Het Toneelhuis maakt met ‘Atropa’ een gevoelige tragedie die de menselijkheid aanspreekt.
Het front is overal. Van het thuisfront trekt Atropa naar het oostelijk front in Troje en dan weer terug. Geweld is er amper te zien, de handeling is door de zeef van de tijd geglipt.
Dit slot van de Triptiek van de macht focust op de tol van een oorlogsconflict. Voor zijn bewerking van de Trojaanse oorlog kiest Tom Lanoye voor de menselijke insteek. Hij betrapt opperbevelhebbers en koninginnen in hun privéleven, waar het leed zijn plaats krijgt. Zelfs een zegepralende held als Agamemnon deelt in de klappen. Iedereen verliest.
Atropa is een statisch spreekstuk, waarin de verbale retoriek en de trillende emoties de handeling uitmaken. Lanoye heeft een halve boekenplank klassiek drama gecomprimeerd tot een avondvullend geheel en het opengebroken met hedendaagse elementen. De Griekse tragedie krijgt een injectie met journaalfeiten; ze klinkt als vanouds en echoot door in het heden. Oorlogsargumenten van president Bush en de ex-defensieminister Donald Rumsfeld zijn naadloos verweven met de interventieplannen van de antieken. Sommige van die plannen doen het nog steeds.
Geen stijlbreuken of kwinkslagen in deze drie uur tekst. De schrijver stelt zijn speelse vernuft tendienste van gebeeldhouwde alexandrijnen die soepel zijn als een handschoen rond een hand. Twee ondergangsmonologen van Troje groeien uit tot bravourestukken: een eindeloze opsomming van verwoesting mist haar effect niet. Kapotter kan een stad niet zijn.
Lanoye en een tekstgevoelige regisseur als Guy Cassiers kunnen elkaar versterken. Cassiers maakt van de tekst een verstilde voorstelling, waarin de vijf actrices en één acteur overgeleverd zijn aan hun wankele emoties. Gilda De Bal speelt haar Klytaimnestra met opgekropt verwijt, de Hekabe van Marlies Heuer is ontdaan en verweesd, en Katelijne Damen steekt haar Andromache vol bitterheid nu haar dromen in rook zijn opgegaan. Met Ariane Van Vliet, Vic De Wachter en een dubbelrol van Abke Haring is deze prachtcast rond.
Iedereen verliest
Op een desolaat podium, met wat grind en plavuizen, wikkelt dit oorlogsverhaal zich af. Moeders verliezen hun kinderen, vrouwen hun partners en iedereen zijn toekomst. Staande op sokkels roepen de actrices herinneringen op aan het Vrijheidsbeeld, gestapelde tegels doen aan een ‘stad van torens’ denken. Op een scherm zijn uitvergrote close-ups te zien en beelden van nachtelijke bombardementen. IJle klaagzangen uit de Oresteia kleuren de sfeer in.
In het eerste deel ontmaskert Klytaimnestra de oorlogsargumenten van Agamemnon. In het tweede deel, op de as van het verwoeste Troje, geven de vrouwen de disproportie van het geweld aan. Cynisch genoeg herkent de generaal niet eens Helena, nochtans het streefdoel van de interventie. In het slotdeel vinden de vrouwen van beide kampen elkaar in gedeeld leed. Om hen te behoeden voor erger, brengt Klytaimnestra de verlossende dood. Die mechanische afwikkeling is het enige moment waarop de voorstelling voorspelbaar wordt en sleept.
Atropa is een tragedie van alle tijden, maar zeker van de onze. Ze biedt geen bevrijding en laat Agamemnon alleen met zijn schuld achter. Inhoudelijk is ze ongenadig hard en buitengewoon aangrijpend, maar de uitwerking is verfijnd en gevoelig. Een voorstelling die je naar adem doet happen.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: