Op ‘Alas my love’ kijkt de Gentenaar Bram Vanparys met verwondering naar de mensheid. Die plaat is het debuut van zijn project The Bony King Of Nowhere.
Bram Vanparys kreeg ooit een brief van de Amerikaanse singer-songwriter Devendra Banhart, die net met hem in de Ancienne Belgique had opgetreden. ‘Thanks for the music! If you have any new songs I would love to hear them’, schreef Banhart.
Het zette het potentieel van The Bony King Of Nowhere, het toen piepjonge project van Vanparys, meteen kracht bij. Voor de jonge zanger was het complimentje een opsteker, want Banhart was een van zijn idolen.
‘Ik word altijd met Devendra Banhart vergeleken’, zegt Vanparys. ‘Hij heeft mij geleerd dat je met twee akkoorden een pakkend liedje kan schrijven. De eenvoud in zijn liedjes spreekt mij enorm aan. Toen ik zijn plaat Rejoicing in the hands voor het eerst hoorde, ging voor mij een nieuwe wereld open. Grappig genoeg wist ik toen zelfs nog niet wat akkoorden waren. Iemand had me verteld dat je gitaarakkoorden op het internet kan vinden en zo heb ik eigenlijk voor het eerst iets over gitaarspelen geleerd. (grinnikt)’
De invloed van Devendra Banhart wordt met mate aangewend op Alas my love, het langverwachte debuut van The Bony King Of Nowhere. Langverwacht? Tja, Vanparys’ muziek veroorzaakte twee jaar geleden al een kleine buzz in het Belgische muziekwereldje toen zowel Vlaamse als Franstalige kranten hem plots bombardeerden tot grote belofte.
Concerten in de AB, op Pukkelpop en Dranouter gooiden alleen maar olie op het vuur: The Bony King Of Nowhere was hip zonder dat er een album van hem te koop was.
‘Daar had ik zo mijn bedenkingen bij’, vertelt de zanger. ‘Vandaag gebeurt met Selah Sue net hetzelfde – haar buzz is trouwens nog heftiger. Al waren er voor mij soms ook absurde momenten. Zo speelde ik plots het voorprogramma van de Amerikaanse zanger Jason Molina (van Songs:Ohia), terwijl dat eigenlijk nog maar mijn tiende optreden was. Je vraagt je dan af of dat wel zo gezond voor je is. Maar goed, mijn publiek is altijd vergevingsgezind geweest. Ze bedekten de beginnersfouten en het geklungel met de mantel der liefde. Ik ben verstandig met al die aandacht omgegaan, denk ik.’
Alas my love maakt het lange wachten goed. Het is een echt debuut: Vanparys zoekt er zijn weg temidden van zijn invloeden, zijn twijfels en zijn obsessies. De referenties liggen er soms nogal dik op – vooral Radiohead drukt een zware stempel op de liedjes – maar Vanparys doet zijn best om zich aan het geluid van zijn helden te onttrekken. Koen Gisen (van An Pierlé & White Velvet) produceerde de plaat met flair.
‘Koen Gisen was voor mij wat George Martin voor The Beatles was. Anders gezegd: Koen was een beetje een tweede Bony King. Soms voelde onze samenwerking aan alsof we een echt duo waren. De productie en de arrangementen zijn van zijn hand. Maar hij heeft mij ook overtuigd om een aantal liedjes op de plaat te zetten die ik eerst slecht vond. We wisselden ideeën uit en we beïnvloedden elkaar. Zo’n relatie heb ik nog nooit met iemand gehad, vooral omdat ik een controlefreak ben.’
Nochtans ben je heel rustig aan je muziekcarrière begonnen. Je speelt zelfs nog niet zo lang gitaar.
‘Vijf jaar geleden stond ik met een vriendin op het Dourfestival naar een groep te kijken. Toen heb ik gezegd: “Eigenlijk vind ik muziek maken wel ‘wijs’. Misschien moet ik dat toch zelf eens proberen. Wedden dat ik hier over vijf jaar ook met een groep sta?, Terwijl ik toen nog geen instrument had aangeraakt. We zijn nu vijf jaar later, dus het zou dit jaar moeten gebeuren, anders moet ik die vriendin een bak bier geven.’
Ik hoor veel invloeden uit de jaren 1970 terug op ‘Alas my love’. Haal je die uit de platencollectie van je ouders?
‘Mijn ouders zijn nooit echt muzikaal geweest. Mijn vader heeft wel alle klassiekers op vinyl. Die platen heb ik overgenomen (lacht). Op mijn zestiende luisterde ik naar platen van Pink Floyd, The Stones, The Beatles, Patti Smith en J.J. Cale. Vreemd genoeg zat er geen Leonard Cohen in de collectie van mijn vader. Wel veel oude bluesplaten. Maar om nu te zeggen dat ik de muziek ingelepeld heb gekregen? Er stond een oud gitaartje bij ons thuis en dat heb ik pas op mijn achttiende vastgepakt.’
Je zang is opmerkelijk: je doet iets vreemds met articulatie en je accent. Je slikt je medeklinkers in en je buigt je klinkers om, heel langgerekt. En dat met een accent dat tussen Brits en Amerikaans ligt.
‘Ik heb veel naar Radiohead geluisterd, zeker? Als Radiohead niet zou bestaan, zou ik op een andere manier zingen. Thom Yorke van Radiohead heeft ooit iets gelijkaardigs gezegd over Jeff Buckley. Eerlijk: ik heb die zeurderige manier van zingen van Thom Yorke geleend. Wat mij betreft mag je Radiohead The Beatles van de 21ste eeuw noemen. Zij bekijken muziek op eenzelfde, open manier. Kijk naar hoe ze met songstructuren en clichés omgaan. Ze zoeken alternatieven zonder geforceerd te klinken.’
De teksten op ‘Alas my love’ suggereren vooral escapisme. Ben je een dromer?
‘Ik hecht veel belang aan het onderbewustzijn. Een liedje als “My invasions, lijkt op het eerste gehoor zwaarmoedig. Je vraagt je af wat ik in godsnaam heb meegemaakt. Ik heb die tekst in tien minuten geschreven en pas een maand later had ik door waar hij over gaat. Niet over mij, blijkbaar, maar over iemand anders uit mijn leven.’
‘I’ll break your bones’, zing je in dat liedje, dat heel romantisch lijkt. Maar zo’n zin is venijnig, alsof er een beest in Bram Vanparys schuilt.
‘(aarzelt) Dat weet ik niet. Kijk, dat liedje gaat over schizofrenie. Het hoofdpersonage is iemand met twee persoonlijkheden: een gewone man en een moordenaar. In het liedje hoor je die man iemand vermoorden terwijl zijn andere ik aan de zijlijn naar die gruwelijke daad moet kijken zonder dat hij kan ingrijpen. Ik wil ermee aantonen hoe verschrikkelijk wanhoop of onmacht kunnen aanvoelen. Het lijkt me afschuwelijk wanneer een psychose zich helemaal meester van je maakt. Alsof het onder je huid kruipt zonder dat je er controle over hebt.’
‘De laatste tijd word ik gekweld door een existentiële angst. Het gaat over hoe de mensheid in elkaar zit en hoe geschift een mens door het leven kan gaan. Ik heb een enorm probleem met hoe mensen zich gedragen, in die mate dat ik soms dagen niet goed ben van bijvoorbeeld een agressieve reactie. Waarom gedragen mensen in het verkeer zich agressief? Waarom beginnen ze te vechten? Daar kan ik niet bij.’
‘In Vlaanderen heb je alle redenen om gelukkig te zijn, zeker als je gezond bent, en toch loopt iedereen hier verzuurd rond.’
Erger je je daar vaak aan?
‘De mens leeft volgens zijn instinct, denk ik. Eén van de belangrijkste eigenschappen van de mens is jammer genoeg het egoïsme. Maar waar eindigt egoïsme en waar begint het overlevingsinstinct? Alweer een vraag die me kwelt. Waarom denkt een mens uitsluitend aan zijn eigen hachje? Aan zijn eigen auto en een eigen huis en wil hij voor de rest met rust worden gelaten. Daar begrijp ik niets van.’
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: