzichten, zoals ook een film dat kan. Misschien is het een hoger goed om een heel straf theaterstuk te maken dan om een prima plaat te maken. Maar voor mij zijn muziek, theater en literatuur uitingen van dezelfde drang.’
In uw twee ‘jobs’ bent u bezig met cultuur. Wat boeit u daarbuiten?
‘Voetbal. Daar kan ik mij op zaterdagavond volledig in verliezen. Ik supporter voor KV Mechelen. Alle hippe Britse bands zijn voetbalfreaks, en ze komen daar ook voor uit. Maar als in Vlaanderen iemand die iets met cultuur te maken heeft, durft te zeggen dat hij wel eens naar een voetbalmatch gaat, wordt hij niet meer serieus genomen. Dat vind ik raar.’
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: