De winnaar van de Gouden Uil Literatuurprijs is een Nederlander, maar woont al tien jaar in Gent. Het was de liefde die de schrijver naar hier wist te lokken. ‘Ik ben zeer gevoelig als het over mijn Gents accent gaat’, lacht Marc Reugebrink.
Je zou verwachten dat de winnaar van een van de belangrijkste literatuurprijzen van de Lage Landen ietwat pretentieus zou zijn, maar niets daarvan. Marc Reugebrink ontvangt ons met veel plezier in zijn rijhuis in Meerhem, in de buurt van AZ Sint-Lucas.
‘Mijn vrouw is een Gentse en daarom ben ik hier komen wonen’, vertelt hij. ‘We hebben eerst tweeënhalf jaar in een huurhuisje in de Brugse Poort gewoond. Maar we waren op zoek naar een eigen huis en toen hebben we dit gevonden. Het huis was trouwens volop in verbouwing toen ik Het Grote Uitstel, het boek waarmee ik de Gouden Uil won, schreef. Ik heb dat in een klein tweekamerappartementje geschreven in de Burgstraat.’
‘Gelukkig ben ik een heel tevreden man wanneer ik schrijf. Ik ken auteurs die zich zoveel mogelijk willen afzonderen. In dat kleine appartement, met een dochtertje van vier er nog eens bij, ging dat niet (lacht)! Maar dat gaf niet. Het schrijven van een boek, dat is het mooiste wat er is. Het enige wat ik van mijn uitgever eis, is dat hij, eens een boek af is, een feestje organiseert. Alleen op die avond voel ik me dan de beste schrijver van de wereld. De volgende dag is dat gevoel al voorbij (glimlacht).’
Reugebrink is geboren in Overijssel en heeft nadien in Groningen gestudeerd. ‘Eigenlijk is die stad, qua sfeer, heel goed te vergelijken met Gent. Je hebt er ook studenten die voor een jaarlijkse aanwas van vers bloed zorgen, maar anderzijds domineren ze het stadsbeeld niet, zoals in Leuven. En Groningen ligt ook in een buitengebied, weg van de grote steden Rotterdam of Amsterdam.’
‘Ik weet nog goed dat ik in de jaren ‘80 al eens alle Vlaamse steden heb bezocht, van Brugge en Gent over Antwerpen tot Brussel, maar Gent is me achteraf altijd bijgebleven. Het is net groot genoeg om een stad te zijn, maar het is ook weer niet zo groot dat het, zoals de wereldsteden, in delen uit elkaar valt.’
De schrijver dankte de jury bij de uitreiking van zijn Gouden Uil met de woorden: ‘Omdat ze het boek hebben gelezen zoals het hoort, met vree veel goesting.’
Reugebrink is dus duidelijk al gehecht geraakt aan zijn woonplaats. ‘Ik hoop dat de echte Gentenaars mijn poging tot Gents spreken niet als denigrerend hebben beschouwd, want dat was echt niet de bedoeling. Een vriend van me uit Nederland zei me onlangs nog: stop eens met je zo aan te stellen met die zachte g. En dat terwijl mijn vrouw te horen krijgt dat ze met een Nederlands accent praat.’
De Gouden Uil ging, geheel onverwachts, dus naar een (Nederlandse) Gentenaar. Marc Reugebrink – voor het grote publiek toch een nobele onbekende – en niet de gevestigde waarden A.F. Th. Van der Heijden of Jeroen Brouwers, kaapte de hoofdprijs weg.
‘Ik ben nochtans al twintig jaar bezig hoor en leef wel degelijk van mijn pen. Ik heb essays, dichtbundels en drie romans geschreven. Alleen is de verkoop nooit aangeslagen. Nu zal dat wel anders zijn. Ik zit met Het Grote Uitstel intussen aan een derde druk. Dat is me nog nooit overkomen.’
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: