Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Artikel: Köhn eindelijk ontsnapt uit het konijnenhok

Köhn als tegenwicht voor de Ozark Henry’s en de Zorniks van deze wereld? Klote, want daar zal de Vlaamse reus Jürgen De Blonde waarschijnlijk heel hard om lachen. Köhn als vaandeldrager van de vaderlandse experimentele elektronica? Keutels, want een veel te enge zienswijze! Wat doet hij dan op het podium van De Kreun met de rechttoe rechtaan jazzpuristen van Jazztronauts? Om de bomen door het konijnenbos te zien, werpen we ons voor ons gesprek met de man himself nog maar eens vol doodsverachting op de 140 minuten muziek die hij op de dubbelaar Koen, voorlopig zijn magnum opus, voor ons oplepelt.

De nachtmerrie van elke recensent: tussen het overaanbod aan cd’s zit plots een dubbele cd van een bekende muzikant uit het Gentse. Elke track staat als een huis en kan tippen aan het beste van een Fennesz of een Pimmon. In al zijn ontstellende verscheidenheid is zo’n album bespreken een schier masochistische daad. Van de ene verrassing tuimel je in de andere. Köhn is hier niet karig geweest met zijn talent. Tranceachtige stukken wisselen af met beenharde elektronica. Bombastische melodieuze techno vloeit naadloos over in korte experimentele spielereien. Na enkele beluisteringen kun je toch al enkele favoriete nummers aanduiden. Na de openingsnummers ‘twal siree’, ‘hahver’ en vooral ‘wabbit regghae’ kan de eerste schijf alvast niet meer stuk. Op de tweede schijf valt vooral het middenstuk op met het kabbelende en melodieuze ‘klörgöhr’ op de voet gevolgd door de ranzige elektronica van ‘föhnen’. De manier waarop Köhn als in een inventief spel de ene muzikale parel na de andere uit zijn hoge hoed opdiept, is ongehoord en fenomenaal in belgenland.

URBANMAG: Waarom kies je voor je nieuwe cd het formaat van een dubbelaar? Had je te veel materiaal opgespaard? Of wou je de luisteraars en de recensenten absoluut tergen met een onoverzichtelijke tantaluskwelling aan keigoede muziek? De trip van Köhn naar Watership Down duurt circa 140 minuten!
“Goh, een dubbelaar is misschien wel een jongensdroom die voor mij uitkomt. Ik had inderdaad nogal veel materiaal. Maar ik maak al zo lang muziek en toen mijn eerste cd eindelijk uitkwam, begon ik al te dromen om misschien ooit eens een dubbelaar uit te brengen. Misschien wordt mijn volgende release wel een cd-box… (lacht luid) Ik ben tevreden dat het album aan een redelijke prijs verkocht wordt. Hij kost iets meer dan een enkele cd. Je hebt dus ontzettend veel waar voor je geld. De bedoeling is ook niet om het ding in één keer uit te luisteren. Het is geen conceptalbum. Ik wou gewoon wat spelen met de lengtes van de nummers. Er staat een nummer op van 50 seconden en één van 18 minuten. Ik heb het medium dubbel-cd zo goed mogelijk proberen te benutten.”

URBANMAG: Meest opvallende nummers zijn een drone van meer dan een kwartier en een samenwerking met Tim ‘Ovil Bianca’ Wijnant!
“Ik vond het absurd om de eerste cd te laten afklokken op 70 minuten en de tweede op 50. Op het laatste moment heb ik er nog een tranceachtige track van meer dan 15 minuten tussengeflanst. Johan van (K-RAA-K)3 wist van niks tot hij de master onder ogen kreeg. Het nummer ‘au ville Köhn’ met Tim ontstond vrij spontaan. We zaten wat te jammen op een zolder met een minidisc 4 track. Ik heb zijn Casio naar de zak geholpen en er een gitaartje opgezet. Je moet er weinig filosofie achter zoeken. Het nummer onstond heel spontaan. We jammen soms wel uren aan een stuk en als we een stuk goed vinden, dan bouwen we daarop verder. Soms ontstaan er leuke dingen als de vonk overslaat en er een zekere alchemie bereikt wordt.”

URBANMAG: Zijn er in die twee jaar Köhn-stilte bepaalde vreemde invloeden binnengeslopen? “Ja, absoluut, dat gebeurt bewust en onbewust. Ik betrap me er soms op dat ik iets maakte dat beïnvloed werd door andere muziek. Daar word ik me pas achteraf van bewust. De invloed van Fennesz is er zeker… Zowel Hotel Paral.lel als Endless Summer vind ik fantastische platen. Vorig jaar luisterde ik in een nostalgische bui ontzettend veel naar eightiesmuziek. Dat zit er ook wel in. En trance natuurlijk… Ik probeer mijn invloeden zo ruim mogelijk te houden. Jim O’Rourke is ook zo’n pipo die me inspireert.”

URBANMAG: Pimmon ook?
(bevestigend) “Zeker! Ik denk dat dat zelfs een beetje door de software komt… We gebruiken dezelfde muziekprogramma’s. Zijn invloed laat zich op een vreemde manier gelden. In het begin vond ik zijn albums gewoon goed maar op den duur en na veel herbeluisteringen werden ze echt mega voor mij. Ik merkte hoe er onbewust verbanden slopen tussen mijn muziek en de dingen die Pimmon doet. Er was ooit sprake van een samenwerking. Ik stuurde hem wat stukken op. Door zijn scheiding en andere persoonlijke problemen is alles in het water gevallen. Ik hoorde onlangs dat hij er wat bovenop is. Ik hoop dat ik opnieuw contact met hem kan leggen en dat er nu eens echt een samenwerking tot stand komt! Ik ben een absolute fan van zijn werk. Die blauwe op Fällt was echt wel één van mijn favoriete albums van vorig jaar.”

URBANMAG: Je bent niet alleen bezig met elektronica maar je laat je ook graag beïnvloeden door andere soorten muziek. Je speelt op Koen zelfs uitgebreid met de klassieke componist Mendelsohn. Toevallig doet Biosphere iets gelijkaardigs op zijn nieuwe cd Shenzhou maar dan wel met Debussy.
“Wel, Shenzhou heb ik nog niet gehoord dus ik kan dat onmogelijk beoordelen. Substrata van vorig jaar was wel een schitterend album. Naar ik meen deed hij daar ook wat dingen met klassieke muziek. Ik heb af en toe ook van die bevliegingen. Ik luister dan ganse dagen naar klassieke muziek. Ik stal letterlijk een maat of acht van een mooie intro van Mendelsohn en haalde dat door de mangel. Vroeger deed ik dat ook al eens met middeleeuwse muziek.”

URBANMAG: De laatste twee jaar heb je ontzettend veel samengewerkt met de meest verscheiden muzikanten?
“Ja, veel van die samenwerkingen zijn gelegenheidsprojecten. Met de band Starfield Season startte ik een project op. Maar dat wil ik niet te serieus nemen… Op den duur zie je door de bomen het bos niet meer. Ik focus graag op de dingen die me het meest liggen: dat zijn nog steeds de Portables en Ovil Bianca. Met die mensen heb ik muzikaal de meeste affiniteiten. Daar zullen nog wel een paar samenwerkingen uit voortvloeien. De reacties op de cd van de Portables waren trouwens fenomenaal. Dat hadden we nooit verwacht.”

URBANMAG: Je werkte ook enkele keren samen met jazzmuzikanten. Hoe is het gelegenheidscollectief Jazztronauts ontstaan?
“Ik leerde Jan Verstaen, de saxofonist, kennen op Sint-Lucas. We zaten op een eigenaardige manier op elkaars golflengte. Hij was bezig met jazz, met elektroakoestische muziek en met avant-garde. Zappa was een aanknopingspunt. We prutsten wat en begonnen wat dingen samen te steken. Hij bezat een Amiga waarmee we van alles uitprobeerden. Via Jan leerde ik ook bassist Wouter Belaen kennen. Eerst speelden we met een illegale Georgische drummer. Die man stak met zijn ganse familie de Kaspische Zee over om hier te raken. Ongelooflijk! Daarna lijfden we drummer Steven Breye in. Door zijn apart gevoel voor humor en zijn interesse voor Zappa klikte het meteen. Volgende maand vertrekt hij voorgoed naar Canada. Het optreden in De Kreun was dus een beetje een afscheidsconcert voor de Jazztronauts.”

URBANMAG: Je stond op ongeveer alle belangrijke compilaties die de laatste paar jaar uitkwamen?
(lacht) “Je kunt dingen kwijt op compilaties die je nergens anders kwijt kan. Ik ben heel tevreden over mijn bijdrage op BipHip Generation vol. 2. Ik ben er speciaal voor naar Marseille gereisd. Ik had het gevoel dat ik net een ep’tje gemaakt had dat ik op dat album kwijt kon.”

URBANMAG: Word je niet gauw in een hoekje geduwd wanneer je een nummer op een bepaalde compilatie plaatst?
“Dat is nu net de uitdaging. Je moet jezelf blijven. Als je een beetje geluk hebt, spring je er wel uit! De BipHop-compilatie hangt mooi samen. Dat nummer van mij met wat zang ertussen springt er wat uit. Je neemt misschien het risico om in een hokje geduwd te worden maar ik heb de indruk dat het me tot nu toe goed afgegaan is. Ik ben op compilaties terechtgekomen die erg variëren. Op de Darla-compilatie staat zowel teenbeatpop als electro. Op Bucolique staat ook vanalles. Ik vind het leuk om aan de mensen te laten merken dat je ook wat meer kan dan alleen maar elektronica…”

URBANMAG: Je bent wel bijzonder productief de laatste maanden. Er staat ook een nieuwe cd op stapel onder je eigen naam op het Keulense Tomlab?
“Dat zal waarschijnlijk voor het hele late najaar of begin volgend jaar zijn. Zoals ik nu bezig ben, zal het album binnen een paar maanden wel af zijn. Köhn is mijn instrumentale alter ego. De eerste Jürgen De Blonde-cd had zijn roots in mijn pop- en lofiverleden. De nieuwe zal meer de link leggen tussen Köhn en de vorige De Blonde-cd. Ik zit in een vrij productieve periode omdat er een aantal zaken zijn die vrij veel vertraging opliepen en nogal lang aansleepten. Ik denk aan de remix van Velma. Die was al een hele tijd klaar maar de release liet op zich wachten. En dan komt het inderdaad voor dat alles in één keer uitkomt! Ik push echt niet om zo vlug mogelijk een nieuwe cd klaar te hebben. Ik schoot pas goed in gang toen Johan en Dave me vroegen of ik het zag zitten om nog een derde cd uit te brengen. Dat was op mijn verjaardag twee jaar geleden. ’t Is misschien wel een lange windstilte geweest maar het is uiteindelijk een dubbelaar. Daar moet je echt wel heel lang mee voortkunnen.” (hilariteit)

URBANMAG: Enkele weken voor de release stond je op Page 3ree en daar liet je een volledig ander geluid horen! Köhn laat zalen vollopen maar laat ze met evenveel gemak leeglopen.
“Het optreden ging volledig de mist in door de installatie. Ik had het gevoel dat het geluid in de zaal niet luid genoeg was maar op het podium zat ik wel doof te worden. Ik was anders wel tevreden over dat optreden. Als de mensen goesting hebben om weg te gaan, dan moeten ze dat maar doen. Ik vind het een gezonde attitude om, als je een optreden niet goed vindt, gewoon weg te gaan! Ik vind het niet erg om een zaal te doen leeglopen.”

URBANMAG: Heb je de hoes van Koen met opzet zo lelijk mogelijk gemaakt? (grinnikt luidop) “Ik vind de hoes anders wel mooi! Aan het hoesconcept hangt een grappig verhaal vast. We doorzochten een pak foto’s uit een oude schoenendoos. Dat was nog tamelijk vrijblijvend. Maar toen hebben we die reeks gevonden die mijn zus Bianca (modeontwerpster, pw) ooit maakte. Dave van (K-RAA-K)3 was op slag verkocht en ik zag het ook wel zitten. Dus… De hoes spingt wel in het oog, denk ik!”

URBANMAG; Koen eindigt niet bepaald op een positieve noot met het gepiep van een stervend konijn op ‘Köhn’s death’. Moeten we dat letterlijk nemen?
(schiet in een onbedaarlijke lachbui) “Wel, er bestaat ook nog zoiets als reïncarnatie, weet je! Tim vond altijd dat Köhn een trilogie moest blijven. De muziek van Köhn is ontstaan uit een zekere frustratie. Vreemd genoeg heb ik het gevoel dat ik met de nieuwe cd een hoofdstuk uit mijn leven afsluit. Er viel een pak van mijn hart. Ik voel het in wat ik doe. Maar ik kan het moeilijk onder woorden brengen. Met de cd heb ik gezegd wat ik wou zeggen. Ik had die evolutie totaal niet voorzien. Maar het is een soort bevrijding geworden. Vanaf nu kan ik alles doen wat ik wil…”

www.urbanmag.be

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen
  • door Peter Wullen (Urbanmag, 01 mei 2002)
  • Alle rechten voorbehouden Alle rechten voorbehouden
  • opgeladen op 31 okt 2008
Tags

Gerelateerde activiteiten

Eric Craven & Köhn
04 dec 2008

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital