Jonge singer-songwriter maakt begeesterende countryplaat
Bekend is ze nog niet, maar met The Pirate’s Gospel heeft de 24-jarige Alela Diane een plaat gemaakt die daar snel verandering in moet brengen. Ze komt uit Californië, leerde zichzelf op jonge leeftijd gitaar spelen en schrijft ontwapenende nummers over haar familie en de adembenemende natuur waarin ze is opgegroeid. Voor u spontaan een bloem in het haar steekt: een hippie is ze niet.
Meer nog, ze heeft een geluid ontworpen dat het midden houdt tussen het intiemste van Cat Power en de melancholie die de platen van CocoRosie zo de moeite maakt. Nog een referentiepunt? Diane speelde haar eerste optredens op uitnodiging van stadsgenote Joanna Newsom en ook met haar vertoont ze stilistische verwantschap.
Toch is de eerste naam die je door het hoofd schiet Johnny Cash. Het uitgebeende ‘Tired Feet’ (een rudimentaire gitaar, tegen elkaar kronkelende stemmen en referenties aan Jezus) had zo op een van zijn legendarische American Recordings-platen kunnen staan. En het titelnummer (half gezoemd, half gezongen en geruggensteund door een kabbelende banjo) is van die aard dat je je op een schip uit Pirates of the Caribbean waant.
De songs op The Pirate’s Gospel werden geschreven tijdens een trip door Europa en zijn opgenomen in de studio van haar vader. In 2004 liet ze er in eigen beheer een paar handen vol cd’s persen, in een zelf gevouwen papieren hoes met de titels er eigenhandig op geschreven. De versie die nu internationaal verschijnt, ziet er conventioneler uit en heeft een gewijzigde tracklist. Maar de benadering blijft even sober en breekbaar, even simpel en direct. Zonder poespas of overdreven tierlantijntjes. In het bitterzoete ‘Pieces of String’ verzorgen zowaar twee kinderen het achtergrondkoortje. Hartverwarmend en toch cool.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: