Vier jaar duurde het voor choreografe en danseres Charlotte Vanden Eynde nog eens een voorstelling maakte. De solo I”m sorry It”s (not) a story, die in première ging op Amperdans, bewijst dat al dat wachten de moeite loonde. Ze toont op een authentieke manier hoe vrouwen goed of slecht in hun lijf zitten.
Een blonde, jonge vrouw staat stil op een leeg podium . Ze draagt een simpel blauw kleedje en brave schoentjes met hakjes. Ze fixeert een punt in de verte. Ze kijkt niet naar het publiek, al blikt ze vooruit. Dan draaien haar ogen weg. Haar hals volgt. Opzij, omhoog, terug opzij. Hoe vreemd is zo”n hals toch. Of – even later – de linkerhand: die schijnt een eigen leven te leiden. De andere hand kan hem er maar net van weerhouden om een klets te geven. De vrouw neemt wraak op de hand: ze bijt in een vinger, maar ontdekt plots dat zo”n vinger ook lekker is om op te zuigen. Zo komt er speeksel vrij. Dat laat ze druppen op haar hand, die plots kleverig is. Er zitten veel vreemde dingen aan je lijf, lijkt de vrouw te merken. Vreemde, samendrukbare bobbels op je borstkas bijvoorbeeld.
Verkenning van vreemd continent
Met die gebaren, in volkomen stilte uitgevoerd, begint I”m sorry van Charlotte vanden Eynde. Onnadrukkelijk schetst ze een portret van een meisje dat met argusogen kijkt naar haar lichaam. Ongetwijfeld is dat het hare, maar toch blijft het een vreemd continent. Ze gaat op verkenning. Hoe loopt dat ding? Je kan er niet alleen gewoon mee stappen. Stappen lukt ook met doorgezakte knieën. Of je kan op je hielen lopen of met veel lawaai ter plaatse trappelen. Maar wat de vrouw ook probeert, het ziet er een beetje mallotig uit. Weg met die schoentjes, lijkt ze te denken als ze die in een hoek wegzwiert.
Af en toe zegt het meisje iets. Flarden zinnen waar je met enige moeite een sprookje in herkent. Of een hartenkreet: wat moet ik met dit leven aanvangen? Ze slaat zichzelf ook al eens op het achterwerk. Straft ze zichzelf voor al dat ijl getob? Je hebt er het raden naar, maar toch krijg je heel precies gekozen beelden te zien van een jonge vrouw die probeert vat te krijgen op wat ze voorstelt.
Het einde van de voorstelling is bijna onthutsend. Het blauwe kleedje is al lang verruild voor een donkerrood, weinig verhullend kleedje. Het meisje werd vrouw, en daarmee is ook het getob voorbij. Met schommelende tred loopt ze achteruit naar de achterwand van het podium, en botst hard tegen de muur. Als bij toverslag verandert het gedempte licht in een hard wit schijnsel. Nu komt ze naar voren met de heupwiegende pas van een mannequin. Ze overdrijft het een beetje: haar heupen en achterwerk zwaaien net iets te veel. Dan loopt ze weer zwalkend achterwaarts tot ze opnieuw tegen de wand smakt. Haar gang van voor naar achter en terug heeft iets mechanisch, alsof ze een ledenpop was. Eindeloos gaat dat moeizame paraderen door. Tot het licht dooft en haar redt.
Waarom is dat einde zo onthutsend? Als jong meisje ging Vanden Eynde authentiek om met haar lijf, al behandelde ze het als een pop. Als ze op het einde bezit neemt van haar lichaam, zich conformeert aan het beeld van een zelfbewuste vrouw, wordt ze echter echt een pop. Hoezeer die pasvorm knelt blijkt bij elke keiharde smak tegen de muur. Vanden Eynde toont die paradox op de meest eenvoudige, maar briljante manier.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: