De Canadese duivel-doet-al Mocky verrast en verbaast met zijn nieuwe cd ‘Saskamodie’. ‘Ik voel me weer jong’, zegt hij.
Toen Dominic Salole nog in het Canadese Saskatchewan woonde, experimenteerde hij vooral met soundtrack-achtige jazz. Maar toen hij tien jaar geleden naar Berlijn verhuisde en er de Engelstalige artiestengemeenschap ontdekte, dook hij helemaal in de elektronica.
Hij raakte bevriend met Jamie Lidell, Peaches, Feist, Gonzales en Kevin Blechdom en produceerde of speelde mee op hun platen. Salole werd Mocky, een slimme multi-instrumentalist die ook nog een aardig potje kon rappen. Hij scoorde radiohitjes met ‘Mickey Mouse’ en ‘Catch a moment in time’, rapte bij Puppetmastaz en was een belangrijke drijfveer voor The reminder van Feist en ook voor Multiply en Jim, de doorbraakplaten van Jamie Lidell. Op hun beurt spelen Feist en Lidell mee op Saskamodie.
‘We hebben onze eigen taal. Ik vraag me eigenlijk nooit hardop af waarom ik met supertalenten zoals Gonzales of Jamie Lidell wil werken. De vraag is: waarom willen zij met mij blijven werken?’
Mensen die Saskamodie horen, zullen eindelijk het antwoord kennen. Salole onthult er de volbloed muzikant achter het ironische poppersonage waarvoor veel mensen hem zien. ‘Mijn vorige platen waren als flitsende, plezierige televisie. Saskamodie is eerder het equivalent van het grote scherm: Mocky gaat naar de bioscoop en begint er een nieuw leven.’
Saskamodie is grotendeels instrumentaal, klinkt warm en akoestisch en kan met een beetje goede wil een jazzalbum worden genoemd. Jazz zonder de solo’s dan. ‘Jazz is voor veel jonge mensen een vies woord. Ze zijn vergeten hoe ze de jazzvocabulaire moeten ontcijferen. Je maakt het jezelf dus moeilijk als je je plaat volstouwt met solo’s. Die worden toch doorgespoeld want de jonge popliefhebbers vallen eerder voor melodie en teksten. De drumsolo’s heb ik gehouden, want die storen volgens mij niemand.’
Betekent dit een wedergeboorte voor u?
‘Ik voel me weer jong. Ironisch misschien, omdat dit mijn jazz-album is. Maar ik zie weer mogelijkheden en ik kan weer ademen. Als je nooit iets radicaals probeert, sterft je ziel af. Nog maar eens een popplaat maken, zou als bedrog hebben aangevoeld, als fool’s gold.’
’Saskamodie’ knipoogt naar de exotica van Les Baxter, de bossa nova van Tom Jobim en soundtrackcomponisten zoals Nino Rota en Henry Mancini. Klopt dat referentiekader?
‘Ja, hoor. De soundtrackmuziek uit de late sixties boeit me enorm. Het was de gouden tijd van romantiek. Elke muzikant van toen had wel zijn eigen specifieke stijl om die romantiek over te brengen. Er was geen vooraf bepaalde muzikale format. Ik vroeg me af of ik geen parallel universum kon creëren vanuit de gedachte: hoe zou muziek vandaag klinken als de popindustrie ons niet al zijn normen en wetten had voorgeschreven?’
Hebt u lang aan deze liedjes gewerkt?
‘Helemaal niet. Ik miste het genot van te musiceren on the spot: de live-actie van met een instrument op schoot te zitten en de snaren te beroeren, bijvoorbeeld. Door lang uitsluitend elektronische muziek te maken, voelde ik me onthecht: produceren in de studio leek meer en meer op een virtuele representatie van muziek spelen. Daarom wilde ik een plaat maken die direct en gemakkelijk was: één liedje per dag opnemen, in één take, snel en efficiënt.’
Waarom speelt u bijna alle instrumenten zelf?
‘Ik had een heel duidelijke visie over hoe deze plaat moest klinken. Werken met andere muzikanten betekent sowieso dat er compromissen vallen. Daarbij komt dat elke muzikant zijn instrument op een heel eigen manier bespeelt. Ik wilde dat de instrumenten op dezelfde manier werden gespeeld zoals men dat in de jaren zestig en zeventig deed: men had in die tijd een losse, nonchalante manier van spelen die heel wat technisch perfecte muzikanten ontberen.’
Uw typische ironische toontje blijft afwezig, maar toch verraden uw speelse arrangementen en de amusante grooves veel humor.
‘Deze muziek is heel kinderlijk en naïef, op zoveel vlakken. Het is bedrieglijk simpel, eigenlijk. De diepgang van de nummers vloeit voort uit de belichting en het schaduwspel. Daarom vind ik het fijn om eens weinig teksten te gebruiken en recht naar het hart te gaan. Ik ben trouwens geen fantastische zanger, zoals je wel weet. Wel een goede tekstschrijver en een goede componist. (grinnikt) Als Jamie Lidell en Feist je beste vrienden zijn, ga je je eigen zangkwaliteiten heel anders bekijken.’
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: