Een vrouw met een ‘schoonheid die mannen weemoedig maakt’, haar depressieve echtgenoot en hun psychiater. Drie hoofdpersonages in één verhaal dat zich afspeelt in het schemergebied tussen lust en troost. Maar wiens getuigenis is dit eigenlijk? Stilte en melk voor iedereen is een bedrieglijk openhartig relaas, gevat in een slimme vertelconstructie.
Iedereen kent wel zo iemand, een vrouw die zowel moeder is als hoer, onweerstaanbaar en gevaarlijk tegelijk. Sarah is zo’n exemplaar: ze is mooi, “lang en slank, met een echte kont en volle borsten”, door iedereen bekeken en begeerd. Ze weet dat ze maar hoeft te wachten tot een man haar aanspreekt. Ze draagt haar indrukwekkende schoonheid met het vleugje melancholie dat haar onvatbaar maakt.
Sarah heeft een man maar ook een schare minnaars, prototypische figuren zoals de president, de popmuzikant, de zwartzak, de hoofdredacteur, een jonge moeder die zangeres wil worden en Otthman, haar “bruine jongen”. Bij Sarah leggen ze hun functies en maatschappelijke verantwoordelijkheden af. Ze worden hulpeloos en onschuldig. Zij onttrekt ze aan de wereld en leidt hen naar bekoring en naar troost. Ze legt hen aan haar borst en zoogt ze, stelt ze gerust, voedt hen tot ze opnieuw in staat zijn zelf liefde te geven.
Bijzonder mooi zijn de passages waarin David Nolens (1973) Sarah portretteert als vloeibaar geil, als zoete kleefstof die de stoet der mensheid verenigt door het verlangen dat ze gedurig opwekt. Tussen de lakens treedt ze op als verzoener en ruilt ze de melk uit haar borst tegen het zaad dat spuit uit, wat haar betreft, liefst “kaarsrechte en flink doorbloede” penissen. Sarah is een oermoeder bij wie mannen en vrouwen het gevoel krijgen thuis te komen. Nolens laat Sarah zelfs de christelijke symboliek niet schuwen: “U hebt geen besef van de liefde die ik kan geven. Van heinde en verre komen ze voor het brood dat ik breek.”
Masker
Meesterlijk beschrijft Nolens het mechanisme van de val die elke man onvermijdelijk moet maken voor de vrouw die Sarah is, “en bij uitbreiding voor alle vrouwen”. Het is een zachte maar diepe en verstikkende val. Een val die echter is beschreven vanuit het standpunt van de man, die niets begrijpt van de twijfels en de drijfveren van zo’n vrouw. Stilte en melk voor iedereen mag dan wel voor het grootste deel geschreven zijn vanuit de blik van Sarah, toch begint het je langzaam te dagen dat haar verhaal bestaat uit beelden die de niet-begrijpende, gekwetste, smachtende man op haar projecteert. Hij is mentaal verkracht door haar stille blik, haar afwijzing, haar tijdelijke toegift.
Met Sarah reconstrueert de mannelijke verteller een vrouwelijk hoofdpersonage dat zichzelf heeft bekwaamd in het oprechte mededogen, in het leggen van een waarachtig contact met de ander. “Weinig vrouwen weten welk effect ze hebben op mannen”, legt hij haar de woorden in de mond, “ze denken dat ze een spel spelen, terwijl het bittere ernst is voor de man en zijn verlangen om zich weg te geven.” En inderdaad, de mannelijke verteller legt verderop in de roman het masker van zijn schaamte af, en richt zich rechtstreeks tot de lezer.
Met deze tweede roman – Nolens debuteerde met Vrint (2002) en schreef daarna ook nog de novelle Het kind (2005) – bewijst de auteur zich als een stoutmoedige gids in het grensgebied tussen lust en troost. Net zoals dat in zijn vorige boeken het geval was, wemelt het in Stilte en melk voor iedereen van de zinnen die je wil onthouden. Nolens’ schrijfstijl is stuwend, barstensvol rijpe, goedgekozen beelden. Zijn proza ademt de energie van een ijldroom: korte, rake zinnen en zinderende observaties – let op de scène waarin Sarah op zelfbewuste wijze, krols zittend op een zonnig terrasje, hartstocht opwekt bij een middelbare man voor zijn echtgenote. Stilte en melk voor iedereen is een ode aan de lichamelijke liefde, opgesteld met een voelbaar schrijfplezier.
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: