Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Persartikel: 'Ik ga er prat op een humanist te zijn'

Mensen in oorlogs- tijd, het is een onderwerp dat Philippe Claudel sterk bezighoudt. Ook in Het verslag van Brodeck.

Vijf jaar geleden scoorde Philippe Claudel een internationaal monstersucces met Grijze zielen. Dezer dagen verschijnt de Nederlandse vertaling van zijn nieuwste roman, Het verslag van Brodeck, en zet hij zijn eerste stappen in de filmwereld met de release van zijn allereerste speelfilm, Il y a longtemps que je t’aime.

Nu u een bekende Fransman bent, lijkt het soms of u liever in de anonimiteit zou verdwijnen. U geeft steeds minder interviews en komt uiterst zelden op de televisie.
‘In Frankrijk kom ik vrijwel nooit op de televisie, omdat ik rust wil hebben in eigen land. Ik wil niet dat de mensen me op straat herkennen. Op de Franse televisie krijg je trouwens niet veel tijd om over je boeken te praten. Als ik naar de studio moet voor hooguit drie minuten zendtijd, dan ga ik liever niet.’

Eigenlijk zou u uw werk het liefst voor zichzelf laten spreken?
‘Als je ervoor kiest om boeken te schrijven, dan heeft dat een reden. Dan doe je dat omdat je het niet op een andere manier gezegd kunt krijgen. Dat ze je dan achteraf vragen om te praten over datgene wat je hebt geschreven, slaat eigenlijk nergens op. Enerzijds droom ik ervan om achter mijn boeken te verdwijnen, ze gewoon te laten verschijnen en er daarna nooit meer over te praten. Anderzijds vind ik het wel prettig om mijn lezers te ontmoeten, maar dat kost ontzettend veel tijd. Die tijd kan ik misschien beter aan het schrijven besteden.’

’Grijze zielen’ speelde in de Eerste Wereldoorlog, ‘Het kleine meisje van meneer Linh’ ging over de gevolgen van de oorlog in Indochina en ‘Het verslag van Brodeck’ is een parabel over de Tweede Wereldoorlog. Waarom telkens oorlogstrauma’s?
‘Ik heb achteraf pas begrepen dat die boeken in meer dan één opzicht nauw samenhangen. Ze behandelen alledrie de thematiek van de mens in oorlogstijd, een onderwerp dat me altijd erg heeft beziggehouden. Maar er is ook een formele samenhang. Grijze zielen was vrij klassiek van vorm, Het kleine meisje had meer van een parabel of een sprookje, en Het verslag van Brodeck is iets tussen de twee in. Het is een allegorie, een parabel in romanvorm, want de plaats en de tijd waarin het verhaal speelt, worden in het ongewisse gelaten.’

Het is dus niet de zoveelste roman over de Shoah?
‘De opzet is veel algemener. Het boek gaat over menselijk gedrag dat al lang voor de Tweede Wereldoorlog bestond en jammer genoeg ook vandaag nog steeds voorkomt. Het gaat over mensen die vreedzaam samenleven, plotseling een hekel krijgen aan bepaalde leden van de gemeenschap en hen ombrengen. Als ik het verhaal in een bepaalde historische periode had gesitueerd, dan had je gemakkelijk kunnen zeggen: dat soort dingen gebeurde toen, maar nu niet meer.’

‘Ik hou van boeken die de indruk wekken dat ze stevig verankerd zijn in een periode en een land, maar die tegelijk een universele boodschap brengen. Ik wilde laten zien dat de menselijke natuur in wezen nooit verandert. Mensen worden altijd heen en weer geslingerd tussen goed en kwaad, en ze begaan altijd gruweldaden. Ze kunnen ook schoonheid voortbrengen, maar toch komen er voortdurend oorlogen van. Je vraagt je af waarom.’

Het verhaal speelt in een dorpje in een grensstreek. De bewoners hebben veel met de vijand gemeen en de streektaal is verwant met het Duits. Geen wonder dat lezers denken dat het over de Elzas gaat.
‘Het zou evengoed Oostenrijk, Noord-Italië of Slovakije kunnen zijn. De streektaal heb ik zelf verzonnen. Ik ben uitgegaan van het Duits, dat ik vervolgens naar mijn hand heb gezet. Ik heb er ook alles aan gedaan om het landschap onherkenbaar te maken. Het is een literair landschap, dat speciaal voor deze roman is bedacht. De natuur is exuberant en indrukwekkend, het is bijna een volwaardig personage. Daardoor heeft het boek iets preromantisch. Ik heb me daarvoor laten inspireren door Caspar David Friedrich, een Duitse kunstenaar uit de romantiek. Enerzijds heb je de vernietigingdrang van de mensen en anderzijds de overweldigende pracht van die bergen en wouden waar hun wandaden zich afspelen.’

In dit boek wordt, net als in ‘Grijze zielen’, een misdaad gereconstrueerd. De hele dorpsgemeenschap is medeplichtig aan de moord op een vreemdeling en Brodeck wordt belast met het schrijven van een verslag over de gebeurtenissen. Daarin beweert hij dat hijzelf onschuldig is, maar ook hij heeft boter op zijn hoofd.
‘Tenminste, dat dénkt hij. We weten niet of het waar is, want we krijgen alleen te horen wat hij ons wil vertellen. Zoals alle overlevenden van de kampen voelt hij zich schuldig. Hij wil graag precies als de anderen zijn, en aangezien die allemaal schuldig zijn, zou het best kunnen dat hij zichzelf een schuldgevoel aanpraat. Hoe dan ook, ik wilde geen personage van onbesproken gedrag opvoeren, dat zich boven de anderen verheven voelt. God is dood, dus ook in mijn boeken. De mensen zijn door God verlaten en ze lijken allemaal op elkaar. De een is geen haar beter dan de andere. Alle personages zijn op de ene of andere manier schuldig.’

Het slachtoffer van de lynchpartij, de vreemdeling, lijkt sterk op Brodeck zelf, die ook een buitenstaander is.
‘Die man, die van elders komt, herinnert hem aan zijn eigen lot. Brodeck dacht dat hij perfect geïntegreerd was, maar tijdens de oorlog hebben zijn dorpsgenoten hem aan de vijand uitgeleverd. Het zou zelfs best kunnen dat die onbekende helemaal niet bestaat. Hij kan evengoed aan Brodecks verbeelding ontsproten zijn. Misschien heeft hij een soort van dubbelganger verzonnen, omdat hij geestelijk gebroken uit de kampen is teruggekeerd.’

De dorpelingen worden niet gedreven door vreemdelingenhaat, maar door angst.
‘Ik wilde laten zien hoe angst een gemeenschap tot collectief onmenselijk gedrag kan aanzetten. Angst zet mensen tegen elkaar op en verenigt hen in de haat tegen de ander. Als je bang bent om alles te verliezen, wijs je gemakkelijk een zondebok aan en heb je geen scrupules om hem uit te leveren aan wie daarom vraagt.’

Dat besef is de eerste aanzet tot vergeving, schrijft Brodeck. De vraag is of er voor dergelijke gruwelen vergeving bestaat.
‘In alle landen waar genocides hebben plaatsgevonden, zoals Rwanda, Cambodja, ex-Joegoslavië, Turkije en nazi-Duitsland, gaat het leven op een bepaald moment gewoon door. De vraag is hoe. Blijf je wrok koesteren, of probeer je het verleden te vergeven? Vergeten is onmogelijk, maar je kunt het gebeurde wel proberen te accepteren en de draad weer oppakken. Ik heb veel bewondering voor landen die meteen de weg van de verzoening inslaan, zoals Zuid-Afrika. Haat kan alleen maar escaleren. Op een bepaald moment moet je de bladzijde omslaan.’

Dit boek gaat over individuele en collectieve schuld, maar je kunt het ook lezen als een liefdesgeschiedenis. Wat is voor u de kern van de zaak?
‘Ik probeer altijd teksten te schrijven die je op verschillende manieren kunt interpreteren. Er zit meer dan één thematiek in. Voor mij was het in de eerste plaats een liefdesroman, want alles wat Brodeck doet, doet hij uit liefde voor zijn vrouw. Dat thema is heel belangrijk, maar het gaat ook over schuld, over anders-zijn, en vooral over menigten en wat ze kunnen aanrichten. Groepen ontwikkelen een soort van collectief gedachtegoed, wat meestal tot een hoop ellende leidt.’

Is het niet tegelijk een roman over het schrijverschap?
‘Het gaat inderdaad ook over iemand die schrijver wordt en over de plaats van de kunstenaar in de maatschappij. Brodeck wordt tot schrijver gebombardeerd door de gemeenschap en eigenlijk geldt dat voor alle schrijvers. Niet dat het hen zwart op wit wordt gevraagd, maar indirect brengt alles wat ze in die samenleving ervaren hen tot schrijven. Soms produceren ze boeken die de maatschappij niet wil lezen, omdat ze te somber of te aanstootgevend zijn, zoals Brodeck. Hij heeft taal nooit eerder gebruikt als instrument om schoonheid te scheppen, om pijnlijke dingen te verwoorden en geleden leed te verzachten. Onder het schrijven ontdekt hij dat woorden ook daarvoor kunnen dienen.’

Volgens u moet een schrijver een terrorist zijn, iemand die de maatschappij elektroshocks toedient. Dat klinkt behoorlijk strijdlustig.
‘Wij leven in een betrekkelijk rustige tijd, maar die rust mag ons niet in slaap wiegen. We moeten onze ogen goed openhouden en ik denk dat kunstenaars de mensen wakker moeten houden. Een schrijver moet een soort van terrorist zijn, die een bom legt onder de heersende gezapigheid, om ons waakzaam te houden, precies om te voorkomen dat het ergste gebeurt. In onze tijd van vervlakking, waarin het denken wordt bedreigd, moet de literatuur de aandacht vestigen op bepaalde problemen. Het heeft me veel plezier gedaan dat dit boek bekroond is met de Prix Goncourt van de Franse scholieren. Het is hoopgevend dat jonge mensen hebben gekozen voor een roman die ons confronteert met onze kwalijkste instincten en de zwartste bladzijden uit onze geschiedenis. Het bewijst dat ze waakzaam zijn.’

Beweert u nu dat literatuur geëngageerd moet zijn?
‘Ik heb dat altijd een vrij ongelukkige uitdrukking gevonden. Het is bijna een pleonasme, want echte literatuur is altijd geëngageerd, in die zin dat ze de lezer ertoe brengt op een andere manier tegen de dingen aan te kijken. Sommige boeken hebben een duidelijker politieke inslag dan de mijne, maar die vertellen niet per se meer over de wereld van nu. Het verslag van Brodeck wijst ons op belangrijke kwesties die nog steeds actueel zijn, helaas. Je schrijft misschien voor jezelf, maar je publiceert altijd voor de anderen. Ook dat is een vorm van engagement: je probeert de lezer duidelijk te maken dat we in een gemeenschap leven en belangstelling hebben voor dezelfde problemen.’

Alles wat u schrijft, heeft een humanistische inslag. Vindt u het niet vervelend om als een humanistisch of moralistisch schrijver door het leven te gaan? Is dit soort engagement niet uit de tijd?
‘Ik ga er juist prat op een humanist te zijn. Het is een van de mooiste complimenten die je me kunt maken. Een moralist ben ik niet, tenminste niet in de pejoratieve betekenis van het woord, ik wil niemand de les lezen. Wel wil ik een soort van levensmoraal naar voren brengen, een onderscheid maken tussen moreel en immoreel gedrag. Daar ga ik voor, en het zal me worst wezen of dat in de mode is of niet. Een groot aantal lezers apprecieert het en dat is voor mij de mooiste beloning.’

www.standaard.be
www.boek.be

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen
  • door Marijke Arijs (De Standaard, 28 mrt 2008)
  • Alle rechten voorbehouden Alle rechten voorbehouden
  • opgeladen op 31 mrt 2008
Tags

Gerelateerde activiteiten

Zogezegd in Gent – De verbeelding aan de macht?
04 apr 2008

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital