All My Sons (1947) is het stuk waarmee de in 2005 overleden Arthur Miller doorbrak als toneelschrijver. Het drama vertelt hoe Joe Keller, tijdens de oorlog rijk geworden als fabrikant van vliegtuigmateriaal, geconfronteerd wordt met zijn grote levensleugen. Hij had ooit bewust slecht materiaal geleverd om toch maar een deadline te halen. De vliegtuigen stortten neer, maar zijn zakenpartner draaide op voor de fatale fout. Het nakende huwelijk van zijn zoon met de dochter van die vennoot verplicht Keller om alles onder ogen te zien. Dat is pijnlijk, gruwelijk. Uiteindelijk te pijnlijk voor Keller.
All My Sons is een brutaal stuk over hebzucht én familiewaarden: Keller fraudeerde om zijn familie vooruit te helpen, zo dacht hij. Het gaat over het onvermogen om de eigen verantwoordelijkheid in te schatten, het gaat over het onvermogen om het juiste te doen. Misschien ook over goed en kwaad, over solidariteit versus kapitalisme, over spreken en zwijgen. In ieder geval past All My Sons, terwijl een proper einde van de zoveelste Amerikaanse oorlog in de woestijn uitzichtloos lijkt, perfect bij een tijdsgeest waarin hebzucht nog de enige geldige waarde lijkt te zijn. Wie rijk is, doet de economie groeien, en daar gaat het toch om. Niet om de zijdelingse slachtoffers, zoals de oorlogspiloten in het stuk.
Met All My Sons kiezen de Roovers een tweede keer voor een toneelstuk van Arthur Miller. Zij deden dat voor het eerst met Van de Brug af gezien, dat in 2002 in première ging, en in 2004 werd hernomen in het kader van de Zomer van Antwerpen op locatie in de haven. Van de Brug af gezien schetst een psychologisch portret van een gezin dat ontspoort, maar is ook een fabel over trouw en verraad.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: