Under the Volcano van Malcolm Lowry is een icoon in de literatuurgeschiedenis. De roman is een langgerekte hallucinante trip die de lezer meesleurt in het delirium van een dronken ex-consul in het broeierige Mexico. Josse De Pauw bewerkte Lowry”s boek en vertolkt zelf de rol van de consul in Onder de vulkaan bij het Antwerpse Toneelhuis. Een rol die hem, volgens regisseur en artistiek leider Guy Cassiers, op het lijf geschreven is.
Under the Volcano verhaalt over de laatste dag in het leven van de drankverslaafde Britse ex-consul Geoffrey Firmin, die in een Mexicaans stadje aan de voet van een vulkaan woont. Op 2 november 1938, wanneer het Feest van de Doden gevierd wordt, verneemt de consul dat zijn vrouw, die hem heeft verlaten, zich weer met hem wil verzoenen. In plaats van die kans met beide handen te grijpen loopt hij de verschillende cafés plat waar hij zich te goed doet aan mescal, een straf tequila-achtig drankje dat gedestilleerd wordt uit de agave. Lowry”s boek is semiautobiografisch. De schrijver, die zelf lange tijd in Mexico woonde, was aan drank verslaafd en zou in 1957, tien jaar na de publicatie van zijn boek, sterven aan een noodlottige combinatie van alcohol en pillen.
Enkele dagen voor de première van Onder de vulkaan wordt er geen mescal geserveerd aan de voet van de vulkaan, wel koffie in de nazomerzon, op een terrasje vlak bij de Bourla. Al is het geestrijke vocht De Pauw niet onbekend. Samen met Cassiers en een technische ploeg trok hij deze zomer ter voorbereiding van de voorstelling naar het land van de mescal.
Under the Volcano is naar het schijnt je lievelingsboek?
De Pauw: “Het was nochtans geen liefde op het eerste gezicht. Ik las Lowry”s boek voor het eerst toen ik een jaar of twintig was, maar toen heb ik het niet uitgelezen. Wanneer ik een eind in de dertig was, heb ik een tweede poging ondernomen en ben ik als een blok voor dat boek gevallen. Het leest als een grote hallucinante trip, je kunt het onmogelijk eventjes wegleggen omdat het zo”n onstuitbare, meeslepende cadans heeft. Ik was vooral gefascineerd door het hoofdpersonage, de consul, die in feite een intelligente loser is. Doorgaans associëren we losers met dommigheid, maar hij maakt er bewust zijn doel van om ten onder te gaan. Alcohol is zowel het probleem als de oplossing voor hem. Hij beseft dat hij een drankverslaving heeft, maar hij vindt dat belangrijk in het bewaken van wat hij noemt zijn “menselijk bewustzijn”. Hij vindt dat hij helderder denkt dan veel nuchtere mensen.”
Tijdens de seizoenspresentatie in juni zei Guy Cassiers over het feit dat jij de consul zou vertolken: “Het is beslist geen typecasting, maar de geneugten van alcohol zijn Josse zeker bekend”.
“(lacht) Ik beken: ik drink graag. Ik ben geen probleemdrinker, maar ik hou van de roes die met de drank gepaard gaat. In die zin kan ik me zeker identificeren met de consul, die zich verwondert over het licht dat zo mooi binnenvalt in het café, de cantina. Ik weet hoe lekker dat gevoel is, de momenten van luciditeit die gepaard gaan met enige overmoed. Het is wellicht een van de redenen waarom drank en kunstenaarschap zo goed samengaan: de alcohol bezweert overgevoeligheid en angst maar schenkt ook lucide momenten die je het idee geven dat je met dat gevoel iets kunt verwezenlijken. Vaak blijft het bij het idee, maar soms is die overmoed nodig om ermee naar buiten te komen.”
Het boek gaat niet alleen over drank maar ook over de liefde. “No se puede vivir sin amar” is een van de motto”s in het boek: het is onmogelijk te leven zonder lief te hebben.
“De liefde is een te vaak en te vaag gebruikt woord. Als we het over de liefde hebben, gaat het meestal over liefde krijgen, zelden over liefde geven. Maar er kan geen genot zijn zonder moeite. Liefde geven vraagt aandacht en zorg, het neemt tijd in beslag. Dat weet ook de consul, maar hij heeft er de energie niet meer voor. Zijn vrouw is weggegaan omdat het onmogelijk was om nog met hem samen te leven en op een dag komt ze vanuit zichzelf terug om het toch weer te proberen. Maar hij verdwijnt liever in de drank, hij vindt het spannender om met zijn demonen te leven. Zijn vrouw heeft ooit iets gehad met zijn halfbroer, een vrij onbenullig feit dat hij graag oprakelt omdat het hem in de veilige slachtofferrol duwt. Hij geniet van het drama. Hij, zijn vrouw en zijn halfbroer zijn ook allemaal figuren die uit gegoede middens komen: geld is duidelijk geen probleem, ze leven in Mexico als expats met genoeg comfort om zich niet te moeten aanpassen aan de lokale cultuur. Eigenlijk hebben ze alles om hun paradijsje te creëren, maar het lukt geen van allen om ook maar een beetje zingeving te vinden. Daarom gaat Onder de vulkaan voor mij ook over onmacht en bij uitbreiding over onze huidige westerse samenleving. We leven in een maatschappij die alles voorhanden heeft, maar toch zijn we niet gelukkig. En dus gaan we akkefietjes dramatiseren, en theatraliseren. (lacht)”
Wat dacht je toen Cassiers je voorstelde om Lowry”s Under the Volcano voor theater te bewerken?
“Mijn eerste reactie was: ben je zeker dat je aan zo”n icoon wil raken?! Maar tegelijk dacht ik: als er een mogelijkheid is om dat boek op scène te brengen, dan is het wel met Guys theatertaal, waarbij tekst en beeld tot één geheel vervloeien. Ik heb vooral veel geschrapt en de dialogen geïsoleerd omdat ik nu eenmaal een speler ben. Ik hoefde de beelden die Lowry beschrijft niet om te zetten naar spreektaal waardoor de cadans, het ritme dat het boek net zo typeert, verstoord zou worden.
“Voor de verfilming van Lowry”s boek (Under the Volcano, 1984) heeft John Huston het verhaal geformatteerd naar die kijkspanne van 90 minuten en daartoe heeft hij zelfs een personage gewist. De film is een proper watertje in vergelijking met het boek, dat een oceaan is waarin je verzuipt. Het beeldende theater van Guy biedt de mogelijkheid om ergens tussen dat watertje en die zee in te geraken. Wij (naast De Pauw zijn dat acteurs Katelijne Damen, Marc Van Eeghem en Bert Luppes, LiLa) spelen zonder rekwisieten op een vrijwel lege scène. Het theaterbeeld wordt gevormd door het samenvloeien van ons spel met projecties op zestien schermen en een geluidsdecor waarvoor overal rondom in de zaal speakers zijn geïnstalleerd.”
Cassiers werkt doorgaans met livebeelden op scène. Deze keer maakt hij gebruik van vooraf in Mexico opgenomen beelden. Theater is het suggestieve medium bij uitstek, dreigt de voorstelling niet heel illustratief te worden?
“Dat was inderdaad een gevaar waarvoor we ons moesten hoeden en we hebben soms de slappe lach gekregen omdat het onbedoeld op een poppenkast ging lijken. Bijvoorbeeld wanneer er post is, er op dat moment een brief in beeld komt en je dan de tekst leest die erop geschreven staat. Dat is vrij lachwekkend. Maar die probeersels maken deel uit van het werkproces. Er zijn nu veel minder beelden dan in het begin.
“Wat is gebleven en bijzonder goed werkt, is de weergave van de consuls drinkgedrag. Ik heb in Mexico menig glas gedronken, zij het dan met water en kleurstoffen, en daarvan zijn beelden genomen. Altijd maar weer die hand in beeld die grijpt naar dat glas, het werkt hypnotiserend. Er bestaat geen echte handleiding voor het theater dat Cassiers maakt. Het zijn soms heel kleine verschuivingen, in beeld, tekst en geluid, die een totaal ander effect geven.”
Je bent samen met Cassiers en een technische ploeg deze zomer door Mexico getrokken in de voetsporen van Lowry. Geen angst voor de griep?
“We hebben ons niet laten afschrikken door de Mexicaanse griep. Als je voor een griepje al thuis blijft, waar moet je dan nog naartoe in de wereld? Op dit ogenblik is Mexico een puinhoop: politiek onstabiel, veel geweld, drugskartels. Maar het is tevens een ongelooflijk mooi land. Ik kan me niet inbeelden dat we voor deze voorstelling niet naar daar gereisd zouden zijn. Het land ruiken, proeven, voelen, er volledig in zitten en het dan mogen veruitwendigen door te spelen, dat geeft een magnifiek gevoel.
“Zo verbleven we enige tijd in Cuernavaca, de plek waar Lowry woonde en waar het verhaal zich afspeelt. We hebben zelfs Farolito bezocht, de cantina waar Lowry net als de consul zijn mescal dronk. Het is nog altijd een rovershol vol alcohol en prostitutie, waar de dames je uitnodigen om met hen naar de toiletten te gaan en waar allerlei louche types rondhangen. Dat is echt geen plek waar je langer dan twintig minuten wilt blijven, je voelt dat het kleinste vonkje de boel kan doen exploderen. De tijd is er stil blijven staan: ik zag er een aan lager wal geraakte expat die drank vroeg en eerst niets kreeg van de patron omdat hij nog een rekening open had staan. Hij had de consul uit Under the Volcano kunnen zijn, zij het iets slechter gekleed.”
Naar het schijnt komt ook de Mexicaanse consul speciaal naar Antwerpen afgezakt voor de voorstelling?
“Het is een vrouw en bij mijn weten is ze niet aan de drank. Onze trip naar Mexico is mede mogelijk gemaakt dankzij de goede contacten die de Brusselse universiteit (VUB) onderhoudt met de universiteit van Mexico-stad. We zijn ook uitgenodigd om in Mexico Onder de vulkaan te gaan spelen, maar helaas maken de drukke agenda”s dat momenteel niet mogelijk.”
Je hebt zelf een bijzonder druk seizoen voor de boeg, met onder meer een retrospectieve van je werk.
“Het wordt een pittig seizoen en daar ben ik blij om, want dat is niet alle acteurs gegeven. Soms vraag ik me af of het niet té druk is, maar aan de andere kant heb ik geleerd er mij bij neer te leggen dat ik tegen schone projecten onmogelijk nee kan zeggen. En het is goed voor mij om aan het werk te zijn, anders weet ik niet wat te doen en word ik de consul (lacht).”
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: