Dat het Amerikaanse MGMT het snoepje van het jaar is, zal hen wat. De groep speelde met het mes op de keel in een uitverkochte Vooruit, maar verslikte zich ook in zijn eigenzinnigheid.
Met Oracular spectacular hebben toetsenist Ben Goldwasser en zanger-gitarist Andrew VanWyngarden dé indiepopplaat van 2008 gemaakt. Hun psychedelische, lichtjes gestoorde mix van pop, progrock en elektronica klinkt origineel en verfrissend. De laatste maanden is het duo uit Brooklyn door een pijlsnel uitdijende aanhang in de armen gesloten. Hun passage in de Vooruit, hun vierde Belgische concert op een half jaar tijd, stond dan ook al wekenlang aangekruist in de agenda van elke eigentijdse muziekliefhebber.
Op een podium weten de twee – aangevuld met een gitarist, een bassist en een drummer – nog altijd niet goed om te gaan met die overrompelende aandacht. Goldwasser drukte met zijn synth-riedels een absolute stempel op de sound, maar verschool zich het hele optreden lang achter een zonnebril, terwijl de voor zijn doen droogjes geklede VanWyngarden maar niet van onder zijn hippiekrullen vandaan leek te kunnen komen. VanWyngarden is lang geen Wayne Coyne, de extraverte volksmenner van het vaak ter vergelijking ingeroepen Flaming Lips.
Voeg daarbij een tegendraadse, afwisselend beukende dan weer psychedelische muzikale aanpak – er werd volop geprutst aan knopjes links en rechts – en het duurde even voor de muziek grip kreeg op het hippe volkje in de zaal. Ook de belabberde geluidsmix waarin de stemmen soms irritant schel klonken of verdronken in reverb, maakte de songs er niet bepaald meer catchy op.
Betoverend
Tegen een decor van vreemdsoortige kristallen cactussen werd het eerste halfuur gevuld met minder bekende songs uit Oracular spectacular. Opener ‘Future reflections’ vloeide naadloos over in ‘4th dimensional transition’, dat midscheeps openbrak met epische gitaren om te eindigen als het hedendaagse broertje van Pink Floyds ‘See Emily play’. Ook het uitwaaierende ‘Of moons, birds & monsters’ en het vierstemmig gezongen ‘Pieces of what’ klonken betoverend in al hun psychedelica.
Veel songs van MGMT drijven op euforische, met allerlei geluidjes ingekleurde breaks, maar ten nadele van de subtiliteit werd er vooral stevig gerockt. Een hoogtepunt was het veertien minuten durende ‘Metanoia’, een rockopera-achtige song die op de gelijknamige ep klinkt als een kruising tussen seventies-Bowie en Frank Zappa op helium, maar live eerder geprangd zat tussen Thin Lizzy en Hawkwind. De gitarist geselde zijn gitaar volgens het hardrockboekje en verwees de synths van Goldwasser naar het achterplan. Weinig genuanceerd, maar wel indrukwekkend.
Pas bij het met een knipoog gebrachte ‘Time to pretend’ – song nummer zeven in ons notaboekje – prevelde VanWyngarden een bedankje in de micro, waarna het publiek zich voor het eerst helemaal liet gaan. ‘Electric feel’ bewees dat het strak ook kon en zond elektriciteit door de zaal. Helemaal loos ging het met de overstuurde uitsmijter ‘Kids’, dat luidkeels werd meegezongen terwijl Goldwasser zijn batterij synths op automatische piloot zette om vooraan mee te komen shaken. Zonde dat ze er niet vanaf het begin zonder pretenties waren ingevlogen.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: