Kunstencentrum Vooruit, Gent, België

Direct naar inhoud

Direct naar navigatie



Persartikel: Schrijver zonder lezers

Niet Irak maakte Rodaan Al Galidi gek, wel de ambtenaren van het land waar hij veiligheid zocht. ‘De zee is niet te zout voor een vis, maar zet hem in een riool en hij gaat dood.’

Hij is een schrijver zonder lezers, zegt hij, ‘omdat de mensen voor wie ik schrijf, de Irakezen, mijn boeken niet kunnen lezen’. Hij is een schrijver die zich geen schrijver wil noemen. ‘Ik vlucht van de leegte van de dag naar het schrijven. Ik doe het alleen als ik niks anders te doen heb.’

Je weet bij Rodaan Al Galidi nooit wat ernst is en wat luim, welke pijn echt is, welke gespeeld. Hoewel. In zijn nieuwste boek, Dorstige rivier, zijn negende al, zindert de pijn voor zijn ‘psychisch zieke’ land door elke zin. Hij rekent erin af met de waanzin van het land dat hij achterliet, gek gemaakt door een dictatoriaal regime en de angst die dat zaaide, tot de ziel van Irak was aangevreten en de Irakezen vervreemd waren van elkaar en van zichzelf.

Al Galidi groeide op als een van twaalf kinderen in een sjiitisch gezin uit Najaf, in het zuiden van Irak. Ze vluchtten later naar Bagdad. Zijn vader, een aannemer, wilde dat hij bouwkundig ingenieur werd en Rodaan gehoorzaamde. Na zijn studies moest hij zoals elke Irakese jongeman zijn legerdienst doen. ‘Ik wilde geen soldaat zijn, niet voor één seconde. Ik wilde geen militaire kleren op mijn huid.’

‘Hoewel ik onder Saddam ben geboren, heb ik geen mes gebruikt, geen geweer. Altijd alleen mijn pen en daar ben ik trots op.’ Maar dienstweigeraars werd neuzen en oren afgesneden en nadien kregen ze de kogel. Hij vluchtte, eerst naar Jordanië en vandaar naar Thailand. Hij wilde naar Australië, maar had geen visum. Met een vals Nederlands paspoort landde hij op 9 februari 1998 op Schiphol.

‘Soms heb ik nachtmerries, dan ben ik weer in Irak en moet ik op zoek naar een mensensmokkelaar. Ik heb geen heimwee. Integendeel. Ik had nooit een leven daar. Irak is een land van geweld, van dood, van verdriet, en dat komt niet alleen door Saddam. Ik ben geboren tijdens een oorlog, opgegroeid tijdens een andere oorlog, afgestudeerd tijdens nog een oorlog en ik ben ook gevlucht voor een oorlog. Ik vroeg mijn moeder ooit hoe oud ze was. Ik ben acht oorlogen, zei ze. We tellen onze leeftijd in oorlogen. We hebben nooit een rustige periode gekend om naar onze ziel te kijken.’

Dorstige rivier bevat veel scènes die uit zijn eigen leven zijn geplukt. De executie van een soldaat bijvoorbeeld. ‘Hier gaan kinderen naar de zoo, wij gingen met de school naar een executie. En sommige kinderen wilden dat zien.’ Of de arrestatie van alle mannen van zijn gezin, hij incluis, door de geheime politie. ‘Drie maanden hebben ze ons vastgehouden in de gevangenis. Ik was nog een kind.’

‘Dit boek had veel wreder kunnen zijn, maar dat had geen zin. Lezers hier willen dat niet en kunnen het ook niet aan. Ik wilde een boek schrijven dat een westerse lezer kan uitlezen. Als je naar YouTube gaat en je tikt Abu Ghraib in, dan zie je wat daar onder Saddam is gebeurd. Ik vertel in Dorstige rivier wat je niet kan vinden, wat je nergens leest.’

‘Ik doe dat ook op een onpartijdige manier. Dat is het probleem van Irakese schrijvers, ze zijn altijd voor of tegen iets. Zwart of wit, nooit lopen ze op die lijn daartussen. Ik had een boek kunnen schrijven over de afschuwelijke dingen die de Amerikanen in Irak hebben gedaan. Dan zouden Arabieren mijn boek kopen en zeggen: wat een prachtige, vaderlandse schrijver. Maar mijn pen is niet te koop. Daders kunnen soms slachtoffers zijn, slachtoffers soms daders. Ik ben in het midden gebleven en dat heeft me veel energie gekost. Maar in die pagina’s voel ik me schrijver. Voor de rest ben ik niet meer dan een veredelde reporter van een lokale krant.’

Hij noemt zijn landgenoten een ‘psychisch ziek volk’. Ook hij wordt gauw woedend, gauw moe. Maar het is niet Irak, zegt hij, dat hem gek heeft gemaakt. ‘De zee is niet te zout voor een vis, maar zet hem in een riool en hij gaat dood. Het is niet Irak dat mij beschadigd heeft. Lees mijn eerste dichtbundels, ze zijn positief en spiritueel. Na jaren in Nederland kwam er alleen stront en agressie uit.’

Nee, tussen Al Galidi en Nederland komt het nooit meer goed. Hij kan weinig positiefs verzinnen over het land waar hij bijna acht jaar in een asielcentrum leefde. ‘Ik heb in tien centra gewoond en ik heb geen enkel gaatje gevonden in een ziel van een ambtenaar. In België zijn er ook smerige ambtenaren. Maar hier krijg je een nee, en dan probeer je en dan antwoordt zo’n man: voor deze ene keer. Nederlanders kennen die genade niet. Ze keken naar ons alsof we vliegen, muggetjes, ratten waren en geen mensen. Na acht jaar was ik een zure, zeurende man. Een bejaarde man.’

Genoeg, zegt hij. Ouwe koek. Daarom houdt hij van Antwerpen, waar hij nu woont. ‘Daar ben ik Rodaan. Niet de asielzoeker, niet de uitgeprocedeerde, niet de illegaal. Gewoon Rodaan.’

In Nederland leerde hij wel fietsen, iets wat men hem niet kon verbieden. Hij werkte in een shoarmatent, was veerman. En: hij leerde er Nederlands, de taal waarin hij sindsdien drie romans en vier dichtbundels schreef. ‘Ik ben een vreemdeling in het Nederlands, maar ik moést verhuizen naar een andere taal. Voor het Westen is het Arabisch de taal van terroristen, in het Oosten wordt ze geblokkeerd door de dictatuur. Arabische schrijvers gebruiken veel woorden, maar ze vertellen niks. Het Arabisch is poëtischer, maar Nederlands is eerlijker en naakter.’

Ideeën krijgt hij elke keer als een bliksemflits, zegt hij. ‘In een klap zie ik een beeld. Zo was het met Dorstige rivier. Ik zag het beeld van een jongen die een meute honden volgt, langs een droge rivierbedding, naar een plek achter het dorp waar het leger de mensen begroef die het liet verdwijnen en die dan door de honden werden aangevreten.’

Dorstige rivier wordt tijdens de Literaire Lente voorgesteld in Oostende in De Droge Co, het literair café van het cultuurcentrum Vrijstaat O., waar Al Galidi in maart een maand in residentie was. ‘Ik had het gevoel met vakantie te zijn. Ik had rust nodig.’

‘Vroeger, toen ze me in de woestijn, waar ik geboren ben, vroegen: wat wil je zien, zei ik “de zee,. Ik zie de zee nu elke dag en het is niet genoeg. Weet je wat ik mis? Toen ik vijf of zes was, liep ik van school naar huis, omdat mijn moeder warm eten had gemaakt voor ons. Dat mis ik, dat thuisgevoel, die warme plek, als een baarmoeder. De dag dat de geheime politie ons meenam, is dat gevoel voorgoed verdwenen.’

www.standaard.be
www.boek.be

Voeg een reactie toe

Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.

Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je:

  • (inter)actief deelnemen aan het gebeuren op onze site
  • een persoonlijke kalender bijhouden van je favoriete activiteiten
  • foto’s opladen en vrienden toevoegen
  • Favoriete foto’s, video’s, muziek, teksten of reacties bijhouden
  • andere reacties beoordelen
  • door isa van dorsselaer (De Standaard, 28 mrt 2008)
  • Alle rechten voorbehouden Alle rechten voorbehouden
  • opgeladen op 31 mrt 2008
Tags
Artiesten
Rodaan Al Galidi

Gerelateerde activiteiten

Zogezegd in Gent – De verbeelding aan de macht?
04 apr 2008

Contact

Kunstencentrum Vooruit vzw, Sint-Pietersnieuwstraat 23, 9000 Gent, BE (Contacteer ons)
De Morgen | Radio 1 | P&V | Vlaamse Regering | Provincie Oost-Vlaanderen | Stad Gent Transdigital