Econome Dambisa Moyo over haar pleidooi tegen ontwikkelingshulp aan Afrika
Ontwikkelingshulp helpt niet en richt alleen maar schade aan, betoogt de Zambiaanse Dambisa Moyo. Ze is al de Hirsi Ali van het ontwikkelingsdebat genoemd.
Al tijdens haar studie aan de universiteit van Harvard in Amerika vroeg ze zich af waarom Afrika als enige continent maar niet vooruitkwam. Zwoegend op haar proefschrift in het Britse Oxford probeerde ze te achterhalen waarom arme Aziatische landen als Zuid-Korea en Thailand zich wel ontwikkelden. Acht jaar werkte ze in Londen bij de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs. Geleidelijk groeide haar overtuiging dat Afrika de stagnatie alleen kan doorbreken als het rigoureus kapt met ontwikkelingshulp.
Ontwikkelingshulp houdt Afrika juist arm, betoogt de Zambiaanse econome Dambisa Moyo in de eerste helft van haar boek Dead Aid, dat vorige maand verscheen. Moyo schrijft alleen over overheidssteun, niet over noodhulp, niet over particuliere hulp. „Ontwikkelingshulp werkt niet”, zegt ze. „Het zou leiden tot duurzame economische groei en vermindering van armoede. Noem me één Afrikaans land waar dat is gelukt.”
Dead Aid sloeg in Groot-Brittannië in als een bom. Voor het eerst pleit een jonge, succesvolle, hoogopgeleide Afrikaanse voor afschaffing van ontwikkelingshulp. Tot nu toe beheersten westerse mannen van middelbare leeftijd dit debat. Economen als William Easterley en Jeffrey Sachs. Rocksterren als Bono en Bob Geldof.
„Het gevaar bestaat dat dit boek meer aandacht krijgt dan het verdient”, aldus The Guardian, die Moyo’s pleidooi de hulpkraan dicht te draaien ‘onverantwoordelijk’ noemde. In The Independent schreef ontwikkelingseconoom Paul Collier: ‘Dambisa Moyo is voor ontwikkelingshulp wat Ayaan Hirsi Ali is voor de islam.’
„Ik zie niet in waarom Bono het economisch beleid van Afrika moet bepalen”, zegt Moyo in Oxford, terwijl ze snel gefrituurde inktvis eet, vlak voor een lezing en een optreden met Nobelprijswinnaar Muhammad Yunus in Newsnight, het goed bekeken tv-programma van de BBC. Ze spreekt in vinnige zinnen. Zonder adem te halen. „Ik ben tamelijk agressief.” Gevraagd naar haar leeftijd zegt ze dat de gemiddelde levensverwachting bij geboorte in haar land tussen de 36 en 37 jaar ligt. „Die mijlpaal ben ik gepasseerd.”
Zelf vindt Moyo de tweede helft van haar boek het explosiefst. Daarin reikt ze Afrikaanse regeringen mogelijkheden aan om hun begroting te financieren zonder ontwikkelingsgeld. Door staatsleningen uit te schrijven. Door buitenlandse investeringen aan te trekken. Door de export uit te breiden en zich daarbij vooral te richten op opkomende markten zoals India en China. Door het geld te benutten dat Afrikanen vanuit het buitenland overmaken. „Het is allemaal niet zo ingewikkeld”, zegt Moyo. „Andere landen hebben het eerder gedaan en met succes.”
Uw oordeel over ontwikkelingshulp is vernietigend.
„Wat ik schrijf, is niks nieuws. Ik plagieer. Ik haal onderzoeken van anderen aan. De ontwikkelingseconoom Peter Bauer omschreef ontwikkelingshulp al in de jaren zestig als ‘belasting voor arme mensen in rijke landen ten gunste van rijke mensen in arme landen’. Hij werd genegeerd. In het wereldje van ontwikkelingshulp is al lang bekend dat het niet werkt. Maar hulporganisaties en beroemdheden als Bob Geldof houden de mythe in stand. Mijn familie in Zambia lijdt dagelijks onder de gevolgen van ontwikkelingshulp.”
Wat zijn die gevolgen dan?
„Allereerst de alomtegenwoordige corruptie. Machthebbers plunderen de staatskas die met ontwikkelingsgeld gevuld is. Die corruptie doordrenkt de hele samenleving. Hulp leidt tot bureaucratie en inflatie, tot luiheid en inertie. Hulp schaadt de export. Dankzij buitenlandse steun hoeven regeerders zich niks aan te trekken van hun volk. En het ergste: hulp ondermijnt groei. De economie van landen die het afhankelijkst zijn van hulp kromp sinds eind jaren zeventig gemiddeld met 0,2 procent per jaar.”
Donorlanden zien toch toe op goede besteding? Ze stellen eisen aan goed bestuur.
„Maar ze rekenen er Afrikaanse landen niet op af. Uit onderzoek van de Wereldbank bleek dat 85 procent van de hulpstromen voor andere doelen was gebruikt dan afgesproken. Donorlanden houden corrupte regeringen in het zadel. Tussen 1980 en 1996 ging 72 procent van het Wereldbank-geld naar landen die zich nooit aan de voorwaarden hielden. De behoefte van donorlanden om te blijven geven, is onverzadigbaar.”
Waarom gaan westerse landen door met geven als het toch niet helpt?
„Het meest cynische antwoord is: omdat het de aandacht afleidt van de handelsbelemmeringen die ze hebben opgeworpen om westerse banen te beschermen. Belemmeringen die Afrika jaarlijks naar schatting 500 miljard dollar aan handel kosten. Dat is tien keer het bedrag dat Afrika aan ontwikkelingshulp ontvangt.
„En omdat ze toch niet geloven dat het ooit iets wordt met Afrika. Dat vinden ze zielig voor de Afrikanen. Ze kopen hun geweten af.”
Sociaal is Afrika er door de hulp toch op vooruitgegaan? In 1960 ging 50 procent van de kinderen naar school. Dat is nu 82 procent. Kindersterfte is de laatste dertig jaar meer dan gehalveerd. Dat vindt u niet belangrijk?
„Je kunt schoolgeld betalen voor een meisje van twaalf. Je kunt haar een opleiding geven. Je kunt zeggen: kijk eens wat ontwikkelingshulp vermag. Maar wat schiet dat meisje daarmee op als ze na haar school geen werk vindt. Omdat er geen banen zijn. Omdat er geen economische groei is. Telkens als ik naar huis ga, is het aantal straatkinderen gegroeid. Ze kunnen lezen, ze kunnen schrijven, ze spreken Engels. En het enige wat ze voor hun brood kunnen doen, is straathandel drijven. Steeds meer ouders op het platteland sturen hun kinderen niet meer naar school. Als er in de stad voor hun kinderen toch geen banen zijn, kunnen ze net zo goed meteen beginnen met bewerken van het land.”
Is afschaffen van alle hulp geen recept voor massasterfte?
„Alleen de elite zal het voelen. De armen merken het niet eens. Ze zagen toch al nooit iets van dat geld.”
Ontwikkelingsdeskundigen wijzen er graag op dat de rijke landen ontwikkelingshulp decennia hebben gebruikt als wapen in de Koude Oorlog, als instrument van buitenlands beleid. Zij pleiten juist voor meer en gerichtere hulp.
„Waar moeten we de hulp nu weer op richten? In de jaren zestig moest hulp worden gebruikt voor grote infrastructurele projecten. In de jaren zeventig voor armoedebestrijding. In de jaren tachtig ging het om structurele aanpassing en financiële stabilisering. In de jaren negentig waren democratisering en goed bestuur aan de beurt. In zestig jaar is er in totaal 1.000 miljard dollar aan ontwikkelingsgeld naar Afrika gestroomd zonder dat dit tot ontwikkeling geleid heeft. Hoe vaak moet ontwikkelingshulp nog worden gereïncarneerd voordat het failliet ervan wordt erkend?”
De Rwandese president Paul Kagame benaderde u omdat hij af wil van hulp.
„De president heeft zich vaker kritisch uitgelaten over hulp. Maar voor 70 procent van zijn begroting is hij afhankelijk van die steun. In het vliegtuig las hij een interview met mij in de Financial Times. Opeens zag hij kansen om Rwanda te verlossen van hulp. Hij wilde dat ik meteen kwam. Dan kon ik met zijn ambassadeurs en met zijn ministers spreken, die zich in het weekend daarna zouden beraden op ontwikkelingshulp.”
„‘Stel je voor’, schrijf ik in mijn boek, ‘dat Afrikaanse regeringen één voor één een telefoontje krijgen van de donorlanden: ‘we bouwen de hulp in vijf jaar af’. Een rechterhand van president Kagame zei me: ‘Wij willen degene zijn die dat telefoontje pleegt’.”
Verwacht u dat andere Afrikaanse landen het voorbeeld volgen?
„Voor de meeste regeringsleiders is het veel te makkelijk om elk jaar hun ontwikkelingscheque te innen. Ze hoeven niet in actie te komen. Ze kunnen doen wat ze willen. Niemand die hen ter verantwoording roept.”
Paul Collier, uw vroegere professor aan Harvard en Oxford, vindt u te optimistisch over toegang van Afrikaanse landen tot de financiële markten.
„Met alle respect, maar ik heb in de financiële markten gewerkt. Ik weet wat investeerders willen. Het is niet makkelijk om die weg te bewandelen. Maar het kan. De beloning is duurzame groei.”
„Ik ben opgegroeid in een land waar elk initiatief wordt weggewuifd of onderdrukt. Ze kunnen niet. Ze willen niet. Ik ben het zat. Laten we eens iets nieuws proberen. Het is duidelijk dat de oude aanpak niet werkt.”
Komt die nieuwe aanpak niet op het slechtst mogelijke moment nu de crisis financiële markten verlamt?
„Het is een moeilijke periode. Maar dat de Amerikaanse en Europese markten dichtzitten, wil niet zeggen dat alle markten gesloten zijn. Kijk naar de gigantische financiële reserves in China en het Midden-Oosten die schreeuwen om investeringsmogelijkheden. En zelfs als alle markten dichtzitten, moeten Afrikaanse landen zich voorbereiden op het moment dat ze weer opengaan. Deze apocalyptische toestand duurt niet eeuwig. Ga alvast oefenen met roadshows voor investeerders. Waarom moeten ze juist in uw land investeren? Uw antwoord zal heel overtuigend moeten zijn.”
Paul Collier vindt ook dat u de specifieke problemen van Afrika onderschat.
„De problemen van Afrika zijn gigantisch: historisch, geografisch, tribaal. Maar daar kunnen we niks aan doen. Dat is nu eenmaal zo. Moeten we er ons maar bij neerleggen dat Afrika zich niet ontwikkelt? Hoe lang gebruiken we het koloniale verleden nog als excuus? Kunnen we nu eindelijk verdergaan?”
Een andere oud-professor van u, de Amerikaan Jeffrey Sachs, adviseur van de Verenigde Naties, pleit voor verdubbeling van de hulp aan Afrika tot 100 miljard dollar per jaar.
„Ik snap dat niet. Ik vind het hypocriet. Op Harvard had hij het altijd over Rusland, Polen en Bolivia die zich moesten aanpassen aan de vrije markt, al deed het pijn. Maar als het om Afrika gaat, komt hij opeens met een ander recept. Wil hij zeggen dat Afrika fundamenteel anders is dan de rest van de wereld? Dat er iets vreselijk mis is met het continent?”
„Ik zou dolgraag met hem in debat gaan. Zijn argumenten zijn emotioneel. Met economie en logica hebben ze niks van doen.”
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: