‘Het volstaat niet dat je ergens opgroeit om een vaderland te hebben’, zegt Joseph Pearce. ‘Het heeft meer te maken met menselijke verhoudingen.’ Tussen vader en zoon bijvoorbeeld.
‘Als ik al een vaderland heb, dan is het de verhouding met mijn vader’, zegt Pearce over de titel van zijn nieuwe boek. Een Vlaamse moeder, een Britse vader die uiteindelijk Duitser en Jood bleek te zijn, familieleden over de hele wereld verspreid: Pearce heeft geen boodschap aan grenzen. Van een vader die in België om euthanasie vraagt, flitst hij naar de VS, Duitsland, Pruisen, om te eindigen in het negentiende-eeuwse Polen. Zoals vanouds gebruikt Pearce de lotgevallen van zijn familie om de geschiedenis te schetsen van de Europese Joden in de voorbije tweehonderd jaar.
Ik citeer een frappant zinnetje: ‘De mensheid mocht de Jood feliciteren omdat hij weigerde te vergeten.’
‘Zonder herinneringen ben je geen mens. Ze dwingen je om voortdurend je plaats te zoeken en te relativeren. Nooit nagaan waar je vandaan komt, dat vind ik eng. Volgens de Joodse wet ben ik geen Jood omdat mijn moeder geen Joodse was, maar door mijn afkomst is de geschiedenis van de Joden voor mij wel pregnanter dan voor anderen. Ik wil verder kijken dan hun leed, ik wil weten wat er gistte en evolueerde in de verschillende generaties. Mijn vader heeft zijn geloof begraven toen hij met mijn moeder trouwde. Mijn familie is ongelovig of zeer liberaal. Toch ben ik doordrongen van de joods-christelijke verhalen en de bijbehorende ethiek. Maar in het licht van mijn familiegeschiedenis krijgen die een andere betekenis.’
‘Als je geobsedeerd bent door het Joodse lijden, draag je oogkleppen voor wat elders gebeurt. Het klopt dat er een lobby bestaat die een soort Shoah-business stimuleert, maar anderzijds mag je getuigen niet het zwijgen opleggen. Ach, op duizend Joden zijn er duizend opinies. Dat maakt het moeilijk om met elkaar te praten. Ik heb niets tegen geloof, maar ik vind dat we in de eerste plaats mens moeten proberen te zijn. Dat is wat ons vooruitbrengt, niet het verwijt aan anderen dat ze niet het juiste geloof belijden. Niet een abstracte god, maar het geweten verbindt hemel en aarde met elkaar.’
Een Joodse man in uw boek vindt dat alleen een inslecht mens de kampen kon overleven. Een Jood is een levende herinnering aan het kwaad in de mensen. Daarom veracht hij zichzelf.
‘Die zelfverachting komt vaak voor bij overlevenden. Dat je in de kampen vooral geluk moest hebben, is duidelijk, maar er speelde nog iets. Als je streetwise was, je ogen open hield, dan had je meer kansen. Intellectualistisch zijn en focussen op ethiek liep slecht af.’
‘Joden tasten tot op vandaag alle mogelijke aspecten van de Holocaust af. Sommigen vinden dat de vervolging de schuld van de Joden zelf is, omdat ze kleinburgerlijk zijn en te veel gefocust op commercie. Daar is men toch overal in de wereld mee bezig? Ik lees ook andere verhalen. In de biografie van Ischa Meijer en zijn vader troffen me de woorden over de opperrabbijn van Amsterdam. Hij werd in de kampen uitgekozen om het vuilste werk te doen, de latrines. De bewakers vroegen hem smalend: “En? Hebt u zich vuilgemaakt?, Hij antwoordde: “Niet ik, alleen mijn kleren., Ik vind hem een groot mens, zijn ziel kan niet geknakt worden. Dat dwingt respect af.’
‘Toch zijn de Joden vaak de zondebok. Een mens heeft vijanden nodig, al was het maar een andere voetbalclub. Zodat je het slechte in jezelf kunt afwentelen op de slechtheid die je meent te ontdekken in een ander. Het is gemakkelijker als je kiest voor iemand die ver van je afstaat, want dan voel je je minder schuldig. Het is dus mogelijk dat antisemieten de Joden haten om dingen die ze in zichzelf haten.’
Een Duitse soldaat van Joodse afkomst moet tellen hoeveel Joodse collega’s er gesneuveld zijn. Thuis hoort hij kritiek op de Joden, terwijl hij trots zijn vaderland dient.
‘Veel Joden waren Duitser dan de Duitsers, maar die verhalen worden weinig verteld. Ze gingen op in de rijke Duitstalige cultuur. Toen kwam er plots een Jodentelling. Er leefde namelijk het gerucht dat in de oorlog weinig Joodse Duitsers sneuvelden. Toen bleek dat Joden meer kans liepen om te sterven in de strijd, werden deze cijfers verzwegen. Niemand wilde verdacht worden van Joodse propaganda. Maar in dat stilzwijgen zag men een bevestiging van het gerucht.’
‘Ik probeer me voor te stellen hoe het voelt als je land je dit aandoet. Het volstaat niet ergens op te groeien om een vaderland te hebben. Een vaderland heeft meer te maken met menselijke verhoudingen. Vandaar dit boek over vaders en zonen doorheen de tijd.’
Een Joodse kleermaker zit op het dak en spreekt. Gaandeweg besef je dat hij dood is. Terechtgesteld omdat hij een lastpost was.
‘Dat stuk is geïnspireerd op Fiddler on the roof, de beroemde musical over een Joodse dorpsgemeenschap, en het gelijknamige schilderij van de Russisch-Franse Jood Marc Chagall.’
‘Ook de Jiddische verhalen hebben die surrealistische toets, de rijke beeldtaal, die wijsheid. Ingehouden verlangen en emotie spelen een rol in alle verhalen van dit boek. De vader uit het eerste verhaal houdt die zelfbeheersing zelfs vol tot op zijn sterfbed. Discipline en fatsoen zijn er in mijn familie altijd ingestampt. Ook mijn vader hield zich daaraan en ook hij hield het vol tot aan zijn dood.’
Alle rechten voorbehouden


Gelieve aan te melden of te registreren om commentaar toe te voegen.
Lid worden is gratis en duurt slechts enkele minuten. Als lid kan je: