Twintig jaar na And the Ass Saw the Angel heeft Nick Cave een nieuwe roman uit
In The Death of Bunny Munro maakt het hoofdpersonage – een druk om zich heen copulerende deur-tot-deurverkoper – een roadtrip naar de hel. “Ik voel mee met iedereen over wie ik schrijf”, stelt Cave, in het alledaagse leven zowat de meest invloedrijke rockmuzikant van zijn generatie. “Maar dat neemt niet weg dat je Bunny Munro moeilijk een aangename man kunt noemen. Erger nog: het is een monster.”
Nick Cave (52) is behoorlijk uit zijn hum. De voorbije uren heeft hij uitgebreid gesoundcheckt in de Antwerpse Arenberg, waar hij straks ook zal optreden, maar het vlot voor geen meter. De technici begrijpen hem niet, het geluid valt tegen, en de irritatie wordt met de minuut groter. Even later zit ik met Cave in zijn kleedkamer. Hij steekt de eerste van een hele reeks sigaretten op, en de eerste vragen worden afgemeten beantwoord. Na een paar minuten excuseert Cave zich, en stel ik voor om het gesprek dan maar meteen van vooraf aan te herbeginnen. Hij knikt en gaat rechtop zitten. “Ik zal een inspanning doen.”
Het heeft u twintig jaar gekost voor u een nieuwe roman klaar had. Vindt u het moeilijker dan een nieuwe cd schrijven?
“Nee. Een cd maken is gemakkelijk, maar een góéie cd opnemen vind ik het moeilijkste van allemaal. The Death of Bunny Munro heb ik in zes weken geschreven. Met pen en papier. Terwijl ik op tournee was met The Bad Seeds.”
Een workaholic, kortom.
“Ik ben geen workaholic.”
U hebt afgelopen jaar een boek geschreven, en u bent aan een theaterstuk bezig. U hebt twee nieuwe cd’s opgenomen, een dubbelaar met filmscores uitgebracht, de heruitgave van uw eerste vier Bad Seeds-cd”s gesuperviseerd, én u bent op tournee geweest met de groep, en nu doet u alweer een aantal optredens voor het boek dat net uit is. Een workaholic, dus.
“Ik beleef gewoon plezier aan mijn werk. Maar er zijn ook momenten dat ik helemaal niets doe. Ik durf zelfs op vakantie te gaan, al geef ik toe dat ik me dan met een zekere tegenzin door de rest van de familie laat meeslepen. Het duurt even, maar dan kan ik echt ontspannen. Die paar weken in een jaar spookt er zelfs geen nieuw nummer door mijn hoofd. Dan is het echt: tabula rasa.”
Wat was de aanzet om uw nieuwe boek te schrijven?
“Eerlijk? Ik besefte pas dat ik een boek aan het schrijven was na een hoofdstuk of vier. In eerste instantie had ik Bunny Munro als filmscript geschreven, maar we kregen niet genoeg geld bij elkaar om te beginnen draaien. Het idee komt van John Hillcoat, een goeie vriend van me, en de regisseur voor wie ik eerder al het script van The Proposition had geschreven. Hij wilde een kleine Engelse film maken over een handelsreiziger. En hij moest ook sterven op het eind. Op zich heb ik niet zoveel met deur-tot-deurverkopers, maar met die richtlijnen ben ik aan de slag gegaan.”
Nu suggereert u bijna dat u The Death of Bunny Munro als een soort vingeroefening hebt geschreven.
“Zo is het ook. Maar dat wil niet zeggen dat ik er geen plezier aan heb beleefd. Omdat de film uiteindelijk niet gemaakt werd, en dat script maar bleef rondslingeren ben ik, zonder goed te weten waarom, eigenlijk, op een dag begonnen het verhaal in prozavorm op te schrijven. Niet alleen kregen de personages daardoor veel meer reliëf, op de koop toe werd het verhaal daardoor ook veel donkerder. Maar die confrontatie met het witte blad papier heb ik dus niet gevoeld. Mocht iemand me op de man af gevraagd hebben om eens gauw een boek te schrijven dan zou ik wellicht meteen zijn dichtgeklapt. Dat heb ik twintig jaar geleden al eens meegemaakt met And the Ass Saw the Angel, en dat was een loodzware opgave, toen. Maar op dit nieuwe boek ben ik echt trots. Het wordt inmiddels in drieëndertig landen uitgegeven, en dat geeft een geweldige kick. Al hoop ik toch dat de mensen de oorspronkelijke, Engelse versie zullen lezen.”
Het verhaal bulkt van de seks en er wordt aan een duizelingwekkend tempo gerookt en gedronken, dingen die u allemaal erg levendig en gedetailleerd beschrijft. Hebben uw eigen ervaringen met drank en drugs daarbij geholpen?
“Goed: ik heb veel drugs genomen en alcohol gedronken. In mijn songs zijn dat thema”s die ik haast consequent links laat liggen, maar in de leefwereld van Bunny Munro kwamen ze goed van pas. Wat je zegt klopt: ik had het nooit zo precies kunnen opschrijven als ik de roes van de verslaving niet zelf had meegemaakt. Maar evenmin had ik het boek kunnen schrijven als ik zelf geen kinderen had gehad.”
De rode draad door het verhaal is inderdaad de relatie tussen Bunny Munro en zijn negenjarig zoontje. In welke mate is hun verstandhouding gebaseerd op de band die u zelf met uw kinderen hebt?
“Een van de aspecten waar ik het meest trots op ben, is de manier waarop ik in het boek de persoonlijkheid van de kleine jongen heb uitgediept. Natuurlijk heb ik me door mijn jongste zoon laten inspireren, en kun je parallellen trekken.
Bunny Jr. en mijn eigen tweelingzonen zijn bijvoorbeeld precies even oud. En net als Bunny Jr. houden Arthur en Earl onvoorwaardelijk van hun vader, vinden ze me de beste papa van de hele wereld. Ik vermoed dat ze nog gelijk hebben ook, trouwens.”
Munro verkoopt schoonheidsproducten, vochtinbrengende crèmes en lotions. U schrijft erover alsof u een autoriteit bent op dat vlak, terwijl ik u daar als rockster niet meteen van verdenk. Hebt u veel research moeten doen?
“Geloof het of niet: maar ik ben daar redelijk goed in thuis. Mijn vrouw is model, dus ik hoef in de badkamer maar de apothekerskast open te trekken, en daar staan tientallen, nee, honderden potjes met blush, olie, zalf… Je gelooft je ogen niet. Ik hoefde alleen af te lezen waar al die spulletjes voor dienen en ik kon aan de slag.”
Het is wel wat slinks om popsterren als Avril Lavigne en Kylie Minogue als lustobjecten op te voeren op wie uw hoofdpersonage ongeremd zijn seksuele fantasieën bot kan vieren. Nog gewiekster is het om zich in uw naschrift tegenover beide dames te excuseren. Hebt u ze een exemplaar opgestuurd?
“Niet naar Avril, want die ken ik niet persoonlijk en ik zou bij god niet weten waar ze uithangt. Maar Kylie heb ik het boek opgestuurd, samen met een brief waarin ik nog eens persoonlijk mijn verontschuldigingen aanbied. Ze heeft nog niet gereageerd, maar ik hoop dat ze er toch een beetje om kan lachen. Ik had natuurlijk iemand kunnen nemen die ik niet persoonlijk ken, maar het verhaal speelt zich tien jaar geleden af, en in die periode was de video van “Spinning Around”, het nummer dat Bunny alsmaar op zijn autoradio hoort, alomtegenwoordig. En zeker ook de video waarin ze die gouden hotpants draagt. Daarmee prikkelde ze de verbeelding van nogal wat Britten. De tabloids stonden er vol van. De kont van Kylie Minogue is gewoon een algemeen aanvaard cultureel fenomeen. Daar kun je moeilijk omheen.”
U hebt er wel voor gezorgd dat ik “Spinning Around” nu voor eeuwig en altijd met anale seks zal associëren.
“Ik heb altijd gedacht dat het wel duidelijk was dat ze het daarover had. (zingt) “I’m spinning around/ Move out of my way/ I know you’re feelin’ me ‘cuz you like it like this.” Komaan zeg, hoeveel explicieter moet het nog worden? Ik was geshockeerd toen ik ontdekte dat andere mensen die link niet hadden gelegd. Ik vind dat de songs van Kylie overigens altijd vol dubbele bodems zitten, en met metaforen voor een flink potje rampetampen.”
Twintig jaar geleden hebt u met And the Ass Saw the Angel al eens een roman geschreven. Die werd onlangs niet alleen heruitgegeven, maar u hebt het boek in één moeite door ook herschreven. Voelde u zich niet meer op uw gemak bij het origineel?
“Een fan had me een exemplaar van het origineel opgestuurd met de vraag het te signeren. Ik had dat boek in twintig jaar niet opengedaan, en toen ik erin begon te lezen vond ik het nog steeds erg goed. Alleen: je kon zien dat er nooit een eindredacteur overheen was gegaan. Ik schreef een boek, leverde het in, gooide er in samenspraak met de uitgeverij een paar passages uit waar ik niet tevreden over was, en het resultaat ging rechtstreeks naar de drukker. Toen ik daar vorig jaar mijn onvrede over liet blijken, stelden ze me voor de hele tekst onder handen te nemen. Ik weet niet of het verhaal er daardoor helderder op is geworden, en achteraf betwijfel ik zelfs of al die veranderingen wel zo”n goed idee waren.”
Het lijkt me alleszins een ongebruikelijke gang van zaken. En het is ook een beetje geschiedvervalsing, natuurlijk.
“Dat besef ik. Om eerlijk te zijn: ik heb er nu al ontzettend spijt van. Maar goed: het is te laat, nu. Mijn perceptie van dat boek verschilt erg met die van het grote publiek. Ik heb er lang enorme problemen mee gehad. Ik hield wel van de taal, maar veel mensen vonden het onleesbaar en zijn nooit voorbij pagina vier geraakt. Dat baarde me toch wat zorgen, dus daarom heb ik beslist om je er als lezer wat makkelijker in te laten stappen. Maar intussen is Bunny Munro uit, en daardoor staat ook And the Ass Saw the Angel opnieuw in de actualiteit. En nu merk ik dat er met veel liefde en genegenheid over gesproken wordt, waardoor ik nu een beetje wroeging heb gekregen. Misschien heb ik aan het boek liggen klooien terwijl dat helemaal niet nodig was.”
Mocht u de kans krijgen, zou u dan ook aan weer aan uw oude cd”s beginnen sleutelen?
“Ik kan je zeggen dat de verleiding groot zou zijn. Want ook daar zijn er nummers die achteraf beter hadden gekund, en die, met wat aanpassingen, veel succesvoller konden zijn geweest. Maar zou het ethisch verantwoord zijn om met de geschiedenis te spelen, en met de herinneringen van al de mensen die de platen destijds hebben gekocht? Dat denk ik niet. Dus het lijkt me beter dat ik er af blijf.”
Sommige van de thema”s waar u in And the Ass Saw the Angel over schrijft – de wreedheid van mensen tegenover elkaar, bijvoorbeeld – hebt u achteraf op de eerste cd”s met The Bad Seeds verder uitgewerkt.
Denkt u dat Bunny Munro een weerslag zal hebben op uw volgende muzikale projecten?
“Die kans is klein. Een boek schrijven en een cd maken zijn twee echt compleet gescheiden werelden voor mij.”
Gek dan, dat u dit boek op tournee met The Bad Seeds geschreven hebt. Want op zo”n moment leeft u met de rest van de groep toch in een soort parallel universum.
“Dat is waar. Op tournee gedraag je je op een specifieke manier, en je hebt gelijk als je zegt dat die attitude ook in het boek zit. Je voelt dat het snel geschreven is, dat er beweging in zit. Snelle humor, ook. En Bunny Munro voelt de noodzaak om zichzelf voortdurend onder hoogspanning te houden, vandaar dat hij voortdurend praat en de hele tijd zijn omgeving in de gaten houdt. Terwijl hij eigenlijk chronisch depressief is, en recht op een enorme crash afstevent. Daar draait het bij touren ook om. Niet dat je daar op een crash afstevent, maar het is wel cruciaal om positief ingesteld te blijven. Op tournee is het erg gemakkelijk om in negativiteit te verzanden. En dan wordt het, zowel voor jezelf als je omgeving, een hel. Ik heb geleerd om op tournee te gaan op een manier die ervoor zorgt dat sommige dingen niet meer gebeuren.”
Noem eens wat?
“We hebben een regel dat er op tournee niet geklaagd wordt. Ook niet als je om zes uur “s ochtends uit je nest moet. Dan rol je verdomme dat bed uit, en that”s it. Ik wil ook dat persoonlijke problemen buiten de tourbus worden gehouden. Ik wil geen gezeik over het feit dat je vrouw je wil verlaten. Niet dat ik dat niet belangrijk vind, maar er zijn momenten om daarover te praten, en andere niet. Een tournee, dat is in de eerste plaats wérk. Het is een overlevingstechniek om me dan af te schermen van alle ballast die daarbij komt kijken.”
Stoort het u dat songschrijven als ambacht nog steeds niet naar waarde wordt geschat? Ik vraag het maar omdat Bob Dylan vorige week opnieuw naast de Nobelprijs Literatuur heeft gegrepen, terwijl geen zinnig mens kan ontkennen dat hij een wezenlijke bijdrage aan de Engelse taal heeft geleverd.
“Alles hangt af van de parameters die gehanteerd worden, natuurlijk. Als kunst aan belang wint wanneer ze een grote massa bereikt, én ze zowel een historische als culturele impact heeft, dan is muziek veel waardevoller dan literatuur. Want daar blijft de reikwijdte al bij al tamelijk beperkt. En toch: om de een of andere vage reden wordt een roman schrijven als een ernstige kunstvorm beschouwd, en rock-”n-roll niet. Ik heb er zelf ook heel lang over gedaan om me over de vooroordelen te zetten die mijn vader me als kind heeft ingelepeld. Voor hem was poëzie het allerhoogste, op de voet gevolgd door literatuur. Rockmuziek had geen enkele waarde voor hem. Het was te min om zelfs maar in overweging te nemen. Het heeft jaren geduurd voor ik besefte wat voor bullshit dat wel was.”
In zekere zin hebt u er uw levenswerk van gemaakt om het ongelijk van uw vader te bewijzen.
“Ik zal niet ontkennen dat dat een belangrijke drijfveer is geweest. Alleszins ben ik buitengewoon blij dat ik als rockmuzikant deel uitmaak van de popcultuur. Dat is mijn plek. En daar voel ik me het meeste thuis.”
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: